"The big task of management is to manage down the number of spreadsheets". In verschillende spreadsheets worden vaak overeenkomstige maar net iets anders gedefinieerde begrippen gebruikt, zonder dat men dat door heeft. Bedragen tellen niet altijd op. Managers van verschillende afdelingen vertrouwen elkaars cijfers niet. Je moet een detective zijn om je weg te vinden door alle aan elkaar geknoopte systemen, en soms loopt het spoor dood.
Nee, dit gaat niet over onderzoeksorganisaties maar over banken. Aldus een groot verhaal in The Economist over hoe "messy IT systems are a neglected aspect of the financial crisis".
The Economist: Silo but deadly, 5.12.2009
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zaterdag 12 december 2009
recensie inkomensstabiliteit
Wie publiceert wil gelezen worden, en met een recensie ben je dus helemaal blij. Deze week viel de nieuwste uitgave van de European Review of Agricultural Economics, waarin een OECD medewerker een boek recenseert waarin ik mede-auteur van een hoofdstuk was. Zo hier en daar had de recensist het boek wat minder beleidsgericht willen hebben, zo begrijp ik, maar de Nederlandse bijdragen komen er zeer goed van af. Onze bijdrage wordt gekarakteriseerd als "an important contribution": "risk exposure is rarely analysed in the literature at fthe individual farm level". De recensist zou graag nog meer van dit werk zien. Vandaar dat ik het boek nog maar eens aanbeveel.
Jesus Anton: Bookreview Income Stabilisation in European Agriculture, ERAE 36-3, September 2009.
Jesus Anton: Bookreview Income Stabilisation in European Agriculture, ERAE 36-3, September 2009.
vrijdag 11 december 2009
klimaatsverandering
Richt je dus ook bij de uitvoeringsagenda op het voorkomen van extreme gevolgen. In dat kader vindt ook dit blad het niet zo'n goed idee om alles maar in CO2 om te rekenen (een paar zeer schadelijke gassen als zwarte koolstof en HFCS kun je beter snel via het zeer succesvolle Montreal protocol van de ozone killer CFCS afhandelen).
Aardig is ook de presentatiewijze om bij gesubsideerde projecten zoals alternatieve energie de implicit prijs voor CO2 uit te rekenen. Die is immers voor pakweg 15 euro te koop, en soms worden projecten gesubsideerd met veel hogere prijzen: 38 dollar voor windenergie op het land, 136 dollar op zee en bij 200 dollar voor zonne-energie. "Seriously sub-optimal". Waarbij dan ook nog komt dat de overheid vaak te kort subsidieert en niet duidelijk is op lange termijn. Een Spaanse zonnecelavontuur is daarbij wel een heel apart voorbeeld.
Tot slot een mooie quote: "Governements generally like regulation (because it appears to be cost-free), economists like carbon prices (because they are efficient) and business likes subsidies (because they get the handouts).
The Economist: Getting waremer - a special report on climate change and the carbon economy. 5.12.2009
donderdag 10 december 2009
Munchen en mozarella uit Berlijn
Ik was er op weg naar Belgrado en las er de Suddeutsche Zeitung. Die hadden een leuk verhaal over de firma Francia die in Berlijn op basis van koemelk mozzarella maakt en over de hele wereld exporteert, ook naar Italie. Het is een Italiaanse firma, uit Sonnino, ten zuiden van Rome, die in 1993 besloot zich ook in de Berlijnse wijk Tempelhof te vestigen. Omdat ze in Italie een tekort aan melk hebben. En nu laten ze dagelijks 150.000 liter uit Brandenburg aanrukken. In hun Italiaanse bedrijf wordt ook melk uit Duitsland geimporteerd, dus verschil is er eigenlijk niet. In de Berlijnse vestiging werken veel Italianen, ook dat helpt.
Een verschil is er bij nader inzien wel: in Berlijn maken ze ook bio-mozzarella, dat kan in Italie weer niet. Mooi voorbeeld van globalisering. En de beperkingen van het idee dat streekproducten uit de streek moeten komen van aldaar geproduceerde grondstoffen.
