donderdag 17 mei 2007

eigendomsrechten hollen uit

Eigendomsrechten hollen uit want er komen er steeds meer bij. Je kunt wel eigenaar zijn van een perceel maar dat betekent al lang niet meer dat je alles mag. Dat geldt voor boeren, maar ook voor anderen. Even leek het er op dat er ook een recht op stilte in het landelijk gebied van Zevenhuizen op Hemelvaartsdag bestaat, maar de rechter heeft dit blijkbaar toch niet gehonoreerd, wat de traditionele autocross ging, hemelsbreed 400 meter voor onze deur, vandaag gewoon door.
Iemand uit de omgeving had het bestemmingsplan (weiland) aangegrepen om de rechter te vragen de vergunningverlening door de gemeente voor de rechter onrechtmatig te verklaren. Gelukkig besliste de rechter anders. De stilte is wel weg, maar een keer per jaar zo'n cross voor een goed doel (het fanfarekorps van het dorp) dat moet toch kunnen- waar blijven we als dat ook al niet meer kan. Een beetje brood en spelen moet er zijn.

Al met al is dit een mooi voorbeeld van hoe er steeds weer nieuwe 'economische eigendomsrechten' (op stilte, op stankvrij, op lichtvrije nachten etc.) worden gevestigd die de eigenaar van een onroerend goed in zijn handelingsvrijheid (en dus in de waarde van zijn onroerend goed) beperken. Dat krijg je als ruimte schaars wordt en buren andere belangen hebben.
Soms lossen organisatoren van zo'n event dat overigens op door de naaste buren een vrijkaartje te geven en ze zo te paaien. Dat zou aan ons niet besteed zijn geweest, want we bezochten met enkele oude vrienden de markt van een ander goed doel en maakten nog een korte wandeling door gloednieuwe natuur.
.
de eigen foto werd genomen bij een hotel in Oude Schans

uitgelezen bloemen en molens

Twee leestips vandaag:

Voor Zevenhuizenaren: wij hebben de enige molen4gang ter wereld. Deze week verscheen de editie 2007 van het jaarboekje van de vereniging die zich om dit erfgoed bekommert. Dat dit nodig is blijkt uit het ambtelijke idee om een parallelweg aan de A12 (die alvast maar Veilingweg is gedoopt) aan de zuidkant van de A12 te leggen, langs de molens. Wordt donateur.

Voor bloementelers en economen: Over de noodzaak van een veiling en veilingweg gesproken - The Economist berichtte afgelopen week uit Naaldwijk naar aanleiding van de fusie Flora en Aalsmeer over de fabuleuze logistiek en andere ontwikkelingen in de sector. Er schijnt ook een studie over de sector uit te zijn van Amy Stewart: Flower Confidential. Men voorziet grotere concurrentie in de toekomst. Logistiek en handel worden losgekoppeld aldus bloemenbaas Teelen (what's in a name) en we hebben te maken met een lastige transitie van marketplace naar marketspace volgens prof. van Hecke (Erasmus). Insiders wisten dat al een tijdje, maar nu dus ook in de internationale pers.

woensdag 16 mei 2007

Te Koop: Institutionele economie

Graag maak ik reclame voor de tweede, herziene druk van het boek Institutionele Economie van Cock A. Hazeu, dat eind april verscheen. Ik kreeg 28 april vers van de pers het allereerste exemplaar overhandigd, als dank voor het lezen en becommentarieren van het herziene concept. Graag gedaan, niet alleen als vriendendienst maar het was ook voor mij hier en daar nog leerzaam.
Het boek is dankzij de heldere schrijfstijl van Cock en de aandacht voor hoofdzaken, ook voor de geinteresseerde leek goed leesbaar, al helpt kennis van de economische wetenschap op middelbare schoolniveau. Voor je het koopt wil je natuurlijk wel weten waar institutionele economie over gaat.
Economie
Economie probeert het menselijk gedrag te verklaren als het maken van keuzes om met schaarse middelen doelen te bereiken. Mensen willen bepaalde goederen (aardappelen, mobiele telefoons) of diensten (een verblijf op een zorgboerderij, belminuten) hebben en dat betekent dat ze andere dingen moeten laten. Voor niets gaat de zon op, en je kunt je tijd maar een keer besteden. Het leven is kiezen. Ook bedrijven moeten kiezen: ze willen aardappelen of telefoons of belminuten maken (een keuze op zich) en hebben verschillende methodes om ze te produceren en aan de man te brengen. Allemaal keuzes, met kosten en opbrengsten. Hoe maken mensen die, en hoe zouden ze die het best kunnen maken om zo veel mogelijk doelen te bereiken (ofwel: zo welvarend mogelijk te zijn).
Instituties
Institutionele economie is daar een onderdeel van, of eigenlijk ook een aanvulling op. Daarbij gaat het niet om menselijk gedrag rond goederen of diensten maar rond organisatievormen. Als we aardappelen van de boer bij de consument willen krijgen, kunnen we dat via directe huisverkoop (de markt) doen, of via bedrijven zoals een afzetcooperatie of een particulier handelsbedrijf. De verkoop van telefoons en belminuten kunnen we via de staat (de oude PTT) regelen, of via een markt waarin bedrijven als KPN en Telfort actief zijn. Publieke omroep betaald uit de belastingen (omroepbijdrage) of commerciele TV.
In de institutionele economie proberen we de keuze van mensen om zulke organisatievormen in het leven te roepen, te verklaren uit kosten en opbrengsten. Organisatievormen zijn voorbeelden van instituties: door mensen ontworpen "structuren" die beperkingen opleggen aan hun gedrag (en daarmee ook onzekerheid verminderen). Maar er zijn veel meer insitituties dan organisatievormen als bedrijven, markten, productschappen. Het zijn ook wetten, eigendomsrechten, besluitvormingsregels, contracten. En informele instituties als (ongeschreven) regels en gewoontes. Door mensen in het leven geroepen omdat ze nuttig werden gevonden om bepaalde doelen te bereiken met zo weinig mogelijk schaarse middelen.
De rest moet je echt in het boek lezen. Cock A. Hazeu: Institutionele economie - een optiek op organisatie- en sturingsvraagstukken. Uitgeverij Coutinho, Bussum. ISBN 978 90 469 0064 2
.
op de foto het Telephoonhuisje in Oude Schans (Groningen), een oude collectieve organisatievorm.

