De bumper sticker komt weer terug, zo begrijp ik. De kersverse producentenorganisatie voor de varkenshouderij heeft succes met de sticker "Proud to be a pig farmer".
Een trouwe lezeres van deze blog stelde me een rijmpje ter hand dat volgens de Boerderij van 2 december door een bietenwagen uit Ruinerwold wordt gevoerd:
"Het is de boer wiens nijvre hand
de kost schaft voor het ganse land
't loopt vroeg of laat verkeerd
als het volk zijn boeren niet waardeert.
Ik zou zeggen: hou afstand vandaag, het gaat sneeuwen !
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zaterdag 27 december 2014
woensdag 24 december 2014
dinsdag 23 december 2014
The Copyright Wars
is de titel van een boek van Peter Baldwin. 535 pagina's met als subtitel Three Centuries of Trans-Atlantic Battle. Het gaat er over hoe de Europeanen en Amerikanen verschillend aankijken tegen copyright.
Europeanen zien het als auteursrechten, gebaseerd in het idee van natuurlijke menselijke rechten uit de tijd van de Romantiek. Het recht beschermt de auteur, en als die goed beschermd is, profiteert de maatschappij vanzelf van zijn creaties. Dat recht geldt ook als de auteur zijn talent aanwendt in dienstverband.
De Amerikanen ziet cultuur meer als een commodity. Copyright wordt gegeven als economisch incentive gedurende een beperkte tijd om aanbieders / auteurs te belonen voor hun inspanning zodat ze als aanbieder actief zijn. Ze krijgen een tijdelijk monopolie.
Overigens is er ook in de VS een succesvolle lobby om de auteursrechten te verlengen. En de vraag is wat er gaat gebeuren in de Copyleft wereld van het internet waarin frank en vrij wordt gekopieerd of minstens gelinkt en gemasht-up.
Ontleend aan boekrecensie The Economist 13.12.2014
Europeanen zien het als auteursrechten, gebaseerd in het idee van natuurlijke menselijke rechten uit de tijd van de Romantiek. Het recht beschermt de auteur, en als die goed beschermd is, profiteert de maatschappij vanzelf van zijn creaties. Dat recht geldt ook als de auteur zijn talent aanwendt in dienstverband.
De Amerikanen ziet cultuur meer als een commodity. Copyright wordt gegeven als economisch incentive gedurende een beperkte tijd om aanbieders / auteurs te belonen voor hun inspanning zodat ze als aanbieder actief zijn. Ze krijgen een tijdelijk monopolie.
Overigens is er ook in de VS een succesvolle lobby om de auteursrechten te verlengen. En de vraag is wat er gaat gebeuren in de Copyleft wereld van het internet waarin frank en vrij wordt gekopieerd of minstens gelinkt en gemasht-up.
Ontleend aan boekrecensie The Economist 13.12.2014
maandag 22 december 2014
Wandelend door de economie van de internationale handel
Het was al een tijdje stil aan het wandelfront. Door drukte.
Maar vandaag beschrijf ik de wandeling op het Pieterpad van Millingen naar Hoog-Elten. Langs Lobith en de Tolkamer, dus duiken we in de economie van de internationale handel.
Maar vandaag beschrijf ik de wandeling op het Pieterpad van Millingen naar Hoog-Elten. Langs Lobith en de Tolkamer, dus duiken we in de economie van de internationale handel.
zondag 21 december 2014
de supermarkt modeshow
Ik let niet zo op de haute cauture, en dus was me ontgaan dat Chanel's Karl Lagerfeld dit jaar had bedacht dat de ideale plaats voor een modeshow niet de Parijse catwalk is, maar een supermarkt. Een special over luxury goods in The Economist van vorige week noemde het terzijde. Levert mooie plaatjes op, zie deze modeblog.donderdag 18 december 2014
Diner dilemma's
Twee kerstetentjes achter de rug, zonder dat ik gebruik hoefde te maken van de 5 stellingen die Janneke Vreugdenhill zaterdag in de NRC (Lux) zette voor een goed tafelgesprek over eten. Ze ontleende de dilemma's aan het boek De Deugd van de tafel - een filosofie van het eten. Voor de zekerheid noteer ik ze toch even:
- 1. Vleeseters hebben meer respect voor dieren van vegetariers (omdat je het dier serieus neemt voor wat het is, niet voor wat het in je ogen zou moeten zijn, en dieren hebben wel pijn bij doding maar lijden kan alleen met geheugen en toekomstbesef)
- hippe volkstuintjes houden de voortuigang tegen (handel is goed voor onderlinge afhankelijkheid en specialisatie)
- zij die het ontbijtbuffet plunderen verdienen respect (het geen horkering schransen, maar voorkomt food waste)
- over smaak valt prima te twisten (objectiviteit en subjectiviteit mogen door elkaar lopen, het zijn lichaam en geest; en hoe meer we weten, hoe objectiever ons oordeel)
- het is de schuld van Ottolenghi dat we niet meer kunnen koken (door al die kookrages en -boeken bouwen we geen knowhow op rond die 10 standaardgerechten, we oefenen te weinig op onze eigen classics, de praktische wijsheid die Aristoteles zo belangrijk vond ontstaat zo niet.
