donderdag 13 oktober 2011

biologisch vlees in China

Soms zijn er van die krantenberichten die om meerdere reden interessant zijn. Zoals het bericht op de voorpagina van het Financial Times' katern Companies & Markets van dinsdag: "China shuts seven Walmart stores in pork row".
Dat het Amerikaanse Walmart winkels in China heeft is voor de lezers van het roze zakenblad niet zo'n verrassing. Dat de Chinese staat ze sluit misschien ook niet maar wel de reden: ze zijn 14 dagen dicht "to focus on implementing corrective actions". Die zijn nodig omdat er in de winkels conventioneel varkensvlees om te labellen naar biologisch varkensvlees. Dat omkatten is misschien op zich niet zo''n verrassing in het land waar copyright en right to copy spreekwoordelijk aan elkaar gelijk zijn (en het beboeten van winkels voor het omlabellen van producten over de datum niet ongebruikelijk is), wel dat men biologisch varkensvlees heeft, en dat er blijkbaar veel vraag naar is.
Die vraag komt voort uit het zoveelste voedselschandaal waarin varkens met giftig veevoer zijn gevoerd. Dat is misschien niet zo'n verrassing. Heeft China een biologisch accreditatie-systeem dan? Nee dat nu ook weer niet, de certificatieorganisatie neemt genoegen met een enveloppe met geld, zo meldt de FT.  Kortom in dit artikel komen veel problemen van zo'n land bij elkaar.
Er is dus een grote markt voor producten uit Europa, zo krijg je de indruk - mits je in staat bent het label te garanderen (een rfid chipje dat je op je mobiel kunt uitlezen?)

woensdag 12 oktober 2011

Nobelprijs

De Nobelprijs Economie gaat dit jaar naar de macro-economen Christopher Sims en Thomas Sargent. Die bouwden onafhankelijk van elkaar in hun macro-economische modellen voort op het idee van Robert Lucas over rationele verwachtingen: burgers laten zich niet bedriegen en schatten de effecten van overheidsbeleid in, zodat dat beleid minder effecties is dan je wel denkt.
Volgens verschillende krantencommentaren lijkt het nogal gek in deze crisis de prijs aan macro-economen te geven, nu die modellen niet in staat zijn geweest de crisis te voorspellen, laat staan te voorkomen. Macro is even uit. Toch, zo geven de betere kranten aan, is het signaal nog niet zo gek: een deel van het huidige crisisbeleid kon ook wel eens weinig effectief zijn omdat mensen verder kijken dan het onmiddelijke effect. En dus toch lekker hun schulden blijven aflossen en niet gaan consumeren.
Zoals de Financial Times dinsdag schreef: deze modellen met rationele verwachtingen constateren wat ook president Abraham Linconln al zei: you can fool some people all of the time, and all of the people some of the time. But you cannot fool all of the people all of the time.

maandag 10 oktober 2011

Data issues

Een werkdag in het teken van data, en dus een goede gelegenheid om te citeren uit het blad E-Data & Research, jaargang nummer 6. Dat blad wordt me 3 keer per jaar toegezonden door een aantal organisaties zoals CBS, de KB en DANS (dat onderzoeksdata archiveert). Ook online te lezen.
In het bijzonder citeer ik een paar zaken uit een column van Barend van der Meulen van het Rathenau instituut. Allereerst geeft hij een mooie beschrijving van het standaardmodel van wetenschapsbeoefening in dit land, die zich voor hergebruik leent:
"Wetenschappelijk onderzoek wordt verricht door excellente onderzoekers, die samenwerken in onderzoeksgroepen en onderzoeksprogramma's en beoordeeld worden op wetenschappelijke publicaties. Onderzoeksprojecten duren vier jaar, de periode waarbinnen een beginnend onderzoeker een proefschrift kan schrijven. Wetenschappelijke carrieres worden gebouwd op individuele subsidies. Alle prestatiecijfers van de Nederlandse wetenschap laten zien dat dit succes zeer succesvol is".
Waar het gaat om relevantie voor innovatie als ook transactiekosten zijn er overigens wel mensen die daar kanttekeningen bij zetten, maar binnen de internationale wetenschapsbeoordeling is dat inderdaad zo.

