donderdag 9 augustus 2007

and the wind plays markets

Economen hebben ontdekt dat de waarde van windenergie groter is dan gedacht. De marginale kosten van wind, als de molen er een keer staat, zjn vrijwel nul - als het maar waait. Dit betekent dat de dure energie-uit-gas uit de markt wordt gedrukt en dat op winderige dagen de prijs op de vrije (spot) markt fors lager ligt.
The Economist meldt in zijn editie van 7.7.07 dat ons eigen Nuon over 2005 schat dat de prijs daalt van gemiddeld ruim 45 euro per megawatt-uur naar minder dan 30 euro als het goed waait. Deense economen claimen dat door dit effect windenergie in Denemarken dit jaar voor het eerst meer oplevert dan het kost.

The Economist 7.7.2007 The economics of renewables.
Op de eigen foto een 'kissing bridge' uit Oregon. Gebouwd in de twintiger jaren met overkapping tegen wind en regen, vooral om het brugdek minder te laten slijten. Maar zoals de nickname aangeeft, als snel geliefd bij verliefden.

globalisering van ons eten: oude koek

Globalisering als kenmerk van deze tijd is een thema dat hier regelmatig aan de orde is. Voor ons voedsel is dat eigenlijk al verleden tijd. Na 10 millennia voedselglobaliserng is nu alles wel zo'n beetje overal verkrijgbaar. De Romeinen kenden geen tomaten en mais, maar ze nemen nu een centrale plaats in bij de Italiaan. India is de grootste teler van pinda's, ook al een Zuidamerikaans gewas. China is de grootste producent van tarwe (uit het Midden-Ooosten) en van aardappelen (uit de Andes). En Brazilie domineert in koffie (uit Ethiopie) en suiker (uit Nieuw Guinea).
Kenneth F. Kipple heeft dit allemaal beschreven in 'A movable feast: ten millenia of food globalisation'. De globalisering in de landbouw is dus voltooid. Elders (ik weet alleen niet meer waar) las ik ergens dat nu in het fushion cooking niet alleen de producten maar ook de maaltijden internationaliseren en standaardiseren als lego-blokkjes. De keuzes op de kaart lijken uit te kristaliseren in een combinatie van een 'drager' (aardappelen, rijst, pizza, brood, couscous) en een topping/dressing (Thai, Indian, Italian etc).

Boekbespreking 'A movable feast' in The Economist 7.7.2007
Op de (eigen) foto de Columbia river in Oregon met de Bridge of God. De Columbian river werd bij Cascade Locks lang na de Columbian Exchange van gewassen en dieren bevaarbaar gemaakt om Oregon beter bereikbaar te maken en de tolbrug is genoemd naar de Indiaanse uitdrukking voor de aardverschuiving die ooit de rivier blokkeerde en de oversteek vergemakkelijkte.

woensdag 8 augustus 2007

kruiskippen

Cultuur is een onderschatte factor in de veranderingen in de Nederlandse landbouw. Let dus op kunstenaars (en journalisten) die zich met trends in de landbouw bezighouden, wat ze er van maken en hoe het publiek er op reageert.
Een mooi staaltje van kunst rond de globalisering van de landbouw werd in de NRC van 10 juli beschreven. De Vlaamse kunstenaar Koen Vanmechelen kruist op tentoonstellingen kippen van all over de world om te laten zien hoe we op weg zijn naar een kosmopoltische kip. Het project heet dan ook The Cosmopolitan Chicken en bestaat niet alleen uit de dieren en hun documentatie, maar ook uit sculpturen, tekeningen en schilderijen.
Ook als het resultaat mooi is, kruist Vanmechelen door. Je moet niet al te angstvallig vasthouden aan het bestaande. Er is maar een weg vooruit: niet een multi-culturele maar een intermulticulturele samenleving waarin we niet naast maar met elkaar leven. Dat de Vlaming of de Hollander daarbij verdwijnt, daar valt mee te leven. Die komt vast een keer terug in een andere gedaante in een volgende generatie. "Kruisen is de enige kans op overleving" zo meldt de website van de kunstenaar. Wellicht ook een mening waar Geert Wilders wat van kan leren ;-)
Ik ben benieuwd hoe het publiek hier op reageert en dat verwerkt in opvattingen over de veehouderij. Nog tot 13 augustus in het Centraal Museum in Utrecht.

