donderdag 15 januari 2015

universitair personeelsbeleid

De laatste bijdrage van papers in de bundel van Colombatto waaruit ik afgelopen blogs citeerde, is een van de leukere. Dat krijg je als hooggeleerden de theorie op hun eigen situatie gaan toepassen. Ryan Amacher en Roge Meiners schreven het paper "Property rights in higher education"  Ze analyseren het systeem van tenure op universiteiten. Tenure betekent een aanstelling voor het leven, zolang je geen onethische wangedragingen begaat ben je eigenlijk niet te ontslaan.
De heren schrijven perfect op waarom het me nooit iets geleken heeft om manager van zo'n systeem van arbeiderszelfsbestuur te zijn. Ik citeer:
"administrators who take actions that would be normal in a for-profit organisation, such as dismissing the worst tenured faculty members and abolishing poorly-performing programs, send chills through the ranks of everyone who woriies that they are or might become deadwood. If faculty want assurances that tenure means a life senecure, which is not what tenure grants legally, they have strong incentives, usually under the guise of academic freedom, to protest any move against incompetent facultty. Secure property rights in employment are valued by most faculty, so they have little incentive to support administrators who like to terminate the employment of the least comeptent as it could mean insecure employment rights for all. Unlike in a for-profit organisation, where bad employees can cost everyone money and it is understood that employment rights are insecure, at a college, and unproductive professor is unlikely to lower the income of another faculty."

Nog een keer de referentie: E. Colombatto (ed) The Economics of Property Rights. Elgar Companion; 2004

woensdag 14 januari 2015

Agrodebat

LEI Wageningen UR organiseerde vanmiddag het Groot Agrodebat 2015 en begon daarmee zijn 75e levensjaar. Ik mocht er een inleiding houden en beloofde die online te zetten bij Slideshare. Bij deze meld ik dat dit keer ook hier - de dagvoorzitter prees ook deze wat frivolere  ;-) huisvlijt-blog aan.

eigendomsrechten van een cultureel district

Het een na laatste paper uit het boek van Colombatto waaruit ik de laatste dagen citeer is een analyse van Cuccia en Santagata. Ze kijken hoe het zit met de gemeenschappelijke eigendomsrechten van handwerkdistricten zoals Murano glas of Caltagirone keramiek. Ik vermoed dat je het ook wijder kunt toepassen, maar dat terzijde.

Je mag aannemen dat de handwerkslieden allemaal belang hebben bij het voorkomen van vervalsing, oneerlijke concurrentie uit het buitenland met nagemaakt spul en kwaliteisdegradatie waardoor de consument afhaakt. Kortom een handelsmerk met product-eisen of een soort apelation controlee lijkt aantrekkelijk.
De auteurs laten zien dat het toch kan zijn dat de ondernemers hier tegen stemmen. Ze doen dat aan de hand van een speltheoretische excercitie: stel dat er twee typen handwerkslieden zijn, zij die zich meer op de hoogste kwaliteit en artistiekheid richten (en ook hun werk signeren) en zij die meer voor volume en de marketing gaan (en ook signeren, maar niet de hoogste prijzen halen). In dat geval kon de tweede groep (die mogelijk ook groter is) wel eens tegen stemmen.
Het zou kunnen zijn dat ze bang zijn dat het merk bij de consument het beeld van het kwaliteitsproduct versterkt of dat de gemiddelde kwaliteit nog omhoog gaat door de artistiekelingen. En dat dit souvernirachtige producenten aantrekt die niet onder het merk produceren maar toch meeprofiteren, en dat zij met de midden-kwaliteit daarmee klem komen te zitten tussen de echte artiesten en de souvenirhandel. Vooral als ze die dynamiek vermoeden en via lage rentevoet de toekomstige winsten belangrijk vinden is dit een reden tegen te stemmen.

