weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zaterdag 8 april 2006
van input naar output financiering
Het is wellicht een alternatief voor de besteding van de FES gelden door de Nederlandse overheid, die vorige week een fors bedrag beschikbaar stelden voor de ontwikkeling van een phytophtera-vrije aardappel. De overheid hoeft dan niet meer de onderzoeksinstelling uit te kiezen (en roept vermoedelijk een race met investeringen van meerdere instellingen op, die groter zijn dan de prijs) en hoeft niet meer de besteding van het geld te beoordelen en te verantwoorden. Een 'advance purchase commitment' heet dat in het vakgebied.
The Economist van 25 maart besteedde aandacht aan de voor- en nadelen van zo'n APC-tje. Een nadeel lijkt dat de overheid beter dan het bedrijfsleven moet weten waarin moet worden geinvesteerd. Maar dat geldt eigenlijk ook in het huidige systeem. Bezwaarlijker is dat er niet zo iets bestaat als "de" phytophtera-vrije aardappel: het eerste ras hoeft niet het beste te zijn. Overigens is dit wellcht bezwaarlijker bij een overheid die het medicijn echt zelf koopt, dan bij een 'prijs'. Een ander aspect is dat er welliswaar om het product te ontwikkelen meer wordt geinvesteerd dan de prijs groot is, maar dat het daarna ook dreigt te stoppen. Er is geen prikkel, tenzij er een markt voor het product blijft bestaan, om door te ontwikkelen. Maar het voordeel is dat er wel snelheid in de ontwikkeling ontstaat, en dat kan op zich een voordeel zijn.
Het systeem van APCs zou in ieder geval de universiteiten ondernemender en daarmee mogelijk innovatiever maken, zo lijkt me.
vrijdag 7 april 2006
Het kennissysteem verandert
Met de landbouw verandert ook het kennissysteem van onderzoek, voorlichting en onderwijs. We hadden er deze week in Wageningen een interessante discussie over. Prof. Cees Leeuwis schetste twee grote veranderingen die door het systeem trekken: de privatisering en de nadruk op innovatie in de landbouw. En die twee lijken soms op gespannen voet met elkaar te staan. Bij innovatie gaat het om slimme nieuwe combinaties van techniek (hardware), diensten (software) en het organiseren daarvan (orgware). Om die combinaties te realiseren moet er kennis geassembleerd worden, vaak uit verschillende hoeken, in een trial and error proces maar met een zekere slagvaardigheid en flexibiliteit en met een doel op langere termijn. Samenwerking van verschillende kanten is daarbij van belang. De privatisering gaat er vanuit dat ‘kennis’ vermarktbaar is via vraag en aanbod, in concurrentie, met heldere contracten en een zekere bureaucratie van de markt (accountantscontrole e.d.) en bovenal dat vernieuwing een definieerbaar, lineair proces is. Veel onderzoekers en opdrachtgevers lijken problemen te hebben in beide veranderingen tegelijk te werken.
Het gesprek werd door Jan Buurma geillustreerd met een casus over het rijpaden systeem in de biologische landbouw, waarbij robotisering van de biologische landbouw wordt voorbereid. Sommigen zien hierin geen transitie of innovatie, maar een ordinaire verspreiding van een uitvindig die bij precisielandbouw aan de universiteit en nu bij een paar boeren in het zuidwesten van het land al beschikbaar is, en uitgerold moet worden naar andere delen. Een enkeling vond bij de robotisering van de biologische landbouw wel sprake van een transitie: we gaan over naar een zeer technisch, niet zo aaibaar beeld van de biologische landbouw, en er komen nieuwe spelers in de keten als GPS-leveranciers en robot-ontwikkelaars. Anderen zagen toch op zijn minst nog wel een forse systeem-innovatie vraag: hoe zorg je dat de innovatie van boeren, tractorfabrikanten en loonwerkers op elkaar aansluit, wat betekent het voor ontsluiting van kavels, hoe profiteer je van kennis van chrysantentelers waar het al werkt, hoe zorg je dat het systeem via de learning curve betaalbaar wordt.
