dinsdag 21 april 2009

value based pricing

Wat zijn webdiscussies soms toch verwarrend en bovenal tijdrovend. Gisteren was er geen blog want ik heb me in een foodlog discussie laten trekken - voor je het weet wordt je ook nog een karikatuur aangemeten.

Dank aan Steven voor zijn reactie bij de weblog van maandag. Die schept licht in de discussie doordat hij de vraag goed weet te definieren (denk ik): leidt segmentatie en value based pricing (waarbij verkopers proberen de prijs precies te zetten op het bedrag dat je maximaal wilt betalen, in economenjargon blijft er dan geen consumentensurplus over) tot negatieve effecten (externalities) op immateriele waarden van het product als dierwelzijn, biodiversiteit, milieuvriendelijkheid (de consumer concerns) en eventueel verschraling van het aanbod.

Ik zou het niet weten. Mooie vraag voor een studentenscriptie. Mijn onderbuik-gevoel zegt "geen effect" of "een inderdaad negatief effect maar vermoedelijk in lichte mate". Aanwijzingen daarvoor:

1. bij een dutch auction (onze veiling bij afslag) wordt er meer consumentensurplus afgeroomd dan bij een traditionele veiling bij opbod, maar ik heb nooit vernomen dat dit dergelijke bij-effecten heeft. Maar ik ken niet alle veilingtheorie-literatuur.

2. bij Value based pricing verschuift dus een stukje surplus van de koper naar de verkoper. Dat zou er dan toe moeten leiden (wil het gevreesde effect optreden) dat de koper daardoor minder geld heeft voor een ander (nog duurder) product dat onder een duurzaamheidslabel wordt aangeboden, of minder geld over heeft voor een gift aan een NGO die dat duurzaamheidseffect najaagt. Zou kunnen als de consument een echte budgetrestrictie [en liefst nog op voedsel] heeft. Zou me verbazen als het empirisch een groot effect is.

3. En de verkoper maakt dus wat extra winst, waarvan we dan aannemen dat het niet snel weggeconcureerd wordt, en we nemen dan blijkbaar aan dat dit uitgekeerd wordt aan de aandeelhouder of dat de directeur een grotere auto mag leasen, maar dat het in ieder geval niet aan duurzaamheid of productontwikkeling wordt besteed. Lijkt me wel een realistische aanname.

4. Kortom als je de consument als meer waarde-gedreven ziet als de producent, dan zou het effect er kunnen zijn.

5. En in werkelijkheid is het ingewikkelder, want het zou wel eens kunnen zijn dat value based pricing makkelijker is toe te passen met milieukeur en andere duurzaamheidslabels dan met de Brinta. Dat zou dan nog tot wat extra vraaguitval kunnen leiden juist voor duurzame producten.

6. Anderzijds kan een super het natuurlijk ook naar beneden toepassen, door juist op die producten wat minder marge te nemen, bv. om een groen imago te krijgen, of doordat de prijselasticiteit zodanig is dat dit een duidelijke omzetstijging meebrengt. Zo is bio bij mijn weten wel degelijk hier en daar gepromoot.

7. Een analogie uit andere markten zou kunnen helpen. Auto's met heel veel merken met aparte imago's die ook nog eens individueel verkocht worden lijken me wel een mooie analogie. Zouden er meer hybrides verkocht worden als je niet meer mag onderhandelen over de inruil van je oude auto en de accesoires?

Zou een faillisement van Saab (een Ford met veiligheidsattributen en een extra prijskaartje) er toe leiden dat er meer veiligheidsattributen bij alle Fords ontstaan tegen een lagere prijs omdat een deel van de valuebased pricing verdwijnt? Kan ik moeilijk geloven maar uiteindelijk zijn het meer empirische dan theoretische effecten.