[op de foto strandstoelen langs de Spree, Berlijn]
woensdag 9 december 2009
Groeten uit Belgrado
Staand werd het volkslied gezongen en het blijkt een Servische gewoonte om cadeaus in de vorm van schilderijen en -tjes aan te bieden. Collega-instituten uit de regio (van Bosnie en Kosovo tot het onderzoeksinstituut voor tabak in Macedonie) en Roemeense en Poolse collega-instituten boden hun beste wensen en veelal een schilderijtje aan. En er werd veel gezoend, zonder aanzien van geslacht.
Zelf had ik het makkelijk nu deze week ook Nederland heeft toegestemd in het afschaffen van de visa-plicht. Dat bracht twee jaar geleden al enige euforie bij Serven, en nu opnieuw. 60 jaar terugkijkend is er politiek en in de landbouw veel veranderd, en dat zal komende jaren ook wel het geval zijn. En om op die toekomst voorbereid te zijn is dit soort internationale seminars van groot belang, zo was zo ongeveer mijn boodschap.
Het leverde nog een radio-interview op voor een agrarisch programma van de zender van Novi Sad (centrum van de soya teelt, dus ik heb ze voorgehouden dat ze daarmee toch zouden moeten kunnen concurreren met Zuid-Amerika). We spraken over het nut van ondernemersnetwerken en contacten tussen ondernemers en onderzoek. Die zijn in deze landen met veelal een laag vertrouwen tussen groepen, niet vanzelfsprekend.
Het seminar had vervolgens twee interessante key notes, van Alan Randell (Ohio, VS) over multifunctionele landbouw in relatie tot regionale ontwikkeling (goed theoretisch overzicht), en van Eirik Romstadt (Noorwegen) over het feit dat in plattelandsonwikkeling veel te weinig rekening met de vraagkant wordt gehouden. Hij had een paar mooie voorbeelden, rond toerisme (hoe een gezin op vakantie een menu van activiteiten wil) en rond de elandenjacht: waar een ondernemer de lokale jagers een normale jachtpacht vraagt, maar ook meer dan 2.000 euro betaalt als ze per mobiel een juiste lokatie doorgeven van een oudere krachtige elandstier, die afschotrijp is. Dan verschijnt een groep kapitaalkrachtige Duitsers die een veelvoud van dat bedrag (per persoon!) betalen om hem neer te mogen leggen. Dat is nog eens marktsegmentatie. Uitsmijter: de innoverende ondernemer is iemand uit Oslo die de markt kent, niet een lokale boseigenaar.
Na deze interessante lezingen nog een lunch met mijn gastheren en discussie over mogelijkheden voor toekomstige samenwerking, weer terug naar het vliegveld. Belgrado schijnt een mooie stad te zijn, hoewel het er vandaag regende. Ik zag er slechts jaren vijftig en zestig flatgebouwen van Oost-Europese makelij in druilerige regen. Je kunt niet alles hebben.
dinsdag 8 december 2009
Evalueren van plattelandsontwikkeling
Evaluatie van beleid voor plattelandsontwikkeling staat nog in de kinderschoenen. Bij de OECD verscheen onlangs een rapport dat de ervaringen van de lidstaten op een rijtje zet. Een paar van de conclusies en aanbevelingen spraken me in het bijzonder aan:
· De problemen van het evalueren van het effect van het hervormde landbouwbeleid op de plattelandseconomie hebben te maken met complexiteit, verschillende lagen van oorzaak-gevolg relaties, systeem-effecten en dynamische effecten.
· evaluatie van landbouwbeleid moet zich niet alleen richten op simpele prestatie indicatoren, maar moet ook uitleggen hoe veranderingen in beleid effecten heeft op en samenhang heeft met (causal pathways) de structuur en en prestaties van de regionale plattelandseconomie en andere beleidseffecten. Dit vraagt om een outcome-gerichte evaluatie.
· De problemen van het evalueren van het effect van het hervormde landbouwbeleid op de plattelandseconomie hebben te maken met complexiteit, verschillende lagen van oorzaak-gevolg relaties, systeem-effecten en dynamische effecten.
· evaluatie van landbouwbeleid moet zich niet alleen richten op simpele prestatie indicatoren, maar moet ook uitleggen hoe veranderingen in beleid effecten heeft op en samenhang heeft met (causal pathways) de structuur en en prestaties van de regionale plattelandseconomie en andere beleidseffecten. Dit vraagt om een outcome-gerichte evaluatie.