In deze onduidelijke innovatie-situatie wordt de rol van het kennissysteem inderdaad nog eens extra onduidelijk: vanuit de financier lijkt er een belang te liggen in het verspreiden van de kennis in de biologische landbouw, om daar de kostprijs te verlagen en bij te dragen aan de politieke doelstelling van uitbreiding van deze productie. Uit het innovatie-perspectief zou je als onderzoeker vooral in staat gesteld moeten worden om kennis van de universiteit (waar eerder precisielandbouw werd bedacht), die van de betrokken boeren (co-innovatoren) en die van de chrysantentelers, GPS-leveranciers en een tractorfabrikant in elkaar te vlechten tot een geslaagde toepassing en marktintroductie elders in het land. De valkuil in het privatiserings-paradigma is dat de onderzoeker beperkt wordt tot een uurtje-factuurtje advisering (betaald door de overheid) aan de betrokken boeren c.q. een deal maakt om de betrokken ondernemers te helpen in ruil voor het recht de kennis en het systeem elders uit te venten. Misschien is een betere, met het innovatie-paradigma consistente, invulling van het privatiseringsaspect wel dat je ook echt marktdenken toepast: de onderzoeker wordt met de universiteit en de boeren oprichter van een spin-off B.V. waarin de innovatie verder wordt uitgewerkt en vermarkt wordt naar de rest van de wereld. Door de co-innoverende boeren een aandeel in de BV te geven voorkom je ook dat zij hun aandacht aan andere zaken gaan geven (zoals is gebeurd), omdat bij hen de rijpaden-tractoren al rijden en het belang bij verdere ontwikkeling van het systeem even te ver weg ligt. Maar dat vraagt natuurlijk wel om ondernemende onderzoekers en financierende ambtenaren die zich als venture capitalist opstellen. Over transitie gesproken.
dinsdag 4 april 2006
Oude vernieuwingen
Dan maar even aandacht voor het feit dat vernieuwingen van alle tijden zijn, ter voorbereiding op een besloten lezing die ik morgen in Wageningen organiseer over transities. Bij Wageningen UR verscheen een leuk rapport met vier oude en vier huidige gevalsbeschrijvingen van forse veranderingen in de landbouw. De oudere voorbeelden zijn de legbatterij, de substraatteelt, de melkquotering en de tractor (als vervanger van het trekpaard). In de beschrijving wordt veel nadruk gelegd op de rol van de ondernemers als veranderaars. Een bedrijfskundige optiek die past bij het idee dat ondernemerschap centraal staat in veranderingen. Op dezelfde wijze zijn actuele situaties beschreven: de traaggroeiende, voedselveiliger kip, de stadteland cooperatie, rijpaden en de gesloten kas. Op die manier blijkt dat veranderingen van alle tijden zijn en veranderaars lijkt steeds weer hetzelfde boven het hoofd te hangen.
Wat me bij blijft is dat geslaagde veranderingen netwerken vragen die veranderingen op allerlei punten (schakels in de keten) tot stand brengen. Of anders gezegd of een idee slaagt en hoe het wordt vormgegeven hangt niet zo zeer van de ondernemer of ondernemende veranderaar af, maar vooral van het feit of het idee goed past in alle economische en technische randvoorwaarden. Vaak moeten instituties (contracten, werkwijzes, procedures, handelskanalen) worden aangepast aan de achterliggende economische trends (noodzaak van arbeidsproductiviteit, transactiekosten) wil een technische vinding een succes worden. Wat mij betreft komt er dus meer aandacht voor die trends en de aanpassingen van instituties en minder voor de vindingen zelf en de ondernemers / veranderaars. Als je althans er vanuit gaat dat het bevorderen van innovatie vooral het wegnemen van bottlenecks is.