dinsdag 15 mei 2007

Econoom als antropoloog over economen

Voor de economen en antropologen onder de lezers heb ik nog wat vermakelijks: op de site van Greg Mankiw kwam ik een leuke link tegen.
De bekende Zweeds / Amerikaanse econoom Axel Leijonhufvud (hij promoveerde op het werk van J.M. Keynes en vond dat Keynes' theorie meer op de microeconomie gebaseerd moest worden), publiceerde ooit een hilarische antropologische studie van ons economenvolkje. Aanbevolen voor antropologen die willen begrijpen hoe de economengemeenschap werkt (en zich boos willen maken op benedenmaatse antropologische studies door economen). En aanbevolen voor economen die willen begrijpen wat antropologie is, of de behoefte hebben aan relativering van hun werkwijzes. En nu de link:
http://unicast.org/enclosures/life-econ-crop.pdf
.
de eigen foto toont een oude graansilo (vermoed ik) in Nieuwe Schans, als symbool voor een klassiek artikel dat staat als een huis.

investeren: beter buiten de landbouw

Beleggers kunnen beter in vastgoed buiten de landbouw dan binnen de landbouw beleggen. Tenminste als je rendement wilt halen.
Die conclusie drong zich bij me op toen ik een rapport van LEI collega's las over de rendementen in de Nederlandse agribusiness. Uit hun analyse blijkt dat je op een euro geinvesteerd in de retail een rendement maakt dat boven de 20% ligt (of althans in 2002-2004 lag) en ook in de verwerking en toeleverende industrie vaak een getal met 2 cijfers is. in de land- en tuinbouw zelf is het op zijn best rond de nul, soms negatief.
Eigenlijk wist iedereen dit wel, en het is dus opvallend dat verschillende columnisten het onderzoek aangrijpen voor een beschouwing. In veel van de reacties op het onderzoek wordt er gepleit voor betere prijzen voor boeren en tuinders. Herverdelen dus van de winst in de keten. Maar weinigen vragen zich af waarom dat dan nog niet gebeurd - er lijkt me bij een retailer niet direct aanleiding om alleen op basis van dit onderzoek het chequeboek te pakken. Nog minder beschouwingen zijn er over hoe ketenpartijen (boeren en retail en handel) door samenwerking de taart zouden kunnen vergroten in plaats van anders verdelen.
Als bedrijfseconoom begrijp ik heel goed dat betere prijzen tot een hoger rendement op het vermogen leiden, als de arbeidskosten niet veranderen. Maar eigenlijk is de meest voor de handliggende conclusie uit het onderzoek de eerste zin van deze persoonlijke mening op deze blog: een laag rendement van vermogen geeft bovenal aan dat investeerders (en dat zijn boeren ook) er beter aan doen hun geld elders te investeren. Wie een jaar geleden zijn melkquota had verkocht en zijn geld in aandelen ABNAmro of in een onroerend goed fonds had gestopt was een stuk beter afgeweest - ik weet dat het achteraf makkelijk beleggen is.
Er verandert veel in de landbouw, maar bij lage rendementen op eigen vermogen denken we nog als eerste dat de prijzen omhoog moeten, niet dat we ons kapitaal in hoger renderende activiteiten moeten investeren. Dat werkt in een boerenbedrijf blijkbaar nog steeds anders dan bij Philips N.V. Het zorgt er in ieder geval voor dat het gezinsbedrijf nog niet verdwijnt, want tegen deze rendement is er geen beursgenoteerde onderneming die aan primaire productie begint.
Overigens van harte aanbevolen dat onderzoek, het is te vinden op de site van het LEI. En stort je in de discussie.
.
op de foto een onroerend goed object in Scheveningen.
.
G. Backus et al: Ketenrendementen in de Nederlandse agribusiness, LEI Den Haag.