maandag 12 januari 2015

column met reacties

Een paar dagen geleden meldde ik al dat LEI Wageningen UR een column van mijn hand over geopolitiek en het Nederlandse verdienmodel online had gezet.
Foodlog heeft de column over genomen en daar is er nu een nuttige discussie. En het stuk inspireerde Harm Evert Waalkens tot een antwoord-column die op Boerenbusiness staat.  En ook enige discussie oproept.
Mooi dat het onderwerp leeft. Woensdag doen we het live op een bijeenkomst van het LEI.

zondag 11 januari 2015

Eigendomsrechten in Internet

Het paper van Eric Brousseau "Property Rights in the Digital Space" uit de bundel van Colombatto is 10 jaar later nog steeds het lezen waard.  Hij behandelt voornamelijk de vraag hoe je de governance regelt van het uitgeven van de IP adressen en de Domein Namen (DN). Centraal door 1 organisatie (eventueel met hulp van ISPs, Internet Service Providers die je elk een quotum geeft of juist niet om de schaarste op te lossen) of juist zo decentraal mogelijk.
Het interessante aan het paper vond ik dat hij duideljik uitlegt dat sommige software zoals de webstandaarden of een taal als LINUX  (of nu een platform als Facebook) zijn eigen wereld schept met daarin (regels voor) eigendomsrechten, contracten e.d. Waarbij alle code in feite ook regels zijn en dus de code voor een belangrijk deel ook kan bepalen of iemand zich aan de regels houdt (doet hij dat niet dan krijgt hij geen toegang tot de service omdat de software van hem niet werkt).
Waardoor dus de eigenaar van een systeem die rechten op een bepaalde manier kan vormgeven die zorgen voor maximalisatie van zijn inkomensstroom. En bij concurrentie ook anti-competatief gedrag kan vertonen (bv. de verbinding met andere software van minder bandbreedte voorzien of html verwijzingen naar de concurrentie weren).
Zelfs binnen zo'n systeem zal er een instituut moeten zijn dat optreedt als regulator, die de regels bepaald en conflichten oplost. Meer als een rechterlijke macht met democratische controle dan als overheid, zo betoogt Brousseau. En dus ook op het hogere niveau van bv. Internet waarbij systemen (bv. browsers of operating systemen) met elkaar concurreren.
De wetenschap der institutionele economie moet op dit vlak de afgelopen 10 jaar forse voortgang hebben gemaakt. Wie kent er een goed toegankelijk review paper of boek ?

zaterdag 10 januari 2015

eigendomsrechten op kennis

Het 19e paper uit het boek van Colombatto is van Christiano Antonelli en is getiteld "The governance of localised technological knowledge an the evolution of intellectual property rights". Geschreven in kader van een EU project. Met met het ook op mijn AKIS werk een heel nuttig paper. Ik citeer enkele van de alineas uit de conclusies:
"Since the old days of knowledge as a public good, a lengty process has been taking place. There is now a better understanding of the dynamics of knowledge accumulation, and appropriability conditions seems less relevant. Today demand and network externatlities play a much stronger role. Transactions in knowledge take place in markets characterised by knowledge transaction costs and governance mechanisms.
The better understanding of the generation of technological knowledge made possible by the localised approach, and the results of the new enquiry in the economics of knowledge draw attention to the economic characteristics of knowledge in terms of levels of fungiibility, complexity, stickiness and appropriability and its forms - tacit, articulated or codified. The analysis of the conditions for tradability is the ultimate result of these advances. Tradability, however, is a not a sufficient condition for dynamic efficiency in the marketplace.
When increasing returns matter, as in the case of technological externalities, and the price mechanism is unable to convey all the relevant information, the markets are unable to set the right incentives and hence move in the right direction.
Wat zoals in de telecom, reden kan zijn om het eigendoms recht en het gebruiksrecht te splitsen (een exploitant van een telefoonnetwerk mag je niet weigeren) en prijzen vooraf te reguleren.