zondag 14 december 2014
Vet boek
Een boek dat ik gemist had, maar door the Economist in zijn jaaroverzicht werd gezet als het meest verrassende diet book van 2014: Nina Teicholz: The big fat surprise - why butter, meat and chees belong in a healty diet.
Een historische studie over hoe vet gedemoniseerd werd en de keuken uitgewerkt.
Een historische studie over hoe vet gedemoniseerd werd en de keuken uitgewerkt.
zaterdag 13 december 2014
Saemaul
Saemaul is een Zuid-Koreaanse term die ik nog niet kende. Het is een plattelandsontwikkelingsmodel, en betekent letterlijk 'nieuw dorp'. Dateert uit de jaren 70 en de VN gaat het nu vier jaar lang bestuderen, terwijl president Park het model van haar vader nieuw leven inblaast, ook als export-product met geld toe naar 6 landen als Rwanda, Uzbekistan, Myanmar en Cambodja. Er is ook een opleiding Saemaul studies die studenten tot uit Nepal en Nieuw Guinea trekt.
Hoe het werkt? In 1971 gaf de overheid elk dorp 355 zaken cement. Ter vrije besteding. De dorpen die meest succesvol met het cement waren omgegaan kregen na een jaar meer cement, en staalkabels (of betonvlechtmateriaal, zo vermoed ik: steel rods). Op voorwaarde dat men de helft van de dorpsbesparingen op de bank deponeerde. Zodat er geld kwam voor investeringen in nieuwe winstgevende(landbouw)projecten; enzovoorts. Tegelijk was er een 'stamping out', ook via de plattelandsvrouwen, van drinken en gokken. In de jaren 70 spendeerde de Koreaanse overheid 10% van zijn budget aan het programma, om het platteland mee te ontwikkelen waar de chaebol als Samsung de industrie trokken.
The Economist: 6.12.2014 Pastures New.
The Economist: 6.12.2014 Pastures New.
vrijdag 12 december 2014
De economie van de drone
De drones komen er aan, zo meldde The Economist vorige week in een leuk artikel. Geen nieuws, maar toch een aantal nuttige feiten die ik even vastleg.
Om te beginnen dat Europa weer eens voorop loopt. In Amerika is commercieel gebruik absoluut verboden, hoewel sommige boeren zich daar niet aan houden. Leidt er toe dat zelfs gebruik in scenes in de filmindustrie of bij een bedrijf dat een promotiefilmpje voor een universiteit maakt om studenten techniek te werven verboden is.
En dus loopt Europa met Australie en Japan voorop. Overigens zijn de apparaten mede zo goedkoop geworden omdat er veel materiaal in zit dat massaal voor de mobiele telefoon wordt gefabriceerd.
De vraag is natuurlijk: wat levert het op. Dan moet je naar de landbouw kijken want dat zal de grootste gebruiker worden, zo vermoed het blad. Ik citeer wat voorbeelden:
Uit: The Economist: The robot overhead, 6.12.2014
Om te beginnen dat Europa weer eens voorop loopt. In Amerika is commercieel gebruik absoluut verboden, hoewel sommige boeren zich daar niet aan houden. Leidt er toe dat zelfs gebruik in scenes in de filmindustrie of bij een bedrijf dat een promotiefilmpje voor een universiteit maakt om studenten techniek te werven verboden is.
En dus loopt Europa met Australie en Japan voorop. Overigens zijn de apparaten mede zo goedkoop geworden omdat er veel materiaal in zit dat massaal voor de mobiele telefoon wordt gefabriceerd.