Moederland Schouwen geschouwd

Net van de tennisbaan geregend is er tijd om de blog wat bij te werken. Gisteravond troffen we het beter: we waren ingegaan op een uitnodiging van Van Lanschot in Zoetermeer om een bijeenkomst in Baztille, een kunstenaarswerkplaats ter plaatse, bij te wonen.
Het begon met een geestige lezing van de directeur van het Haags Gemeentemuseum, Chris van Krimpen, die uitlegde dat een museum meer een gevolg is van een gelukkige samenloop van omstandigheden die collecties bij elkaar brengt, dan van een echt vooropgezette visie van een directie. Een relativerend idee.
Dat landschap inspireert en dat sommige delen van het platteland in kunstenaars een hele goede ambassadeur kunnen hebben, werd me helder in het atelier van Jaap van der Gaarden. Deze kunstenaar (zie de Baztille site voor zijn werk) vertelde openhartig hoe hij sinds het overlijden van zijn moeder (die van Bru kwam en zoals zoveel Zeeuwen emigreerde, in dit geval naar Den Haag) in zijn werk aanvankelijk door haar (resulterend in jeugdportretten die me aan Marilyn deden denken) en nu door haar geboorte-eiland wordt geinspireerd.
Dat leidt tot veel landschappen en boerderijen. Wij vonden enkele blauwe schilderijen erg mooi en herkenden in de verte Zierikzee. Maar dat komt wellicht omdat we er wel eens komen en ook ik ooit op Brouw werd geboren (maar al heel jong emigreerde). Nieuwe werken zijn meer in rood, omdat ook de meekrap-verf is ontdekt.
Van der Gaarden vertelde ook nog dat de geemigreerde Zeeuwen in bv. Den Haag in de jaren 50 nog een Zeeuwse vereniging hadden, voor de band met het thuisland en onderlinge bijstand en gezelligheid. Ik ken dat verschijnsel uit Flevoland, waar ik opgroeide, waar met name een Drentse en een Groningse vereniging actief was. Maar niet van de grote steden waar zo de migratie vergemakkelijkt werd. Mooi staaltje zelf-organiserend vermogen. Kortom een leuke avond.
.
De eigen foto is overigens niet op Schouwen maar bij Wassenaar genomen en heeft weinig met het werk van Van der Gaarden te maken. Zie daarvoor genoemde site.

maandag 14 mei 2007

meitelling

We moeten naar een kenniseconomie met veel dienstverlening, en het landbouwbeleid draagt daar al aardig aan bij via de verplichte administraties en formulieren die boeren moeten inleveren, en waarvoor ze hun accountant inschakelen. En waar de overheid dan ook weer mee aan de slag mag.
Afgelopen dagen was het in menig boerenhuishouden minder gezellig door de verplichte inlevering van de meitelling, nu omgedoopt tot gecombineerde opgave als je ook een graantje mee wil pikken van de toeslagrechten.

Een toelichting voor lezers die niet in de boerenpraktijk werken: wat voor iedere burger de belastingaangifte voor 1 april is, is voor boeren en tuinders de meitelling die uiterlijk 15 mei (morgen dus) in Assen moet zijn ingeleverd. Met dat verschil dat boeren geen geld moeten betalen bij de verplichte aangifte, maar velen van hen geld krijgen. En dat maakt het veel spannender dan de belastingaangifte: daar wordt je vriendelijk gecorrigeerd als je een foutje maakt, en in de praktijk is een week later inleveren (of een briefje met een goede reden voor een paar maanden uitstel) geen probleem, maar bij de 'gecombineerde opgave' is een kruisje vergeten al snel een paar duizend euro minder op je bankrekening, en de overheid doet er al vast maar een tabel bij wat het kost als je te laat inlevert: per dag gaat er 1% van je uitbetaling af.
Bij ons bedrijfje gaat het nog om een bedrag dat je met 4 cijfers voor de komma schrijft, maar er zijn ook boeren die op basis van deze aangifte een bedrag van 6 cijfers op hun bankrekening krijgen. Een deel daarvan wordt dus besteed aan software (voor perceelsadministratie) en aan adviseurs.