Van der Meulen roept ook een aantal kwesties op rond het dataverzamelen, beschrijven en taxonomie. Taxonomie is in de vorige eeuw in het nauw gekomen, maar lijkt aan een revival bezig. Goede data leiden tot interessante onderzoeksvragen. Open access van databases helpt. Tot de netelige kwesties rekent Van der Meulen:
database-beheer: zijn we binnen universiteiten in staat om de continuiteit van databases te organiseren?
eigendom en toegang: zijn we in staat deze te regelen. Zijn de data van de onderzoeker, de onderzoeksinstelling, de financier, of misschien wel van de data (de beschreven patienten, burgers, organisaties) zelf? En wie neemt dan de telefoon op als iemand mogelijkheden ziet voor hergebruik?

Goede vragen die ons nog wel meer dagen zullen bezig houden. Lees hier het blad.

zondag 9 oktober 2011

Voor bij de haard - II

Landbouwbedrijven ontwikkelen zich verder naar "gewone" mkb-bedrijven. Een nieuw bewijs daarvan is een nieuw blad voor agrarische ondernemers dat zich niet bezig houdt met agrarisch nieuws, of vaktechniek, laat staan met het gezellige en minder gezellige boerderijleven en human interest, maar met ondernemerschap. Een cross-mediale uitgave bij de website BoerEnBusineness.

Boerenbusiness gaat volgens de uitgever "over markten, management, fiscale- en juridische items, netwerken en financiële kwesties. Vraagstukken die de professionele agrarische ondernemer bezig houden.’ Als columnist van de website werd ik gevraagd een opinie-stuk bij te dragen. Dat gaat over hoe mensen tegen risico aankijken, dat het ondernemers er niet zijn om risico te dragen maar het te reduceren, dat het onderscheid van Frank Knight tussen risico en onzekerheid wat kunstmatig is en al helemaal als wij onderzoekers prijsrisco meten aan ex-post volatiliteit terwijl de boer van te voren weet dat de varkenscyclus bestaat en dat dus geen groot risico is en deels ex-ante wordt afgedekt, en dat stress testen van je bedrijf op black swans (zoals Ehec of Europese desintegratie) zinvol is.
Dat is al reden genoeg het proefnummer aan te vragen ;-) En nu maar hopen dat de ontwikkeling naar nog professionelere landbouwbedrijven doorzet.

zaterdag 8 oktober 2011

Terug naar Zocher

Na dertig jaar was ik vandaag even terug aan de Zocherstraat in Alexanderpolder. Niet dat ik er nu zover vandaan woon, maar er was nooit een reden, tot we vandaag in het winkelcentrum van het Lage Land moesten zijn.
Het studentenhuisvestingscomplex is nauwelijks veranderd, alleen de parkeerhaventjes aan de buitenkant waren in gras veranderd. Zouden studenten weer fietsen?. En de trappenhuizen waren van een deur met slot voorzien. Maar het cafe was er nog. Geen idee of er af en toe nog met eieren over de parkeerplaats wordt gegooid. Maar de eierman, die zo op de econometrist Jan Tinbergen leek, dat hij eind jaren 70 zo werd genoemd, is ongetwijfeld niet meer actief.
Wel nog in bussines is de Albert Heijn, waar we ooit om 5 voor 6 (toen sluitingstijd) de aanbieding van de restanten van de dag haalden en daarna lang discussieerden over het gezondheidsrisico van het eten uit gedeukte blikken. Het assortiment was er enigszins gewijzigd, er worden duidelijk meer multi-culturele producten verkocht. Maar ook nu zag ik er een winkelende student die met vriendin (?) met onvervalste Brabantse tongval inkopen deed voor het weekendje op bezoek in de havenstad. Soms staat de tijd even stil en viert de nostalgie hoogtij.

vrijdag 7 oktober 2011

Voor bij de haard - I

Onderzoekers worden tegenwoordig geacht meer relevant te zijn voor het bedrijfsleven. Een verzoek voor een "stukje" voor een blad of nieuwsbrief wil dan nog wel eens ingewilligd worden. Zeker als het uit het Flevolandse komt.
Makelaardij Leyten en Van der Linden waarmee we eerder zaken deden, vroeg me een paar weken geleden een bijdrage voor hun nieuwsbrief. Hier en hieronder mijn bijdrage - voor bij de open haard in dit herfstachtige weekend.


