De NRC recenseerde gisteren de film Mjolk. Dat is IJslands voor melk. Het is het verhaal van een vrouw die na de dood van haar man doorgaat als boerin en de strijd opneemt tegen de melkmaffia. Althans de monopolyde zuivelcoöperatie Coop wordt van dergelijke maffiapraktijken beschuldigd. Ooit opgericht om de belangen van de boeren te dienen, is het nu een monopolist, althans ze hebben 90% van de productie in handen en boeren hebben niet veel meer te vertellen en moeten met lage marges leven. Volgens de regisseur van de film van een socialistisch ideaal naar een bureaucratische praktijk naar een systeem van zelfverrijking. De Sovjet-Unie in het klein. Ook een feministische film want vrouwen als boer, dat is in IJsland nog niet veel vertoond. Gebaseerd op een werkelijk gebeurd verhaal, zo begrijp ik uit het interview.
NRC: Sproeien met melk is haar wraak, 30.10.2019
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
donderdag 31 oktober 2019
donderdag 24 oktober 2019
Stierenplaatjes ipv voetbalplaatjes
Van tijd tot tijd is er weer een retailer die voetbalplaatjes laat verzamelen. Goed voor herhaalbezoek en voor de omzet. De consument kun je zo wel nudgen, maar bij professionele inkopers zoals bedrijven lukt dat niet. En dus bij boeren ook niet, zo denken we vaak.
Of het gewerkt heeft weet ik niet maar in het verleden is er een interessante poging gedaan. Ik kwam daar achter doordat ik nog een boek redde uit een Zeeuwse nalatenschap. In 1962 verscheen het boek Adellijk Bloed - de preferente F.R.S. stieren. Een uitgave van UT, dat is de UT die veel later bekend werd uit Hendrix UTD, maar ooit stond voor U. Twijnstra's Oliefabriek N.V. Uit Akkrum (Friesland) waar olie werd geperst en dan hield men een veevoerschroot over, de lijnkoeken. Later hadden ze ook een grote fabriek in Maarssen, ik vermoed degene die nu onder de naam Fabrique als feestlokatie in gebruik is. In 1922 gingen ze een samenwerking aan met Unilever en dat leidde ertoe dat ze kort na de uitgave van dit stierenboek, in 1963, fuseerden met de veevoerpoot van Calvé-Delft, van de pindakaas, en zo werd het UT-Delfia, later UTD. Op zich een mooi verhaal dat ook in de wiki staat.
In 1962 gaf UT dus een mooi boek uit dat je voor f 4.90 kon kopen, waarin alle 85 ooit preferent verklaarde stieren van het Fries Rundvee Stamboek vanaf de start in 1910 werden gedocumenteerd. Met ook nog diverse hoofdstukken over de historie van het stamboek, de werking van de registers en een lofzang op de Friese landbouw. Bij elke beschrijving van een stier (met zijn eigenaren en de onvermijdbare laatste zin: afgevoerd naar de slachtbank in 19xx) hoorde ook een plaatje met een foto, die men vooral voor de oudere stieren uit bedrijfsfoto's en schetsen had gereconstrueerd. Die plaatjes kon je inplakken, en je verkreeg een zakje met 10 plaatjes als je 40 UT logo's van de labels van de verpakkingen veekoeken op een spaarkaart had geplakt. Er waren 8 sets (80 stieren, de 5 alleroudste stieren kreeg je cadeau bij het album). Je kon bij een volle spaarkaart wel aangeven welke set je wilde hebben, dus je hoefde niet met de buurman stamvader Albert 1 te ruilen voor Adema 48.
Zijn er meer van die spaaracties gericht op boeren bekend?
