dinsdag 23 april 2013

De toekomst van het gezinsbedrijf

Ik meldde hier al dat ik vorige week bij Flynth een lezing gaf over het gezinsbedrijf. Waarbij ik werd aangekondigd als internationaal trendwatcher, maar dat is wat teveel eer.
Mijn belangrijkste punten zijn verwoord in een blog die we vandaag op de website van LEI Wageningen UR hebben gezet. Met een toepasselijk fotootje.

Ook mooie input voor een discussie op Foodlog over de vraag of de crisis in de glasgroenteteelt een rondje consolidatie en schaalvergroting is, in het steeds beter beheersbare productieproces (en blijkbaar lastig beheersbare marktdynamiek). Ik denk van wel: grote bedrijven die slecht gefinancierd blijken gaan onderuit, grotere die net wat minder risico in de financiering hebben genomen overleven of kunnen zelfs groeien door relatief goedkope consolidatie en de kleintjes zingen het uit maar hun opvolgers stemmen met de voeten en nemen niet over. Enkelen ontwikkelen misschien een nieuw businessmodel met streekproducten of een andere niche. Of redden het door innovatie met een nieuwe variant tomaten of kousenband. Dat karakteristieke beeld van agrarische crises zal ook deze keer weer opgaan, zo schat ik in.

maandag 22 april 2013

Japan en Peru

The Economist van 13 april had voor de in landbouweconomie geinteresseerde een paar boeiende artikelen. Zoals een verhaal over de landbouw in Japan in het kader van de onderhandeling in de Trans-Pacific Partnership die de hoge tarieven dreigt af te breken. Van de 1.5 mln boeren zijn er 420.000 full time. Met name in rijst is de verdeling zo scheef. De structuur is ontstaan na WO II via een landhervorming waarin grootgrondbezit verdeeld is in plots van 3 ha. Dat was uitstekend voor de productiviteit en ondersteunde de opbouw van het land. Het idee was dat er daarna wel een exodus naar de stad zou ontstaan, maar de stijgende grondprijzen maakten het aantrekkelijk de grond niet te verkopen. De regels voor de grondmarkt zijn weinig flexibel en nu is de structuur verpest en ligt er ook wel 10% verwaarloosd bij, terwijl part-timers slechte resultaten halen.

Interessanter nog is een verhaal uit Peru. Daar illustreert een studie van een oud-president van de Centrale Bank, Richard Webb (Conexion y Despeque Rural) weer eens dat investeren in infrastructuur zeer aantrekkelijk kan zijn omdat het plattelanders op de markt aansluit. Arbeidsproductiviteit (en dus netto toegevoegde waarde of wel inkomen) per hoofd verdubbelt als je het arme platteland met een kleine stad vergelijkt, en nog een keer als je dat stadje met de hoofdstad (Lima) vergelijkt. Geen wonder dat mensen naar de stad trekken.
Maar over de laatste 10 jaar is het inkomen op het platteland sterker gestegen dan in de stad (7.2% versus 2.8% in reele termen per jaar). In 176 van de armste regios steeg het loon van landarbeiders met 73%, de prijs van een ha met 88% en een huis in het dorp met 166%.
Reden: de reistijd tussen stad en platteland ging terug van 9 naar 4,5 uur. Als gevolg van een uitgebreid wegenbouw-programma in de jaren 90. En daarna kwam nog de mobiele technologie: het percentage mensen met een telefoon steeg van 2 naar 54%.
Het gevolg: markten gingen werken, mensen werkten op het land en in de stad (beide part-time, soms met twee huizen) en specialisatie nam toe. Voor economen geen nieuws, maar fraai geillustreerd

zondag 21 april 2013

transformative scenario planning

Op mijn LinkedIn (iedereen heeft zijn eigen versie, niet van de software maar van wat de software je toont) wees van de week iemand op een nieuw boek (uit 2012 althans) uit de Shell scenario school:
Transformative Scenario Planning van Adam Kahane. Een excerpt staat op internet.
Traditionele scenarioplanning gaat over wat er zou kunnen gebeuren. Hier gaat het om wat er Moet gebeuren. (should, will happen)