C. de Lauwere et al.: Ondernemers en de actoren in hun omgeving in beweging. LEI, Den Haag zie ook: www.lei.nl
maandag 3 april 2006
lijstje: werelderfgoederen NL
1. de polder De Beemster
2. de molens van Kinderdijk
3. Schokland
4. de stelling van Amsterdam
5. het Ir. D.F. Woudagemaal
zondag 2 april 2006
Over de toekomst van het Groene Hart
Zo is er veel misverstand over de rol van de veehouderij. Sommigen zijn van mening dat de melkveehouderij aan de vooravond van een vergaande liberalisering staat en daarmee uit dit gebied zal verdwijnen. Dat lijkt me onzin. Zo’n liberalisering is op termijn inderdaad niet onwaarschijnlijk (hoewel de melkquota nog wel tot 2013 zullen blijven), maar dat betekent niet de verdwijning van de melkveehouderij. Die is er al eeuwen – veel langer dus dan het landbouwbeleid. De fysisch geografische omgeving is nu eenmaal uitermate geschikt voor deze bedrijfstak. Voor het voortbestaan van de Nederlandse zuivel is het Groene Hart niet van belang – de productie kan ook wel elders gebeuren. Maar met de veenweide gebieden kun je weinig anders dan grasteelt en veehouderij (zeker vergeleken met de Veenkolonieen of de Flevopolders), dus melkvee zou het hier wel eens heel lang kunnen volhouden. Het zicht vanaf de snelweg op de weilanden mag dan snel afnemen, daarmee verdwijnt de veehouderij nog niet. Niet voor niets zijn er ook veel bedrijfsopvolgers in het gebied, ondanks het feit dat er dichtbij in de stad ook ander werk is.
Een tweede misverstand is dat de toekomst van het Groene Hart bepaald wordt door de toekomst van de veehouderij. Ook dat is onzin. Grond brengt in een alternatieve aanwending voor woningbouw of een zichtlocatie veel meer op dan weiland. Dat is al decennia (zo niet eeuwen) het geval. De toekomst van het Groene Hart wordt dan ook bepaald door de ruimtelijke ordening. Als we morgen kiezen voor een Los Angeles inrichting van Nederland, dan zal het areaal weiland wel fors afnemen. Maar ook dat effect wordt overschat: er is gewoon geen koopkrachtige vraag naar pakweg 100.000 ha bungalowwijk. Niet alleen omdat de bevolking stabiliseert, maar zelfs bij een forse immigratie. Iets dergelijks geldt voor de recreatie: een paar meren erbij is mooi voor wonen aan het water met je eigen zeilboot, maar –zoals een campinghouder op de Veluwe dezer dagen in de NRC stelde- dit concurreert sinds kort ook met een vliegticket naar Lissabon voor 50 euro.
Ik denk overigens dat als het puntje bij paaltje komt, het slagenlandschap in het Groene Hart zoveel cultuuraspecten heeft, dat er een beweging zal ontstaan dit te bewaren in de vorm van een nationaal park, en daarmee een LA-variant tegen te houden. Daar zijn ook natuur-argumenten voor, zoals de conservering van weidevogels als de grutto. Omzetten in woningbouw of wilde natuur zal dan niet plaats vinden, en het zal blijken dat het laten van het beheren door boeren goedkoper is dan beheer door een ambtelijke natuurorganisatie.
En dan het derde misverstand: het klimaatbeleid is ermee gediend dat we snel het waterpeil verhogen (zodat er minder bodemdaling plaats vindt, en minder emissie) en daarmee veehouderij onmogelijk maken. Er zijn er nog al wat studies en suggesties voor andere bedrijfssystemen die suggereren dat boeren bij (deels) hogere waterpeilen ook kan. Dat is minder rendabel en de grond zal dan ook minder waard zijn, maar na verwerking van dit eenmalige waardeverlies (door ‘reorganisatie’) lijken er de nodige mogelijkheden. En er is de vraag of peilverhoging wel de meest welvaartsverhogende actie is. Drasland en moerassen kennen ook emissie. Stel dat er handel in emissierechten zou zijn: dan zou het best eens kunnen zijn dat de veehouderij geld genoeg opbrengt om de emissiereductie elders te laten plaats vinden. Iemand zou dat eens uit moeten zoeken.
zaterdag 1 april 2006
Platteland: productie- of consumptieruimte?