OECD: Methods to monitor and evaluate the impacts of agricultural policies on rural development, 2009
maandag 7 december 2009
we gooien wat weg
Veel voedsel wordt weggegooid. Vooral tot verdriet van de WO II generatie (die ook de depressie nog had meegemaakt) en van de milieubeweging. De vraag is hoeveel er wordt weggegooid. Vaak worden percentages van 20 a 25% genoemd, maar de basis daarvan is niet zo sterk. Veelal gaat het om kleine steekproeven waarbij vuilnisbakken worden uitgeplozen.Een aantal Amerikanen heeft de productie van calorien vergeleken met de consumptiestatistiek. Volgens mij is dat niets nieuws, maar The Economist dacht van wel en citeerde vorige week een paper uit de Public Library of Science. Dat berekent dat in de VS 40% van de productie niet wordt geconsumeerd. In 1974 was het nog 28%. Ofwel een kwart van het zoetwater gebruik in de VS, 300 miljoen vaten olie en de uitstoot van veel methaan. Overigens gooien bij mijn weten amerikaanse supermarkten meer weg dan Nederlandse.Voedsel is dus gewoon niet schaars genoeg (zoals in WO II) en de inkomens liggen gelukkig hoger dan in de depressiejaren.
The Economist: A hill of beans, 28.11.2009
beleid en wetenschap
There is no doubt that politics and science make uncomfortable bedfellows. Politicians sell certainty. Science lives off doubt.
Aldus een editorial in the Economist (28.11.2009) n.a.v. onwelkome e-mails uit het klimaatdebat.
Aldus een editorial in the Economist (28.11.2009) n.a.v. onwelkome e-mails uit het klimaatdebat.
zondag 6 december 2009
Sociaal culturele duurzaamheid
Duurzame ontwikkeling is een begrip dat lastig op goede wijze handen en voeten te geven is, en dat geldt al helemaal voor de zgn. people-kant, het sociaal-culturele. Reden voor een proefschrift dus. Birgit Boogaard van de vakgroep Rurale Sociologie deed me het boekje toekomen waarop ze eind oktober promoveerde.De auteur zocht uit hoe in Nederland en Noorwegen de burgers, gewapend met digitale camera op bedrijfsbezoek, tegen de moderne veehouderij aankijken. Het blijkt bij de burger te draaien om drie kernwaarden: natuurlijkheid, traditie en moderniteit. Dat levert natuurlijk dilemma's op. Temeer omdat die kernwaarden ook nog een positief en een negatief gezichtspunt hebben.
Interessant is de vergelijking met Noorwegen. Het land heeft over het algemeen dezelfde Skandinavische waarden en normen als Nederland, maar tegen de veehouderij wordt anders aangekeken: De Noren zien de veehouderij als onderdeel van een overgangsgebied tussen stad en natuur. De Nederlanders zien landbouwhuisdieren als onderdeel van de natuur. Echte natuur hebben we hier blijkbaar niet.
Het onderzoek leert ook nog dat mensen overtuigen met informatie, bv. in de vorm van een flyer, niet werkt. Al was het maar omdat het overgrote deel niet geinteresseerd is in zulke informatie.
Dit alles en nog meer gaat gepaard met een aantal alleraardigste stellingen:
· Children's books and children's farms strongly convey an image of the 'rural idyl', shaping a romantic image of farming at an early age. This completely neglects the importance of modernity in farming, which children should also learn about.
· The ultimate blurring of the boundary between consumption and affection in human-animal relationships is vegetarian cat food.
Birgit K. Boogaard: The Socio-Cultural Sustainability of Animal Farming - an inquiry into social perceptions of dairy farming in the Netherlands and and Norway. PhD thesis, Wageningen, 2009.
zaterdag 5 december 2009
1 duurzaamheidslogo: prijs
Hieronder het ene duurzaamheidslogo
dat ik even van Foodlog heb gepikt. Daar woedt mede naar aanleiding van het debat in de Rode Hoed van afgelopen dinsdag een discussie of het zin heeft om 1 duurzaamheidslogo te maken. En de minister van Landbouw wordt uitgedaagd om dan 1 nationale standaard te creeren. Een trend die ook al bij Albert Heijn is ingezet door veel onder "puur en eerlijk" te schuiven.