In 1962 gaf UT dus een mooi boek uit dat je voor f 4.90 kon kopen, waarin alle 85 ooit preferent verklaarde stieren van het Fries Rundvee Stamboek vanaf de start in 1910 werden gedocumenteerd. Met ook nog diverse hoofdstukken over de historie van het stamboek, de werking van de registers en een lofzang op de Friese landbouw. Bij elke beschrijving van een stier (met zijn eigenaren en de onvermijdbare laatste zin: afgevoerd naar de slachtbank in 19xx) hoorde ook een plaatje met een foto, die men vooral voor de oudere stieren uit bedrijfsfoto's en schetsen had gereconstrueerd. Die plaatjes kon je inplakken, en je verkreeg een zakje met 10 plaatjes als je 40 UT logo's van de labels van de verpakkingen veekoeken op een spaarkaart had geplakt. Er waren 8 sets (80 stieren, de 5 alleroudste stieren kreeg je cadeau bij het album). Je kon bij een volle spaarkaart wel aangeven welke set je wilde hebben, dus je hoefde niet met de buurman stamvader Albert 1 te ruilen voor Adema 48.
Zijn er meer van die spaaracties gericht op boeren bekend?
zaterdag 19 oktober 2019
foodlog en de PAS
Weinig geblog dezer dagen. De PAS problematiek vraagt zijn aandacht, en op Foodlog probeer ik de discussie wat verder te krijgen. Zie aldaar. en eerder al hier.
dinsdag 15 oktober 2019
Barcelona
For the record: vrijdag was ik in Barcelona, in dit oude ziekenhuis dat nu een conferentiecentrum is. Ik presenteerde er het rapport Recipe for Change, met een advies voor missie gedreven onderzoek in food en agri.
zondag 6 oktober 2019
historische kaartjes
Onlangs was ik bij de Drukkery in Middelburg, een van de betere boekhandels in dit land, en daar hadden ze nog een pallet staan met een uitgave uit 2006, De Grote Historische Atlas Zeeland. Het gaat om topografische kaarten uit het begin van de vorige eeuw. De atlassen zijn overigens voor alle provincies gemaakt. Voor nog geen tientje nam ik er een mee; mooie lectuur voor een regenachtige zondag.
Leuk om wat bekende locaties op te zoeken. Bij Boudewijnskerke heette de Baaiweg nog Oostweg, Bij Oostkappelle liep de Baaijenhovense weg nog voor de boerderij van die naam langs, die er nog niet was. Maar op Oud-Vossemeer was de Hikkepolder met de boerderij Welgelegen (maar zonder Speelhuys) al zoals ik hem van mijn fietstochten naar de lagere school herinner - inmiddels is dat door het Rijn-Schelde kanaal met een nieuwe brug ook al weer veranderd.
De auteurs hebben ook last van die nostalgie. Ze schrijven dat er een onwaarschijnlijke schoonheid van het toenmalige landschap verloren is gegaan. Dat is zo, maar deels is dat een bewering vanuit onze optiek. Deels ging het verloren door het zoute water van de oorlog en de ramp en dat waren in de ogen van die generatie goede reden het landschap maar eens even gereed te maken voor de tractor.
Overigens een mooie beknopte geschiedenis van het landschap ter inleiding in de atlas: hoe rond het jaar 1000 Zeeland en omliggend gebied er nog uitzag zoals nu het land van Saeftinghe - een veengebied dat sinds het jaar 0 was verzonken en waar de zee zijn klei op had afgezet waardoor schorren weer hoger werden. Zodat er in de zomer herders met schapen verschenen en in de Karolingische tijd mensen op wat kreekruggen ringwalburchten opwierpen, om zich tegen de Noormannen te beschermen: Burgh, Souburgh, Oostburg, Middelburg (dat 500 jaar later de 2e stand van Nederland zou zijn). En vanaf het jaar 1000 wordt er dan ook bedijkt. Dat Middeleeuwse landschap was rond 1900 op veel plaatsen nog in stand. Mooie atlas, voor geen geld.