Hervorming Landbouwbeleid


Komende maanden zullen de kranten en vakbladen veel aandacht besteden aan het landbouwbeleid. Dat wordt weer eens hervormd: vanaf 2013 moet het anders. We weten al dat in 2015 het melkquotum wordt afgeschaft en intussen zijn er voorstellen uitgelekt (en hier en daar door de Commissie gepresenteerd) over de direkte betalingen.

Heel onrustig hoeft u er nog niet van te worden: voor zover we nu kunnen inschatten, wordt de hervorming van EU Commissaris Ciolos minder groot dan bij zijn voorgangers MacSharry en Fischler. Een van de redenen daarvoor is dat er nu veel minder externe druk vanuit bv. de WTO is om fors te hervormen.

Natuurlijk is de uitkomst nog ongewis: de ministers moeten er nog over vergaderen en voor het eerst heeft ook het Europees parlement een stevige vinger in de pap. Naast dat parlement hebben ook de milieu- en natuurorganisaties duidelijk aan invloed gewonnen. Al deze partijen hebben dat bereikt door hun huiswerk goed te doen en realistische ideeën in te steken, zo melden observatoren.

De verdienste van de Europese Commissie is misschien wel dat ze de meest wilde suggesties buiten de deur heeft gehouden. Zo willen sommigen terug naar het oude landbouwbeleid en zelfs uit de WTO, maar dat gaat niet gebeuren.

Toch gaat er wel het nodige veranderen. Directe inkomenstoeslagen omdat 25 jaar geleden de graanprijis is gedaald, lijken moeilijk uit te leggen aan de burger – die ziet zijn rechten vaak al na een paar jaar beknibbeld. Het historische systeeem zal dus verdwijnen. De grote verschillen in toeslagen tussen het rijke West- en arme Oost-Europa zijn politiek niet meer te verdedigen. Het zal dus op termijn hier wel wat minder worden. En zeker voor grote bedrijven: voor een maximum per bedrijf (of wat op papier als bedrijf wordt aangemeld) lijkt ook veel draagvlak.

In dat kader lijkt het me terecht dat de EU inzet op meer innovatie: we hebben voor de verbetering van de concurrentiepositie mogelijk meer aan investeren in een goede ontwikkeling van precisielandbouw of de biobased economy dan aan geld naar grondeigenaren schuiven.

Tot slot is te verwachten dat de inkomenstoeslagen meer gekoppeld zullen worden aan zogenaamde groene doelen, zoals het klimaat. In Nederland heeft de SER daar eerder al voor gepleit. Hoever dat wordt doorgevoerd is nog onduidelijk en zal ook wel van de nationale invulling afhangen. Het risico is een nog grotere papierwinkel, en verplichtingen waar je economisch vraagtekens bij kunt zetten. De Commissie wil een eis dat je minstens drie gewassen teelt, naar ik begrijp om tegen te gaan dat grote delen van Europa straks alleen uit snijmais bestaan. Een eis waar we in Flevoland niet zoveel last van hebben, maar die uit economisch opzicht wel raar is: waarom zou iemand via landruil niet alleen granen of alleen suikerbieten mogen verbouwen.

Meer last hebben we van een verplichte natuurbraak van 5% per bedrijf, waar natuurorganisaties voor pleiten en de Commissie oren naar heeft. Als econoom lijkt me dat niet efficient: waarom 5% hoogwaardige grond in Flevoland in natuur omzetten, of in de Veenkoloniën – terwijl de toerist al in Drenthe blijft steken en er juist natuur rond de grote steden nodig is.