Volgens mij heeft dat niet zoveel zin, en er wordt -voor een analyticus als ik net zo erg- veel door elkaar gegooid in de discussie. Wat dit laatste betreft: sommigen pleiten voor volledige transparantie rond de inhoud en productiewijze van voedsel. Met de barcode en meer gebruik van ICT moet dat mogelijk zijn, al of niet op basis van een overheidsverplichting die informatie te leveren. Uitstekend punt, goed idee, maar dat gaat over transparantie, niet over logo's.
Logo's zijn er om snel te kunnen beslissen (zodat je niet al die specificaties over het betaalde uurloon aan de koffieplukkers en hun leeftijd hoeft te lezen) en soms ook nog een onderscheidend gevoel aan het product mee te geven. Het kenmerk van onze samenleving is dat die steeds heterogener wordt (en dat met ICT aan die vraag naar differentiatie kan worden voldaan) en dat de een iets heeft met allergie, de ander met behoud van visbestanden, de derde met kleine boeren en de vierde met CO2 uitstoot. Zoals de minister deze week in het kamerdebat snedig opmerkte richting de oppositie: de een rijdt in een Hummer en eet zelden vlees, de ander neemt de Prius en prikt een biefstukje. Mooi dat ze beiden wat aan het milieu doen.
We hebben verschillende wensen en consumer concerns en dus gaat 1 logo niet lukken. Natuurlijk kan de overheid er 1 introduceren en voorschrijven, maar mijn inschatting is dat er toch weer een NGO opstaat die in de strijd voor het uitbreiden of juist de afschaffing van mosselzaadinvanginstallaties (of wat dan ook) een nieuw logo introduceert.
[ik laat business to business systemen als GlobalGap, ISO22000 en HACCP hier even buiten beschouwing, die werken wat sneller als algemene standaard, maar die blijven buiten beeld van de consument].
Er is de nodige wetenschappelijke literatuur die de differentiatie in logo's en de concurrentie tussen logo's in kaart brengt. Sommige hebben forse eisen (Max Havelaar), zijn daarmee duurdere producten en anderen (Utz) proberen het met een breder marktbereik en wat lagere eisen (en halen zo de verduurzaming binnen). Maar wie weet brengt het te entameren onderzoek nog nieuwe inzichten.
Duurzaamheid moet gedefinieerd
Deze discussie is mede ingegeven doordat veel mensen worstelen met wat duurzaam is. Het geliefde voorbeeld van Foodlog's Dick Veerman is de plofkip die duurzamer zou zijn dan de biologische. Althans op de meeste aspecten, en die andere (dierwelzijn) is aan te passen. In mijn werk merk ik dat mensen last hebben van feit dat ze een volledig duurzaam systeem voor ogen willen zien (en het liefst nu uit dat systeem al producten willen kopen of voorschrijven). Of ze willen Wageningen zo'n systeem laten ontwikkelen, net zoals je in de autoindustrie ontwerpers de opdracht geven een "zero-emission car" te ontwikkelen.
Dit denken is nuttig voor wat Wageningse ontwerpers, maar het helpt niet de discussie oplossen hoe (on)duurzaam nu huidige systemen zijn en of je wat moet sturen: wat meer dierwelzijn, of geen soya (bedoeld wordt minder kap van tropisch bos), minder antibiotica, minder nitraatvervuiling of wat dan ook? En zodra het ene product(iesysteem) en logo wat meer van het ene doet en wat minder doet van het andere ontstaat dus verwarring.
Voor wie alle aspecten van duurzaamheid mee wil wegen is er naar mijn idee een vrij simpele maatstaf: de integrale maatschappelijke kostprijs van een product. Het is niet zo heel moeilijk om de kosten van de onduurzame aspecten in euro's uit te rekenen: voor de CO2 uitstoot staat een prijs, je weet wat het kost om de varkens 1m2 ruimte te geven (als dat de ideale dierwelzijnsomvang is), je kunt schatten wat het kost een ha tropisch oerwoud te kopen en te bewaken tegen de houtkap. Enzovoorts.
En zo kun je dus uitrekenen dat een liter melk of een kg vlees in werkelijkheid Y euro kost en dat we in de winkel maar X euro betalen (net zoals we in de nostalgische jaren 50 voor het landbouwbeleid de kostprijs op efficiente landbowbedrijven uitrekenden). Een product is dus X/Y% duurzaam. Als we retailers nu verplichten dat percentage voor hun producten uit te rekenen en op de verpakking te zetten (of een logo met een schuifbalkje van 0 to 100%) dan weet de consument hoe duurzaam het is. De retailers verplichten we ook de de berekeningen te laten auditen en openbaar te maken, zodat de NGOs kunnen controleren.