vrijdag 9 januari 2015

Digitale eigendomsrechten

Al geruime tijd lag het handboek over de economie van eigendomsrechten op mijn bureau. Ik blogde er voorgaande jaren al over (zoek op Colombatto). Eindelijk las ik in de kerstvakantie het boek uit met wat nuttige papers over eigendomsrechten in het digitale tijdperk.
Isaac en Park bespreken de rol van patenten versus free and open development in software [FOSS]. Ze laten zien hoe economen worstelen met het verklaren van freeware: waarom zouden programmeurs software maken zonder het eigendomsrecht te claimen (omdat het geen werk maar vrije tijd is, omdat hun eigen prestatie nuttiger wordt als ze daar wat van anderen aan kunnen toevoegen, omdat ze zo hun vak bijhouden, omdat ze zo laten zien dat ze aantrekkelijke werknemers zijn ??). En nog moeilijker te verklaren: waarom doen grote bedrijven als IBM daar aan mee? Om patent thickets (een bundel samenhangende, overlappende patenten) te voorkomen of omzeilen, omdat klanten of schaarse werknemers het willen, om strategische redenen?
Uit eigen ervaring zou ik kunnen toevoegen:  om klanten duidelijk te maken dat het hold-up probleem (men maakt zich afhankelijk van dat ene bedrijf) minder groot is dan bij een patent of eigendomsrecht. Het Isaac en Park paper is van 2004, dus dat zal inmiddels ook de literatuur wel gehaald hebben. Hou me aanbevolen voor suggesties.

donderdag 8 januari 2015

Geo-politiek

Wie me op LinkedIn of Twitter volgt heeft de aankondiging al gezien: volgende week organiseert het LEI weer een AgroDebat, en ter inleiding schreef ik een blog over geopolitiek en het agro-businessmodel.
Hier is de blog - met enige schroom, ik schreef het ver voor de kerst, de aanslag op Charlie Hebdo gisteren in Parijs onderstreept het punt van de geopolitiek en onrust in het Midden-Oosten helaas maar al te veel.

woensdag 7 januari 2015

Bosatlas Voedsel

Eind vorig jaar verscheen De Bosatlas van het Voedsel. Een mooie uitgave van nog geen drie tientjes. Een aantal LEI collega's werkte er aan mee, diverse kaarten en grafieken hebben bron LEI Wageningen UR. De atlas geeft een verrassend breed beeld van ons voedsel en het agro-business complex in dit land.
Mooie kaarten en grafieken van de wereldvoedselsituatie, maar ook van ons cosumptiegedrag en de samenhang tussen voeding en gezondheid. Het feit dat er door de redactie van Noordhof eens vanuit een andere hoek naar het onderwerp is gekeken vind je terug in kaarten en grafieken over plantenveredeling, handel en distributie. Zo is er een mooi kaartje van de afstand van een huishouden tot de supermarkt(en). En mooie platen over cacao en de leefstijlen van Motivaction.En voedselveiligheid en -schandalen (nooit geweten dat de Salmonelladruk ooit omhoog ging door import van Spaanse eieren bij de vogelpest in 2003). Ook klimaat, milieu en verduurzaming krijgen aandacht. En de topsectoren en allerlei valleys.
Foutjes heb ik niet kunnen vinden. Ik zou op een kaart van 1900 niet gesuggereerd hebben dat het Haringvliet zoet water was, maar dat is ook alles.
Wel valt op dat er nauwelijks aandacht wordt besteed aan de varkenshouderij, of beter wellicht: de intensieve veehouderij. Misschien komt dat doordat zo te zien ook dergelijke uitgaves niet meer zonder sponsors kunnen. De redactie legt daar geen verantwoording voor af, maar op de kaft staat een heel lijstje logo's onder het kopje "Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door". En sommigen daarvan (Noordelijke provincies en Zeeland bv.) gaan aardig samen met o.a. een katern over voedsel in de regio.
Niets op tegen wat mij betreft maar dan heeft de intensieve veehouderij typerend een kans gemist. Het blijft beperkt tot een kaartje van de varkensstapel per regio en de kippenstapel. En elders nog iets over toegenomen voederconversie. Dat steekt zeer matig af ten opzichte van aardappelen, suiker, zuivel, tuinbouw, visserij en de plantenveredeling.
De intensieve veehouderij had een voorbeeld kunnen nemen aan de kalverhouderij. De Van Drie groep heeft wel mooi materiaal aangeleverd, en geeft inzicht waar de kalveren vandaan komen en het vlees naar toe gaat (de infographic is niet helemaal perfect: je ziet niet dat de ingevoerde kalveren op Nederlandse bedrijven worden gemest, de tekst meldt dit wel). Een mooi plaatje van wat er allemaal van het varken wordt gemaakt, zoals dat ook van suikerbieten wordt getoond, daar had de sector toch voor moeten zorgen. Nu lijkt de sector uit Nederland vertrokken.
Enfin, geen reden deze Bosatlas links te laten liggen. In tegendeel: een koopje dat je niet moet laten liggen. Naast de landbouw-atlas van 5 jaar geleden weer mooi materiaal