zaterdag 20 april 2013

groentenpuree

Op foodlog verscheen een interessant artikel van journaliste Pieternel van der Velden. Naar aanleiding van problemen bij FresQ.
Van der Velden consteert dat het klassieke recept van kostprijsverlaging via schaalvergroting is gevolgd (na de productvernieuwing in de jaren 90 met nu 90 typen tomaten, zo denk ik dan)..
Dat is (weer eens) doorgeschoten omdat er een aantal zaken erg ondersteunend waren: de goedkope rente en de wens van banken om (eventueel via vernieuwende (lease)constructies) te financieren; de liberalisering van de energiemarkt waarbij op basis van de WKK electriciteit verkocht kon worden (de tuinbouw spaarde een energiecentrale uit), en de GMO subsidies. Een miljard sinds het in het leven roepen van die regeling, waarvan de helft in de laatste 6 jaar. Van der Velden citeert een LEI rapport uit november 2011 waarin geanalyseerd wordt dat die gelden niet zozeer aan product- en marktontwikkeling werden besteed maar aan investeringen in duurzame goederen, vooral rond milieu. Type electrische vorkheftruc bij wijze van spreken (zo herinner ik me uit mijn Nautilus-tijd). Met vermoedelijk de nodige crowding out: de vorkheftruc was toch wel gekocht.
Inmiddels hebben sommige telersvereniging de regeling zodanig  uitgevoerd dat ze subsidies terug moeten betalen en als subsidiegerechtigde van de lijst gehaald worden (of de eer aan zichzelf houden).  En dan zijn er nog illegale prijsafspraken gemaakt die de NMA beboet.
De laatste twee aspecten (typen overtredingen) lijken op die van een kat in het nauw. In ons cooperatieproject is een vergelijking met Vlaanderen uitgevoerd, die hebben vastgehouden aan het veilingsysteem en besteden GMO gelden im de regel alleen op veilingniveau, en kennen geen aanspraken toe aan individuele telers. Interessante vraag wat de beste strategie is geweest, en in hoeverre die beslissing over de inrichting van GMO tot bepaald gedrag heeft aangezet.
Van der Velden constateert de 'de (Porter)cluster naar de kloten is".  Dat moet m.i. nog maar blijken. De ondergang van Lotus123 of Yahoo en de ups en downs van Apple hebben de ICT cluster in Silicon Valley niet om zeep geholpen.
Er vindt sanering plaats en sommige telers worden zetbaas van een handelaar, zo begrijp ik. Ook dat gebeurde in eerdere crises. Het glas blijft, een aantal ondernemers en toeleveranciers van kassen e.d. sneuvelt. De eigenaren en schuldeisers bloeden. Na opschoning van de balansen draait men weer verder - een typisch kenmerk van een vaste kosten industrie met booms en busts. Die dit keer extra diep is door de factoren die Van der Velden zo mooi beschrijft met de EHEC als onstekingsmechanisme.

woensdag 17 april 2013

het Gezinsbedrijf

Over deze sheet waren we het vanmiddag wel eens - op een studiemiddag bij Flynth, in Valburg, ter ere van het 25-jarig jubileum van Vakdirecteur Agro ir. Jan Breembroek. Het thema was hoe het Gezinsbedrijf zich ontwikkelt. Een mooie case van een ondernemer / onderneming Agro Giethoorn, de academische literatuur en een trend-duiding van mijn hand en een bijdrage van ZLTO voorman Hans Huijbers over gezinsbedrijf toen en nu: wie heeft de zeggenschap.
Alle sprekers kwamen uit op het punt dat het traditionele gezinsbedrijf zich tot een mkb-achtig, gezinsbedrijf+ met daadkrachtige ondernemers ontwikkelt. Een uitdaging voor de adviseurs. En het onderzoek. Volgend jaar het VN Jaar van het gezinsbedrijf. We moesten het maar eens opschrijven, zo besloten we onder de borrel. En verder was het een mooie netwerkbijeenkomst.

zaterdag 13 april 2013

P-Nuts

Oproep van een van de genomineerden, voor wie graag zijn stem wil laten gelden: in het Amsterdamse loopt een stemming voor duurzame energie-initiatieven onder de titel P-Nuts (spreek dit op zijn Amerikaans uit). Waaronder iets met duurzame energie in de tuinbouw en op nummer 45 een mini-Rondeel op de Zuidas. Wie de banken met pluimvee wil aanvullen moet er dus als de kippen bij zijn. Stem hier.