Misschien kan iemand er goed onderzoek naar doen. Onbevredigende conclusie vermoed ik.

zondag 19 april 2009

supermarktprijzen

Mijn posting op Foodlog leverde een mailtje op van Steven Haass met de vraag of ik me ook eens wil buigen over prijsstrategien in de supermarkten. Daarbij gaat het enerzijds om het prijzen van op basis van de inkoopprijs plus marge versus prijzen tegen een inschatting wat de klanten er voor over hebben. Dat laatste zou toenemen (is dat zo?). Een tweede aspect is het differentieren van de marge, die dan bijvoorbeeld laag is op de ene productcategorie en hoog op de andere. Dat wordt ook wel kruissubsidiering genoemt. Wat moeten we daar allemaal van vinden?

Als ik het debat op Foodlog zo bekijk dat is er al snel een ondertoon van "we worden gepakt" of "het verschraalt het aanbod". Supermarkten zijn niet populair, maar ik zou toch nog wel eens goed onderzoek willen zien waarin dat allemaal wordt aangetoond. Misschien bestaat het onderzoek al (dan houd ik me aanbevolen), maar het is te mooi weer om een ochtend in Google Scholar te duiken.
Op voorhand daarom het volgende commentaar:
  1. De concurrentie tussen de supermarktformats is moordend (vandaar ook dat ze de rest van keten uit proberen te knijpen) en er is dus niet veel reden aan te nemen dat de consument grootschalig gepakt wordt. Temeer niet omdat consumenten dol zijn op prijsvergelijkingen zoals de Consumentenbond die uitvoert, en er een groep is die doelbewust in meerdere formats winkelt en het een bij AH haalt en het ander bij Lidl. Zeker nu we de broekriem aanhalen.
  2. Economen gaan er daarbij -gesteund op empirisch bewijs- vanuit dat de prijzen ongeveer komen te liggen op het snijpunt van de kostprijs en wat de consument er voor over heeft. Neem het beroemde geval van het bruine ei dat wat duurder is dan het witte, waarover ik hier eerder blogde.
  3. Een en ander neemt niet weg dat de marketeers van deze wereld tal van spelletjes spelen met de consument om haar tot meer of andere aankopen te verleiden. Je zet het spul op ooghoogte, cola op kinderooghoogte, of de snoep bij de rij voor de kassa, of je zet er een bord "aanbieding" bij. Of "5 stuks voor 4,65" ook al kosten de individuele items maar 0,80 cent. Of "meest verkocht" (voor de twijfelaars die op kuddegedrag vertrouwen). Of een dure verpakking. En je zet de bloemen en groenten bij binnenkomst om mensen te trekken en hun snelheid te vertragen. En zuivel achterin zodat je de hele winkel door moet. Het is mijn vak niet, maar dank zij de marketing en economische psychologie is er een hele bedrijfstak die al sinds jaar en dag dit probeert te optimaliseren.
  4. In dat kader kan het ook aantrekkelijk zijn met producten te stunten. Veel mensen beoordelen het prijsniveau van een winkel niet aan de totale rekening of het winkelwagentje van de Consumentenbond, maar aan de prijs van een pak melk en een brood. Anchoring in de termen van de behavorial economics. Daar moet je dus niet teveel marge opnemen. Die neem je dan op toiletpapier. Verschillend lezers van Foodlog zitten regelmatig in Frankrijk en ik durf er wat om te verwedden dat ze lekker goedkoop tanken bij de supermarche. Daar trek je klanten met de laagste benzineprijs, want de kip uit Bresse hebben ze bijna allemaal.
  5. Dat kan dus inhouden dat de toiletpapierkoper de melkkoper subsidieert. Of dat empirisch een groot effect is, is de vraag: de meeste melkkopers kopen hebben ook toiletpapier nodig. Het kan er ook toe leiden dat de melkproducent wat meer onder druk wordt gezet dan de papierproducent, maar de super zal het niet nalaten ook de inkoopprijs van toiletpapier nog wat te verlagen als hij daar mogelijkheden toe ziet.
  6. Het kan er ook toe leiden dat de innovatie in producten wat lager is, maar ook dat is lastig aan te tonen. Blijkbaar vonden we dat we niet genoeg hadden aan de Koetjes chocoladerepen bij de SPAR en toen kwamen de Leonidas en Australian ketens. En melk mag dan laag geprijst zijn, het dwingt Danone en consorten om het niet in melk maar in een hele rij ander zuivelproducten te zoeken, tot flirts met cosmetica aan toe.
  7. De economische wetenschap is a-moreel: je kijkt hoe de wereld werkt en hoe mensen spelletjes met elkaar spelen. En of het ook efficienter kan. Een waarde-oordeel zit daar niet bij. Maar als ik die toch zou moeten geven, dan heb ik de indruk dat het grootste onrecht niet zit in de wijze van beprijzen in de supermarkt, maar in het beprijzen buiten de supermarkt. Twee voorbeelden: er zijn lease-autobezitters die hun tripje naar Auchan in Lille op zaterdagochtend afwentelen op de baas en de belastingbetaler omdat ze niet zelf opdraaien voor de kosten van die kilometers. En we betalen veel te weinig voor ons voedsel omdat de milieuvervuilingskosten helemaal niet in onze dierlijke producten zitten. Zulke issues lijken me maatschappelijk veel urgenter.