Invuloefening
Ik mocht een formulier van 28 pagina's invullen. Nu zegt dat op zich niet zoveel, vroeger kon hetzelfde op 2 pagina's, maar het is nu veel beter vorm gegeven (hoewel ik graag een tabel had gehad om alle pagina's met dieren die we niet hebben over te slaan). En van sommige gegevens vraag ik me zelfs als onderzoeker af waarom we dat 80.000 boeren en tuinders vragen. Er moeten betere methoden zijn, zoals via het informatienet van het LEI, om te achterhalen hoe groot het groene stroomgebruik in de agrarische sector is. En moeten we echt elk jaar weten hoeveel hokcapaciteit er is om onze kippen te stallen? Daarnaast mag je nog de beroemde perceelskaarten invullen en er gaan de nodige horror-verhalen over de nauwkeurigheid waarmee dat moet. Er is ook een eigen jargon ontstaan ("gewaspercelen") dat ik nog wel herken uit projecten die we in de jaren 80 rond informaticastimulering en jaren 90 rond mineralenboekhouding deden.
De overheid doet er veel aan alles toe te lichten (alhoewel ik lang gezocht heb naar het antwoord op de vraag of je ook nul moet invullen als je de soort dieren niet hebt, en vervolgens maar aangenomen heb dat dit niet hoeft). Ik had al een brochure van 37 pagina's gehad met de toelichting op Toeslagrechten, en nu kreeg ik er nog twee voor deze opgave - een van 13 en een van 33 pagina's. Het ziet er allemaal mooi en consistent vormgegeven uit en je ziet dat de overheid zijn best doet de administratieve lasten te verminderen.
Aan het eind mag je zelfs invullen hoeveel uur je er aan besteed hebt, waarbij men dan wel er vanuit gaat dat je het of zelf doet, of laat doen - en niet (wat veel voorkomt) een combinatie van beide. Naar eer en geweten heb ik er 8 uur aan besteed en het toch nog maar door onze accountant laten controleren en afmaken. Dat komt wel omdat we een beetje een speciaal geval zijn: ik deed het voor het eerst, kreeg vanwege een niet verwerkte kavelruil een verkeerde perceelskaart toegestuurd, was vervolgens zelf een week in het buitenland, en toen bleek dat ik gisteren ook nog handtekeningen van mijn maten nodig had, wat een ritje van 250 km opleverde. En we ruilen enkele percelen met de buurman dus de in te vullen kaart luistert nauw.
Mijn persoonlijke opvatting is dat dit niet de bedoeling van het landbouwbeleid kan zijn; dat moet veel simpeler kunnen, bijvoorbeeld door die toeslagrechten om te zetten in een soort obligatie (die zelfs mee kan lopen in de effectenportefeuille bij de Rabobank) zonder allerlei verplichtingen, en het aantal koeien een keer per vijf jaar te tellen (waarom hebben die beesten trouwens zo'n gele flap, daar kan toch een chipje in?).
Maar zelfs bij die 8 uur resteert een beloning per uur die hoger is dan ik vandaag per dag verdiend heb als manager in mijn echte baan. Gauw ophouden met klagen dus.

zondag 13 mei 2007

natuur in de Oderbruch


Het was een genoegen afgelopen week van het Noordoost Duitse landschap te genieten. Ik reed (met een weinig milieuvriendelijke 160 km over een stille autobahn) van Prenzlau naar Rostock en later nog met een excursie van Rostock naar de punt van het eiland Rugen. Wijdse landschappen, nog bloeiende koolzaadvelden, velden met fijn jong groen van de gerst net in het aar. De leegte van de horizon alleen doorbroken door landschapselementen als bosjes en hier en daar een windmolenpark. Ik vond ze niet storend, hoewel ze in het Duitse landschap niet meer weg te denken zijn.
Een Duitse landbouweconoom wees me wel op zijn pesoonlijke ervaring dat het landschap niet zo toegankelijk is: grote velden met weinig paden maken dat een blokje om al snel 15 kilometer is, wat te voet toch een forse wandeling is. Bedrijven krijgen hier grote bedragen aan EU subsidies dus misschien moeten die dan maar gekoppeld worden aan publiek toegankelijke voetpaden.


Mensen beinvloeden hun natuurlijke omgeving en de landschappen die ze maken hebben krachtige historische en emotionele associaties. Dat is de stelling die David Blackbourn illustreert in 'The conquest of nature - water. landscape and the making of modern Germany'. Ik attendeerde je hier vorig jaar ook al eens op dat magnifieke boek en nu ik in de Oderbruch (een poldergebied langs de Oder) was, herlas ik het betreffende hoofdstuk.

De Oderbruch revisited
Zo'n 260 jaar terug werd de Oderbruch, een rivieruitwaarden/moerasgebied ingepolderd. De Pruisische keurvorst Frederik de Grote (der alte Fritz) was er verantwoordelijk voor. Hij was door zijn vader ooit in het gebied verbannen geweest in het kader van zijn opvoeding. Vader was overigens in 1648 ron Berlijn met inpolderen begonnen, en deed wat iedereen in Europa in die tijd deed als het om polderen ging: 'he called in the Dutch'. Maar voor de Oderbruch voelde hij zich te oud. Zoonlief nam het dus in de tweede helft van de 17e eeuw ter hand en uiteindelijk moest het leger er aan te pas komen om het verleggen van de rivier en de inpoldering tot een goed einde te brengen. Er waren natuurlijk verliezers: de visserijgemeenschappen die op eilandjes leefden en de dijkaanleg dan ook saboteerden. En de natuur. Maar de winst was groter: een welvarend landbouwgebied. Dat werd een laboratorium zoals veel nieuwe polders. Er werd geexperimenteerd met buitenlands vee (de kamelen werden geen doorslaggevend succes) en de grote grondlegger van de landbouwwetenschappen in Duitsland, arts Albrecht Thaer, kreeg het riddergoed Moglin tot zijn beschikking voor wetenschappelijk onderzoek.
Kolonisten kwamen van alle kanten en de koning zelf schreef naar Voltaire: de landbouw is de eerste van alle kunsten, zonder haar zouden er geen handelaren, koningen, dichters en filosofen bestaan. Een historisch juiste en in die tijd zeer verantwoorde fysiocratische opvatting.