Meals to come

Over de toekomst van ons voedsel is al veel nagedacht. Warren Belasco bestudeerde de geschiedenis van de toekomst van ons eten en publiceerde vorig jaar 'Meals to come - a history of the future of food'. Een fantastisch boek.

Het pakt de draad op bij Thomas Malthus (1766-1834) die een probleem formuleerde door te stellen dat de bevolking harder groeit dan de productie van voedsel. Om precies te zijn: meetkundig versus rekenkundig. Er zou dan ook altijd een (ver)hongerende klasse zijn, die er voor zorgt dat de bevolking niet groter wordt dan de aarde kan dragen. Oorlogen met strijd om voedsel (en water) en hongersnoden helpen een handje. Het bleek een krachtig beeld.


Maar naast de groep Malthusiaanse wetenschappers en idealisten die pleitten voor 'minder vorken op tafel' (door hongersnoden of geboortebeperking) was er door de jaren heen ook de groep die pleitte voor 'betere tafelmanieren' (een eerlijker verdeling van voedsel, faire prijzen voor koffie etc.) en de groep die benadrukte dat de mensheid zo ingenieus is dat ze wel zorgt voor een 'grotere en betere taart' op tafel.
.
Al ten tijde van Malthus spraken de Engelsman Godwin ('tafelmanieren') en de Fransman Condorcet ('grotere taart'), die Malthus inspireerde tot zijn essay, zich uit voor de andere ontwikkelingspaden.
Meals to come laat zien hoe in allerlei fasen van de 200 jaar geschiedenis deze drie visies door elkaar verknoopt zijn in nieuwe ontwikkelingen (tot de maaltijdpillen, astronautenvoer, algenteelt en slow food aan toe) en zijn gebruikt als promotie-argument (ook voor het verkrijgen van onderzoeksgelden). Interessant is ook Belasco's analyse van de belichting van voedsel op de wereldtentoonstellingen en in de futuristische (utopia's en disutopia's) literatuur. Zo blijkt de varkensflat als 68 verdiepingen tellende plantage al lang in de science-fiction voor te komen.
.
Langzame innovatie
Alle discussanten in 200 jaar waren het er over eens dat de bevolking zou groeien, voedselprijzen zouden stijgen, en daardoor de vleesconsumptie zou dalen. De discussie ging er vooral over of het zou leiden tot honger (gebrek aan taart), revolutie (gebrek aan tafelmanieren), of modernistische (sterk van gangbaar afwijkende , disruptieve) innovatie (meer taart).
Geen van drieen is gebeurd. Voeding kenmerkt zich blijkbaar door langzame maar gestage innovatie. En vooral ook door gestage produktiviteitsstijging want de taart is gegroeid, we voeden meer mensen met grofweg de gerechten van toen bij veel lagere voedselprijzen.
Wie op dit vlak nog iets wil voorspellen (en in het bijzonder met een Malthusiaanse inslag) leze eerst dit boek.
.
Warren Belasco: Meals to come - a history of the future of food. University of California Press, 2006

dinsdag 7 augustus 2007

Foodlog


Maandag stond er een reactie op deze blog waarin op Foodlog.nl werd gewezen. Wie wat bij wil praten of (kritische) meningen wil spuien over actuele voedselzaken heeft daar een goed forum, zo lijkt me. Ik heb links een link aangebracht.
Mijn reisimpressies uit de VS heb ik inmiddels gegeven. Resteren nog wat 'uitgelezen' bijdragen, uit de reislectuur en de bladen bij thuiskomst.