zaterdag 18 april 2009

bio op foodlog

De discussie over de omzetcijfers in bio en de melding daarvan in de Volkskrant wordt voortgezet op Foodlog. Zie aldaar.

vrijdag 17 april 2009

biologisch en sherry

Het gaat goed met het biologisch product, de recessie krijgt er nog geen vat op. Eind vorig jaar was er nog een forse omzetstijging en ook nu zien Biologica en de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw nog geen daling. Zo meldden ze gisteren in o.a. de NRC.
Het valt vooralsnog dus mee met de health check van deze producten in de recessie. Verklaringen zijn nog zoek. Een economische crisis als deze is ook een waardencrisis, dus misschien leidt dat tot bezinning en aankoop van bio. Of willen we ons zelf verwennen thuis in plaats van het restaurant (is er een substitutie of wellicht zelfs een Giffin effect?). Of vertrouwen we de grote voedselimperia niet meer nu ook de banken al niet meer te vertrouwen zijn en gaan we voor de biologische teler om de hoek? Wie het weet mag het zeggen, dat spaart verder onderzoek uit.
Uli Schnier, de voorzitter van de Taskforce, meldt in de NRC ook nog dat "Albert Heijn Nederland aan het biologische voedsel heeft gebracht". Het is nog niet zo heel lang geleden dat enkele van mijn collega's er op wezen dat er veel potentiele kopers van bio zijn die niet op de fiets naar de natuurvoedingswinkel willen, maar met de auto naar een supermarkt met een parkeerplaats. Wat tot behoorlijke discussies over de toekomst van het concept biologisch leidde, en terecht.
Overigens is de uitspraak van Schnier natuurlijk een variant op die over de sherry: Albert Heijn persoonlijk was er trots op heel Nederland (althans de huis- en haar buurvrouw die als 'groene weduwe" in de slaapsteden woonde, haar huishouden had gemechaniseerd met een vaatwasser en droger, de kinderen op school had en nog niet was toegetreden tot de arbeidsmarkt en geen tweede auto had) aan de sherry geholpen te hebben.
Laten we voor de biologische sector maar hopen dat de vergelijking met sherry mank gaat, want toen de huisvrouw de arbeidsmarkt betrad was het over met de sherry-rage.

donderdag 16 april 2009

Jamie Oliveoil


De Engelse alliantie van belastingbetalers, die liever geen belasting betalen, maken zich boos over het Europese landbouwbeleid. In plaats van pamfletten en rapporten hebben ze nu een geolied You Tube filmpje gemaakt met in de hoofdrol Jamie Oliveoil, een pastische van topkok Jamie Oliver.
Voor wie het op het weblog CAP Healthcheck nog niet gezien had: hier is de link