Op dit moment wordt er bij grondtransacties maar twee a drie keer de waarde van het toeslagrecht betaald. De voorstellen zoals die nu zijn uitgelekt doen de waarde van het recht op termijn afnemen (egalisatie, meer verplichtingen) maar bieden zekerheid dat het nog jaren meegaat. Kopers en verkopers mogen daar verder mee aan de slag.

donderdag 6 oktober 2011

industrie politiek


uit de omgeving van
de fabriek
 Mooie netwerk bijeenkomst van de FNLI vanmiddag in DeFabrique in Utrecht/Maarssen: de oude kalvermelkfabriek die zich nu leent voor feesten, partijen, congressen en karting.
Of de plek een signaal was weet ik niet, maar het is een mooie aanleiding even te bloggen over industriepolitiek. Ook omdat de plv. SG van EL&I een inleiding hield over het bedrijfslevenbeleid en de noodzaak van innovatiecontracten.
Toepasselijk had The Economist afgelopen zaterdag namelijk een stukje met een paar mooie literatuurverwijzingen over industriebeleid. Iets waar veel economen vraagtekens bij hebben. Het feit dat een overheid de samenstelling van het productiepakket wil wijzigen leidt in hun ogen tot inefficiency, reductie van mededinging, (transactiekosten van) lobbyisme of erger en fabrieken die dingen maken waar niemand op zit te wachten.
Aan de andere kant: waarom zou een land niet kiezen voor de sectoren waar het goed in is? Die specialisatie is een centraal issue in economisch denken. Philippe Aghion van Harvard heeft met anderen een paper geschreven dat beargumenteert dat focussing de mededinging niet doet afnemen, maar ook kan doen toenemen. Je krijgt immers meer bedrijven in dezelfde sector (en misschien wel een Adidas-Puma wedren) in plaats van dat bedrijven een plekje zoeken waar er weinig concurrentie is.
Mooi voorbeeld hoe je van de Systems of Innovation denkwijze tot andere resultaten komt dan vanuit een pure Macro-economische beschouwing.
Dezelfde auteur heeft ook meegewerkt aan een paper waarin een theoretisch model wordt ontwikkeld dat beredeneert dat het zinvol is om subsidies voor duurzaamheidsinvesteringen uit te delen. Neem een product dat met twee verschillende inputs (materialen) gemaakt kan worden, waarbij de ene goedkoper en vervuilender is (bv. benzine in auto's of soya in koeien) en de andere duurder maar schoner (elekrtische batterijen of gras of soya-met-een-enzym-tegen-winderigheid/ammoniak). De markt gebruikt dan natuurlijk het goedkope product dat vervuilt, en zet bovendien een proces in gang van innovatie op dat goedkope product. Dat leidt tot een zichzelf-versterkend effect van een nog goedkoper product, en mogelijk nog vervuilender, zodat het schone maar dure product niet aan de bak komt en niet verder ontwikkeld wordt.
Het klassieke instrument van het belasten (met een accijns) van de vervuiling is dan nodig om het vervuilde product zo duur te maken dat de schade in de prijs zit. Maar dat neemt nog onvoldoende het innovatie-effect weg, en dat kan worden tegengewerkt door het alternatieve product met subsidies of anderszins een beetje te helpen zodat de innovatie daar sneller gaat.

Zie: The Economist: Economics focus Tinker Tailor  1.10.2011
 Posted by Picasa

dinsdag 4 oktober 2011

aardappelen en het klimaat

Door drukte al een tijdje geen column meer voor Boerenbusiness.nl geschreven. Ik liet me inspireren door de aardappeloogst in zomerse omstandigheden voor een nieuwe aflevering

maandag 3 oktober 2011

landbouw versus / met natuur

Ook naar aanleiding van de "kopakkergras-blogs' van vorige week, nog 1 keer over onze kijk op de relatie landbouw - natuur en de beleidsrelevantie daarvan.  Dit omdat in EuroChoices er een mooi verhaal stond over de verschillen tussen de EU en de US in deze.