Met zo'n systeem los je ook het probleem op dat overheidsregels aan de productiekant alleen in Nederland werken en je in feite dus de productie naar het buitenland verplaatst met soms een nog minder duurzame werkwijze. En wie nog verder wil gaan kan het belastingstelsel vergroenen: we leggen accijnsen of hogere btw op producten zodat in de winkel X en Y aan elkaar gelijk worden en we gebruiken het geld om lage inkomens te compenseren in de inkomstenbelasting / bijstand. De rest is een fonds om ondernemers te helpen duurzamere productiemethoden te ontwikkelen. En dan zijn we terug bij het feit dat het ging om duurzame ontwikkeling: hoe het meest duurzame systeem eruit ziet kunnen we nu niet weten, maar we kunnen wel ontwikkelingen in gang zetten die mensen prikkelen de onduurzame aspecten te verminderen.
dat ik even van Foodlog heb gepikt. Daar woedt mede naar aanleiding van het debat in de Rode Hoed van afgelopen dinsdag een discussie of het zin heeft om 1 duurzaamheidslogo te maken. En de minister van Landbouw wordt uitgedaagd om dan 1 nationale standaard te creeren. Een trend die ook al bij Albert Heijn is ingezet door veel onder "puur en eerlijk" te schuiven.Volgens mij heeft dat niet zoveel zin, en er wordt -voor een analyticus als ik net zo erg- veel door elkaar gegooid in de discussie. Wat dit laatste betreft: sommigen pleiten voor volledige transparantie rond de inhoud en productiewijze van voedsel. Met de barcode en meer gebruik van ICT moet dat mogelijk zijn, al of niet op basis van een overheidsverplichting die informatie te leveren. Uitstekend punt, goed idee, maar dat gaat over transparantie, niet over logo's.
Logo's zijn er om snel te kunnen beslissen (zodat je niet al die specificaties over het betaalde uurloon aan de koffieplukkers en hun leeftijd hoeft te lezen) en soms ook nog een onderscheidend gevoel aan het product mee te geven. Het kenmerk van onze samenleving is dat die steeds heterogener wordt (en dat met ICT aan die vraag naar differentiatie kan worden voldaan) en dat de een iets heeft met allergie, de ander met behoud van visbestanden, de derde met kleine boeren en de vierde met CO2 uitstoot. Zoals de minister deze week in het kamerdebat snedig opmerkte richting de oppositie: de een rijdt in een Hummer en eet zelden vlees, de ander neemt de Prius en prikt een biefstukje. Mooi dat ze beiden wat aan het milieu doen.
We hebben verschillende wensen en consumer concerns en dus gaat 1 logo niet lukken. Natuurlijk kan de overheid er 1 introduceren en voorschrijven, maar mijn inschatting is dat er toch weer een NGO opstaat die in de strijd voor het uitbreiden of juist de afschaffing van mosselzaadinvanginstallaties (of wat dan ook) een nieuw logo introduceert.
[ik laat business to business systemen als GlobalGap, ISO22000 en HACCP hier even buiten beschouwing, die werken wat sneller als algemene standaard, maar die blijven buiten beeld van de consument].
Er is de nodige wetenschappelijke literatuur die de differentiatie in logo's en de concurrentie tussen logo's in kaart brengt. Sommige hebben forse eisen (Max Havelaar), zijn daarmee duurdere producten en anderen (Utz) proberen het met een breder marktbereik en wat lagere eisen (en halen zo de verduurzaming binnen). Maar wie weet brengt het te entameren onderzoek nog nieuwe inzichten.
Duurzaamheid moet gedefinieerd
Deze discussie is mede ingegeven doordat veel mensen worstelen met wat duurzaam is. Het geliefde voorbeeld van Foodlog's Dick Veerman is de plofkip die duurzamer zou zijn dan de biologische. Althans op de meeste aspecten, en die andere (dierwelzijn) is aan te passen. In mijn werk merk ik dat mensen last hebben van feit dat ze een volledig duurzaam systeem voor ogen willen zien (en het liefst nu uit dat systeem al producten willen kopen of voorschrijven). Of ze willen Wageningen zo'n systeem laten ontwikkelen, net zoals je in de autoindustrie ontwerpers de opdracht geven een "zero-emission car" te ontwikkelen.