De algemene teneur was dat het met de problemen van het platteland wel meevalt. Zeker van Engelse zijde werd benadrukt dat er opvallend veel bedrijfsopvolgers zijn, er een trek van de stad naar het platteland is en dat inkomens er hoger liggen. Voor de problemen moet je blijkbaar in de stad zijn. Een groot probleem werd wel gesignaleerd: de huizenprijzen zijn in Engeland het afgelopen decennium juist op het platteland tot records gestegen, dankzij alle toestroom van mensen die met de voeten voor het platteland kiezen (leve de commuting en het telewerken) en in de steden hun plek afstaan aan immigranten. Was vroeger de kwaliteit van de huizen op het platteland een issue, nu is het de 'affordability'.
Een opvallende constatering van een van de sprekers was dat er nog als wat verschillen van inzicht zijn in wat het platteland nu eigenlijk is. Niet alleen qua definities maar ook wat betreft de functie. Historisch gezien zouden de Fransen het territoir rurale vooral als een productieruimte hebben gezien, terwijl de Engelsen de country side vooral als een consumptieruimte beschouwen: een place for living, want agrarische producten kwamen meestal van overzee.
maandag 27 maart 2006
Het einde van de sector-benadering
Dat werkt niet meer, en er onstaat nu een strijd tussen twee nieuwe benaderingen. Enerzijds de ketenbenadering, vraaggestuurd, met een zware rol voor een aantal grote multinationals en retailers die merken voor bewerkte producten in de markt zetten, organisatie via contracten in de keten, de boer is grondstofleverancier.
En anderzijds de ruimtelijke benadering, waarbij de overheid aanbod van landschap en natuur domineert en de landbouw gebruikt als een goedkope vorm van productie van deze collectieve goederen. De boer is vooral ruimtegebruiker en ruimtebeheerder.
Mijn persoonlijke taxatie is dat de eerste van deze twee economisch veel krachtiger is en de tweede vooral lokaal corrigerend zal werken. Overigens levert de eerste tendens door globalisering wel het geld op om de tweede betaalbaar te maken.
Bron: A. Smit, JWH van der Kolk, GJ Noij en MJG Meeusen: Duurzame landbouw in een schakelkast, Alterra, 2005.
zondag 26 maart 2006
Zand in de raderen
Het boekje ‘Perspectiefrijke gebieden voor duurzame landbouw in Nederland’ geeft kaartbeelden van de duurzaameheid van de landbouw uit economisch en milieu perspectief. Het zijn opnieuw de gemeenten in de zandgebieden en de veenkolonien die slecht scoren. L’histoire se repète.
Ontleend aan: GJ van den Bosch, CML Hermans, HJ Agricola en RJW Olde Loohuis: Perspectiefrijke gebieden voor duurzame landbouw in Nederland, Alterra 2005
zaterdag 25 maart 2006
Lijstje landbouwsystemen
De zoektocht naar de toekomstige vormgeving van landbouw en platteland gaat door. Van het onderzoeksinstituut Alterra kreeg ik drie modern vorm gegeven boekjes uit die zoektocht. Enkele zaken die me troffen geef ik komende dagen aan u door. Allereerst een lijstje met beelden van duurzame landbouwsystemen:
- Grondgebonden agroproductie: landbouw waar de omzet komt uit verkopen van voedsel, siergewassen en grondstoffen, waarbij grond een belangrijk productiemiddel is. Eigenlijk dus de akkerbouw, opengrondstuinbouw en rundveehouderij zoals we die nu kennen.