Er zijn nog al wat verschillen tussen beide blokken: in de EU zien we landbouw en natuur als complementair: ze gaan goed samen, boerennatuur bestaat. In de VS zien ze het als substituten, je doet het een of het ander. Een tweede is dat in de EU landbouwmilieubeleid zich vooral richt op het schade van te intensief landgebruik. De Amerikanen richten zich vooral op het uit productie nemen van grond voor de landbouw, dan kun je er tenminste natuur van maken. Een derde onderscheid is dat de VS aan doelgerichte (targetted) maatregelen doet voor meetbare vervuiling. De EU richt zich veel meer op milieuvriendelijke processen.

De verklaring voor deze verschillen kunnen, zo halen de auteurs ander onderzoek aan, vermoedelijk gezocht worden in historisch-geografische gegevenheden. Zo wonen de Europeanen veelal in steden temidden van het landbouwgebied, die soms ook (te) intensief worden gebruikt. De Amerikanen hebben het meer gescheiden: steden aan de kust en rivieren, landbouw in de Mid-West en natuur in en rond de bergen. Amerikanen kennen ook vrij recentelijk nog echte woeste natuur, in Europa is die tot ver in Finland en tot op grote hoogte in de Alpen al lang ver teruggedrongen. Voor sommige Europeanen zijn landbouw en natuur dus bijna synoniem (sommigen zien in wegbermen ook natuur), voor de Amerikaanse stadsbewoners zouden positieve externe effecten van de landbouw ver weg zijn. Europeanen hebben ook te winnen bij minder intensief lokaal grondgebruik, voor Amerikanen is het niet al te duur extensieve landbouwgrond uit productie te nemen. En zo eindigen we met multi-functionality versus productivist.

En toch vind ik die Amerikaanse manier van kijken ook voor Europa zo gek nog niet. Ook al omdat voor te intensieve productie het polluters-pay-principle zou moeten gelden. Leerzaam paper dus.

Kathy Baylis, Stephan Peplow, Gordon Rausser and Leo Simon: Agri-environmental programmes and trade  negotiations in the United States and in the European Union. in: EuroChoices 10(2) 2010.

zaterdag 1 oktober 2011

De Nederlandsche Bank en de akkerbouw

De Nederlandsche Bank, die zichzelf liever modern afficeert als het snellere DNB, vond het tijd worden om in haar DNB Magazine een groot dossier te besteden aan de Nederlandse akkerbouw. Mooi overzicht, ook met medewerking van het LEI (dat nu eens als LEI Universtiteit Wageningen wordt gepresenteerd).
Ik type een uitspraak over die citering waard is in onderzoek over cooperaties of kennissystemen. Een citaat van akkerbouwvoorman Jaap Haanstra: "Nederlandse akkerbouwers hebben internationaal gezien een enorme voorsprong op het gebied van kennis en voorlichting. Deze voorsprong moeten we zien te houden. Niet alleen universiteiten hebben daarbij een rol in het intact houden van ons denkend vermogen, maar ook afnemers en toeleveranciers. Nu al merk je dat boeren zich bij de keuze van een cooperatie of handelaar niet alleen laten leiden door de prijs, maar ook letten op de kennis en de mate van voorlichting die de bedrijven te bieden hebben".

Ellen Tolsma: Dossier Akkerbouw - Ruimte voor groei  in: DNB Magazine nr. 4, 2011