De vraag is natuurlijk: wat levert het op. Dan moet je naar de landbouw kijken want dat zal de grootste gebruiker worden, zo vermoed het blad. Ik citeer wat voorbeelden:
- Japanse boeren hebben opbrengststijgingen (kg) van 15% gehaald
- Een Frans voorbeeld van een akkerbouwer (met de Nederlandse naam Bruggeman) gebruikt de Airinov service (foto), die drone-metingen van biomassa, vochtgehalte van de bodem e.d. interpreteren en binnen 48 uur taakkaarten voor de kunstmeststrooier terugsturen Alleen al die betere kunstmestgift is goed voor euro 50.- per ha koolzaakd en euro 100 per ha tarwe. Nog los van hoger eiwit in tarwe en minder milieuvervuiling. Zo'n 2000 boeren gebruiken deze service nu, volgend jaar rekent men op 5000.
Uit: The Economist: The robot overhead, 6.12.2014
donderdag 11 december 2014
optimale grootte van het wijngebied
Geogrrafische indicaties, zoals de EU die vaststelt, roepen de vraag op hoe je die afbakent: mag het gebied voor champagne of Opperdoezer Ronde ook een beetje groter of kleiner? De EU schrijft technische studies voor die op basis van grondsoort e.d. maar moeten bepalen waar de grens ligt.
Maar dat is niet genoeg, zo betogen Koen Deconinck en Jo Swinnen van de universiteit van Leuven in een working paper in de reeks van Wine Economics: "The political economy of Geographical Indications".
Ze gaan in hun betoog uit van 4 aananmes: een groter gebied leidt tot meer productie en lagere prijzen (misschien goed voor de consument en de producent), bij een groter gebied kunnen de vaste kosten (van marketing en controle op het label) over meer productie worden verdeeld (goed voor een lager prijsverschil met andere producten), een groter gebied kan leiden tot een lagere (of meer heterogene) kwaliteit, zowel echt als door de consument ingeschat en dat verlaagt de betalingsbereidheid bij consumenten, en tot slot: de overheid stelt de grenzen vast en is gevoelig voor lobby. Dat laatste betekent dat er insiders en outsiders zijn.
Niet op voorhand is op basis van theorie vast te stellen of het politieke evenwicht wel uitkomt op het sociale optimum, of dat er teveel geluisterd wordt naar de welvaart van de producenten, of dat van de insiders die bij het politieke proces betrokken zijn.
De onderzoekers pleiten ervoor dat de grenzen van het wijngebied of het aardappelras dus niet alleen afhangen van het kalkgehalte van de grond of de gemeentegrens, maar ook van bv. de betalingsbereidheid van de consument bij verschillende volumes en kwaliteiten.
Lijkt me ook, maar mits je er een goed marketingverhaal bij kunt blijven vertellen, zo vermoed ik.
Ze gaan in hun betoog uit van 4 aananmes: een groter gebied leidt tot meer productie en lagere prijzen (misschien goed voor de consument en de producent), bij een groter gebied kunnen de vaste kosten (van marketing en controle op het label) over meer productie worden verdeeld (goed voor een lager prijsverschil met andere producten), een groter gebied kan leiden tot een lagere (of meer heterogene) kwaliteit, zowel echt als door de consument ingeschat en dat verlaagt de betalingsbereidheid bij consumenten, en tot slot: de overheid stelt de grenzen vast en is gevoelig voor lobby. Dat laatste betekent dat er insiders en outsiders zijn.
Niet op voorhand is op basis van theorie vast te stellen of het politieke evenwicht wel uitkomt op het sociale optimum, of dat er teveel geluisterd wordt naar de welvaart van de producenten, of dat van de insiders die bij het politieke proces betrokken zijn.
De onderzoekers pleiten ervoor dat de grenzen van het wijngebied of het aardappelras dus niet alleen afhangen van het kalkgehalte van de grond of de gemeentegrens, maar ook van bv. de betalingsbereidheid van de consument bij verschillende volumes en kwaliteiten.
Lijkt me ook, maar mits je er een goed marketingverhaal bij kunt blijven vertellen, zo vermoed ik.
woensdag 10 december 2014
Pitch met / voor NABC
Voor wie een goede aanpak zoekt voor een Pitch: Stanford heeft daar ooit het NABC-tje voor ontwikkeld. Hier een link naar een instructief videootje op YouTube, en een slideshare.
dinsdag 9 december 2014
GLB en de werkgelegenheid.
