vrijdag 9 mei 2008

Maak Rockin' Billy rechtenvrij

Binnen de politieke economie wordt wel beweerd dat ook grote boeren belang hebben bij het beeld van het kleine arme boertje, omdat dat helpt subsidiesystemen in stand te houden. Het bewijs heb ik nooit gezien (en ook niet naar gezocht, ik hou me aanbevolen voor een verwijzing naar een paper), maar in de muziekindustrie blijkt het nu wel zo te werken.
In dat geval zijn het de platenmaatschappijen die belang hebben bij een verlenging van de muziekrechten en daarvoor de geliefde arme artiesten naar voren schuiven en voor het karretje spannen. Die muziekrechten lopen nu 50 jaar, wat betekent dat in 2010 Ria Valk's Rockin' Billy (de enige top-4 notering die begint met een loeiende koe) rechtenvrij is. Dan mag je het plaatje zo maar op je website zetten, net zoals je zomaar een oude tekst van Multatuli mag overtikken of inscannen (nee niet van een nieuwe editie, van een oude).
De platenindustrie heeft de Europese Commissie er nu van weten te overtuigen dat het goed is voor de pensioenvoorziening van artiesten als die 50 jaar wordt verlengd naar maar liefst 95 jaar - een artiest type Heintje of Jantje Smit zou eens 110 en behoeftig kunnen worden. Maar die artiesten profiteren daar helemaal niet van, ze zijn al binnen of ze hebben zulke contracten afgesloten dat ze maar een schijntje meer krijgen, naast hun AOW. Mijn favoriete oude rocker Peter -Kom van dat dak af- Koelewijn is dan ook een actie tegen verlenging begonnen, zo meldt de NRC.
Een economische analyse leert dat hij gelijk heeft. Ongetwijfeld maken mensen ook muziek voor het geld en niet alleen voor de kunst of hun eigen behoeftebevrediging. Om te bevorderen dat ze die muziek voor ons maken, geven we ze een muziekrecht op de opbrengsten. Maar muziekanten gaan m.i. echt niet meer en betere muziek maken als de 50 jaar wordt opgerekt naar 60 of 95 jaar. De contante waarde van die opbrengsten is verwaarloosbaar. Maar de platenmaatschappijen willen natuurlijk hun backlog catalogus nog wel even op i-tunes of de follow up daarvan uitbrengen en daar aan verdienen. Dat is volgend jaar al inkomen.
Wie ook vindt dat de wetgeving in de EU op dit vlak helemaal geen aanpassing behoeft en dat de Europese Commissie zich beter met andere dingen kan bezighouden, kan net als ik een petitie tekenen. Al was het maar om hier in 2010 de koe van Ria te horen.

donderdag 8 mei 2008

Web2.0

Links heb ik een link toegevoegd naar de blog Sociale Media & Landbouw, die vanuit het Portugese door Josien Kapma wordt onderhouden. Aanbevolen voor wie geinteresseerd is in de effecten van Web2.0 op de agrosector.

impulse food

Shell Venster, het PR blad van de Koninklijke, gaat meestal over energie maar bevat deze keer ook een leuk artikel over ons gedrag in het benzine-station: De helft van de mensen die bij het tanken nog een blikje fris of een chocoladereep afrekenen, was dat van te voren niet van plan.
Shell richt zich dus bij de winkelinrichting op die helft, de impulskopers die over de streep moeten worden getrokken. Daartoe moet de schapindeling uiterst helder zijn, niet teveel schreeuwerige aanbiedingen, geen broodjes over the counter want er zijn steeds weer andere types uitverkocht en je moet er op wachten, en een aanbieding op de toonbank. Een of de vijf neemt die mee.
Zelf erger ik me er nog wel eens aan dat de cassiere dat dan ook nog loopt aan te prijzen (ook als je al iets anders neemt), maar blijkbaar ben ik een uitzondering. De marketeers zien zichzelf goed bezig. Met Utrecht CS en Schiphol (met sushi) geeft men bij Shell inhoud aan het ontwikkelen van 'on the move' mobiel consumeren. Het gaat om 'speed and ease' en dat de prijzen fors hoger liggen dan in de supermarkt is bekend en geen probleem. Ze verkopen gemak.
Natuurlijk is het ook een beetje verantwoord: Gezond is de trend, verse sapjes, acht soorten fruit, gezonde sandwiches. Maar een banaan als aanbieding op de toonbank gaat nog te ver, en de klant moet wel worden geholpen tot een impuls aankoop over te gaan: "je maakt een behoefte wakker", "he, ik wist nog niet dat ik dorst had".
Wie zich tegen impuls aankopen wil wapenen, volge de aloude aanwijzing van budgetplanners: maak een boodschappenlijstje voor je naar de winkel of de stad gaat. Net zoals bedrijven die hun personeel goed willen laten eten hun restaurant opdracht geven om om 10.30 uur even het menu rond te mailen met een aanklick-mogelijkheid. Kortom: die ANWB borden staan niet voor niets al 1200 meter voor de afslag: kun je vast nadenken wat je echt uit de winkel nodig hebt.
R. Spreen: Snoepen in een opwelling in: Shell Venster mei/juni 2008