donderdag 29 september 2011

veilen van biodiversiteit

Eerder deze week blogde ik hier over de discussie op LinkedIn - moet je boeren verplichten via een kopakkergras-regeling om iets met natuur te doen als ze nog voor inkomenssteun in aanmerking willen komen, of is het efficienter en effectiever om contracten af te sluiten met die boeren op die plekken waar je biodiversiteit wil. Ik neig naar het laatste, maar er is een nog goedkopere en dus efficientere methode: veilen van contracten.
Tuinders en organisatoren van boeldagen weten al lang dat veilen goed is voor de prijsvorming. Zo kun je dus ook contracten voor natuurbeheer veilen en vergeven aan degene die het tegen de laagste prijs wil doen.
In het Noorden van Duitsland (Steinburg, Neder-Saksen) namen ze de proef op de som en werden contracten voor natuurbeheer geveild. Resultaat: een besparing op de overheidsfinancien van 40 tot 50%: waar het gemiddelde contract bij een vaste ha premie 215 per ha was, bleek het nu voor 110 euro te kunnen. Tel uit je winst (als belastingbetaler althans).
Overigens was het besparingspercentage hier wel erg hoog. De auteur citeert andere experimenten waar de besparingen tussen de 20 en 35% lagen. Inmiddels is de methode door de Europese Commissie dan ook toegestaan.
Waarmee een paar zaken duidelijk worden: veilen is duidelijk efficienter dan contracten tegen vaste prijzen (waar de overheid maar moet gokken of op basis van gemiddelde kostenschattingen door onderzoekers een prijs moet vaststellen) en het kan bijna niet anders of dit is ook stukken efficienter dan verplichten. En over de klacht dat de huidige bedragen per ha alleen kostenvergoedingen zijn en geen ruimte bevatten voor winst / inkomen moeten we wellicht ook nog wat meer nadenken, want blijkbaar zijn er net als in de aardappelteelt ook bij natuurbeheer boeren die het goedkoper kunnen dan de buurman, en maken veel mensen winst bij een vastgestelde prijs.

Markus Groth: Cost-effective biodiversity conservation - procurement auctions and payment-by-results in: EuroChoices 10-2, 2011

woensdag 28 september 2011

Joris tweepinter

Goed onderzoek doen is niet meer genoeg, je moet het ook nog slim weten samen te vatten. Harvard voedingdeskundige Walter Willett is dat wel toevertrouwd. Uit de NRC begreep ik dat hij vorige week optrad voor de Erasmus en zeer kritisch is op de wetenschappelijke onderbouwing van de melkpromotie. Ofwel "wie botbreuken wil voorkomen, kan beter zijn koe niet meer melken en haar mee uit wandelen nemen". Dat is nog eens een slim abstract. Ofwel bewegen zorgt voor sterkere botten, calciumrijke melk niet. Twee glazen melk per dag is niet alleen genoeg, meer -zo kopte de NRC- "maakt meer kapot dan je lief is". Verfrissende communicatie en weer eens wat anders dan R-kwadraten en t-waardes.

maandag 26 september 2011

instituties en het tussensegment

De Ford Edsel. Het marktsegment wilde
er niet aan. Staat dus ook in Hanoi
in een musem en nu een collectors item
Er moet nog eens een betere term worden bedacht door de marketeers voor het woord "tussensegment". Dat wordt in onderzoeks- en ambtelijke kringen gebruikt voor producten "tussen" gangbaar en biologisch. Daarmee (deels vermoedelijk onterecht) suggererend dat het een schakelproduct is dat kopers van het ene naar het andere leidt. Het lijkt me een zelfstandige niche, net zoals we de stationcar geen tussen-auto noemen tussen de sedan en de SUV. Gelukkig wordt het niet onder die naam vermarkt, maar toch.

Enfin, ik kom daarop omdat ik een leuke publicatie van mijn LEI-collega's las over hoe het in de ons omringende landen zit met het tussensegment. Dat levert mooie inzichten op in hoe de instituties in de landen verschillen: in de UK zie je net als bij ons een tussensegment, maar vooral gedreven door de retail zelf, veel minder door acties van de overheid.
In Frankrijk doet de overheid ook wel veel, maar dan gaat het om streekproducten / terroir en verder minimueisen in de wet. Verder wordt dierwelziijn er veel minder apart uitgelicht, zoals hier en in het UK. De Denen doen ook het een en ander, maar de overheid let daar vooral op volksgezondheid en klimaat. En in Belgie en Duitsland is er van geen tussensegment-denken sprake.

Het onderzoek koppelt deze praktijken aan de cultuurtheorie van Hofstede en aan een paper van Kjaernes et al (2007), die voor NL en de UK een marktmodel centraal stellen, voor Scandinavie een verzorgingsstaat-model (hoewel NL vaak bij Scandinavie wordt ingedeeld op dit soort instituties) en voor Frankrijk en Italie een terroir-model. Boeiende materie, ook voor ander onderzoek.

