vrijdag 12 oktober 2007

Nederland later

De toekomst blijft boeien en vragen oproepen. Hoe zal ons land er in 2040 uitzien? In Zwitserland zullen de Matterhorn en de Mont Blanc nog wel op dezelfde plaats liggen, maar in de delta zien ingenieurs wel kans de IJssel te verleggen als dat zinvol is. En dus is er vraag naar toekomstkaarten.
Het MNP publiceerde daarom enige tijd geleden Nederland Later. Mooi vormgegeven, goed leesbaar.
Landbouw komt er nauwelijks in voor. Gelukkig nog wel op de kaarten, maar niet in de analyse. En dat is logisch want vrijwel alle andere vormen van grondgebruik brengen meer op, dus als je wilt weten wat we waar gaan doen, moet je naar die andere sectoren kijken.
Toch kan het voor agarische grondbezitters wel interessant zijn, zeker als ze zich willen meten met makelaars en projectontwikkelaars. Zo kun je een idee krijgen waar je strategisch moet kopen. En waar niet, want de geluidscontouren van een uitbreidend vliegveld Lelystad staan er ook in.
Ter ere van de Nobelprijs voor Al Gore en het IPCC (goede keuze!) een kaartje; niet uit de besproken Atlas, maar van het fietspad langs de kustlijn als we de dijken doorsteken (en de zeespiegel niet stijgt, nl. NAP 0)

donderdag 11 oktober 2007

Reclame voor eigen werk

De prijs voor de beste slagzin allertijden (zie de blog van eerder deze week) is gewonnen door "Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend". Een mooi argument om als mede-auteur een studie naar de concurrentie positie van de Europese Food Industry van harte aan te bevelen. Te vinden op de website van de Europese Commissie, DG Enterprise:

Study report 'Competitiveness of the European Food Industry' (an economic and legal assessment, published in 2007)

Je kunt je er ook aanmelden voor een conferentie over dit onderwerp, half november.

toeslagrechten onder de rechter

De rechter in Zwolle heeft uitspraak gedaan in een procedure over de vraag van wie de toeslagrechten nu zijn: de pachter of de verpachter. Uit welbegrepen eigenbelang ben ik voor het eerste (wij hebben er persoonlijk mee te maken, zij het niet in de procedure zelf), en ook Minister Veerman heeft zich daar eerder voor uitgesproken. De rechter denkt er anders over en vindt net als bij melkquotum dat het 50/50 verdeeld moet worden. In het Agrarisch Dagblad van vorige week woensdag (3.10.07) voorspelt Wagenings jurist Willem Bruil dat het wel tot hoger beroep in Arnhem zal leiden, waarbij hij overigens eenzelfde uitspraak verwacht.
Zijn suggestie dat het gerechtshof maar eens een prejudiciele vraag in Luxemburg moet stellen, lijkt me een goede. Want in Duitsland ligt er al een uitspraak in hoogste instantie dat het het eigendom van de pachter is. Nu komt het wel meer voor dat er in Brussel gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gemaakt en dat teruggekeerd in eigen land ieder zijn weg gaat: het al of niet verhandelbaar maken van melkquota (en het creeeren van enorme vermogens) is daar een voorbeeld van, en het lijkt er ook op dat de belastingheffing over de toeslagrechten nogal verschilt (zo constateerden we dit voorjaar als economen op een seminar in Wye College).

Economen zouden eens moeten kijken wat dit nu betekent voor het zogenaamde level playing field. Dat effect kon wel een groter zijn dan de bij boeren onder de koffie veel besproken klachten van het wel of niet toestaan van een bepaald bestrijdingsmiddel in een land.

woensdag 10 oktober 2007

de dood en belastingen

Twee dingen zijn zeker in dit leven: de dood en belastingen. Op US Food Policy (zie link hier links) zag ik een interessante blog over een discussie in de Amerikaanse politiek om voortaan landbouwgrond vrij te stellen van successierecht bij vererving. Eventueel tot een fiscale waarde van 4 mln dollar, wat in feite tegen marktwaarde al snel 6 miljoen is. Een rapport veegt er de vloer mee aan omdat het vooral tot effect zal hebben dat miljardairs landbouwgrond gaan kopen, prijzen opdrijven en het leven voor jonge boeren moeilijker maken. Waarmee weer maar is aangeven dat het onderwerp belastingen onderbelicht is in de landbouweconomie.