Een eeuw later waren zo'n beetje alle wetlands in het Duitsland van die tijd verdwenen. De veroveringen op de natuur waren meer dan eens militair van karakter en ook veroveringen op anderen.
En nu: in de Oderbruch wordt er nog steeds geexperimenteerd. Nog niet zo lang geleden werd bij Bad Freienwalde de eerste genetische gemodificeerde mais gezaaid. Regelmatig zijn er nog overstromingen, want de natuur laat zich niet altijd dwingen. De laatste in 1997. En bovenal wordt het gebied geprezen om zijn natuurwaarden. En liggen er een aantal mooie boerderijen, voortgekomen uit de oude LPG van de DDR.

zaterdag 12 mei 2007

controle op toeslagrechten eisen?

Afgelopen week was ik naar het Oosten van Duitsland voor een conferentie van directeuren visserijonderzoek en had ik ook nog even de kans wat van de landbouw in de neue Bundeslander te zien. Waarover komende week mogelijk meer.
Ik vertrok maandag met een onheilspellend berichtje op het radio 1 nieuws: er zou een korting op de EU toeslagen dreigen omdat Nederland de controle niet goed voor elkaar had; daarom ging Minister Bos nog een verklaring afleggen dat er toch zo goed mogelijk wordt gecontroleerd. Nu had ik hier al eens geschreven dat de waarde van die rechten afhankelijk is van politieke risicos, maar daarbij had ik er nog niet aangedacht dat je ook zo nog afhankelijk bent van discussies tussen bestuurslagen over de kwaliteit van de controle.
In de auto op de autobaan vroeg ik me af of dit nu tot de - toch op zijn minst rare- situatie zou kunnen leiden dat je als boer van de Nederlandse overheid gaat eisen dat ze je goed controleren en anders aansprakelijk zijn voor de korting.
Bij terugkomst las ik vandaag in de NRC van maandag dat de verklaring van Bos er vooral is omdat we als gidsland willen optreden in het afleggen van dergelijke verklaringen om de Europese Rekenkamer te gerieven - die de huidige uitgaves oncontroleerbaar vindt. Het zal dus met een korting wel niet zo'n vaart lopen. Blijft de vraag waar de interpretatie van de NOS op de vroege maandagochtend vandaan kwam.

zondag 6 mei 2007

belasting op chips en cola?

Er moet een gezondheidsbelasting komen op frisdrank, snoep en snacks, net als op rookwaren. Die stelling verdedigde Onno van Schayck, hoogleraar preventieve gezondheidszorg in Maastricht, afgelopen weekend in de NRC. Daar is wel wat tegenin te brengen. Vanuit liberaal oogpunt is het nog al moralistisch. Liberale economen willen wel voor een belasting zijn om zogenaamde externe effecten te compenseren. Als anderen roken (in het openbaar) heb ik daar last van, en dus is een belasting ter hoogte van die last gerechtvaardigd. Bij een fles whiskey per dag kan dat ook gelden, als het althans tot openbare misdragingen aanleiding geeft. Maar heb ik er last van als iemand dik wil zijn? Zolang zo iemand me in de tram niet in de weg zit mag ze van mij - hoewel ik wellicht liever tegen een slanker type aankijk.
Van Schayck wijst op de kosten van de gezondheidszorg, die we met zijn allen betalen. Daar zit wat in, maar wellicht moeten mensen met obesitas en mensen die roken meer voor hun verzekering gaan betalen (c.q. geen korting krijgen) - tenzij ze wellicht kunnen aantonen dat het overgewicht genetisch bepaald is.
Toevallig had ik afgelopen week prof. Steve Clarck van de Universiteit van Nova Scotia (Canada) op bezoek en die presenteerde op mijn werk een paper over dit onderwerp. Zijn stelling was dat een belasting op vet er toe kan leiden dat arme mensen (die vaker zwaarlijvig zijn) nog dikker worden. Hij baseerde dat op econometrisch onderzoek in de VS waarin hij rekening hield met de kwaliteit (bv. vetgehalte) van producten (in bijzonder vlees). Gezonde producten zijn in de regel duurder dan ongezonde en het lijkt dan voor de hand te liggen de ongezonde duurder te maken. Maar, zo rekende Steve voor, er is ook een inkomens (of budget) effect en door de duurder geworden ongezonde producten kun je dus ook niet meer af en toe een gezonde kopen. Als iemand wel weet dat Becel beter is dan margarine, maar Becel maar af en toe kan betalen en je maakt margarine duurder, dan blijft er geen geld meer over voor af en toe Becel. Juist bij armere gezinnen zou dit effect groot kunnen zijn.
De discussie rond zijn paper leidde tot het beeld dat het heel lastig is om gezond gedrag te krijgen door de prijzen te manipuleren, zeker omdat vaak ook nog andere aankoopmotieven gelden. Bovendien: twee glazen rode wijn per dag is gezond, twee flessen ook, maar dan toch alleen per week, niet per dag. We tendeerden dan ook naar voorlichting (daar waar kennis bij consumenten te kort zou schieten) en het resultaat te belasten. Bijvoorbeeld via de verzekering. Tenslotte betaal ik bij een auto in de Randstad ook meer premie dan in Zeeland.
Misschien moet iemand de literatuur eens op een rijtje zetten.
.
Op de eigen foto onbelaste paddestoelen op een boerenmarkt in Washington DC
.

cooperatieve jaarverslaggeving: de case van Cosun


Als lid van Royal Cosun (v/h de Suikerunie) kreeg ik hun Jaaroverzicht 2006. Een handzaam boekje, dat ik op de zondagochtend maar eens doornam. Tenslotte leveren ze een deel van ons inkomen, via de bieten en omdat mijn ega bij een kleindochter werkt.