Leuk om wat bekende locaties op te zoeken. Bij Boudewijnskerke heette de Baaiweg nog Oostweg, Bij Oostkappelle liep de Baaijenhovense weg nog voor de boerderij van die naam langs, die er nog niet was. Maar op Oud-Vossemeer was de Hikkepolder met de boerderij Welgelegen (maar zonder Speelhuys) al zoals ik hem van mijn fietstochten naar de lagere school herinner - inmiddels is dat door het Rijn-Schelde kanaal met een nieuwe brug ook al weer veranderd.
De auteurs hebben ook last van die nostalgie. Ze schrijven dat er een onwaarschijnlijke schoonheid van het toenmalige landschap verloren is gegaan. Dat is zo, maar deels is dat een bewering vanuit onze optiek. Deels ging het verloren door het zoute water van de oorlog en de ramp en dat waren in de ogen van die generatie goede reden het landschap maar eens even gereed te maken voor de tractor.
Overigens een mooie beknopte geschiedenis van het landschap ter inleiding in de atlas: hoe rond het jaar 1000 Zeeland en omliggend gebied er nog uitzag zoals nu het land van Saeftinghe - een veengebied dat sinds het jaar 0 was verzonken en waar de zee zijn klei op had afgezet waardoor schorren weer hoger werden. Zodat er in de zomer herders met schapen verschenen en in de Karolingische tijd mensen op wat kreekruggen ringwalburchten opwierpen, om zich tegen de Noormannen te beschermen: Burgh, Souburgh, Oostburg, Middelburg (dat 500 jaar later de 2e stand van Nederland zou zijn). En vanaf het jaar 1000 wordt er dan ook bedijkt. Dat Middeleeuwse landschap was rond 1900 op veel plaatsen nog in stand. Mooie atlas, voor geen geld.
zaterdag 5 oktober 2019
in Trouw
Trouw muntte donderdag de term Grote Boerenomslag. Ik opperde om eens naar Denemarken (streng milieubeleid, en 25% btw op voedsel, dat geeft de overheid financiële ruimte en de consument betaalt wellicht een true price) en Zwitserland (hoge eco-betalingen per ha voor landschap en natuur) te kijken. Kun je een mooi verdienmodel mee maken. En we blijven echt wel trots op een grote landbouwexporteur (bloemen, groente, bier, chocola)
donderdag 3 oktober 2019
de Nachtwacht: cooperatie avant la lettre
In de nieuwste uitgave (september 2019) van het NCR blad Coöperatie prijkt de Nachtwacht op de cover en interviewt Wilbert van den Bosch de meester Rembrandt van Rijn, dit jaar 350 jaar dood, zelf. Dit omdat een compagnie als van Frans Banninck Cocq een vorm van zelforganisatie was. Een soort burger militie (een schuttersvereniging) die een deel van de stadsmuur en poorten bewaakte en bij ordeverstoringen kon worden ingezet. Het stuk bevat een aantal interessante inzichten in de economie van die tijd:
Van den Bosch noemt als bronnen:
- het portret was in de schilderkunst natuurlijk al lang bekend, maar dit type grote groepsportretten was een belangrijke innovatie. Het kenmerkt een typisch Nederlandse kracht: samenwerking. De voorgestelden op het schilderij moesten duidelijk een individueel karakter en functie hebben, maar ook hun samenhang (waarom staan ze samen op het schilderij) was belangrijk. En visueel moest ordening ook nog gepaard gaan met beweging. Maar de orde en chaos stonden mogelijk ook voor de vrije samenleving gebaseerd op zelforganisatie - geen centraal gezag. Rembrandt legde naar de smaak van zijn tijdgenoten overigens iets teveel nadruk op beweging en chaos, net voordat de discipline de mannen deed ordenen.
- Nederland is gegroeid vanuit samenwerking en cooperatie, niet vanuit grote machtsblokken. Vanaf de middeleeuwen ontstond er een veelheid aan kleine steden in de Nederlanden, die een zekere gelijkmatigheid in krachtverdeling kenden.