innovatie zonder overheid en wetenschap

Twee aanleidingen om even stil te staan bij de rol van de overheid en de wetenschap in innovatie. Gisteren werd de Nobelprijs voor de natuurkunde toegekend aan twee wetenschappers die onafhankelijk van elkaar in 1988 iets in magnetische velden hebben ontdekt waardoor we nu meer gegevens op de harde schijf kwijt kunnen en de iPod en TomTom mogelijk zijn.
En zaterdag had de NRC een mooi verhaal over het ontstaan van de bedrijfstak van digitale navigatiesoftware, waarbij al of niet via Philips veel van de bedrijven als TomTom, Tele Atlas, Navteq, And en Route66 Nederlands zijn of er banden mee hebben.
Om met dat laatste te beginnen: een aantal van die bedrijven zoals TomTom en And zijn uit het niets ontstaan, zonder overheidsbemoeienis, zonder duidelijke banden met de wetenschap en zonder duidelijke banden met grootbedrijven als Philips. Van andere bedrijven ligt er een link met Nederland omdat het deelnemingen van Philips zijn geweest, maar Philips heeft een zwabberend beleid met deze technologie gevoerd omdat het een onderdeel was van dashboardelectronica dat uit de core business is gegooid.
De NRC vraagt zich met de geinterviewden af waarom of Nederland zo'n belangrijke rol speelt in deze bedrijfstak, gezien die rol van het grootbedrijf en afwezigheid van de overheid en de wetenschap. Speculaties gaan tot de invloed van het cartografisch verleden van de VOC en de Atlas van Blaeu (zal premier Balkenende leuk vinden), maar ook daar is geen duidelijke link mee te leggen, want er deden geen cartografen mee in de innovatie. Ook EUR- en WUR hoogleraar Wim Hulsink tast in deze in het duister.
Toch zou in die hoek (er is een markt) best eens de verklaring kunnen liggen: er was in Nederland snel een markt. Door internationaal transport, veel handelsreizigers maar ook doordat wij in steden wonen waar je de weg niet automatisch vindt. Wie heeft er niet ooit een half uur of langer rondgereden in de nieuwbouw van Houten, Lelystad, Zoetermeer, Almere op zoek naar illustere adressen als de Laan van Avantgarde 46, Mandelahof 12 of Zachtgroen 12/4?
Dat is een stuk ingewikkelder dan de weg van Parijs naar Lyon of de al eeuwenoude routes op het Franse platteland. Je zag voor de komst van de TomTom ook al jaren in Nederland bij de benzinestations vuistdikke boeken met plattegronden en stratenregisters. Daarvan gingen grote ladingen de deur uit en lagen op de achterbank te slingeren. Dat zag je in Frankrijk of Duitsland zelden. Daar is de auto ook meer voor langere afstandtransport, het land te groot voor 1 vuistdik boek, en binnen Parijs gebruik je openbaar vervoer. We hebben dus een geconcentreerde markt met relatief veel verandering door nieuwbouw. Geldt ook voor de suburbs van California, de grootste concurrent in de markt, waar ook technologie en venture capital voor handen was.
Los daarvan vraagt zo'n ontwikkeling om ondernemers met veel meer dan technische kennis omdat er allerlei zaken verbonden moeten worden (electronica hardware en GPS uit de harde betahoek, design en cartografie uit de ontwerpende alfahoek, marketing en communicatie uit de gammahoek), en Nederlanders zijn goed in dat soort processen. Kan een student die hypotheses eens onderbouwen in een scriptie?
En wat natuurlijk echt boeiend is aan deze case dat het geen enkel argument oplevert voor TGV achtige interventies van de (franse) overheid om de innovatie te regelen. Dat doet de markt dus prima. Er zijn op basis van deze case zelfs geen argumenten om veel in toegepast onderzoek te stoppen. Geld voor fundamenteel onderzoek (zoals naar magneetvelden) en een particuliere Nobelprijs zijn misschien al genoeg. Blijft de vraag of deze case een uitzondering is, of representatief voor bijvoorbeeld ook de voedselverwerkende industrie en de landbouw.