Het is een overzichtelijk, leesbaar en compleet boekje. Als bedrijfseconoom was ik positief verrast over de paragraaf risicoprofiel en risicobeheer, die een mooie indruk geeft van de zaken waar het management op stuurt. Op andere plekken maak ik nog wel eens mee dat een pleidooi voor zo'n analyse en tekst wordt uitgelegd als iets van een risico-mijdend manager die te weinig oog heeft voor het ondernemen. Dat vind ik een verouderde kijk.

Ook het strategisch kader is in het jaaroverzicht helder uiteen gezet. Resteert de vraag of het boekje ook signalen afgeeft voor de bedrijfsvoering van de leden. Die hebben immers de afzet van hun producten bij Cosun neergelegd, en dat betekent dat ze signalen uit de markt terug zouden moeten vertalen naar hun leden. Is er behoefte aan meer biologische bieten, moeten we proberen vanaf grotere percelen meer tonnen tegelijk te rooien en af te leveren om de logistieke kosten te drukken, moeten we nadenken over het afleveren van schonere bieten, en ze (zoals in Duitsland) op het land te schonen?
Een jaar of tien geleden heeft een student voor mij wel eens onderzoek gedaan naar de jaarverslaggeving van cooperaties op dit vlak, en de resultaten waren niet best (althans van de cooperaties, de student deed het prima). Van ketenomkering was weinig te merken. Daar werd wel tegen ingebracht dat die info niet in jaarverslagen komt maar wel in bijeenkomsten over tafel gaat of in nieuwsbrieven staat. Dat leek me weinig consistent.
Cosun lijkt me op dit vlak dit keer niet slecht scoren. Voorzitter Jos van Campen meldt duidelijk dat het ledental zal afnemen (na de fusie met de CSMtak), dat wie verder wil moet opschalen en quota moet bijkopen en dat prijzen lager worden, deels gecompenseerd door EU toeslagen. En de verhoudingen tussen leden en cooperatie zullen nog zakelijker worden. De aardappeltelers komen er met minder informatie af. Maar die zijn ook geen eigenaar van Cosun-dochter Aviko, maar maar een gewone business partner. Dat blijft een bijzondere constructie in deze cooperatie, die in mijn jeugdjaren nog door de wereld ging onder namen als VCS, Dinteloord en Puttershoek.
.
de eigen foto toont het dak van de oude tramremise van Nieuwe Schans, die hier de dalende bietenprijs symboliseert.
.

zaterdag 5 mei 2007

van koolzaad en Londen


4 mei heb ik gemist, ik was even op en neer naar Londen. Op de terugweg was de cityhopper wat vertraagd door de herdenking in Nederland. Zelf stond ik even stil bij het standbeeld op Whitehall ter herinnering aan WO I, met de papavers. Ik vergaderde in de Farm Club, een achter dat standbeeld gelegen echte Engelse Club, tussen Scotland Yard en het parlement, vlak bij het Ministerie van Landbouw en uitkijkend over de Thames. Uit de tijd dat landbouw nog een lobby was. Nu kwam de stuurgroep van het blad EuroChoices er bijeen.
Zo'n dagje Londen is altijd een lange maar boeiende dag. Om kwart over 6 op Zestienhoven, om 8 uur in de City. Nog wat mensen bellen en wat lezen en dan van 11 tot 4 vergaderen. Een pint na afloop en nog even naar de boekhandel en/of de National Gallery. En dan de vlucht van 9 uur weer terug, om 11 uur op Zestienhoven en drie kwartier later sta ik naast mijn bed. Dat lukt je niet via Schiphol dus het land van mijn vrouws grootvader is ooit niet voor niets onder de landingsbaan van Rotterdam Airport verdwenen.
Op Zestienhoven ligt het Financieel Dagblad voor je klaar en dat wist te melden dat de biobrandstoffen-hausse er voor zorgt dat er geen gezondere koolzaadvarianten voor onze margarine worden gekweekt. Het blijkt dat er nieuwe koolzaadrassen zijn die oliezuurrijk en linolzuurarm zijn zodat ze minder verzadigde vetten hebben. En verzadigde vetten zijn ongewenst: ze maken de olie weliswaar beter houdbaar maar vormen ook transvetten. En die zijn slecht want veroorzaken chlorestorol. Die nieuwe rassen voor de voedingsmiddelen geven wat minder kilo's en zijn daarom voor de bio-energie minder interessant.
De econoom denkt dan: dat geldt ook voor de boer, die zal de lagere kilo's toch door een hogere prijs gecompenseerd willen zien - anders zaait hij de oude rassen. Het punt is blijkbaar dat door de hogere prijzen, de benodigde compensatie in geld dus hoger is. Bovendien ontstaan er nu twee deelmarkten met onvolledige substitutie. Als je met een ras voor energie en voedingsmiddelen uit de voeten kunt, dan verkoop je als boer na de oogst aan de hoogst biedende. Als je nu een voedingsmiddelen-ras zaait, en die prijsvorming valt tegen, dan kun je wel in de energiemarkt terecht, maar door je lagere kilos zal ook daar de opbrengst minder zijn dan wanneer je een energie-ras had gezaaid. Het kan dus zijn dat je nu wat minder zeker van je opbrengst bent dan bij 1 grote markt.
En vandaag veegt Karel Knip in de NRC verder de vloer aan met koolzaad als grondstof voor biodiesel. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat biodiesel minstens zo vervuilend is als gewone aardolie-diesel. Er gaat veel energie in de productie en er komt lachgas vrij bij de teelt, een gemeen klimaatgas. Een eerder onderzoek uit Nederland, met hogere Europese kilo's per ha, kwam tot vergelijkbare conclusies. Het geldt zelfs voor biologische teelt. Beide onderzoeken baseren zich overigens op basiscijfers uit Denemarken. Zou met niet verbazen als dat de life-cycle analyses van Bo Weidema waren. We hebben naar aanleiding van een workshop met Bo bij het LEI wel eens voorgesteld die ook voor Nederland te maken, maar daar was toen weinig belangstelling voor. Je kunt ook te vroeg zijn met relevante onderzoeksideeen.
Al met al komt op deze manier de teelt van biodiesel en de bijmengverplichting in de EU wel ter discussie.