Luistertip: het onvolprezen Peanuts van the Four Seasons (featuring Franki Valli)

vrijdag 12 april 2013

beleidsadvies in stelling

Maandag hoopt in Wageningen mijn oud-collega Derek Eaton te promoveren op Intellectual Property Rights in de plantensector. Ik citeer met instemming een van zijn stellingen waartegen kan worden ge-opponeerd;
"The practice of policy analysis without scientific method, even by those with scientific authority, differs little from the practice of politics"

woensdag 10 april 2013

aardappeleters

Voedselvorser Wouter Klootwijk schreef maandag in de NRC een stukje over Hoeksche Rooie, een culinair aardappeltje uit de Hoekse Waard.
Naast dit nieuws over de aardappeltelers had Klootwijk ook een opvallend inzicht over de aardappeleters, de bekende van Van Gogh. Veel mensen zien in het schilderij een aanklacht tegen de armoede. Klootwijk werd dat op de kunstacademie ook zo geleerd. Die interpretatie zit in ons hoofd maar blijkt helemaal niet waar te zijn. Vincent schreef aan zijn broer Theo dat hij met het schilderij geprobeerd heeft vast te leggen hoe de mensen onder de olielamp zaten te genieten.
De Aardappeleters van Van Gogh blijkt dus niet te gaan over uit armoede aardappelen moeten eten, maar over genieten van de goede smaak of op zijn minst van een eenvoudige doch voedzame maaltijd.

maandag 8 april 2013

boeren en boerinnen gezocht

Ik kreeg een mailtje van Heidi en Marleen - dat blijken twee journalisten te zijn die schuil gaan achter het bureau Little Birdie, met een fraaie website. Ze specialiseren zich in het vinden van interessante cases voor reportages in bladen als de Margriet, het FD, de Flair en Metro. En nu zijn ze opzoek naar boeren en boerinnen die in een belangrijke periode van hun leven zitten en een kijkje in het boerenleven anno 2013 willen geven. Wie dus als ambassadeur iets van de dynamiek van de landbouw wil laten zien, neme contact op. Met betrokken bureau.

zondag 7 april 2013

valken

Zeeland 22.1, uitgave van het Zeeuws Genootschap, bevat een aantal lezenswaardige artikelen, o.a. over de Middelburgsche Commercie Compagnie. Verder blijkt er een desurbanisatiedebat waaruit ik opmaak dat na de bloeiperiode in de Gouden Eeuw steden, althans in Zeeland, sterk terugvielen en de agrarische sector aan (relatief) belang won. Daarna kwam pas eind 19e eeuw de modernisering. En politiek viel Nederland na de 16e eeuw uiteen in een Republiek van burgers in het westen en een Republiek van Adel in het oosten. Ofwel de traditionele fasen: landbouw, steden, handel / industrie, dienstverlening gingen hier niet in die volgorde op. Opvallend is de polemische toon in dit desubarnisatiedebat, onderhuids gaat het blijkbaar om provinciale Calimero-effecten of de vraag hoe je het gebied verder ontwikkelt (groen/blauw of transport en industrie)

Enfin, tot de opvallendste boekbesprekingen in het blad behoort de signalerin van een aanwinst van een boekje over de Valkerij (E. Meijer: Valkerij: topsport in vogelvlucht). Daaruit leer ik dat -what's in a name- Valkenswaard ooit het Europese centrum van deze activiteit was. Valkerij was er voor de hoven van Europa, en hoewel de hofcultuur in Nederland niet van belang was, vond je wel Valkenwaardse valken en valkeniers aan vrijwel alle hoven van Europa. Althans tot zo ongeveer de tijd van de Franse Revolutie - toen ging het hard achteruit met de aristocratie en rijke bourgeous gingen jagen met het inmiddels verbeterde jachtgeweer. Die noveau riche zag de valk als concurrent, niet als jachtmiddel.