NRC: 6.10.2007: Nederland zet de wereld op de kaart. Op de foto een oude innovatie van een 5rijdige schoffelmachine.

dinsdag 9 oktober 2007

Lijstje: agrarische slagzinnen

De beste slagzin allertijden is onderwerp van een verkiezing,
woensdagavond komt de uitslag. Al bijna 80 jaar bestaat er bij het Genootschap voor Reclame een officieel register. Met opvallend veel agrarische slagzinnen onder de nominaties. Ik kan er twee redenen voor bedenken: veel collectieve reclame (melk, bloemen) en natuurlijk een groot deel van de consumentengulden die aan voeding werd besteed, waarbij reclame nodig was om een produkt onderscheidend te maken. Weinig bekend is dat consumentenmarketing begin jaren zestig in Nederland in Wageningen werd geintroduceerd. Verschillende hoogleraren aan andere universiteiten zijn daar opgeleid.
Uit de 20 nominaties en enkele ten onrechte niet genomineerden adviseren wij van Lijstjes het volgende lijstje:
  1. Bloemen houden van mensen
  2. Melk de witte motor
  3. U moet de groenten van Hak hebben
  4. Ik wil Bolletje
  5. Heerlijk Helder Heineken
  6. Schat staat de Bokma koud
  7. Duyvis als er een fuif is
  8. Nog zo gezegd, geen bommetje (Melkunie)
  9. Op de markt is uw gulden een daalder waard
  10. Kopen bij de Spar is sparen bij de koop

Met als stemverklaring: het algemene boven het merk en aan het eind ook aandacht voor de retail.

Lijstje: oude familiebedrijven

Nyenrode stelde een lijstje op van de 10 oudste familiebedrijven in ons land. Velen daarvan zijn met de landbouwverbonden: touw op basis van hennip uit het Groene Hart, olie, en natuurlijk bier en drank. Overigens moeten er toch ook landbouwbedrijven zijn die al sinds de 16e eeuw in rechte lijn door dezelfde familie worden beboerd. Hoe dan ook, hier is de lijst:
  1. Touwfabriek G. van der Lee uit Oudewater (1545)


  2. Tichelaars Koninklijke Makkumer Aardewerk- en Tegelfabriek uit Makkum (1594)

  3. Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel (1660)
  4. Van Eeghen Groep uit Amsterdam (1662)
  5. Bavaria uit Lieshout (1680)
  6. Nolet Jeneverstokerij-Distilleerderij uit Schiedam (1691)

  7. Koninklijke De Kuyper uit Schiedam (1695)

  8. C. de Koning Tilly uit Haarlem (1696)

  9. Vergeest Metaalbewerking uit Druten (1700)

  10. Koninklijke Joh. Enschedé uit Haarlem (1703)

maandag 8 oktober 2007

aantrekkelijk landschap


Zaterdag hadden we het hier over verdwijnend wijdse uitzichten op het platteland. Ik kreeg nog een ander boekje van het MNP toegestuurd, en daarin staat een kaart van de volgens de gemiddelde Nederlander aantrekkelijke landschappen. Dat is vooral de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en nog wat kleinschalige boslandschappen op de zandgronden.

Het blijkt dat mensen landschappen vooral aantrekkelijk vinden als ze natuurlijk zijn, veel historie bevatten, en het er niet verstedelijkt is of met horizon-vervuiling besmet. En door dat laatste vallen open gebieden snel af.

Toch hoop ik niet dat beleidsmakers hier hun oren al te veel naar laten hangen. Dit is een enquete naar recreatie-landschappen. Als we zo de kunstsubsidies verdelen, gaan ze naar Jopie Huisman, Marjolein Bastin of Herman Brood - als ze nog in leven zouden zijn. Die mensen maken of maakten mooie dingen, maar die verkopen toch wel. Tussen hier en Berlijn zijn er ook nog heel veel kleinschalige boslandschappen. Wat nu juist uniek is in dit land zijn de open landschappen in de veenweide en de kleipolders. Laten we onze subsidies maar in het behoud daarvan steken. En voor de Veluwe is belangstelling, dus daar kunnen we wel een kaartje verkopen, net als bij de Efteling.
Wellicht kan het MNP volgend jaar een kaartje maken van Nederlandse landschappen die in Europa hun weerga niet kennen.