donderdag 3 mei 2007

concurreren met belastingen



Precies een week geleden besteedde ik hier aandacht aan een artikel in EuroChoices dat de belastingwetgeving voor boeren nog al verschillend is tussen landen. Voor wie dat een interessant thema vindt: deze week verscheen er van mijn collega's bij het LEI een rapport waarin de belastingsituatie in verschillende landen wordt vergeleken, om te zien of onze concurrentiepositie niet wordt aangetast. Lijkt zo op het eerste gezicht geen groot probleem. En vandaag stond in de krant dat de EU met voorstellen in de vennootschapbelasting komt. Ze gaan er niet over, maar zien toch behoefte aan harmonisatie. Wat in Den Haag meer dan beaamd wordt.

Om van dit onderwerp op internationaal terrein een graantje mee te pikken (vandaar bijgaand de eigen foto), begonnen we vandaag dan ook maar aan een presentatie / paper over dit onderwerp.

woensdag 2 mei 2007

De graanrepubliek revisited

Als je mijn aanbeveling voor een vakantie in Oost-Groningen opvolgt of er nog over twijfelt, moet je zeker Frank Westerman’s De Graanrepubliek (her)lezen. Wij deden het ook en namen het als leidraad voor een autotochtje een een wandeling.
We keken onze ogen uit naar het grote aantal landgoederen, want zo mag je de luxe huizen uit de 19e eeuw van de dikke Groninger graanboeren wel noemen. Veelal voorzien van slingertuin, de lokale variant van de Engelse landschapstuin met de geuzennaam die er door het “gewone volk” smalend aan werd gegeven. Op sommige wegen, zoals tussen Beerta en Nieuwe Schans staan ze met tientallen naast elkaar. Sommigen nog in restauratie, maar de meesten mooi onderhouden of weer gerestaureerd. Alleen een oude graanschuur vind je hier of daar in vervallen staat terug – ook een teken dat het niet slecht gaat met het platteland.
Dit moet inderdaad heel lang een zeer rijk gebied geweest zijn. De jonge grond was rijk aan mineralen, Westerman verhaalt dat de terugverdientijd van de Stadspolder in 1740 maar 1 jaar was: de eerste koolzaadoogst betaalde de aanlegkosten. De boerderijen liepen tot in zee en konden dus op de kwelders steeds uitbreiden: de opstrekkende heerden. De schaalgrootte was dus ook OK, en buurmans grond kwam niet te koop dus wat moest je dan met je geld. Luxe huizen, buitenlandse landschapsarchitecten, buitenlandse aandelen. Koot en Bie’s alter ego Tedje van Es kreeg hier gelijk: Geen gezeik, iedereen rijk.
Althans wat de boeren betreft. Voor de landarbeiders zat de wereld heel anders in elkaar en zij zagen de wereld van Marx en Das Kaptial voor hun ogen gestalte krijgen: grote boeren concurreren kleine weg, en de landbouw krijgt de vorm van grootondernemingen. Hier was maar een uitweg: het communisme. En zo verdween het middenveld: de rijke boeren werden steeds vrijzinniger, de landarbeiders verlieten en masse de kerk. En de monarchie doet het hier nog steeds maar matig, zo vertelde men mij maandag op koninginnedag: men viert hier liever bevrijdingsdag.
Een uitzondering in de liberale boerenwereld van families als Hommes, Tijdens, Ebels waren de Mansholts – socialist. Een verhaal apart waar je Frank Westerman of Johan Merrienboer maar voor moet lezen. Overigens groeide Sicco Mansholt op op Torum, veel meer naar het Westen.