- De geestelijke stand, de kerk, heeft nooit eenzelfde macht gehad als in Duitsland of Frankrijk. De economische macht lag bij de koopmanstand en de boeren.
- Boeren konden door inpoldering gemakkelijk nieuwe grond maken.
- De hydrologische structuur in in de Lage landen dwong een bepaalde governance af. Enerzijds kan een waterland niet zonder zelfbestuur. Anderzijds was er goedkoop watertransport en kon een kleine boer of visser hier reizen als een grote heer. Aan een ridderpaard had je niet veel voordeel qua verkeer. Het sociale gewicht van de adel bleef hier veel kleiner dan elders.
- We bleven ook gespaard voor de nadelen van overmatig grootgrondbezit.
- Het polderkarakter down een democratische coöperatieve structuur van de samenleving af.
- De VOC zou al de periode van verval hebben ingezet. Het was op een monopolie gebaseerd, en een kleine groep kooplieden begon de markt voor kapitaal en grond te monopoliseren. Zie groep maakte zich meester van de politieke en bestuurlijke macht en richtte daarmee de markt ten eigen faveure in. De zelforganisatie van de middeleeuwen verdween of werd door hen gedomineerd..
- Terwijl de welvaart dus werd opgebouwd door het laat-middeleeuwse systeem van economische decentralisatie. Met een overvloedige drang tot ondernemen. En geen centraal gezag met blokkerende wetgeving.
- De elite verruilde zijn koopmanshuizen voor herenhuizen in de grachtengordel Bedrijven kwamen los van het gezinsleven. en de gemeenschap.
Van den Bosch noemt als bronnen:
- Johan Huizinga - Onze gouden eeuw 'sociaal psychologisch' bekeken
- Jan en Annie Romein - Erflaters van onze beschaving
- H.E. van Gelder Rembrandt
- Ernst van de Wetering Nachtwacht mislukt
- Bas Kromhout Gouden Eeuw was een tijd van stagnatie.
dinsdag 1 oktober 2019
Brabants welvaartsplan
Op deze dag van de grote boerenprotestmanifestatie gingen mijn gedachten terug naar de jaren 50. De menging in bijvoorbeeld Brabant van mensen, vee en natuur gaat deels terug op die periode. Ik werd vorige week gewezen op twee aardige beleidsdocumenten, die de provincie keurig online heeft gezet. Allereerst was er het Welvaartsplan van de latere minister president Jan de Quay, toen Commissaris van de Koningin in Brabant. Dat voorzag in industrialisatie op fietsafstand van het agrarisch arbeidsoverschot. Met als gevolg de opkomst van wel heel veel industrieterreinen en steden. Je vindt het plan met preadviezen hier. In 1955 kwam men er achter dat dit lang niet het hele werkgelegenheidsprobleem had oplost, en kwam er een agrarisch supplement. met aandacht voor het kleine-boerenvraagstuk, ruilverkaveling en veredelingslandbouw.
zaterdag 28 september 2019
Bier na wijn
De NRC van vandaag bevat veel voor deze blog relevante stukken. Rosanne Hertzberger neemt het op voor de boeren, ze zitten klem en zijn een te gemakkelijke prooi voor kamerleden, zo is de teneur. Marc Chavannes kijkt wat verder en komt tot de conclusie dat onze natuur dan wel Naturodam is, maar dat dat het enige is wat we hebben. En dat de minister van Vroem (mooie woordspeling op Vrom) niet om een list moet vragen. Formule-1 races in een Natura2000 gebied komen er ook niet best af (ministers die daar voor pleiten hebben de tijdgeest niet begrepen), ook niet bij Youp. En Tom-Jan Meeus vermoedt dat het niet-1e kamer lid Remkes zo zijn eigen motieven heeft om de VVD te laten zweten. En dat alles naar aanleiding van diezelfde commissie, de eerdere uitspraken van D66 en het IPCC panel dat een fors hogere zeespiegel aankondigt. Genoeg materiaal voor discussie dus.