De 50 mlijard euro die we aan landbouwbeleid uitgeven is o.a. bedoeld om de landelijke werkgelegenheid in stand te houden. De vraag is dan natuurlijk of het ook dat effect heeft.
Je kunt daar tal van redeneringen voor opzetten: door de GLB-betalingen wordt er meer met landbouw verdient dan zonder en dus is het aantrekkelijk boer te blijven of te worden en niet wat anders te gaan doen. Het inkomen is door directe betalingen ook zekerder geworden, dat telt ook.
Anderzijds: een deel van de premies komt niet bij boeren terecht maar bij grondeigenaren of bij consumenten en leveranciers van inputs (omdat de productie uitbreidt als die winstgevender is). De jaarlijkse ontvangst van een fors bedrag helpt toch weer bij het kopen van een nieuwe grotere combine, zodat er een personeelslid kan afvloeien. De geleerden zijn het er niet over eens hoeveel er wegvloeit, sommigen schatten met name het effect op grond- en pachtprijzen hoog in, anderen denken toch dat 60 a 90% bij boeren terecht komt.
Kortom tijd voor enkele economen om de computer aan te zetten en eens te gaan rekenen. In een nieuw paper in de ERAE komen Olper et al. tot de conclusie dat over de periode 1990-2009 het GLB duidelijk in staat is geweest arbeid in de landbouw vast te houden. 1% meer budget betekent een daling van de uitstroom met bijna 0,2%,. Per jaar houdt het GLB 27.000 mensen / banen in de landbouw vast. Het effect van pijler 1 is daarbij veel sterker (per euro) dan van pijler 2.
Overigens was de onderzoeksperiode die van de aan productie gekoppelde (historische) directe betalingen. Die zijn vervangen door de flat rate. De auteurs wagen zich niet aan een speculatie wat dat voor hun becijferingen betekent. Mijn taxatie zou zijn dat de effectivitiet wat is afgenomen. En eigenlijk moet je, zoals het paper deels doet, kijken naar de werkeloosheid. Als die hoog is, wil je veel banen in de landbouw behouden, maar is daar ook minder subsidie voor nodig: de prikkel om te vetrekken is minder groot.
zie: Alessandro Olper, Valentina Raimondi, Daniele Cavichioli en Mauro Vigani: Do CAP payments reduce farm labour migration? A panel data analysis acroos EU regions. In: ERAE 41-5, December 2014
Anderzijds: een deel van de premies komt niet bij boeren terecht maar bij grondeigenaren of bij consumenten en leveranciers van inputs (omdat de productie uitbreidt als die winstgevender is). De jaarlijkse ontvangst van een fors bedrag helpt toch weer bij het kopen van een nieuwe grotere combine, zodat er een personeelslid kan afvloeien. De geleerden zijn het er niet over eens hoeveel er wegvloeit, sommigen schatten met name het effect op grond- en pachtprijzen hoog in, anderen denken toch dat 60 a 90% bij boeren terecht komt.
Kortom tijd voor enkele economen om de computer aan te zetten en eens te gaan rekenen. In een nieuw paper in de ERAE komen Olper et al. tot de conclusie dat over de periode 1990-2009 het GLB duidelijk in staat is geweest arbeid in de landbouw vast te houden. 1% meer budget betekent een daling van de uitstroom met bijna 0,2%,. Per jaar houdt het GLB 27.000 mensen / banen in de landbouw vast. Het effect van pijler 1 is daarbij veel sterker (per euro) dan van pijler 2.
Overigens was de onderzoeksperiode die van de aan productie gekoppelde (historische) directe betalingen. Die zijn vervangen door de flat rate. De auteurs wagen zich niet aan een speculatie wat dat voor hun becijferingen betekent. Mijn taxatie zou zijn dat de effectivitiet wat is afgenomen. En eigenlijk moet je, zoals het paper deels doet, kijken naar de werkeloosheid. Als die hoog is, wil je veel banen in de landbouw behouden, maar is daar ook minder subsidie voor nodig: de prikkel om te vetrekken is minder groot.
zie: Alessandro Olper, Valentina Raimondi, Daniele Cavichioli en Mauro Vigani: Do CAP payments reduce farm labour migration? A panel data analysis acroos EU regions. In: ERAE 41-5, December 2014
zondag 7 december 2014
Italiaanse cijfers
In oktober kreeg ik bij een bezoek van de collega's van het INEA, het Italiaanse LEI, het zakboekje Italian Agriculure in 2013. Een handige dwarsligger (qua formaat) met grafieken, tabellen en wat tekst. Van de omvang van de agro- en foodsector tot het aantal overnachtingen op boerderij-verblijven.