Dat roept de vraag op Waarom Valkenswaard ? Wat waren de unieke concurrentievoordelen van dit Brabantse plaatsje ? Zeeland 22.1 geeft daarop geen antwoord. Maar de wiki doet weer wonderen: de regio blijkt op de trekroute van de slechtvalk te liggen. Die trekroute is langer dan de Leenderheide, maar die had nog twee troeven: van nature komt ook de klapekster hier voor, die de komst van de valk verklapt en daarom bij de vangst wordt ingezet (zie de wiki voor de details van het ingewikkelde vangstproces). En -leuk voor institutioneel economen- de Kempen kende het gewoonterecht dat de gewone man mocht jagen op klein wild en gevogelte buiten de vrije warande (de formele jachtgebieden). Deze vrijheid in het feodale jachtrecht gaf dus de mogelijkheid tot een vergaande specialisatie en uniek exportproduct.

Tot slot: weer eens een luistertip, nu er weer een koude record is gebroken in deze lange winter: het liedje waarmee Willeke Alberti op het Knokke songfestival van 1964 stond: De winter was lang.. (later ook nog eens gecovered door Hepie & Hepie)..

vrijdag 5 april 2013

Naakte statistiek

Paashaas uit eigen tuin
Even een boekentip. Een recensie in The Economist bevat een lovende bespreking van 'Naked statistics: stripping the dread from the data", van Charles Wheelan. Geen formules maar uitleg voor het krijgen van gevoel voor statistiek. Het doel van statistiek staat voorop, niet de elegantie ervan.
Met 'silly humour' - als de Britten dat zeggen dan zal het wel. Eerder verscheen van dezelfde auteur Naked Economics. Een titel die het in de vliegveldboekhandels ongetwijfeld ook goed doet.

donderdag 4 april 2013

Mais

Bijgaand fotootje nam ik zondag in het Antropologisch Museum in Mexico-Stad. Een van de vele kunstwerken die er staan waarin mais een belangrijke rol speelt. Mais is de plant die Mexico voor de wereld veredelde. Nu is men overigens netto importeur. Van mijn gastheren en  -dame kreeg ik een fraai koffietafel boek cadeau met foto's van Mexicaanse kunst door de eeuwen heen met als centraal thema: El Maiz, het zal hier niet te krijgen zijn, maar evengoed aanbevolen.

dinsdag 2 april 2013

Groeten uit Mexico

Bijgaand een fotootje dat ik eerste Paasdag in Mexico-Stad nam van het immense stadsplein (de Zocalo, hoewel dat niet de officiele naam is). Ik was er om op 1 april (geen grap, Tweede Paasdag is een werkdag in Mexico) deel te nemen aan het start-seminar van de vijf-weekse cursus over innovatiemanagement in de agrarische sector. Dertig studenten uit Latijns-Amerika die hun werk onderbreken (velen waren al wel een decennium geleden afgestudeerd, soms aan een Amerikaanse universiteit met een PhD) om deze training aan de Autonome Universiteit van Mexico te doen.
Ik mocht op het openingsseminar een key-note lecture geven over innovatiemanagement en onze Europese AKIS ervaringen. En optreden als reviewer / commentator op een Mexicaanse zelf-diagnose over wat er goed en fout gaat in hun nationale agrarische innovatie-systeem.
Mooie gelegenheid om de zondag de stad te bekijken. Die is heel wat veranderd sinds ik er in 1980 voor de laatste keer als student met de Economische Faculteitsvereniging van de EUR op een drieweekse studie-trip was. Nog groter, drukker en duidelijk welvarender. Met nog steeds als culturele hoogtepunten de kathedraal, het paleis van de natie, en -wat mij betreft- het Antropologisch Museum, een van de mooiste archeologische musea ter wereld. De opgravingen in Chitzen Itza, Palenque en andere plekken zagen we al eerder, het museum toont de schatten.

nog meer eigendomsrechten

In de gisteren hier beschreven Robinsonade leerden we dus de regel dat bij eigendomsrechten geldt: wie her eerst komt, die het eerst maalt. De laatkomer heeft pech als het eigendomrecht al is geclaimd / gevestigd. Dat verhoogt de rechtzekerheid, je hoeft geen rekening te houden met wie er later nog op het toneel verschijnt.