woensdag 15 april 2009

agribusiness complexen

Gisteren besteedde ik al enige aandacht aan een boekje dat onlangs uitkwam over Agribusiness clusters: bouwstenen van de regionale biobased economy.
Het bevat een mooi verhaal de Groningse hoogleraar Dirk Strijker. Hij gaat tongue-in-cheek in op de historie van het begrip met fraaie passages als: "De term 'agribusiness complexen' ademde de sfeer van maak- en stuurbaarheid, en het klonk wetenschappelijk, abstract en 'sophisticated'. Dat waren vast niet de redenen waarom zij de term gebruikten, maar het was waarschijnlijk wel om die reden dat het begrip snel werd opgepikt door beleidsinstanties. Binnen het Ministerie van LNV (S. gebruikt de nieuwe naam voluit, dat is een anachronisme lijkt me -kjp) waren het vooral ambtenaren die zich met handel en verwerking bezighielden die er triomfantelijk mee wegliepen. Ze hadden nu immers iets, waarmee ze zich konden onderscheiden van de 'boeren-afdelingen' van het ministerie."
We hebben het dan over de jaren 80 en Strijker klapt ook nog uit de school over het verloop van een LEI project dat in 1987 leidde tot een veel geciteerd boekje over die complexen.

Varkens in nood
Meer inhoudelijk beziet het artikel hoe het met een aantal regionale complexen verlopen is. Interessant is die van de varkenshouderij die op een institutioneel bepaald concurrentievoordeel is gebaseerd, nl. de import van graanvervangers. Strijker laat zien hoe het aandeel van de cluster in Europa is teruggelopen (voor Brabant en Limburg van 9,4% naar 7,6% van de EU-9 productie), maar dat er wel een succesvolle lobby is gevoerd om het mestprobleem als een nationaal in plaats van een regionaal probleem te zien (wat het wel was). Ruimtelijke clusters hebben dus ook lobby-kracht die ze in stand kan helpen houden.
Het paper herinnert er ook nog eens aan dat de kalvermesterij op de Veluwe zit, niet alleen vanwege de kleine zandboeren, maar ook vanwege het ijzervrije drinkwater. En tot slot waarschuwt de auteur zeer terecht dat een ruimtelijke cluster ook nadelen heeft. Naast congestie ook onderlinge afhankelijkheden die op strategisch niveau ongewenst kunnen zijn. "Dat is wellicht de reden dat heel wat blauwdrukken voor dit soort verknopingen, ontworpen door overheden of consultants, nooit gerealiseerd worden.".
Helemaal mee eens, ik pleit er al jaren voor om bij het ontwerpen van die agroparken ook een assessment te doen op de institutioneel economische verhoudingen binnen zo'n cluster. Anders wordt het niets met de industrial ecology.

D. Strijker: Agribusiness complexen en ruimtelijke clustering in: H.Smulders, M. Gijzen en F. Boekema (red): Agribusiness clusters -bouwstenen van de regionale biobased economy?. Shaker Maastricht, 2009

dinsdag 14 april 2009

Lijstje: Zoek een competing F

Vier F's om de competing claims (het idee dat je maar 1 ding tegelijk kunt met de biomassa die geteeld wordt) hadden we al: de klassieke drie
  • Food (voedsel)
  • Feed (veevoer)
  • Fibre (vezels als vlas en katoen)

En hoewel hout en stro altijd al voor brandstof werden gebruikt is daar sinds de bio-energie ook bijgekomen:

  • Fuel (brandstof)

In ontpolderingsdiscussies mag ik ook graag de factor Natuur toevoegen, wat ik dan maar doe met de F van Forest, maar dat is afgezien van de ooibossen langs de rivier niet zo'n sterke F. Wie weet een betere. En dan is er natuurlijk nog een F nodig voor de inFrastructuur.

Enfin, ik kom daarop omdat oud-minister Cees Veerman en Huub Smulders in een vorige week uitgekomen boekje ook nog de F van Fiducie voorstellen voor dit rijtje, omdat Vertrouwen sinds de kredietcrisis ook in short supply is. Is wat voor te zeggen en grondbezitters zijn vaak te vertrouwen want ze kunnen zich niet snel uit de voeten maken. Hoewel dat als verklaring voor de pompeuze bankgebouwen ook ooit opgeld deed.