woensdag 7 mei 2008

A27

Rijkswaterstaat doet zijn best de A27 open te houden. Nee, niet om de doorstroming gaande te houden door files te bestrijden, maar om het uitzicht open te houden. Want de A27 geeft als relatief jonge snelweg nog zicht op allerlei typisch Nederlandse landschappen.

Dat is natuurlijk niet simpel. Elke gemeente wil een bedrijventerrein voor de werkgelegenheid en de onroerendgoedbelasting en anders is er wel een projectontwikkelaar die grond koopt en de wethouder overtuigt. Zo'n bedrijventerrein is alleen concurrerend als het goed bereikbaar is en ook de bevolking wil geen extra vrachtauto's door de Dorpssstraat, ons Dorp. Dus komt het bedrijventerrein bij de afslag, langs de snelweg. Mooi geluidsscherm ook.

En zo verdwijnt het uitzicht. Moest je vroeger op de weg letten, stilstaand in de files willen we juist landschap zien. En dus maakt Rijkswaterstaat van de A27 een Panoramaroute. Op een specifieke website kun je aanhaken. Ik werd er op geattendeerd omdat we vanuit het Wageningse en het LEI meewerken aan dit idee (had je ook niet gedacht).
Een leuk plan vind ik de snelweg-stopplaatsen als uitvalsbasis. Als we dan toch nomaden worden dan is er behoefte aan plekken om elkaar te ontmoeten (afgelopen week zat ik ook al met mijn baas te overleggen in een wegrestaurant omdat ons dat in de agendas goed uitkwam) en wat is er dan mooier dan dat je ook een half uurtje het landschap in kunt lopen en tussen de lammetjes kunt dartelen of een streekkaasje kunt kopen. Boeren in de Vijfherenlanden of Eemland: opgelet, hier liggen kansen.

Ik heb nooit begrepen waarom er overal in Europa rond pleisterplaatsen zulke hoge hekken staan dat je zelfs lopend niet de weg af kunt, dat kan uitnodigender. Wat mij betreft kunnen de ANWB en de Hoge School voor de Kunsten alvast een nieuw pictogram voor de afslagen ontwerpen: naast mes&vork voor het restaurant en de benzinepomp voor het tankstation ook graag een pictogram voor een panoramisch plattelandswandelingetje, eventueel met boerderijbezoek.

de thermometer in internet


Hiernaast een grafiek die de belangstelling op internet (althans in blogs) meet voor de 'food prices'. Nielsen BuzzMetrics's BrandPulse™ tool op http://www.blogpulse.com/ levert zulke informatie. Van 1 promille in de periode november - maart is de aandacht toegenomen naar 1,5 promille medio april. Inmiddels lijkt de belangstelling al weer tanende. Mooi instrument, die blogpulse.

dinsdag 6 mei 2008

Dare to share

Kennisdelen is vaak een probleem, maar hard nodig om tot resultaten te komen. Advies- en ingenieursbureau DHV stuurde me hun jaarverslag 2007 en besteden daaraan aandacht aan hun programma Dare to Share: het openlijk durven delen van belangen, kennis en competenties vormt een eerste stap om te komen tot een duurzamere inrichting van onze leefomgeving. Daarbij gaat het om interne kennisdeling en open innovatie met klanten. Herkenbaar probleem en in ieder geval een mooie titel.