dinsdag 6 januari 2015

Machtspolitiek

Geo-politiek is terug van weggeweest, zo leerden we vorig jaar.  Op een bijeenkomst op Nyenrode kreeg ik in november het boekje "Machtspolitiek" cadeau, na een lezing van auteur Rob de Wijk (HCSS). Een elementair deeltje, een nieuwe reeks van de University of Amsterdam Press. Elementair vormgegeven ook, en dat heeft het voordeel dat er een goede duiding in staat van de Oekraine-crisis. Mooi materiaal om eind deze maand verder over door te praten op een conferentie van VNO en HCSS over grondstoffen-zekerheid.

maandag 5 januari 2015

statistiek in WO2

Tot slot van mijn samenvatting van de kersteditie van The Economist enige aadacht voor een boeiend artikel over de rol van statistici in WO2. Omdat ik er iets van leerde voor de organisatie van onderzoek.
Statistiek was tot ver in de vorige eeuw niet een erg wetenschappelijke discipline. Karl Pearson (ja van de chi-kwadraat test) was de eerste die in 1911 aan University College London een vakgroep Statistiek opzette. Vooral rond eugenetica en statistiek overigens. Niet te verwarren overigens met zijn zoon Egon Pearson die hem ook opvolgde als hoogleraar.
Een van zijn beste studenten die later enorm met hem botste was Ronald Fisher, en die ging in 1919 bij hem weg naar het alleen in agrarische kringen bekende Rothamstead onderzoeksinstituut in Hertfordshire, om iets te maken van de data van heel veel jaren veldproeven. Hij kwam met de significantie test, en beredeneerde dat je bij een experiment niet op 1 ding moet varieren en "iets aan de natuur moet vragen" maar meerdere zaken tegelijk in meerdere experimenten. Het leidde tot het beroemde voorbeeld "The lady tasting tea". How British.
Fisher had zulke rechtse ideeen dat dat vermoedelijk de reden was dat Churchill hem negeerde, maar WO II bracht wel veel andere jonge talentvolle mensen samen in de nieuwe statistische units van het leger en aanverwante diensten. Namen als Box, Cox en Armitrage. Mensen die anders nooit voor dit vak hadden gekozen als je de biografien leest. En die na de oorlog uitzwermden naar universiteiten en ook bedrijfsleven en daar tal van vernieuwingen door voerden.
Een paar lessen dus:
* definieer een societal challenge (liever wat vreedzamer dan een oorlog).
* zorg dat je goede jonge zeer talentvolle mensen daar aan bindt
* laat ze aan het probleem werken
* en zwaai ze na 10 jaar uit naar andere instituties
Zo kreeg je in ieder geval in dat geval forse innovatie in wetenschap en in methoden gebruikt in bedrijfsleven en overheid.