C.P. Veerman en H. Smulders: Food, Feed, Fuel en Fibers: mondiale ontwikkelingen en de beleidspositionering van Nederland in: H. Smulders, M. Gijzen en F. Broekema: Agribusiness clusters. ISBN 978-90-423-0353-9

maandag 13 april 2009

Vrolijk Pasen: zoek een eitje

Mooi weer om deze Paasdagen het voorjaar op te zoeken. Niet in het tuincentrum of de meubelboulevard, maar echt buiten. Voor wie toch binnen zit en nog op een puzzel zit te wachten: de meest bijzondere paaseieren zijn die van Faberge. Ik zag er ooit 10 in het Kremlin Armoury Museum in Moskou, zie de wiki.
Wie zoekt er uit welke eieren een landbouwmotief hebben, anders dan het ei zelf? De eerste twee tellen, want die hebben een hen; er is er een met een russisch spoorwegmotief (toen die aandelen nog wat waard waren) en een met een eerste wereldoorlog motief. Maar zijn er ook agrarische?

zondag 12 april 2009

's lands aard, economie en euthanasie

Hoe komt het toch dat opvattingen, normen en waarden tussen op het eerste gezicht gelijksoortige landen verschillen? Institutioneel economen denken dat die normen niet alleen ons economisch gedrag bepalen ("vis op vrijdag") maar dat ook omgekeerd de economie soms de bovenbouw van de normen bepaald (zwarte teer was ooit effectief en goedkoop in Zeeland en dus vinden we nog steeds dat de schuren daar zwart moeten zijn met een witte bies rond de deuren).
Zo kun je dus ook naar verklaringen zoeken waarom de opvattingen over euthanasie in Europa zo uiteen lopen (en het dus niet erg zinvol is dit op EU niveau te regelen). The Economist deed dat vorige week.
Nederland en Belgie zijn relatief erg liberaal op dat onderwerp. Daar zijn twee mogelijke economische verklaringen voor: er is weinig reden om om euthanasie te vragen uit financiele overwegingen (de verzekering draait op voor je kosten van langdurige behandeling) terwijl je bv. in de VS failliet kunt gaan aan je eigen ziekte. Daar is dus de angst in het debat dat je uit financiele belangen pleit voor euthanasie. Een tweede is dat de zorg in Nederland is georganiseerd via huisartsen, die relatief dicht bij de gezinnen staan. In Zuid-Europa is de verhouding veel hierarchischer.
Maar cultuur speelt ook een rol: "The Dutch are an outspoken, demanding bunch, who expect strait answers [van hun arts]" zegt een Belgische wetenschapper, Luc Deliens. "The Dutch, a seafaring nation of traders, have also long imported new and foreign opinions. They are used to resolving conflicting principles. There has never been one very strong common idea on what is allowed". Aldus Dick Willems, een Nederlandse arts en ethicus in het blad.
En het zou natuurlijk kunnen zijn dat elders de praktijk niet zoveel anders is (onderzoek wijst daarop), maar dat wij het geen probleem vinden er over te discussieren en schrijven.

The Economist: the great euthanasia debate; 4.4.2009

zaterdag 11 april 2009

Kopieergedrag

Kopieren is ook een kunst. Margarine begon zijn leven als kunstboter. Uitgevonden vlak voor de Frans-Duitse oorlog van 1870 door een Fransman was de fabrieksmatige wereldprimeur in Oss. Eerst door Jurgens, een jaar later volgde Van den Bergh. Later zouden ze fuseren tot Unilever. Wereldwijd kreeg het product de wind in de zeilen ten tijde van de eerste wereldoorlog, toen boter op veel plekken op de bon ging.
Een bekend verhaal. Wat ik niet wist, en onlangs las in een beleggingsadvies over Oce, de kopieermachinefabrikant uit Venlo, is dat het boterkleursel om margarine geel te kleuren is uitgevonden door de Limburgse apotheker Lodewijk van der Grinten. Hij was de grondlegger van het concern dat lange tijd Oce van der Grinten heette, en nu nog Oce. Kopieren zit ze in het bloed. De wiki bevestigde het verhaal. Zie aldaar voor meer.