ethanol economie

Op het Amerikaanse landbouw-economencongres was er bovenal veel aandacht voor ethanol, of meer algemeen: bio-energie. Na anderhalve dag kreeg een presentator van een paper over inkomens de lachers op zijn hand met de introductie: "ik vermoed niet dat u met zijn allen voor de kwaliteit van mijn werk naar dit zaaltje bent gekomen, maar u wilt natuurlijk ook wel eens wat anders dan bio-ethanol".
Hoe goed de economische modellen ook zijn ("economen doen het met een model" zeiden ze de vroeger op de Erasmus in Rotterdam al), ze worden vooral ingezet op onbekend terrein, en dus kun je er van alles uitkrijgen.
Als je met de huidige technologie de ambitieuze overheidsdoelen doorrekent, stijgen de graanprijzen nog tot ongekende hoogte (en kun je je met de NY Times afvragen waarom we nog landbouwbeleid nodig hebben). Maar velen waren het er over eens dat het niet de bedoeling van de overheid zou zijn om de graanprijs boven bijvoorbeeld de 4 dollar te drijven. Wally Tyner van Purdue University had dan ook een fraai paper met beleidsalternatieven, zoals het afbouwen van steun als de olieprijs oploopt en ethanol concurrerend is. Zijn presentatie bevatte veel break-even grafieken die aangeven bij welke olieprijs ethanol-uit-mais lonend is, met of zonder bepaalde overheidssteun. Ik leerde eruit dat de graanprijzen in de toekomst meer gaan fluctueren: als de fabriek er een keer staat, dan moet hij ook grondstof (Prijs-ongevoelige vraag) en bij een tegenvallende oogst gaan prijzen van granen voor andere doelen (zoals brood) en voor de last moment aankoop voor ethanol zelf, meer fluctueren. Risicobeheer wordt dus belangrijker.
.
Switch
En dan was er natuurlijk gespeculeer over en gereken aan de tweede generatie technologie: ontwikkel een gewas dat bij uitstek geschikt is voor energiewinning in plaats van een bestaand gewas dat voor veevoer is ontwikkeld. Cellulose switchgrass (wie de Nederlandse naam kent mag het zeggen) is dan de gedoodverfde kandidaat en de Uni van Tennessee experimenteert er mee.
De conclusies waren negatief: te lage opbrengsten per ha. Persoonlijk leek me over zeer lange termijn het gat misschien nog wel te dichten met veel gentechnologie e.d. (het effect van 2% jaar op jaar productiviteitsverbetering over 20 jaar wordt al snel onderschat), maar het is de vraag of boeren er van zullen profiteren. Switchgrass groeit, als je het een keer gezaaid hebt, vanzelf en komt elk jaar terug (het is net riet) en vraagt dus nauwelijks management.
Uit beschouwingen over contracten volgt dan dat het meer op de houtindustrie dan op de graanteelt lijkt. De houtindustrie kent geintegreerde ondernemingen die zelf wel even oogsten of laten oogsten als het zover is, en hebben geen boeren nodig om te zien of de bomen er nog staan en niet wat kunstmest nodig hebben. Als het die kant opgaat met de energiewinning uit de landbouw, kon de steun van de landbouw ook wel weer eens afbrokkelen, zo constateerden we onder de koffie van Starbucks.
.
Million $ farms
Maar dat past misschien wel in de trend naar grote bedrijven. In een heel andere sessie discussieerden we over million-dollar-farms, zo'n typisch amerikaanse uitdrukking om aan te geven dat er steeds meer hele grote bedrijven ontstaan. Guru Michael Boehlje (ook Purdue) had voorbeelden van bedrijven die via een replicatie-strategie meerdere vestigingen hebben van bv. 1000 koeien ieder voor het beleveren van een supermarktketen met biologische melk.
Aansluitend gingen we na wat dat betekent voor het doen van onderzoek, omdat veel databronnen dan wegvallen. Dat probleem wordt overschat en te gemakkelijk wordt dan geroepen dat de overheid of het statistisch bureau dat moet oplossen. Een onderzoekster uit de autoindustrie liet zien dat er ook andere manieren, vooral door samenwerking, zijn om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een bedrijfstak.
.
AgEcon Search bevat de papers, voor wie meer wil weten