Eigenlijk wou ik het vooral hebben over het stukje uit de NRC Wetenschap waarin het gaat over de juistheid van het spreekwoord Bier na wijn geeft venijn, wijn na bier geeft plezier. Waarvan in het Engels en Duits ook varianten bestaan: Beer before wine and you'll be fine; wine before beer and you'll feel queer" Uit een grondig gecontroleerd gerandomiseerd kruislings uitgevoerd blootstellingsexperiment van een Duits/Britse onderzoeksgroep bleek weer eens dat het spreekwoord geen letterlijke betekenis heeft.
De uitdrukking is overdrachtelijk en gaat over het verloop op de sociale ladder: wijn staat voor de betere klassen, bier voor de lagere. Voor veel boeren geldt momenteel Bier na Wijn. Niet alleen door milieubeleid, ook door de snelle technologische ontwikkeling. Misschien dat met uitkopen er toch nog een glaasje wijn resteert en het respect terugkomt.
Eigenlijk wou ik het vooral hebben over het stukje uit de NRC Wetenschap waarin het gaat over de juistheid van het spreekwoord Bier na wijn geeft venijn, wijn na bier geeft plezier. Waarvan in het Engels en Duits ook varianten bestaan: Beer before wine and you'll be fine; wine before beer and you'll feel queer" Uit een grondig gecontroleerd gerandomiseerd kruislings uitgevoerd blootstellingsexperiment van een Duits/Britse onderzoeksgroep bleek weer eens dat het spreekwoord geen letterlijke betekenis heeft.
De uitdrukking is overdrachtelijk en gaat over het verloop op de sociale ladder: wijn staat voor de betere klassen, bier voor de lagere. Voor veel boeren geldt momenteel Bier na Wijn. Niet alleen door milieubeleid, ook door de snelle technologische ontwikkeling. Misschien dat met uitkopen er toch nog een glaasje wijn resteert en het respect terugkomt.
donderdag 26 september 2019
Polderpioniers
Deze week verdiepte ik me een avondje in de geschiedenis van de familie Rijk. Althans de tak uit de Wieringermeer die Marian Rijk beschreef in het boek Polderpioniers. Het boek kwam mee met het familiearchief en dateert uit 2016. Het start, hoe kan het anders, halverwege de 19e eeuw in de Zak van Zuid-Beveland en eindigt in de Wieringermeer. Wie Eva Vriend's Het Nieuwe Land of Koen van Wijk's Land van Glas boeiend vond, zal dit ook appreciëren.
Het voorgeslacht had de nodige problematische tijden, zoveel is wel duidelijk. Niet alleen door oorlog, water en armoede. Er waren ook ruzies over geld en boerderijen in deze grote katholieke gezinnen met meerdere potentiële opvolgers.
Ik leerde uit het boek dat West-Zeeuws-Vlaanderen pas eind mei 1940 capituleerde, nog later dan Walcheren. En het een en ander over de inundatie van de Wieringermeer en hoe lang de wederopbouw duurde door gebrek aan materiaal om na de oorlog huizen te bouwen. En ruilverkavelingen (de eerste op Ameland) zouden uit de VS zijn afgekeken.
Voor wie zoals ik Zeeland, West-Brabant en Flevoland een beetje denkt te kennen, een mooi boek Alsnog een aanrader dus.
Ik leerde uit het boek dat West-Zeeuws-Vlaanderen pas eind mei 1940 capituleerde, nog later dan Walcheren. En het een en ander over de inundatie van de Wieringermeer en hoe lang de wederopbouw duurde door gebrek aan materiaal om na de oorlog huizen te bouwen. En ruilverkavelingen (de eerste op Ameland) zouden uit de VS zijn afgekeken.
Voor wie zoals ik Zeeland, West-Brabant en Flevoland een beetje denkt te kennen, een mooi boek Alsnog een aanrader dus.
dinsdag 24 september 2019
Mazoyer & Roudart - slot
Met het bekende verhaal van de reactie van Engeland, Denemarken en Frankrijk/Duitsland op de landbouwcrisis dat ze mooi hebben beschreven voor o.a. Denemarken en Frankrijk.