Opkomst, ondergang en vernieuwing
De hereboeren waren landbouwkundig verre van conservatief en hielden zich met innovaties bezig. Al was het maar de mechanisatie (dan had je trouwens ook minder arbeiders nodig). In 1937 schreef de socioloog Evert Willem Hofstee, uit het gebied afkomstig en als Wagenings hoogleraar later o.a. betrokken bij de IJsselmeerpolders, er een beroemd geworden proefschrift over: de moderne agrarische ondernemer was in het Oldambt opgestaan.
Dankzij de goede grond, met de continue buitendijkse aanwas, was deze bedrijfsvorm met als hoofdprodukt het graan en met zijn strokarton als bijprodukt uiterst winstgevend. Men overleefde zonder veel problemen de graancrisis van de 19e eeuw. Tot – zo vermoed ik- na de oorlog de mechanisatie zulke vormen aannam, dat ook deze bedrijven te klein werden, de grond te zwaar bleek om over te schakelen op intensievere gewassen, en het ook met de inpolderingen al lang gedaan was. Het probleem was misschien wel dat graan nog wel rendeerde per gewerkt uur, maar dat je halve zomers en hele winters niets te doen hebt. En het strokarton verloor het van de plastics. De oudere generatie herinnert zich de CPNer Fré Meis op de barrikaden tegen de sluiting. Het leverde in ieder geval in standbeeld in Oude Pekela op. En een website met een gevatte domeinnaam: www.fremeis.com, waarbij com nu eens niet voor commercial staat.

En inmiddels worden er weer langszaam nieuwe boerderettes en herenhuizen gebouwd – in de Blauwe Stad, aan het meer dat de Oldambster dorpen na eeuwen weer tot havenplaatsen maakt. Het illustreert dat het mechanisme dat op het platteland geld maakt al lang geen graan meer is, maar grond als ruimteverstrekker. En als die ruimte-verstrekker water is, is het nog beter, dan is de kans op nieuwe buren het kleinst. En inmiddels dromen sommige boeren wellicht al weer van een boom in bio-energie.
We genoten van de ruimte van het Oldambt middels een wandeling over de Dollard-dijk. We liepen van het Ambonezenbosje bij Hongerige Wolf (de locatie van de gevreesde Batterie Süd in de oorlog, waarvan de barakken na de oorlog werden gebruikt om Molukkers te huisvesten) naar Termuntenzijl. Buitendijks en op de eerste percelen tarwe (bij gebrek aan buitendijkse groene kwelders) veel vogels, en verder blauwe luchten, groene dijken en hier en daar een geel bloeiend koolzaadveld. En nog meer natuur in de Breebaartpolder, ooit bestemd voor het Eems-Dollard kanaal (maar dat verzwijgt de expositieruimte). Herlees Frank Westerman en gaat dat zien.

dinsdag 1 mei 2007

In de graanrepubliek



We brachten een lang weekend door in Oost-Groningen. Een gebied dat ik alleen uit de media en van de snelweg kende. De werkelijkheid is veel mooier, en ik kan het beslist aanraden voor een korte of lange vakantie.

Ook hier was het afgelopen weken droog en regende het records aan zonuren en warmte, en dat zal mijn beeld wel enigszins beinvloed hebben. Maar er is veel te doen. Fraaie en verschillende landschappen, bossen en monumentale boerderijen. Er is duidelijk veel geinvesteerd in wandel- en fietspaden - op sommige kruispunten stikt het van de routebordjes. Het zal wel wat EU Plattelandsgelden gekost hebben, maar dan heb je ook wat.

Verder -voor onder een regenbui- ook heel veel kleine musea, sommige duidelijk voortgekomen uit particulier initiatief: politiepetten, de slag bij Heiligerlee, slingertuinen, Rob de Nijs, en wat je nog meer kunt bedenken aan museale onderwerpen. Wij beperkten het tot het historisch dieselgemaal van Termuntenzijl. Mooie verstilde plaatsjes als Oude Schans. Het zijn ook plekken die kunstenaars aantrekken. Hoewel niet alles lukt, ook niet met subsidies: in de fraaie remise van Nieuwe Schanse redde een bronsgieterij het niet, maar de overgebleven koffiegieterij is een must, alleen al vanwege de notentaart. Terrassen zijn hier trouwens betaalbaarder dan in de Randstad. En dan zijn er nog steden als Groningen en Emden. Maar bovenal is er nog ruimte, veel ruimte, dat vind je zo in het westen of het zuiden van dit land niet meer.

Al met al lijkt me de weg omhoog gevonden voor dit gebied door een mixture van particulier initatief en overheidssteun. In ieder geval is het randstedelijke mediabeeld te negatief. Reis dus af nu het nog leuk is. Zoek je een goed adres: wij logeerden in een oud, gerestaureerd boerderijtje (zie foto) met echte bedstee in Blijham, www.boschplaatse.nl, op het 'landgoed' van mevrouw L.E.Caderius van Veen, geb. Jkvr. De Savornin Lohman en haar man. Morgen nog een paar indrukken en tips.