Dit denken is nuttig voor wat Wageningse ontwerpers, maar het helpt niet de discussie oplossen hoe (on)duurzaam nu huidige systemen zijn en of je wat moet sturen: wat meer dierwelzijn, of geen soya (bedoeld wordt minder kap van tropisch bos), minder antibiotica, minder nitraatvervuiling of wat dan ook? En zodra het ene product(iesysteem) en logo wat meer van het ene doet en wat minder doet van het andere ontstaat dus verwarring.
Voor wie alle aspecten van duurzaamheid mee wil wegen is er naar mijn idee een vrij simpele maatstaf: de integrale maatschappelijke kostprijs van een product. Het is niet zo heel moeilijk om de kosten van de onduurzame aspecten in euro's uit te rekenen: voor de CO2 uitstoot staat een prijs, je weet wat het kost om de varkens 1m2 ruimte te geven (als dat de ideale dierwelzijnsomvang is), je kunt schatten wat het kost een ha tropisch oerwoud te kopen en te bewaken tegen de houtkap. Enzovoorts.
En zo kun je dus uitrekenen dat een liter melk of een kg vlees in werkelijkheid Y euro kost en dat we in de winkel maar X euro betalen (net zoals we in de nostalgische jaren 50 voor het landbouwbeleid de kostprijs op efficiente landbowbedrijven uitrekenden). Een product is dus X/Y% duurzaam. Als we retailers nu verplichten dat percentage voor hun producten uit te rekenen en op de verpakking te zetten (of een logo met een schuifbalkje van 0 to 100%) dan weet de consument hoe duurzaam het is. De retailers verplichten we ook de de berekeningen te laten auditen en openbaar te maken, zodat de NGOs kunnen controleren.
Met zo'n systeem los je ook het probleem op dat overheidsregels aan de productiekant alleen in Nederland werken en je in feite dus de productie naar het buitenland verplaatst met soms een nog minder duurzame werkwijze. En wie nog verder wil gaan kan het belastingstelsel vergroenen: we leggen accijnsen of hogere btw op producten zodat in de winkel X en Y aan elkaar gelijk worden en we gebruiken het geld om lage inkomens te compenseren in de inkomstenbelasting / bijstand. De rest is een fonds om ondernemers te helpen duurzamere productiemethoden te ontwikkelen. En dan zijn we terug bij het feit dat het ging om duurzame ontwikkeling: hoe het meest duurzame systeem eruit ziet kunnen we nu niet weten, maar we kunnen wel ontwikkelingen in gang zetten die mensen prikkelen de onduurzame aspecten te verminderen.
conflicterend landgebruik
Bij Wageningen UR verscheen een boekje over conflicterend ruimtegebruik buiten Europa. Het is het verslag van een congres op 1 september jl. Ik maak er reclame voor omdat ik het genoegen had in het forum te zitten, dus in dat deel van het boekje kun je een paar boute uitspraken van mijn hand lezen. Zoals een pleidooi voor culturele sensitiviteit.
vrijdag 4 december 2009
Diversificatie in Noorwegen: weinig voordelen
Noorse onderzoekers zochten uit of er synergie en inkomensvoordelen zitten in die combinaties: synergie wel - het een vult het ander aan. Maar economische voordelen levert de diversificatie niet op. Wel zijn er duidelijke schaalnadelen bij de kleinschalige activiteiten.
Zo'n bedrijfsopzet levert dus gevarieerd werk op en is een oplossing als specialisatie en schaalvergroting niet mogelijk is, maar specifieke inkomensvoordelen zijn dus niet aangetoond.