maandag 6 augustus 2007

amerikaanse economen

In Portland, Oregon, USA vond eind juli het AAEA congres plaats van Amerikaanse landbouweconomen. Ik mocht er een analyse van de concurrentiekracht van de Europese en Amerikaanse voedings- en genotsmiddelen industrie presenteren. De Amerikanen doen het beter dan de Europeanen. Stijging van de arbeidsproductiviteit (meer omzet per man) en liberalisatie van de landbouw zou helpen.
Wij zullen het verder moeten hebben van nicheproducten, specialties zoals Europese kaas en whisky. Vandaar mijn enthousiasme voor de kwaliteitsproducten bij de Safeway, met hun European Style brood (zie de blog van gisteren). Hopelijk levert CSM de ingredienten en technologie. En misschien kunnen we niet alleen voor de microbrouwerijen (die in de VS net zo floreren als de koffiehuizen) de technologie inzetten. Koffie en bier geven aan dat je ook innovatie krijgt en consumenten tot kopen stimuleert bij een kleinere productieschaal. Blijkbaar zijn Unilever en General Foods niet de enige business modellen.
Wie het paper en al die andere papers van het congres wil lezen kan terecht bij de zoek- en archiefmachine AgEcon Search. Morgen nog een paar indrukken uit het congres.

Op de eigen foto het beeld Portlandia aan het gelijknamige niet onomstreden postmoderne kantoorgebouw in Portland, OR.

de amerikaan en dierwelzijn

Niet alleen organic (zie mijn blog van gisteren) staat in de aandacht van de amerikaanse consument, maar ook dierwelzijn. De New York Times van 25 juli had twee grote pagina's (in de Dining Out section!) over hoe activisten voor dierenrechten (zoals PETA) van de marge naar mainstream bewegen en zowel wetgeving als gedrag van consumenten en producenten beinvloeden. Het gaat dan o.a. om issues als forced-feeding bij foie gras, kistkalveren en aangebonden zeugen.
Een enquete van Label Networks onder 5000 jongeren tussen 13 en 24 gaf in 2006 aan dat PETA de meest populaire non-profitorganisatie was waar men vrijwilligerswerk voor zou willen doen. Tweede in de lijst kwam het Rode Kruis.
De NY Times constateert wel dat er nog een groot gat zit tussen de 'animal lovers and animal lovers that love to eat them' - zoals SlowFood. Maar de dierenrechtenactivisten zien dat niet meer als een probleem: 'we're not really in philosophical alignment, but we like to think we're in strategic alliance'. Want volgens sommige chefs leidt een beter dierenleven ook tot een beter biefstukje. En ook PETA ziet in dat het verbieden daarvan ze niet verder helpt in het bereiken van hun doelen.

zondag 5 augustus 2007

Amerikaanse consument goes european

Afgelopen weken toerden we door Oregon (USA). Dat is aan te raden, gezien de gevarieerdheid van de staat en de stand van de dollar. Het bracht ons ook in de supermarkten.

Je hoort veel over Wal-Mart. De hypermarkt die ik bezocht, sprak in het geheel niet aan - het is vooral veel non-food. In de plattelandsstadjes van Oregon is Safeway de leidende supermarktketen en ik was zeer verrast over het concept. Je komt binnen via de bloemen, die er voor Nederlandse begrippen dan wel niet uit zien en duur zijn, maar toch. Gewoontegetrouw (om versheid van de winkel te benadrukken) komt dan de groente. Groot assortiment waar nodig vers gehouden door automatische bevochtiging in plaats van door scholieren met de plantenspuit. Ook veel aandacht voor biologisch dat tussen de gangbare producten wordt aangeboden en waar veel reclame voor gemaakt wordt (foto). Bij het brood aandacht voor brood in Europese stijl (Old world bread - foto) en daarna nog een hele counter met luxe kant en klaar maaltijden. Ook bij de droge kruidenierswaren veel ruimte voor gourmet hoekjes zoals voor de koffie (ook met een Starbucks merk en Starbucks heeft ook een koffieshop in het gebied van de kassa's). Verder een goede keuze van wijn (die niet veel onder doet voor die bij bv. Carrefour in Frankrijk), vis en (europese) kaas. Kortom, naar mijn gevoel luxer dan bij Albert Heijn en veel meer gericht op kwaliteit in europese zin dan 15 jaar geleden. Een mooie exportmarkt ook.