MNP: Milieu- en Natuurcompendium - sprekende feiten en cijfers over natuur en milieu.

zondag 7 oktober 2007

lijstje: bestel je biefstuk

Hiernaast kun je stemmen op je favoriete onderdeel van de blog. De lijstjes staan momenteel bovenaan, dus vandaag een lijstje.
Na een bezoek aan het eind van de zaterdagmiddag aan de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf (dat was goed te doen en mijn Wageningse collega prof. Hans van Trijp had helemaal gelijk toen hij er donderdag in de NRC op wees dat de hebzucht knap wordt uitgebuit in deze formule) at ik biefstuk op de Wilhelminapier, die steeds mooier wordt.
Kortom, reden genoeg voor een lijstje met biefstukterminologie in 3 talen. Je bestelt je biefstuk:
  1. very rare / blue / 'englisch', al naar gelang je internationaal in het engels, of in het frans of duits besteld.
  2. rare / saignant / blutig
  3. medium / a point / halb durch
  4. well done / bien quit / durchgebraten

Ik ontleen het lijstje aan het fraaie trivia-boekje van Ben Schott: Schott's Food & Drink Miscellany, 2003. En als de onderwerpen in deze blog je geen worst zijn (vandaar de in Italie genomen foto), even stemmen hier links.

zaterdag 6 oktober 2007

uitzicht uit zicht

Met de open ruimte is het in de Randstad slecht gesteld. In de Natuurbalans 2007, die ik onlangs van het Mileu- en natuurplanbureau kreeg toegestuurd, staat een onthutsend kaartje - ik schrok er van. Figuur 4.1 in het boekje (downloadable bij het MNP) geeft aan waar er in West-Nederland nog maar nauwelijks sprake is van visuele invloed door verstedelijking - met andere woorden: waar zie je niet de oprukkende stad.
Welnu dat is alleen nog in een gebiedje tussen Alphen aan de Rijn en Vinkeveen, en in de Krimpener- en Alblasserwaard (en een paar duingebieden).

Het MNP is een fusie met het Ruimtelijk Planbureau (RPB) aangezegd. Dit kaartje geeft in ieder geval aan dat er een probleem is waar samen aan gewerkt kan worden. Een paar extra nationale parken is, wat mij persoonlijk betreft, niet ver weg: Central Park en Rhine Bike Park, om maar eens wat namen voor te stellen - goed voor het aantrekken van internationale topmensen. Maar wellicht jammer voor de veehouders, want die zouden hun grondprijs duidelijk zien dalen.

MNP: Natuurbalans 2007; Op de foto het open landschap van de Hongaarse poesta

vrijdag 5 oktober 2007

de winst van wandelen

Er zijn van die getallen die het in zich hebben nog jaren in omloop te zijn als vuistregel. Zo een getal stond vorige week in het blad Resource van Wageningen UR en komt van mijn collega's: de gezondheidswinst van een wandeling is 2 tot 4 euro. Dat is een schatting gebaseerd op buitenlands onderzoek naar gezondheidseffecten van wandelen. Hoe lang die wandeling dan moet zijn stond er in het artikel niet bij.

Je kunt daarmee dus de waarde van een wandelpad uitrekenen (als je weet hoeveel mensen er gebruik van [gaan] maken), nog los van het feit dat mensen bereid zijn kosten te maken om te wandelen, net als ze bereid zijn kosten voor een bezoek aan de Efteling te maken. Een voorbeeld in de Hoekse Waard was niet rendabel, een ander in Land van Wijken en Wouden wel.
Blijft nog het probleem dat de winst van het wandelen in de zorgsector (en bij werkgevers die minder zieke werknemers hebben) terecht komt, en niet door de wandelaar als een besparing op zijn zorgpremie aan de boer wordt betaald. Daar zijn nieuwe arrangementen voor nodig.
Al met al een voorbeeld van leuke economie.