VN over speculatie

Er wordt heel wat afgeschreven over de wereldvoedselprijzen. Veel nieuws komt er niet bij dus we gaan hier niet op ieder stuk commentaar geven. Wel is er reden om even stil te staan bij het interview met de VN rapporteur over het fundamentele mensenrecht op eten, de Zwitser Jean Ziegler in de NRC van afgelopen zaterdag. Hij vindt de crisis 'man-made' en schuift de schuld op rijke landen (landbouwbeleid, IMF hestructureringseisen), biobrandstof en speculanten.
Op dat laatste punt weet hij iets nieuws te melden: de termijnmarkt van Chicago zou gedomineerd worden door vijf of zes multinationals waarbij Cargill een kwart van de wereldgraanoogst zou controleren. En - misschien belangrijker- de Chicago Commodity Stock Exchange staat een leverage van 95% toe, je hoeft maar met 5% eigen geld te beleggen, de rest mag je lenen.
Overigens kan m.i. de situatie met 5 dominante spelers nog genoeg zijn voor concurrentie en kennen ook andere termijnmarkten forse leverages. Maar dat het opschroeven van die eis tot een forse prijsdaling zou leiden, dat lijkt me ook waarschijnlijk.
Wie zelf wat wil doen kan natuurlijk zijn beleggingsportefeuille aanpassen (geen commodity funds) of zijn pensioenfonds vragen dat te doen.

C. de Gruyter: "Jean Ziegler, VN rapporteur van de VN, hekelt speculanten en biobrandstof" in NRC 3.5.2008

maandag 5 mei 2008

melk komt van de koe

In discussies over de industrialisatie van ons voedselsysteem wordt tot in de hoogste kringen nog wel eens beweerd dat kinderen niet meer weten waar de melk vandaan komt. Voortaan mag dat niet meer, want uit onderzoek van het LEI is gebleken dat kinderen heel goed weten waar de melk vandaan komt. En "Biefstuk komt niet van de kip" - zo heet het rapport.

L.C. Jager et al: Biefstuk komt niet van de kip, LEI, 2008

hamburger economie

Werkend in een technisch georienteerde universiteit en research instelling mag ik regelmatig uit welbegrepen eigenbelang uitleggen dat de wereld niet alleen door technische uitvindingen verandert, maar juist ook door organisatorische.

Mijn standaardvoorbeeld is meestal de auto-industrie, die vooral veranderde door 3 grote inzichten: Henry Ford zag een slachtlijn en begreep dat hij goedkope autos voor de massa kon maken als aanvulling op de dure speeltjes die er tot dan toe waren. Later zag zijn concurrent Alfred Sloan dat er behoefte was aan meer dan het zwarte model T, hij kocht in General Motors tal van merken op maar bouwde ze waar mogelijk met dezelfde techniek (wat we nu een platform noemen) en vond daartoe in organisatorisch opzicht de divisiestructuur uit met bijbehorende managementtechnieken. En Toyota had na de oorlog schaarste aan materiaal en was gedwongen Just in Time en kwaliteitsmanagement in te voeren om te overleven, en bouwde dit uit tot een merk met hoge betrouwbaarheid. Zulke veranderingen zijn minstens zo belangrijk als de uitvinding van DAF's pientere pookje.

Uit een boekrecensie begrijp ik nu dat ik voortaan ook de hamburger als voorbeeld kan nemen. De uitvinder daarvan is onbekend, maar ene Walter Anderson opende in 1921 in Wichita, Kansas zijn White Castle om hamburgers te verkopen. Zijn bijdrage was de standaardisering van de productie door met standaard voorgewogen hoeveelheden vlees en vierkante broodjes te werken. Zijn keuken werd een assembly-line.

En de volgende organisatorische vernieuwing kwam van Ray Kroc, die een 'drive-in burger bar' kocht die door Richard en Maurice McDonald werd gedreven. Kroc kopieerde de standaardisatie van White Castle, trainde zijn managers in zijn McDonalds University en voegde het franchise model toe. De eerste CFO van McDonalds, Harry Sonneborn, prees het concern dan ook aan als zijnde meer een onroerendgoed bedrijf dan een hamburger imperium. Er werden winkelpanden gekocht of gehuurd op goede locaties en verhuurd aan zelfstandige ondernemers die een gedetailleerd contract kregen, met veel verplichtingen en hogere afdrachtspercentages naarmate er meer hamburgers werden verkocht. Kroc was blij af te zijn van de 'pampering en fiddling' met managers.