Het levert ook discussie op met het werk van Ronald Coase c.s. Die liet zien met een voorbeeld van een brandbaar tarweveld en een vonkende spoorbaan / trein dat het voor een efficiente oplossing (anti-vonk kappen op de trein of een strook set aside langs de spoorbaan) niet uit maakt waar de aansprakelijkheid (dus de eigendom) ligt - als er althans geen transactiekosten zijn. De partijen zullen kiezen voor de meest efficiente oplossing door de ander te betalen als dat goedkoper is. Het heeft dus dan ook geen zin om te denken in goed en kwaad.
Voor de inkomens/welvaartsverdeling maakt het natuurlijk wel uit wie de rechten heeft. Ook bij niet-verhandelbare eigendom (bv. het bezit van een unieke bloementuin waarin de eigenaar veel heeft geinvesteerd voor eigen plezier) lijkt de klassieke theorie een betere opvatting van de Coasiaanse.

Hoppe, auteur van een paper in het hier besproken boek, verzet zich dan ook tegen het advies van Coase, Posner en anderen om bij positieve transactiekosten de rechten in een geschil toe te kennen aan de partij met de goedkoopste remedie om het probleem op te lossen. Wat hem betreft telt de historie: wie er het eerst was heeft een recht. De nieuwkomer die een probleem veroorzaakt en de goedkoopste mogelijkheid heeft om de overall schade te beperken, kan daar niet een recht aan ontlenen (als de oudkomer daar geen boodschap aan heeft).

maandag 1 april 2013

Robinsonade

Robinsonades lees je niet zoveel meer, maar in het boek over eigendomsrechten (zie de vorige blog) kwam ik een mooie tegen. Eentje die een geloofwaardiger verklaring geeft voor het ontstaan en bestaan van eigendomsrechten dan de cultuur of religie als bron.
Economen gebruiken denkmodellen die de werkelijkheid versimpelen om tot de essentie door te dringen. Een mooie vorm is de Robinsonade waarin we ons verplaatsen naar de situatie van Robinson Crusoë op zijn onbewoonde eiland. Als daar alles gratis voor handen is (net als bij ons zuurstof), dan is er bijna geen economisch handelen (“Bijna”  omdat ook Robinson keuzes moet maken: ga ik kokosnoten plukken en schillen, of vissen of lekker op het strand liggen?).
Welnu, zijn er in zo’n situatie eigendomsrechten – als je aan niemand iets kunt verkopen?  Het antwoord is nee. (Juridisch misschien wel, maar economisch niet: een recht is niet tot waarde te brengen bij gebrek aan kopers).
Dan verschijnt Vrijdag ten tonele. Verandert dat de zaak? Als er geen schaarse goederen zijn, is het antwoord ook nee: Robinson kan niets iets doen dat een conflict met Vrijdag oplevert omdat die in zijn gebruik van goederen wordt belemmert. Zo’n conflict kan alleen ontstaan als iets schaars is.
Pas bij een conflict moeten er regels komen om conflict-vrije samenwerking mogelijk te maken: wat is van jou, wat is van mij? Zonder potentiele conflicten (en dus schaarste) hebben eigendomsregels geen zin.
Maar ook in deze tuin van Eden zijn er twee schaarse zaken: het fysieke lichaam van een persoon en de plaats waar hij/zij staat. Daarvan hebben Robinson en Vrijdag er allebei maar 1, en het zou kunnen zijn dat Robinson wil staan waar Vrijdag staat, of andersom. En dus moet er een regel komen voor sociale orde.
In de Robinsonade is de voor de hand liggende (en juiste) regel: iedereen mag zijn lichaam op een plek neerzetten waar hij maar wil, als er maar niet al iemand anders staat. Wie er het eerst was heeft een recht en opgestaan, plaatsje vergaan.
En zo werk het in de grote wereld met meer schaarstes: wie als eerste door arbeid in de meeste ruime zin van het woord een goed of plek in bezit neemt die nog niet van iemand anders is, is eigenaar en vanaf dat moment kan er alleen vrijwillig (via contracten) worden overgedragen (geruild).
Er zijn geen echte alternatieven. Als je niet-eigenaar van je eigen lichaam zou zijn (en mag bepalen wat je ermee doet en mee maakt) dan is of iemand anders eigenaar (en dan erkennen we uber-menschen en unter-menschen, plantage-eigenaren en slaven) of iedereen gezamenlijk is eigenaar van ons allen. Zo mondiaal bezit gaat niet werken, want je moet iedereen dan om toestemming vragen om een stap te verzetten en niemand kan die toestemming geven zonder eerst ook weer iedereen toestemming te vragen – je bent immers geen eigenaar van je eigen wil. Mooi werk, zo’n filosofische Robinsonade.