donderdag 9 april 2009

platteland 2040

In Villa Sonsbeek spraken we vanmiddag over het platteland van 2040. Leuke brainstorming naar aanleiding van een scenario over overheidssturing en innovatie. Uiteindelijk leek het ons weinig voorspelbaar: wie had vijftien jaar geleden gedacht dat het nu over verpaarding zou gaan.
In 2040 hebben veel van de inwoners van Nederland weinig historische binding met het platteland zoals wij ons dat herinneren of nu nog ervaren. Verder schatten we de leefbaarheidsproblematiek van kleine kernen niet al te zwaar in. De stad is altijd dichtbij. En veel van Nederland is tegen die tijd net als de omgeving van Villa Sonsbeek nu: een stadspark. Mooie plek dus voor een causerie en een etentje.

woensdag 8 april 2009

kunt u het nog volgen?

Wie de weblog handiger wil volgen kan links onder gebruik maken van een nieuwe Google service in deze Web2.0 wereld: de volgoptie

dinsdag 7 april 2009

Lijstje: ondernemersvaardigheden

Het Zwitserse bureau FIBL stuurde me een dik pakket met twee rapporten uit het Europese Onderzoeksproject ESoF: Enterpreneurial Skill of Farmers. Ik had het genoegen de afgelopen jaren in een adviesrol bij het project betrokken te zijn. Het heeft een hoop opgeleverd, maar ik volsta hier maar met een lijstje van 5 vaardigheden die de ondernemers van de toekomst nu al moet hebben:
  1. Professional skills (technical skills, production skills)
  2. Management skills (financial management, administrative management)
  3. Opportunity skills (recognising and realising business opportunities)
  4. Strategy skills (developing and ealuating a business strategy)
  5. Co-operation / networking skills (networking and utilising contacts)

Christine Rudman (ed): Entrepreneurial skills and their role in enhancing the relative independence of farmers, FiBL, Switzerland ISBN978-3-03736-028-6

maandag 6 april 2009

1971: de introductie van het rollenspel

Deze winter kruiste mijn pad dat van een adviseur van De Beuk en zij stuurde me hun jubilieumboek Meedenkers & Dwarskijkers. Ik las er afgelopen dagen een aantal hoofdstukken uit. Er staat een buitengewoon leuk en interessant hoofdstuk in van Tom Pauka, de eerste directeur en mede-oprichter, die uitlegd hoe het bureau is ontstaan als de Presentatiegroep van de PvdA.
Dat was in kringen van de Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs, beter bekend als de VARA, in 1971. VARA presentator en volkshogeschool directeur Bob Loevens deed eerder wat in de verkoop van potten en pannen, volgde daarvoor een verkoopcursus in de VS en leerde daar dat je met rollenspellen lastige situaties kunt exploreren. Dat leert nu elke jonge medewerker op een cursus Omgaan met klanten, maar dat was toen dus nieuw.
En zo gaat een groep tot het rollenspel bekeerde mensen de NieuwLinksers (ook Vara) trainen en daarna dus de PvdA. Uiteindelijik groeit er een echt bedrijf uit deze beweging, dat ook anderen traint, als het maar geen NieuwRechtsers zijn.
Leuk verhaal met smakelijke opmerkingen over bekende politici zoals Hans van Mierlo ("de publiekslieveling komt in een hard debat niet uit de verf") en Joop den Uijl ("kan beter uit de buurt van gewone mensen worden gehouden, want die concluderen in meerderheid dat hij geen belangstelling heeft voor andermans mening"). Op de Tros hoorde ik zaterdagochtend nog een communicatiedeskundige negatief over Marcel van Dam ("zijn mening hebben we nooit echt vernomen bij het Lagerhuis want hij wordt niet aardig gevonden en dus luisteren mensen niet") dus niet alles heeft de presentatiegroep de Beuk opgelost, maar in ieder geval zijn ze ver gekomen. En het levert een vermakelijke terugblik van Tom Pauka op. Lees de pdf versies op de site van de Beuk.