En zoals de recencist van The Economist opmerkt: het zijn niet de uitjes (die bij White Castle beter schijnen te zijn) die de protesten van Jose Bove en de zijnen oproepen maar deze industrialisatie en iconisering. Maar dat is een ander verhaal, hoewel ook dat duidelijk maakt dat er meer is dan techniek.


The Hamburger: a history door Josh Ozersky. Recensie in The Economist 26.4.2008

zondag 4 mei 2008

Grondprijzen

Grondprijzen stijgen tot een torenhoog niveau. Begin maart blogde ik hier over de onteigening in mijn achtertuin, de Eendrachtspolder, waar een aantal boeren een juridisch argument had bedacht om niet uitgekocht te worden tegen zo'n 68.000 euro per ha, maar voor meer dan twee ton. Vakblad De Boerderij meldde afgelopen dinsdag -enigszins tot mijn verbazing, maar daarom is het ook nieuws- dat de rechter dit argument erkend had, waarmee de Gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle in het ongelijk is gesteld.

Als burger ben ik daar niet echt blij mee, want dat gaan we terugvinden in de onroerendgoedbelasting. Maar goed dat we fuseren, dan kan Nieuwerkerk a/d IJssel ook meebetalen. Of het plan wordt veel kleiner (de draglines staan al in het land) en dan kan ik niet genieten van de natuur achter mijn huis. Toegegeven, ik geniet ook van de akkerbouw, maar huizenkopers zien liever natuur dan akkerbouw.

Overigens is het laatste woord er nog niet over gezegd, want de boeren die het geding wonnen, vinden ook twee ton volstrekt onvoldoende. Ze kennen ook stukken die voor een half miljoen tot een miljoen per ha worden verkocht en eisen dus nog meer. Als burger begin je je wel af te vragen of er niet wat fundamenteels fout zit in de planologie.
Geen wonder dus ook dat de prijzen van grond overal in Nederland stijgen. Hetzelfde vakblad De Boerderij had er interessante kaartjes over. In Flevoland liggen prijzen nu boven de 70.000 euro. Als burger begin je je ook wel af te vragen of er niet wat fout zit in de fiscale wetgeving die verkopers van landbouwgrond aanzet tot herinvesteren elders in Nederland. Misschien zou het voor de wereld wel beter zijn als een deel van dat geld in woningbouw of natuurgebieden of in landbouwgrond in de Oekraine werd belegd - ook goed voor de wereldvoedselproduktie.
Accountants waarschuwen tegen aankoop van grond uit overweging van speculatie (gelijk hebben ze) en belegging. Maar dat laatste wordt wel steeds meer een drijfveer, zo krijg je de indruk. Is het overigens ook altijd geweest. Een veehouder vertelde eens dat de beste koeien "torenkoeien" waren: de koeien die de kerkklok konden zien. Dat was warme grond die ooit onteigend wordt.

zaterdag 3 mei 2008

Naar de bollen

Het NOS journaal berichtte gisteren dat de bollenstreek van streek is: zo langzamerhand zijn de bollenvelden gereduceerd tot de Keukenhof (foto) en het Panorama Tulipland, waarvan de schilder verklaarde het uit protest tegen de veranderingen te hebben geschilderd. Leve de nostalgie.
Vorige week landde ik via de Polderbaan op Schiphol en had al ruim zicht op de fraaie Noordhollandse bollenvelden. Vanmiddag reed ik door Flevoland, en ook daar volop bloeiende tulpenvelden, groter dan ze in de bollenstreek ooit kunnen zijn.
Kortom er is weinig aan de hand, tenzij je de tulpen echt vanaf de watertoren van Katwijk wilt bekijken. Buitenlanders denken uberhaupt dat Tulpen uit Amsterdam komen (ze komen overigens uit Turkije) en ze moeten nu alleen anders de stad uitrijden.
Bollentelers kennen al lang het verschijnsel van de reizende bollenkraam (het feit dat je voor sommige gewassen elk jaar verse grond zonder schimmels moet hebben). Nu de reiziger nog. En de projectontwikkelaars van de Bollenstreek kunnen rustig doorgaan. Wegen en spoorlijnen liggen er al dus dat is goedkoper dan een locatie in zee.