De foto was de winst van een wandeling in Oregon

donderdag 4 oktober 2007

dierendag en de mol

Na Leidens Ontzet volgt Dierendag. Vandaag, dus op de foto Neerlands meest bekende dierenschilderij. En het begint bij ons met mooi dierennieuws, want de mol die al dagen mijn nieuwgelegde gazon verpest, is met de mollenklem gevangen en dood afgevoerd. Minder mooi voor de mol, dat wel. Maar ook dierenwelzijn kent zijn grenzen.

En verder: hier links kun je nu ook stemmen, dus voortaan van tijd tot tijd een stelling. Eerst eentje voor de feedback.

woensdag 3 oktober 2007

Nieuwe economie: is er voer voor de bio energie

In aanvullig op mijn blog van gisteren nog een interessant punt over de effecten van de stijgende graanprijzen. De e-mail nieuwsbrief van Foodnavigator (ik heb de link maar eens toegevoegd ter linker zijde) meldde vandaag dat de graanprijs in Chicago gisteren fors omhoog gegaan is op paniek aankopen na een lage Canadese oogstraming.
Aanleiding voor de journalist van het bericht om ook in te gaan op de ethische discussie: feed, food or fuel - wat is het belangrijkst?. Daarbij werd er op gewezen dat de koppeling tussen olieprijzen en de soft commodities (agrarische producten) een kant op is: bij hogere olieprijzen is er ruimte voor biofuel en gaan graanprijzen omhoog. Maar het omgekeerde geldt niet: hogere graanprijzen leiden niet tot hogere olieprijzen. Of wel: graanboeren en vooral hun afnemers kunnen hogere prijzen (als gevolg van biofuels) wel doorrekenen in de prijs van food (en in mindere mate feed), maar de ethanol fabrieken kunnen een hogere graanprijs niet doorrekenen.
Als de graanprijzen dus veel stijgen zullen sommige ethanolfabrieken (en biovergisters) de mais niet meer kunnen betalen om nog met olie of andere electriciteitsproducenten te concurreren. Een kwestie van prijselasticiteiten denken economen dan.
En dat is weer aanleiding voor een plaatje van een leuke blog: a soviet poster a day. De poster hierboven komt uit 1965 toen de Soviet Unie (o.l.v. Kruschev) een landhervorming doorvoerde en de graanprijzen verhoogde. De poster schijnt de vraag te stellen of je je voer al ingeslagen hebt.
Overigens was ook de Canadese oogst laag door weersomstandigheden, niet door biofuels. Die link komt vooral uit de aankopen in Amerika voor bio-brandstoffen.