Tot slot een informatief hoofdstuk over de effecten op ontwikkelingslanden. Tussendoor nog wel wat informatie over het EU landbouwbeleid of de wereldeconomie die in andere bronnen wel beter beschreven is.
Maar al met al een mooi boek, dat we bijzetten in de boekenkast.
zondag 22 september 2019
na de braak en het 3slag stelsel
In de serie blogs n.a.v. het boek van Mazoyer en Roudart (a world history of agriculture) deze week een paar afsluitende. We waren blijven steken bij het drieslagstelsel van de Middeleeuwen, met een bouwplan van zomer- en wintergraan en een jaar braak. Dat er vooral was voor de bemesting en onkruidbestrijding.
De volgende grote innovatie was het vervangen van de braak door gezaaide groenvoedergewassen (gras, klaver). Het systeem van braken was namelijk verre van perfect: in die 15 maanden of meer gingen ook de nodige mineralen verloren door uitspoeling. Door gras/klaver in te zaaien ging het opbrengend vermogen niet achteruit, in tegendeel. Het idee dat grond 'rust' bij braak moet dan ook met een flinke korrel zout worden genomen. Daarmee geen de grondproductiviteit verder omhoog (een verdubbeling en meer), er kon meer vee worden gehouden en deel van de oude saltus veehouderijgronden konden de rotatie in. Er kwam ook ruimte voor industriële gewassen als vlas (linnen, textiel) en meekrap. Na Columbus ook de aardappel. De verbetering in vruchtbaarheid van de grond leidde ook tot veredeling van gewassen en dieren die meer inputs vroegen. Maar er waren ook meer mensen in de landbouw nodig, want de arbeidsproductiviteit steeg niet echt.
De vernieuwing begon in Vlaanderen in de 15e eeuw. Ook in Engeland (het zgn Norfolk bouwplan) was men er vroeg bij. Maar het duurde eeuwen voor het zich over heel Europa had verspreid. Mazoyer en Roudart zijn wat onduidelijk waar en waarom nu juist op dat moment het heeft plaats gevonden. Het lijkt te maken te hebben met de toegenomen vraag uit de textielsteden. Bij matig lange-afstandsstransport vraagt dat om meer productie voor de stad, tegelijkertijd moet zowel die stad groeien als dat er op het platteland meer handjes nodig waren.
Een belangrijke voorwaarde (en daarmee een blokkade elders) is dat het vooral ook een sociale innovatie is: je moet de rechten afbreken van de mensen die hun vee op het braakland mogen weiden. Dat was ooit geïnstitutionaliseerd om mest van andermans vee te verwerven, nu moest je andermans vee van je grond zien te houden. Dat leidde tot afrastering, in Engeland de Enclosure beweging. Het hielp dus als de instituties in maatschappij toch op drift waren en Hervormings- of Verlichtingsideeen toesloegen.
De volgende grote innovatie was het vervangen van de braak door gezaaide groenvoedergewassen (gras, klaver). Het systeem van braken was namelijk verre van perfect: in die 15 maanden of meer gingen ook de nodige mineralen verloren door uitspoeling. Door gras/klaver in te zaaien ging het opbrengend vermogen niet achteruit, in tegendeel. Het idee dat grond 'rust' bij braak moet dan ook met een flinke korrel zout worden genomen. Daarmee geen de grondproductiviteit verder omhoog (een verdubbeling en meer), er kon meer vee worden gehouden en deel van de oude saltus veehouderijgronden konden de rotatie in. Er kwam ook ruimte voor industriële gewassen als vlas (linnen, textiel) en meekrap. Na Columbus ook de aardappel. De verbetering in vruchtbaarheid van de grond leidde ook tot veredeling van gewassen en dieren die meer inputs vroegen. Maar er waren ook meer mensen in de landbouw nodig, want de arbeidsproductiviteit steeg niet echt.