plattelandsbeleid

Het plattelandsbeleid van de EU en de USA verschillen nogal, zo concluderen verschillende auteurs in de laatste uitgave van EuroChoices. De EU doet meer aan milieu en ziet een rol voor de landbouw in het bevolkt houden van het platteland. De historie van het beleid is anders, de instituties zijn anders en de geografie speelt een rol. Ook in de VS lijken staten waar landbouw en steden dicht bij elkaar liggen (aan de kust in Oost en West) vaker voor milieu-onderwerpen in het plattelandsbeleid te kiezen. Maar over het algemeen zijn in de VS bewoning, landbouw en natuur veel meer in aparte gebieden gescheiden, vindt men milieu blijkbaar minder relevant en komt men er sneller achter dat landbouw alleen de regionale economie niet gaat redden; en als men dat steunt, dan maar meteen via de prijzen. Wel worden grote sommen geld uitgegeven aan bereikbaarheid via bv. wegen. En dat is in Europa nu juist weer gedecentraliseerd.
Kortom genoeg verschillen voor misverstanden in internationale onderhandelingen rond landbouwbeleid.

vrijdag 2 mei 2008

Westelijk Flevoland (v/h de Markerwaard i.a.)

Het is vandaag extra druk bij de milieustraten, zo begrijp ik. Mooi weer voor de voorjaarsschoonmaak en niet alles is op de vrijmarkten van de hand gegaan. Met opruimen kom je ook aardige dingen tegen. Zo vond ik een uitgave van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat uit 1980: "Markerwaard: nieuwe ruimte", een populariserend rapport voor de planologische kernbeslissing waarin de regering voorstelt de Markerwaard in te polderen. Leuke foto's en kaarten en alleraardigste jaren-80 voorlichtingsspeak.
Dat boekje gaat dus alsnog de boekenkast in bij het schap IJsselmeerpolder-memorabila. Enerzijds uit nostalgie. Een van mijn eerste en meest beleidsgevoelige klussen in de jaren tachtig als jong onderzoeker was het helpen uitrekenen wat de waarde van die grond was. De regering becijferde indertijd dat de inpoldering 30.000 gulden per ha kostte en dat vergelijkbare grond elders in het land 50.000 gulden waard was. [een euro was ongeveer twee gulden twintig, weet u nog?] De cijfers vond ik letterlijk terug op pagina 17 van het rapportje, waar meteen maar geclaimd wordt dat de Markerwaard dus 2 miljard (41.000 ha * 50.000 gulden) waard is. Eerlijker was misschien geweest te stellen dat we met inpolderen 0,8 miljard verdienen (41.000 ha * [50.000-30.000]).
Maar bovenal is het probleem dat dit een private vergelijking is en het voorstel was om er op grote schaal pootaardappelen, bloembollen, tarwe en suikerbieten te gaan telen. Bij de eerste twee heeft Nederland zo'n groot marktaandeel dat prijsbederf optreedt en bij suiker en tarwe betaalde de belastingbetaler via de marktordening mee. We toonden dus aan dat de maatschappelijke waarde veel lager was dan de private waarde van 50.000 gulden. Daar waren weinigen blij mee.
Anderzijds zou me niet verbazen dat gezien de huidge markten en "ruimtegebrek" binnen afzienbare tijd dit plan voor inpoldering weer eens uit de kast komt. Dan kan dit V&W rapport nog handig zijn. Twee tips voor de voorstanders: noem het geen Markerwaard maar Westelijk Flevoland en wijs er op dat het landbouwbeleid hervormd is en dat Afrika om onze producten zit te smachten, zeker als ze door grotere productie goedkoper worden. Blijft wel dat we nog steeds een groot deel van de pootaardappel- en bloembollenmarkt hebben, en inmiddels is de opportunity cost van natuur ook gestegen, dus of een MKBA zoveel anders uit zou vallen?

Kanariezaad

De wegbermen staan prachtig in bloei met koolzaad en fluitekruid. En met veel soorten waarvan ik de naam niet ken. Vreemde namen soms ook. Daar kwam ik vorige week achter op de G-pier van Schiphol - zo erg is het al gesteld met de Nederlandse reiziger. Daar heeft men een glazen wand voorzien van tal van plantennamen. Het zal wel kunst zijn, om spanning op te roepen met alle metaal en asfalt waar je op uitkijkt - geen plant te zien.

Wat te denken van namen als Dervil, Dolik, Dravik, Dreps, Duist (kende ik!) en Fioringras. En dat zijn dan allemaal grassen, zo leerde ik uit een boekje getiteld Grassen, dat ik een dezer dagen bij het opruimen van ouder materiaal in handen kreeg.