dinsdag 2 oktober 2007

Nieuwe economie

De afgelopen dagen sprak ik om verschillende redenen met verschillende collega's en (potentiele) klanten over de effecten van de sterk gestegen graanprijzen en de mogelijkheid dat we in een heel andere marktsituatie zijn beland. Een paar inzichten uit die gesprekken wil ik hier puntsgewijs wel even met je delen, en misschien zijn er aanvullingen of punten van commentaar.
Centraal vertrekpunt is dat de graanprijzen in nominale termen zo ongeveer beland zijn op het niveau van rond 1990, voor de Europese markthervormingen, door een onbegrepen combinatie van lage oogsten, vraag uit China en India en het verwerken van een deel van de granen (en suiker) tot biobrandstoffen. Aannemend dat de granen een spilfunctie hebben (waar je op zich een discussie over kunt starten) en daarmee karakteristiek zijn voor veel agrarische producten, en dat deze situatie structureel is, zijn er een aantal interessante punten voor verdere discussie (en onderzoek):
  • er is een dalend animo om tegen de oude prijzen volgend jaar producten als graszaad, conserven en vollegrondsgroenten te telen (of aardappelen te contracteren). Die prijzen moeten dus omhoog. Opvallend is dat het ineens weer niet meer over ketenbeheer en kwaliteit gaat in de discussie en onderhandelingen, maar over prijzen, prijzen en prijzen. Is dat slim?
  • de agrarische markten lijken nu afhankelijk van de energieprijs geworden. Als de olieprijs boven de 40, 60, 80 dollar 'clickt', gaat er weer een deel extra naar de energieproductie en vallen concurrenten in agrarische markten weg. Maar omgekeerd werkt het ook zo. Als de rust in het Midden-Oosten terug zou mogen keren, dan wordt agrarische productie bijgeschakeld.
  • grondprijzen stijgen in sommige gebieden fors (in Flevoland wordt over 60.000 euro per ha gesproken, hoorde ik uit meerdere bronnen) en een deel van het rendement van investeerders komt dus uit een (speculatieve?) onroerendgoed-boom.
  • we kennen in de landbouw vooral gezinsbedrijven. Een verklaring daarvoor is dat die concurrerend zijn tegenover beursvennootschappen omdat het rendement op vermogen zo laag is. Als het vermogen nu beter gaat renderen door profijtelijker exploitatie en de stijging van grondprijzen, betekent dit dan dat beursvennootschappen mogelijk worden in de agrarische sector?? Betekent dit dan een snelle structuurverandering en een gevaar voor het gezinsbedrijf?
  • door de koppeling aan energieprijzen krijgen sommige beursgenoteerde bedrijven het koersverloop en risicoprofiel als dat van energiefondsen. De ABNAmro maakt momenteel reclame met het beleggen in hun agrifund, wat zou dat nog toevoegen aan een portefeuille met energie-aandelen?
  • Door de hogere voerprijzen gaan de kosten in de (intensieve) veehouderij omhoog, en op termijn dus ook de vleesprijs. Hoe groot is dat effect en komt het in de buurt van de door Milieudefensie voorgestelde heffing of "fout vlees" van 85 cent? Dit is een wereldwijd effect en draagt dus bij aan verduurzaming van de samenleving (omdat de consumptie afneemt en de concurrentiepositie van graasvee (zoals schapen en rundvee) op extensief grasland verbetert).
  • als er weer geld met granen en gewone landbouw kan worden verdiend, daalt dan de interesse om om te schakelen naar biologische landbouw en naar het aanbieden van plattelandsactiviteiten / multifunctionele landbouw? Met als gevolg dat ook daar de prijzen (van bv. zorglandbouw of vergoedingen voor wandelpaden) omhoog kunnen (en moeten), maar wellicht ook dat die markten relatief klein blijven en er geen volume kan worden gemaakt (voor grotere markten zoals het supermarktkanaal).
  • en verder?

Op naar een onderzoeksagenda: tips en reacties welkom.

maandag 1 oktober 2007

nieuwe economie: waar is de recessie

In agrarische kring is wordt veel gepraat over de omslag van een aanbodmarkt naar een vraagmarkt, gezien de oplopende prijzen van sommige producten. Niet van alle trouwens, want aardappelen zijn er genoeg. Waar uit blijkt dat een deel van de prijsstijging mogelijk toch vooral door lage oogsten en voorraden is ingegeven, zodat prijzen stijgen en handelspartijen zich moeten indekken. Zo krijg je perioden van afwisselende booming economies en recessies: wat vandaag duur is, is morgen weer goedkoop.
In zijn overzicht van de wereldeconomie kwam The Economist 22 september met het inzicht dat in de gewone economie er juist al jaren geeen sprake meer is van recessies, vooral omdat er nauwelijks meer voorraden zijn: de just in time productiesystemen en allerlei ketenmanagement systemen (die er door ICT kwamen) maken dat er lage voorraden worden aangehouden en er weinig meer op voorraad wordt geproduceerd. Als vroeger de vraag iets afnam, ging men ook interen op voorraden en was het effect op de economie dus groter. De toegenomen stabiliteit van de economische groei zou voor de helft verklaard worden uit betere ketenbesturing.
In de agrarische markten werkt dat nog niet zo. Ketenbesturing is er nog minder doorgevoerd, en als de oogst voorbij is, is de oogst voorbij. Je kunt er vaak niet op bestelling produceren. Hier betekenen lage voorraden dus geen structureel meer evenwichtige groei, maar juist een basis voor bewegende prijzen. Prijsrisico's nemen toe. Toch nog iets waarin de agrarische sector zich onderscheid van de rest van de economie.
Dat de mais iemand van bijna twee meter boven het hoofd kan groeien, bewijst deze foto uit augustus. Hier en daar zijn er dus ook goede oogsten. Ben benieuwd hoe de markten er in 2008 bijliggen.