- Agroproductie naast het land: landbouw waar de omzet komt uit verkopen van voedsel, siergewassen en grondstoffen, maar waarbij de productie niet van de grond afhankelijk is. Dat zijn dus industriele vestigingen zoals in de intensieve veehouderij, de champignons of de glastuinbouw.
- Natuurlandbouw: landbouw gericht op biodiversiteit en behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Eigenlijk dus natuur- en landschapsbeheer waarbij het goedkoper is dat via landbouw te doen dan er een natuurterrein van te maken.
- Zorg- en belevingslandbouw: bedrijvigheid (zoals zorg en recreatie) waarbij de landbouw vooral decor en beleving levert voor andere omzet-genererende activiteiten.
- Peri-urbane landbouw: landbouw waarbij het direct contact tussen consument en producent een belangrijke rol speelt. Eigenlijk dus een verbijzondering van type 1 of een mengeling van type 1 en 5 zoals we dat wel zien bij biologische landbouw met huisverkoop.
Ontleend aan: JWH van der Kolk, W van Eck en JHJ Spiertz: Duurzame landbouw in beeld, Alterra, 2005; hun bron is Van Eck en Spiertz 2002
dinsdag 21 maart 2006
Vlaanderen boven
Beveren aan de IJzer was onze standplaats, twee kilometer van de Franse grens, tussen Ieper en De Panne in de Westhoek. Ik kan het u aanraden: alle klassiekers in de buurt: Rijssel (Lille voor de niet-Vlamingen) met oude en nieuwe architectuur, Ieper, en de indrukwekkende herinneringen aan de grote oorlog (WO I) in Flanders fields, die in zekere zin nu een beschaafde toeristische bedrijfstak oplevert, de natuur en het strand van de Noordzeekust en bovenal het landschap zelf. Reisgenoot C. voelt er voor de IJzerbedevaart een keer mee te maken als vorm van participatief cultureel onderzoek - zelf luister ik liever naar Raymond van het Groenewoud's Vlaanderen Boven en die twee zijn volgens de zanger zelf onverenigbaar.
Vanuit plattelandsontwikkelingsperspectief noteer ik nog een paar opvallende zaken: het landschap is leeg, maar Beveren (naar schatting een paar honderd inwoners in het dorp) groeit met nieuwe huizen in de bekende Vlaamse vrije stijl. Met de auto (en soms de trein) is het in Vlaanderen nooit ver naar de stad. De auto mag dan de winkels uit de dorpen hebben doen verdwijnen, hij brengt nu ook de toerist weer terug. Met organisaties als Eurorelais en productinformatie via het internet blijkt het mogelijk een huisje in zo'n dorp te verhuren aan mensen die mobiel zijn en niet zonodig op een park of vlak aan het strand hoeven te zitten.
Verder viel me in Gent op dat het niet alleen een mooie stad is geworden (met een goed winkelaanbod) maar dat ze ook daar het culineaire streekproduct aan het promoten zijn: waar in Nederland een Vleeschhal nog wel eens een culturele bestemming wil krijgen, is dat in Gent een culineaire. Dat belooft wat voor ons EAAE Congres in 2008
En tot slot nog vonden we voor het natuurbeleid nog een goede vertaling voor de term 'wet land': drasland. Mocht Nederland te drassig onder de voeten worden, dan hebt u het begrepen: in twee uur staat u aan de IJzer.
maandag 20 maart 2006
lijstje: dutch design revisited
1. Het Drosteblik uit 1904 met de repeterende verpleegster. Zorgde voor het gelijknamige effect.
2. de ANWB paddestoel uit 1919
3. de PSP poster Ontwapenend uit 1971
4. de verpakking voor het pakje Caballero sigaretten uit 1946, een tijdloos ontwerp voor een slecht product.