E. Fleming and G. Lien: Synergies, scope economics and scale diseconomies on farms in Norway
in: Food Economics, 2009, 6 p 21-30
donderdag 3 december 2009
Verankeringseffect
woensdag 2 december 2009
Shaffy cantate
Levenslust schalde uit de boxen, zo werd ook op de tv beweerd. Maar ik beluisterde tussen de regels ook melancholie en verlatenheid. Misschien omdat ik tegelijkertijd een rapport reviewde met de LEI inkomensrapportages die -daar verklap ik niets mee- voor dit jaar natuurlijk bedroevend laag zullen zijn. Je kunt bijna een samenvatting schrijven met Ramses' teksten: De wereld heeft mij failliet verklaard / Laat me / We leven nog / We zullen doorgaan.....
dinsdag 1 december 2009
Landbouw op de kaart
De eerste kaart van de atlas is illustratief: bedrijven op de kaart van Nederland naar vrij exacte locatie (zodat je de lijnenpatronen in de polders en de Veenkolonien herkent) en een grafiekje van het aantal bedrijven sinds 1904. Ik had me nooit zo duidelijk beseft dat in de jaren dertig het aantal bedrijven verdubbeld is van ruim 200.000 naar bijna 500.000 en dat we die stijging door de depressie pas eind zestiger jaren weer hadden weggewerkt toen die groep boeren met pensioen was. Ook de kaarten over natuurlijke omstandigheden (kans op vorst in de bloesemperiode, windsnelheden) en water zijn geweldig. En die van ziekten en plagen: waar was ook al weer de varkenspest, waar liepen bse-koeien, en ook de Q-koorts heeft de atlas nog gehaald.
Verder is de atlas een staalkaart van wat er met moderne satelieten en geo-informatie mogelijk is: perceelskaarten, de biomassaproductie per perceel op een dag in juli 2006 en de tarwe opbrengsten per perceel in 2008.
De kaarten zijn van begeleidende tekst voorzien, wat een goed idee is. Hier en daar leidt dat tot een onderzoekersopmerking die ik niet zo opgeschreven zou hebben, maar dat neem ik op de koop toe want elders heb ik er van geleerd (p. 120: "EU subsidies zijn niet meer direct gekoppeld aan de productie; wel indirect vanwege historische rechten". Dat is een bijzonder gebruik van het woord indirect. In verschillende landen heeft men intussen echter een flat rate en dat direct / indirect slaat bij economen op het feit of het de productie beinvloedt, c.q. direct inkomen is, en indirect op productie-stimulerend, niet op de tijdsdimensie bij historische rechten).
Natuurlijk hebben de auteurs arbitraire keuzes moeten maken. Het fotomateriaal had van mij hier en daar vervangen mogen worden door nog een extra kaart of een goede grafiek, maar dit zal commercieel wel aantrekkelijk zijn. Verder zou ik sommige kaarten graag groter zien (de polderkaart van West8 bijvoorbeeld op p. 29) terwijl sommige bestuurlijke kaarten (zoals op p.28 van de waterschappen) dan wel wat kleiner hadden gekund. Bij sommige legenda's was een iets groter en minder vet lettertype wel lekker geweest, voor de oudere lezer (die toch deels de doelgroep is).
De kritische lezer spoort natuurlijk altijd naar foutjes maar ik heb er maar twee kunnen vinden. Op een uit de LNV atlas van 1959 overgenomen kaart van landaanwinningen (pag. 37) die overigens niet veel toevoegt aan de West8 kaart, staat Oostelijk Flevoland ingekleurd als landaanwinning tussen 1900-1950. Ik (1955) vertel altijd dat ik er gewoond heb, maar te oud ben om er geboren te zijn: de dijken gingen in 1957 dicht en kort daarna viel het droog. Ik kan me niet voorstellen dat LNV dat in 1959 zo heeft ingekleurd.
Een goed idee is om ook veel aandacht te besteden aan de agrarische industrie. Daar zijn minder databestanden voor het grijpen. Dat leidt er toe dat bv. het kaartje van de aardappelverwerkers (p. 95) zich beperkt tot de hoofdkantoren (eenvoudig te zien omdat de McCain vestiging in Lewedorp naast de A58 ontbreekt), terwijl een paar pagina's verder de suikerfabrieken wel per vestiging worden weergegeven. Niet eens een fout als wel een inconsistentie waar niet tegen gewaarschuwd wordt.
Maar voor een zo omvangrijk project zijn dat maar kleine zaken. Wat overheerst is een mooi tijdsbeeld met kaarten waar je uren naar kunt kijken. Je gaat vanzelf bladeren om de kaart van de windsnelheden te vergelijken met de locaties van de moderne windmolens (inderdaad: inconsistent).
Kopen dus en in de zak van Sinterklaas ermee! Bijkomend voordeel: er zijn veel rijmwoorden op atlas en kaart.
Abonneren op:
Posts (Atom)