The Economist: They also served - statisticians in World War II, 20.12.2014

zondag 4 januari 2015

druk druk druk

Ook The Econimist is het opgevallen dat het er op lijkt dat we het drukker hebben dan ooit. Althans vooral mensen met een hoger inkomen, terwijl we toch steeds rijker worden.
Natuurlijk hebben de nudgers van de behavorial economics school er enkele interessante experimenten over uitgevoerd. Zo werden mensen blootgesteld aan de eerste 86 seconden van de muziek uit de opera Lakmé (Het bloemenconcert). Zij die vooraf gevraagd waren om hun uurloon uit te rekenen werden minder gelukkig en meer ongeduldig van de musiek dan de niet-geprimeden. Ze hadden wat beters te doen, zo dachten ze. En verder krijgt de haastwereld van het internet natuurlijk de schuld, 20% van de kijkers surft weg als een video meer dan 5 seconden nodig heeft om te laden. Tussen concurrerende websites gaat het zelfs om pakweg 250 miliseconden. Multitasking helpt ook al niet, het roept het gevoel op dat nooit iets af is.
Maar de echte verklaring ligt denk ik al bij Gary Becker diel in 1965 beschreef dat een uur nu meer waard is dan een eeuw geleden. En we zijn dus weliswaar rijker om een uur vrije tijd te kopen, maar een uur werken levert ook meer op dan vroeger. De opportunity cost van vrije tijd is belangrijk gestegen.
Gevolg: we gaan per vrij-uur dus ook intensiever consumeren, we willen een sterkere belevenis die wat mag kosten. Geen boek lezen, luieren op het gazon of piano-les. Liever een lang weekend New York of bungee jumpen in Nieuw Zeeland. Simultane consumptie, zo schreef de Zweed  Stafan Lindner in 1970. Wat hij illustreerde met een passage die te mooi is om niet te citeren: "[a chap] may find himself drinking Brazilian coffee, smoking a Dutch cigar, sipping a French cognac, reading the New York Times. listening to a Brandenburg Concerto and entertaining his Swedish wife - all at the same time with varying degrees of success".
Waar het beeld is dat vroeger de uitvoerende arbeiders meer uren moesten maken dan het witteboorden-gilde, is dat nu wel gedraaid. In de VS kregen mensen zonder high school diploma tussen 1985 en 2005  8 uur meer vrije tijd, met een college diploma 6 uur minder.  Deels gebrek aan werk in de lagere klassen. Maar ook door de ongelijkheid in salarissen, en sterke mondiale concurrentie en reorganisaties in de hogere klassen. De baan-onzekerheid is toegeomen. En deze klasse moet ook veel reserveren voor de oude dag als men zijn levenswijze voort wil zetten, waarbij de rol van de staat onzeker is geworden.
Deze effecten zijn misschien nog wel sterker in de VS dan in Europa, waar de vakbonden ook geholpen hebben aan het zorgen voor veel vakantiedagen die ook opgemaakt kunnen worden. In de VS is de waarde van vakantie ook lager omdat het lastig is het gezamenlijk in familieverband op te nemen. En omdat er minder belasting wordt betaald, is het marginale inkomen van extra werk groter.
Tot slot: zeker in onzekere tijden kan het nuttig zijn je veel op kantoor te laten zien. De baas heeft bij witte-boorden werk weinig andere mogelijkheden om de productiviteit te beoordelen.