Lijstje: mark kurlansky’s best

Portland heeft de grootste onafhankelijke boekhandel in de VS, een kruising tussen Donner en De Slegte (wat betreft tweedehands en spartaanse winkeluitrusting). We kochten er een Penguin pocket van Mark Kurlansky, de gevierde schrijver van biografien over voedingsmiddelen. Dit keer het boek waar hij mee doorbrak: Cod, over de teloorgang van kabeljauw. Ofwel visserij-politiek en economie in een notendop.

.
Mijn favoriete top 3 van Kurlansky’s, in volgorde van opkomst:

  1. Cod – A biography of the fish that changed the world
  2. Salt – A world history
  3. Oesters van New York - een stadsgeschiedenis (the big oyster – history on the half shell)

zaterdag 4 augustus 2007

GLB van de toekomst

Tot slot van mijn blogs ter ondersteuning van de GLB-na-2013 discussie memoreer ik nog maar even twee artikelen van eigen hand die voor de meningsvorming uit economisch perspectief wellicht nuttig kunnen zijn.

Drie jaar geleden publiceerde ik een artikel in SPIL waarin ik een beeld schetste van een veehouderij van de toekomst die als normale bedrijfstak is georganiseerd:

Veehouderij in Nederland in transitie: van ondersteunde sector naar business-as-usual
in: SPIL 207-208, 2004

En in een editorial in het blad EuroChoices van twee jaar geleden schilderde ik voor een internationaal publiek wat er de afgelopen jaren is veranderd. Ter afsluiting van mijn bijdrage aan de discussie enkele passages in het Engels daaruit:

The storylines [in the newspapers] offer several lessons. Anticipating the WTO negotiations, the European Union changed farm commodity subsidies into direct payments. This is a step forward, but the problem remains that these payments still reflect the outdated agricultural policy mindset from the middle of the last century. In the long run that policy is unsustainable, because circumstances have clearly changed.

The times when farmers were living along unpaved tracks, without cars or telephones, are long behind us. Today they are in the network; satellites have even brought access to the internet. Social security is now available, and also for farmers without income and wealth. Agricultural policy as a tool to fight regional poverty is therefore outdated; especially as farmers are now a small proportion of the local work force. And although poor farmers certainly exist, poverty problems in the banlieue of the big cities (and not only in France) seem to be a bigger problem for society.

Food (and dollars) are not as scarce as they were after the Second World War, as Europe has become a net exporter of food. This implies that agricultural policy as a tool for economic policy or as a security issue is an outdated concept too, although some may want to argue this point.

The new Single Farm Payment reflects the historically justified but now outdated agricultural policy. Further changes, after or before 2013, are needed. Those who want to maintain the flow of subsidies should give them an objective that is sustainable in the future. Public services are then the most important candidate. Governments can help to organise the supply of nature, open-air recreation, water management and other public goods, but that does not justify a flat rate payment for all land.

Farmers, we might say, are normal entrepreneurs, and so the supply of such ‘green services’ should fit into their farm strategy. In the supply of such services, the market can play an important role. Most likely larger farms can maintain our riversides and hedges at a lower cost then smaller ones; and presumably the scale of holdings has only a small influence on the landscape (assuming hedges, ditches and other landscape elements are adequately protected). There is, moreover, an interesting question if the payments for such services should be decided upon in Brussels or if, according to the principle of subsidiarity, these should be decentralised. It is unlikely that the voter in Latvia or Lerida has a good picture of the nature development needed at the Lüneburgerheide, and therefore subsidiarity or co-financing could make sense. Regionalisation of such a landscape policy does not necessarily hurt the common market for food products.