Al bladerend leerde ik dat de Italiaanse landbouw net als hier minder dan 2% van de economie bedraagt. Maar terwijl wij het agrocomplex op maximaal 10% schatten, citeert INEA het Italiaanse Bureau voor de Statistiek ISTAT en komt op 17%. Daarvan wordt 40% gerealiseerd (naar schatting staat erbij) door de retail (marketing and distribution). De kleinschalige distributiestructuur met relatief hoge prijzen zal helpen, maar ik weet ook vrijwel zeker dat dergelijke methodologie niet geharmoniseerd is in Europa.
zaterdag 6 december 2014
Gerst in Tibet
Het heeft al tal van kranten en nieuwsbladen gehaald, hoewel het ook weer niet zo schokkend is: dat de verovering van de planeet door de mens afhankelijk was van landbouw. En dan niet alleen de hoeveelheid productie, maar ook de diversiteit. Recent onderzoek gepuliceerd in Science door de Chinezen Chen Fahu en Dong Guanghui illustreert het weer eens: Tibet is veroverd dankzij de gerst.
Zo'n 3600 jaar geleden was de hoogvlakte van Tibet een jachtgebied, maar voor landbouw was het te koud. De rijstteelt en milletteelt bracht de mens tot 3.000 meter hoogte, daarboven was langdurige bewoning niet mogelijk. En hoewel er al 20.000 jaar op de hoogvlakte wordt gejaagd, was die teelt tot 3.000 meter ook nog maar zo'n 5500 jaar oud.
Omdat het 3600 jaar geleden kouder werd, had de bewoningsgrens moeten zakken. Maar hij bleek te stijgen naar 4.700 meter hoogte. Omdat de Tibetanen de beschikking kregen over gerst, dat welliswaar een langer groeiseizoen heeft dan millet, maar wel tegen enige vorst kan.
The Economist 22.11.2014
vrijdag 5 december 2014
duurzaamheid en ketenorganisatie
De paneldiscussie die ik hier gister rapporteerde was nog al eenduidig in zijn conclusie, met Franse, Engelse en Scandinavische (en Nederlandse) inbreng zien we dat er een duidelijke trend is ontstaan in het organiseren van de supply chain:
- het succes van de productiestijging in de jaren 50 en 60 bracht ook milieu-nadelen mee, bleek deels niet-duurzaam, leidde in economenjargon tot negatieve externalities.
- mede onder politieke lobby van het systeem was de overheid niet in staat dat te corrigeren met regelgeving of belastingen, zodat we niet meer de echte prijs voor ons voedsel betalen
- sinds de jaren 90 is bij een groep burgers (en werknemers van bedrijven) het inzicht gegroeid dat men er dan of zelf via aankopen of via legitimeren of dulden van NGO's wat aan moet doen
- bij bedrijven gaat dat in eerste instantie ook gepaard met kostenvoordelen, inputs worden vervangen door management (wat niet helemaal gratis is overigens).
- retailers en food processors gaan daarmee meer eisen stellen aan ingekochte producten, omdat grootste onduurzaamheid bij boeren zit, daar is door weer en in open veld de productie meest onduurzaam en is veel te leren van best practices.
- daarmee zijn ze gedwongen de businessmodellen en vooral de supply chain te veranderen. Handel is vaak anoniem en als je geen paspoorten bij batches producten hebt (waar met ICT is vastgelegd hoe duurzaam is geproduceerd), krijg je dus kortere ketens met dikkere contracten die voor het bedrijf (niet noodzakelijk voor de consument) transparantie oplevert.
- daarmee krijgt retailer of food processor ook een zorgplicht over die groepen arme boeren in ontwikkelingslanden die het zo aan zich bindt.
- overigens is er nog de nodige verwarring waar wat beter werkt als het gaat om het reputatiemechanisme: is het vooral B2B en moet je vooral Mars als merk of AH (Puur en Eerlijk) communiceren (en naar NGO en in jaarverslag verantwoording afleggen) of moet je je product volhangen met tal van logo's? Wat ook weer invloed heeft op de business-modellen van de logo-houders.
Abonneren op:
Posts (Atom)