Ontleend aan: The Economist: Why is everyone so busy? 20.12.2014

zaterdag 3 januari 2015

Het varken in China

In PIG05049 liet Christien Meindertsma al eens zien wat er allemaal van een varken wordt gemaakt. In de kerst-editie liet The Economist zien waarom de Chinezen het vrijwel allemaal opeten. Het varken neemt er zo'n belangrijke plaats in dat de Consumer Price Index soms de Consumer Pig Index wordt genoemd.
In het Mandarijn zijn de woorden voor vlees en varkensvlees (meat / pork) gelijk. Het karakter voor gezin (family) is een varken onder een dakje. Kortom varkens nemen een belangrijke plaats in in de cultuur en het zijn vermoedelijk ook de (zuid-)chinezen die 10.000 jaar geleden het wilde varken hebben gedomesticeerd.
Tot in de tijd van Mao had zo mogelijk elk huishouden een varken. Ook Mao was een fan van het varken dat hij als een "kunstmestfabriek op 4 poten" zag. Toch was varkensvlees vaak schaars, en dat is ook de reden dat alle delen worden gegeten. Soms ook voor medicianale reden.  Voor de 1949 revolutie kreeg de gemiddelde chinees maar zo'n 3% van zijn calorie inname uit vlees. En daarna ging het helemaal fout in de grote hongersnood. Tientallen jaren moest vaak worden volstaan met het insmeren van de pan met vet.
Geen wonder dat vanaf de jaren 80 het varken zeer wordt geapprecieerd, de consumptie zit nu op 39 kg per hoofd van de bevolking. Nog maar 20% komt uit de achtertuintjes, 80% uit grote intensieve veehouderijbedrijven.
De effecten op milieu, gezondheid (antibiotica) en import van veevoer uit Latijns Amerika zijn bekend en worden in het artikel gedocumenteerd.
Enfin, hier lijken kansen te liggen voor vierkantsverwaarding uit Europa: snuiten en staarten in de containers die toch leeg terugvaren naar China ?

The Economist 20.12.2014 Empire of the pig.

vrijdag 2 januari 2015

kalkoen


Naamgeving van planten en dieren is internationaal gezien vaak zeer verwarrend. Witlof, lucerne en pindakaas kwamen hier al eerder aan de orde. De kersteditie van The Economist wierp meer licht op de kalkoen, die in het Engels turkey heet.
Het beest komt niet uit de VS (daar kwam hij pas later, via Engeland) maar uit Mexico waar de Azteken er dol op waren, en kwam dus na Columbus naar Europa. Daar werd hij verward met het parelhoen (guinea fowl) en de pauw, tot in de Latijns (eigenlijk Latijns-Griekse) naam van Linnaues aan toe, en toen was het al 1758.
In de tijd van ontdekkingsreizen door de Spanjaarden en de Portugezen werd de Middelandse-Zee handel gedomineerd door de Arabieren / Turken die in 1453 Constantinobel hadden veroverd (het Ottomaanse rijk) en het op een akkoordje met Venetie hadden gegooid. Zij verhandelden in Europa "Turkse goederen"en dus ook Turkse vogels, de turkey. Dat begon met het parelhoen dat in Europa na de Romeinen was uitgestorven. Het parelhoen verloor het van de kalkoen, die smakelijker was.
Dat roept natuurlijk de vraag op hoe de Turken de turkey noemen. Zij associeerden het beest ten onrechte met de pauw, die werd ingevoerd via de handel met India, en noemen hem dus de hindi. Daarin waren ze niet de enige. De Fransen legden dezelfde associatie: Dinde (zet een apostrophe achter de D en je ziet het), net als in het Hebreeuws, Pools, Russisch en Georgisch.
En in zekere zin deden we in het Nederlands hetzelfde: Kalkoen is afgeleid van de oost-indiase havenstad Calicut, wat ook in het scanddinavisch en Litouws gebeurde. En in Sri Lanka waar kalukuma aan het Nederlands van de VOC werd ontleend. En in Zuid-Oost-Azie werd het, afhankelijk van de kolonisator of handelspartner in de lokale taal de nederlandse kip, de franse kip of de buitenlandse kip.
En tot slot India zelf: zij zaten misschien in de naamgeving nog het dichtst bij de bron, maar hadden het toch ook niet helemaal juist: in het hindi heet de kalkoen nog altijd de peru.
 
The Economist: 20.12.2014: The flight of the turkey.