De vernieuwing begon in Vlaanderen in de 15e eeuw. Ook in Engeland (het zgn Norfolk bouwplan) was men er vroeg bij. Maar het duurde eeuwen voor het zich over heel Europa had verspreid. Mazoyer en Roudart zijn wat onduidelijk waar en waarom nu juist op dat moment het heeft plaats gevonden. Het lijkt te maken te hebben met de toegenomen vraag uit de textielsteden. Bij matig lange-afstandsstransport vraagt dat om meer productie voor de stad, tegelijkertijd moet zowel die stad groeien als dat er op het platteland meer handjes nodig waren.
Een belangrijke voorwaarde (en daarmee een blokkade elders) is dat het vooral ook een sociale innovatie is: je moet de rechten afbreken van de mensen die hun vee op het braakland mogen weiden. Dat was ooit geïnstitutionaliseerd om mest van andermans vee te verwerven, nu moest je andermans vee van je grond zien te houden. Dat leidde tot afrastering, in Engeland de Enclosure beweging. Het hielp dus als de instituties in maatschappij toch op drift waren en Hervormings- of Verlichtingsideeen toesloegen.
zaterdag 21 september 2019
PAS
Het Programma Aanpak Stikstof houdt het land bezig. Discussies alom. Bij Wageningen Economic Research leidde het tot een blog van Petra Berkhout. Ik droeg bij aan de discussies die nodig zijn voor een goed stuk, en zo werd ik ook nog co-auteur. Hier een overzicht van wat er speelt.
zondag 15 september 2019
exportkwaliteit
De beste kwaliteiten van een product worden vaak relatief veel geexporteerd. Klasse 2NL blijft in eigen land. Soms misschien omdat de beste producten het best tegen transport zonder bederf kunnen, of omdat de verre markten luxe markten zijn die klasse willen.
Maar er is ook een reden die gelegen is in de transportkosten. Die zijn per kg voor alle kwaliteiten gelijk. Als je die optelt bij de prijs in het land van productie dan zijn de relatieve prijsverhoudingen tussen de normale en de beste kwaliteit in het importerende land minder groot dan in het productieland. Een voorbeeldje: als de prijzen in het productieland 100 en 125 zijn (verschil 25%) en de transportkosten 30 dan zijn in het importland de prijen 130 en 155. (verschil 19%). En dus zal de vraag naar het luxere product relatief wat groter zijn. Dat staat in de economie bekend als het Alchian-Allen theorema. In de nieuwste editie van de ERAE tonen twee economen dat weer eens aan voor Braziliaanse Arabica en Robusta koffie: hoe verder weg, hoe meer Arabica er wordt gedronken.
Maar er is ook een reden die gelegen is in de transportkosten. Die zijn per kg voor alle kwaliteiten gelijk. Als je die optelt bij de prijs in het land van productie dan zijn de relatieve prijsverhoudingen tussen de normale en de beste kwaliteit in het importerende land minder groot dan in het productieland. Een voorbeeldje: als de prijzen in het productieland 100 en 125 zijn (verschil 25%) en de transportkosten 30 dan zijn in het importland de prijen 130 en 155. (verschil 19%). En dus zal de vraag naar het luxere product relatief wat groter zijn. Dat staat in de economie bekend als het Alchian-Allen theorema. In de nieuwste editie van de ERAE tonen twee economen dat weer eens aan voor Braziliaanse Arabica en Robusta koffie: hoe verder weg, hoe meer Arabica er wordt gedronken.
vrijdag 13 september 2019
prijs of hoeveelheid
Een andere bijdrage van Weitzman, zo schrijft The Economist van 7 september, ging over de belangrijke vraag van de discount rate bij bv. klimaat mkba's. Vanwege de onzekerheid in de toekomst, zou die af moeten lopen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