De Beuk: Meedenkers en Dwarskijkers

zondag 5 april 2009

kom in de kas

Voordat mijn dag gisteren eindigde met een gezellige remake van een vroegjarenzeventig schuurfeestje in aardappelpotend Flevoland, was er tijd voor de Kom_in_de_Kas actie van tuinbouwend Zevenhuizen. Professioneel georganiseerd. We bezochten kwekers van oranje paprikas, van anthuriums en van rozen. En van vaste tuinplanten want de organisatoren hadden het begrip "kas" maar wat opgerekt tot een vaste planten kweker, een akkerbouwer, een loonwerker en nog iest met oude tractoren en kleinvee.
Vooral dat laatste is verstandig, zo begreep ik onlangs uit een onderzoek: voor stadsmensen is een boerderij iets met dieren. Waarbij ze iemand in een overall en op klompen verwachten, en het is uiterst verstandig om aan zo'n beeld te beantwoorden. Net zoals het verstandig is om ook de nadelen te benoemen als je twijfelende mensen van iets wilt overtuigen. Uit dat onderzoek staat me ook bij dat je als boer of tuinder al de wereld gewonnen hebt als je mensen vriendelijk ontvangt, want de gemiddelde stadsbewoner verwacht een wat stugge, introverte man die je misschien wel van het erf wil afkijken.

Nederland bloeit
In de jongste uitgave van het blad Cooperatie borduurt communicatiedeskundige Jeen Akkerman door op dit thema. Hij constateert dat elke keer weer uit onderzoek blijkt dat burgers boeren zien als hardwerkende en eerlijke lieden, maar dat agrarische ondernemers zelf telkens weer vermoeden dat hun imago bijzonder slecht is. Hij zet daarom kritische vraagtekens bij de recente LTO campagne Nederland bloeit, die Ondernemers van nature en Vrienden van het Platteland opvolgt.
Zijn kritiek is dat individuele boeren en tuinders in de campagne een te onderschikte rol spelen. Ze zouden veel meer zelf de PR en communicatie moeten voeren. Waarom niet elke boer en tuinder een goede eigen webpage? Akkerman vermoedt dat het doel van de campagne voor een deel ook het tevreden stellen van de achterban is, om te laten zien dat LTO opkomt voor de achterban.

Natura 2000
Het bedrijf van de toekomst kan niet meer zonder eigen communicatieplan, al was het maar omdat er personeel en vergunningen bij uitbreiding nodig zijn. Niet alleen Akkerman wijst op dat probleem (en raadt ook hier aan dat boeren de hinder van buren niet ontkennen maar de dialoog aangaan over de afweging), ook jurist Willem Bruil laat in hetzelfde nummer van Cooperatie zien hoe het beschermen van Natuurgebieden niet ophoudt bij de grens van het natuurgebied maar ook in een straal er omheen zijn invloed heeft. Als een dorp dreigt uit te breiden en agrarische grond wordt 'warm' (stijgt in prijs) dan is dat een schaduwwerking die economisch vaak welkom is. Als er een natuurgebied wordt vergroot en de schaduwwerking maakt dat de grond minder waard dreigt te worden (door gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden) dan is dat minder welkom. Misschien helpt communiceren, hoewel de bijdrage van Bruil doet vermoeden dat de wetgeving hier zeer strikt is.
Het bracht me op het idee dat de markt wel een oplossing zal verzinnen. Een oplossing die de mega-stallen met de koeien op stal in de hand zal werken: uitbreiding van stallen wordt door deze regelgeving onmogelijk in een straal van 10 km van een natuurgebied en dus relatief makkelijk daarbuiten. Voor de teelt van veevoer (gras, mais) maakt de ligging geen verschil. Ergo, stallen zullen uitgebreid worden daar waar geen natuur in de buurt is en er ontstaan gespecialiseerde veevoerverbouwers (loonwerkers?) rond de natuurgebieden die het veevoer transporteren naar de grotere staleenheden uit de buurt van natuurgebieden. Net zoals dat elders (in Californie) gebeurt naar de mega-stallen bij de stad omdat je in een woestijnklimaat historisch makkelijker veevoer dan melk transporteert. Of zie ik wat over het hoofd?

Willem Bruil: Natuurbescherming
Jeen Akkerman: Samenwerken in communicatie
Beide in: Cooperatie, maart 2009, nummer 598
Posted by Picasa