E. Oosterkamp et al; Verkenning van dierlijke tussensegmenten in onze buurlanden, LEI. Den Haag., aug. 2011

zaterdag 24 september 2011

het huwelijksbootje en de tarweprijs

Het besluit om te trouwen (of beter: een eigen huis en gezin te gaan onderhouden) is (ook) een economische beslissing waar kosten en baten aan vast zitten. Je ziet dat momenteel in Zuid Europa waar door de economische omstandigheden de jongelui veel langer thuis blijven wonen.
Dat was (en is?) bij boeren en landarbeiders ook het geval. Als er mogelijkheden zijn om je te verbeteren tot keuterboer door bv. wat land te pachten dan is het zinvol om vrouw en kind nog even uit te stellen. Als die mogelijkheden er niet zijn of sterk verslechteren, kun je net zo goed jong trouwen en gaan genieten, waarom zou je nog sparen? Dat laatste noemen sociologen dan proletatisering.
Om dit met onderzoek te bewijzen is nog niet zo eenvoudig omdat er ook een tegenovergestelde trend is: als het heel goed gaat in de landbouw, kun je grote boerderijen splitsen en kunnen mensen eerder trouwen. Of kunnen arme landarbeiders misschien makkelijk grond huren.

In Zeeland 20.3, de jongste uitgave van het tijdschrift van het Kon. Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, doet auteur Jan Zwemmer een geslaagde poging dit voor de 19e eeuw te onderzoeken. Als proxy voor de conjunctuur in de landbouw wordt in dat soort onderzoek dan vaak de tarweprijs genomen, maar er kunnen natuurlijk specifieke situaties zijn, zoals met meekrap. Hij constateert dat vanaf de aardappelcrisis in 1845 er een terughoudend huwelijksgedrag was. Behalve op Walcheren, en dat kan verklaard worden omdat de grondmarkt daar ruim was bij een vrij beperkte bevoldingsgroei. Wat dan weer samenhangt met het feit dat de steden de Franse tijd niet echt te boven kwamen. (de Tuin van Walcheren heeft dus ook een crisis-aspect).
De afhankelijke arbeidersbevolking in de akkerbouw wordt inderdaad gekenmerkt door proletatisering: zowel in cominbatie met een ruime grondmarkt (Walcheren) als een krappe (Schouwen, waar na 1860 een forse emigratie ontstond) leidde tot vroeger huwen van de arbeidersbevolking.

In hetzelfde blad ook een interessante boekbespreking van de opkomst van de Zuidbevelandse fruitteelt en de rol van enkele kapitaalkrachtige families (de Van der Have's, Van der Bosch'en, Kakebeeke's etc) daarin

J.P. Zwemmer: Huwelijken en sociaal-economische omstandigheden op de Zeeuwse eilandenin de halve eeuw voor de landbouwcrisis van 1880. In Zeeland 20.3

vrijdag 23 september 2011

houdt de boer - met internet

Wie bang is dat een gebied ontvolkt, moet geen landbouwbeleid voeren maar zorgen dat de part-time boeren (en anderen) er willen blijven wonen.
Tot die conclusie komen een aantal Noorse economen in een paper in Food Economics. En dit keer niet gebaseerd op het simpele feit dat boeren ook in de meest rurale gebieden in de minderheid zijn, maar op basis van analyse van financiele data. Ze bekeken in welke mate financiele resultaten de migratie van boeren en part-time boeren beinvloeden.
"Everything else being equal, the latter group [farmers with life-style objectives] is more likely to stay on the farm. This could imply that , if preventing migration from rural in urban areas is a policy objective, production support schemes will be effective fo some groups, but will be less effective for the group with life style objectives. If this group is to be encouraged to stay in the countryside, policies directed at improving the general living conditions in the local community are likely to be more effective than specific support schemes related to agricultural production"
Of wel: besteed je overheidsgeld niet (alleen) aan landbouwbeleid maar aan goede scholen en high speed internet in rurale gebieden.

Ole Jakob Bergfjord, Gudbrand Lien and Oyvind Hoveid: Factors influencing farmer migration in Norway: a study based on survey results linked to financial data.
In: Food Economics, June 2011, nr. 8 p. 92 - 104