Targetting: doelgericht landbouwbeleid

Een realistischer idee voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 (dan het idee waarover ik gisteren blogde in het kader van de discussie op de LNV website) is het OECD idee van 'targetting': geef de betalingen aan boeren een duidelijk doel. Of verschillende doelen, hoewel economen geen voorstander zijn van 1 beleidsinstrument voor een lappendeken van doelen.
.
De vraag is dan natuurlijk 'welke doelen' - en daar gaat ook de chat-site van LNV over. Het inkomensdoel is achterhaald, en anders is het belastingstelsel en de sociale verzekering daarvoor een beter instrument. Natuur wellicht, maar daar hebben we al het natuurbeleid en Natura-2000 voor. Landschap - daar geldt iets dergelijks voor. Bovendien kregen we dat in het verleden gratis dus waarom zouden we daar nu grondbezitters voor moeten gaan betalen, en -zoals Cees Veerman- al eens opperde: waarom kan dat niet nationaal worden (mee-)gefinancierd.
En dan is er nog dierwelzijn, maar daarvoor zou ik liever zien dat minimum-eisen aan alle vlees worden gesteld (ook het geimporteerde) in plaats van betalingen om gedrag dat we niet gewenst vinden, niet meer te vertonen.
Kortom - wie verzint er wel een goed doel voor die directe betalingen. Of is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid er net als het Transportbeleid "alleen maar" om te zorgen dat de gemeenschappelijke markt functioneert. Niet meer, maar ook niet minder.

De lappendeken (quilt) fotografeerde ik in Moro, Oregon, USA

vrijdag 3 augustus 2007

The Road to Serfdom

Een interessant aangrijpingspunt voor de discussie rond het landbouwbeleid is ook 'The road to serfdom' van Friedrich Hayek. Ik kom daar bij toeval op omdat ik deze klassieker, opnieuw uitgegeven door Routeledge, afgelopen weken als vakantielectuur las.
Hayek werd in 1899 in Oostenrijk geboren, kreeg er nog een goede dosis liberale 19e eeuwse economie mee en verhuisde later naar de VS en Cambridge, Engeland. Tegen het einde van WO II publiceerde hij daar The Road to Serfdom, waarin hij uiteenzette waarom centrale planning van de economie niet alleen niet werkt maar ook gevaarlijk is.
Centrale planners beslissen over inkomens en ontwikkelingsmogelijkheden van mensen en dat is niet alleen in strijd met waarden als de vrijheid van de mens tot beslissen en ondernemen, maar het leidt ook tot dwang: gedwongen beroepskeuze, verplichte banen en uiteindelijk moet er wel een totalitaire staat uit ontstaan. Waarmee Hayek zich fel afzette tegen socialisme, corporatisme en voortzetting van de oorlogsplanning in vredestijd.
Zijn werk maakte wel indruk (hij kreeg in 1974 de Nobelprijs voor Economie), maar je kunt -zeker in de landbouw- niet zeggen dat zijn raad erg is opgevolgd. Het verhaal gaat dat mevr. Tatcher erg gecharmeerd was van Hayek's oevre en tijdens een kabinetsvergadering een exemplaar van een boek van Hayek uit haar befaamde handtasje haalde, er mee op tafel sloeg en geergerd zei: "This is where we believe in". Realpolitiek doet me vermoeden dat mevr. Fischer-Boehl of mevr. Verburg dat in de GLB discussie niet na zullen doen.

energie- of landbouwbeleid?

Als er toch gechat wordt over het landbouwbeleid na 2013 (zie de blog hieronder), is het eerste punt ten principale of het landbouwbeleid nog wel nodig is. In de USA las ik de New York Times die op 25 juli een hoofdredactioneel commentaar wijdde aan de recente voorstellen voor de nieuwe Amerikaanse Farm Bill: "that would perpetuate an outdated and hugely expensive system of price supports and direct payments". De NY Times vraagt zich af (en USA Today deed dat begin deze week ook) of dit nog nodig is nu door het energiebeleid prijzen van sommige agrarische produkten sterk zijn opgelopen. Met andere woorden: je zou het landbouwbeleid dus door energiebeleid kunnen vervangen - althans als je energiebeleid nodig vindt.

donderdag 2 augustus 2007

dienstmededeling

afgelopen weken waren er weinig blogs van mijn hand. Ik zat in Oregon, USA voor een bezoek aan het amerikaanse economen congres en enkele weken vakantie. Komende dagen halen we de schade in en plaats ik de inmiddels geschreven stukjes die in de nationale parken niet uploadbaar waren.