5. de gewone tomaat, zoals veredeld sinds ca. 1950
donderdag 16 maart 2006
Lijstje: Dutch design der landbouw
1. Het Drosteblik uit 1904 met de repeterende verpleegster. Zorgde voor het gelijknamige effect.
2. de ANWB paddestoel uit 1919
3. de verpakking voor het pakje Caballero sigaretten uit 1946, een tijdloos ontwerp voor een slecht product.
En als reserve: de PSP Ontwapenend poster uit 1971, omdat ik niet zeker weet of dat nu de poster was met de koe.
woensdag 15 maart 2006
Petfood voor het baasje
Hoogleraar Diervoeding Wouter Hendriks constateert dat het voer wordt gekocht door het baasje van hond of kat (dat lijkt me geen nieuws), en dat het voer daarom vooral een projectie is van diens wensen. Wat echt goed is voor het dier is van secundair belang. Eigenaren vinden nat voer uit blik vooral een stinkende smurrie en kiezen voor het veel slechtere droog voer, dat plantaardig van oorsprong is. Soms zelfs in prachtige vormpjes en kleurtjes, terwijl katten driehoekjes en visjes-vormen niet eens kunnen herkennen en vrijwel kleurenblind zijn. Smaak heeft ook de aandacht van de industrie, maar vooral om te voorkomen dat het dier het eten laat staan - zo zijn ook de eerste huisdieren met obesitas gesignaleerd. En paarden hebben maagzweren omdat ze te weinig te doen hebben. Over petfood en pet marketing gesproken: zou de burger het dierwelzijn ook in de directe omgeving willen bevorderen?
dinsdag 14 maart 2006
China, Afrika en het landbouwbeleid
Als ze het dan maar slimmer doen dan via het manipuleren van de productprijzen zoals in Europa. De vandaag geintroduceerde krant nrc.next citeert het boek '50 feiten die de wereld moeten veranderen' van Jessica Williams. Zij heeft uitgerekend dat elke koe in Europa nu $ 2.50 per dag krijgt, terwijl 75% van de Afrikanen van minder moet rondkomen. Een krachtige stelling, ook al gaat hij deels mank en is er wel het nodige op af te dingen (het geld komt vermoedelijk niet eens bij de boer, en zeker niet bij de koe en de suggestie dat het met de Afrikanen beter zou gaan als we het geld in de zak zouden houden of zelfs aan Afrika zouden geven is discutabel).
zaterdag 4 maart 2006
SPIL besteedt aandacht aan Campylobacter
Maar zouden we nu niet vanuit de consumentgerichte productontwikkeling voor de barbeque en de keuken ook meer voorgegaarde producten kunnen maken (lekker snel en makkelijk) en daarmee bijdragen aan de oplossing van een volksgezondheidsprobleempje: komende zomer geen standaard bbq pakket halen bij de Albert Heijn, maar een tandori pakket, een mexicaans pakket of een indonesisch pakket: voorgegaard, met de benodigde kruiden en makkelijk klaar. En het liefst zodanig verpakt dat het zo op de weggooi barbeque kan (een soort Senseo innovatie). Productinnovatie met een maatschappelijke verantwoord ondernemen aspect, zo lijkt me.
Sommigen vinden zo'n strategie voor Nederlandse boeren niet zo aantrekkelijk: de industrie kan dan ook de grondstoffen uit Brazilie halen en er hier de kruiden aan toevoegen (of aldaar laten toevoegen). Zou kunnen - maar dan heeft Nederland in ieder geval nog de regiefunctie en onze kracht moet dan zitten in beter de consument kennen voor productontwikkeling en marketing, dan dat een Braziliaanse producent dat kan. En naar analogie van de textiel blijft er wellicht hier enige productie voor snelle belevering van de nieuwste trends: het Zara business model.
Overigens staat er in SPIL ook een boeiend stuk over de Kaderrichtlijn Water: hoe de Nederlandse bestuurscultuur moeite heeft met Europese richtlijnen. Lezen dat blad dus!.