Grassen die de boer moet herkennen, zo schrijft auteur H. Glas in het boekje, dat ooit in de jaren tachtig werd uitgegeven door Misset en verspreid onder de boeren door bestrijdingsmiddelenfabrikant Zeneca ter promotie van hun middel Fusilade (what's in a name: 'genadeloos voor gras en veilig voor het gewas').

Er zijn ook bekendere namen als Veldbeemd en duidelijke zoals Eekhoorngras (met pluimen als de gelijknamige staart). En dan is er kanariezaad: waarom heet kanariezaad (phalaris canariensis) eigenlijk kanariezaad?

Glas schrijft: "Kanariezaad wordt vaak , naar de soortnaam, kanariegras genoemd. Het is een onbehaarde plant, afkomstig van de Kanarische eilanden. Hieraan heeft het waarschijnlijk zijn naam te danken, maar ook -naar men beweert- omdat het als kanariezaad wordt gebruikt". Hij meldt ook nog dat het veel op vuilstortplaatsen is te vinden, verwilderd uit weggegooid vogeltjeszaad.

Een puzzel dus, heet het zaad naar de vogel die het eet of naar de plaats van herkomst. Daar zal ik wel niet achterkomen (of een van de lezers moet het weten), maar de puzzel is minder groot dan het lijkt, want een betrouwbaar uitziende internetbron over vogels meldt dat de Kanarie is vernoemd naar de Canarische eilanden, waar ze sinds de 15e eeuw vandaan komen. En de op Schiphol bij de charters op de G-pier wel gehoorde uitdrukking "we gaan naar de kanariepieten" is dus een interessante volkse verbastering. Wie kent de Spaanse namen voor het zaad en de vogel, lijken die ook op elkaar?


Literatuur: H. Glas: Grassen, Misset Doetinchem, 1981

donderdag 1 mei 2008

De nieuwe nomaden

De dag van de arbeid vieren we hier om historische reden niet, maar door de Hemelvaart doen we dit jaar toch met de rest van Europa mee. De arbeid verandert, en dan vooral de werkplek. We worden steeds meer nomaden, zo betoogt een recent survey van The Economist. En dan gaan het niet om thuiswerk maar om werken waar je wil. En daarmee hoef je niet meer als astronaut allerlei spullen mee te slepen want je kunt net als echte nomaden op de omgeving vertrouwen: overal kun je bellen en wel ergens ("in een oase") inloggen via je mobiel of een locaal beschikbare PC. En wie bij het web kan kan bij zijn documenten. Software wordt SAAS: Software As A Service.

Technologie leidt daarmee tot heel andere organisatievormen. Met weak ties en strong ties (Marc Granovetter) en nieuwe rituelen. We gaan weer allemaal terug naar de boerderij waar werk en wonen samenvallen - het idee dat je dat tussen huis en kantoor moet scheiden zal een kortstondig historisch fenomeen blijken te zijn geweest.

De ontwikkeling brengt nieuwe bonding en bridging activiteiten om samenwerking en innovatie te bevorderen. En heel veel mogelijkheden voor constant connectivity en welvaartsbevorderende 'micro-coordinatie' (zoals de telefoontjes uit de AH: "de ijsbergsla is op, nemen we ruccola of gemengd"). Ofwel de 'death of distance'. Waarover binnenkort meer want het was voor mij ook aanleiding een handboek over economische geografie ter hand te nemen. En afstand mag dan dood zijn (de wereld is plat), locatie is daardoor des te belangrijker geworden - je zit zo ergens anders waar het gras groener lijkt.

De Franse econoom Jacques Attali krijgt dus alsnog gelijk. De adviseur van Mitterrand voorspelde in de jaren 80 dat we toegingen naar een wereld waarin de rijke elite rond de wereld zwerft op zoek naar plezier en kansen, en de armen op zoek naar werk.

Of het allemaal zo snel gaat (de beeldtelefoon duurde 30 jaar, het papierloze kantoor komt nu pas in het verschiet) is de vraag, soms is het toch meer een slakkengang. Maar het kan intussen wel, werken vanuit een slakkenrestaurant in Barcelona (foto).

Andreas Kluth: Nomads at last - a special report on mobile telecoms The Economist, 12.4.2008