weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
woensdag 31 augustus 2016
jonge boeren en bedrijfsovername
Gisteren sprak ik in Belfast op het EAAP congres, dat 1200 wetenschappers uit het dier-onderzoek bij elkaar bracht. Ik had het niet over dieren maar mensen, en wel over het probleem van de bedrijfsovername en de vraag of we een tekort aan boeren krijgen. Dat laatste denk ik niet, maar we moeten wel goede jonge boeren blijven aantrekken, en wie het wil worden moet een kans krijgen. Hier is de ppt.
zaterdag 27 augustus 2016
Digital twins
Ongeveer een keer per jaar verlaat ik Nederland via mijn eigen grensovergang bij Hengelo (naar een buurtschap heet hij De Poppe, altijd leuk thuiskomen in Nederland) en dan is een volgende stop nog al eens Salzbergen. Om te tanken, koffie en benzine.
Sinds een verhaal in de NRC van deze week is Salzbergen bij mij nu nog op een andere manier in beeld. Er staat een groot computercentrum dat real time alle windmolens van General Electric buiten Amerika monitort. Van Nederland tot ver in Mongolië en India ziet men daar hoe het met de molens er voorstaat. Bij storingen krijgt men ze in 80% van de gevallen weer draaiende vanuit het computercentrum. In een op de 5 gevallen moet de lokale monteur er naar toe.
Een mooie techniek die men gebruikt is die van de Digital Twins. Voor elke turbine wordt een digitale, virtuele kopie gemaakt die vertelt hoe de turbine zou moeten draaien. „Die laat zien wat de productie zou moeten zijn bij bijvoorbeeld een windkracht van 8 meter per seconden en een temperatuur van 24 graden en de daarbij behorende luchtdichtheid.”
Mooi idee voor digitaal benchmarken: we maken voor elke koe en elk bedrijf een digital twin. Nog lastiger dan je denkt, want moet die de optimale prestaties laten zien van dit moment gegeven het weer van afgelopen week, of juist geven de situatie dit voorjaar. Maar hier gaat het wel naar toe.
En die windmolenparken kunnen nog 20% efficienter als alle digitale techniek wordt ingezet.
Een mooie techniek die men gebruikt is die van de Digital Twins. Voor elke turbine wordt een digitale, virtuele kopie gemaakt die vertelt hoe de turbine zou moeten draaien. „Die laat zien wat de productie zou moeten zijn bij bijvoorbeeld een windkracht van 8 meter per seconden en een temperatuur van 24 graden en de daarbij behorende luchtdichtheid.”
Mooi idee voor digitaal benchmarken: we maken voor elke koe en elk bedrijf een digital twin. Nog lastiger dan je denkt, want moet die de optimale prestaties laten zien van dit moment gegeven het weer van afgelopen week, of juist geven de situatie dit voorjaar. Maar hier gaat het wel naar toe.
En die windmolenparken kunnen nog 20% efficienter als alle digitale techniek wordt ingezet.
vrijdag 26 augustus 2016
De leeuw op zijn rug
Vandaag vergaderden we bij de PAL over de kust. Gezien het weer had het wel op locatie gekund, maar het was gewoon in het provinciehuis. Het ging onder andere over kustuitbreiding.
Een van de zaken die me opnieuw opviel is dat de Leo Belgicus uit is, en dat Nederland Deltaland tegenwoordig liever met de leeuw op zijn rug wordt vormgegeven. Dan lijkt Rotterdam meer op New Orleans en het land op Bangladesh. Zoals in dit fraaie filmpje.
Een van de zaken die me opnieuw opviel is dat de Leo Belgicus uit is, en dat Nederland Deltaland tegenwoordig liever met de leeuw op zijn rug wordt vormgegeven. Dan lijkt Rotterdam meer op New Orleans en het land op Bangladesh. Zoals in dit fraaie filmpje.
woensdag 24 augustus 2016
Ruilverkavelen voor de krimp
Ruilverkavelingen worden geassocieerd met schaalvergroting. Gisteren leerde ik dat er minstens 1 is uitgevoerd met schaalverkleining als doel. Alle bedrijven moesten 15% inleveren en er werden nieuwe bedrijven tussengeplaatst. Nee niet voor natuur, zo hard telde dat in de jaren 60 niet. In ieder geval niet op Kampereiland, want daar speelde dit verhaal. Gisteren fietsten we een rondje door het gebied.
De achtergrond was dat de stadsboeren de stad uit moesten. Die stadsboeren hadden hun boerderij binnen de stadsgrenzen en gebruikten de gemene weiden om de stad. Dat ging niet meer (het verhaal vertelt niet waarom maar ik vermoed een mix van volksgezondheid, stank, onhandig vanwege de mechanisatie en de stad had de gemene weiden nodig voor de stadsuitleg). En aangezien de stad Kampen eigenaar is van Kampereiland (men kreeg ooit de schorren en slikken met het recht van aanwas van de bisschop van Utrecht) en ook de verpachter, was de oplossing tussen een ruilverkaveling met inplaatsing van de stadsboeren in plaats van uitplaatsing van zittende boeren naar bv. Flevoland ten behoeve van schaalvergroting. Je kunt het nog heden ten dage zien: de oude boerderijen staan op terpen omdat tot de komst van de Afsluitdijk het wel eens onderliep door een combinatie van hoog water op zee en veel rivierwater aanvoer. De ingeplaatste bedrijven hebben geen terp.
De achtergrond was dat de stadsboeren de stad uit moesten. Die stadsboeren hadden hun boerderij binnen de stadsgrenzen en gebruikten de gemene weiden om de stad. Dat ging niet meer (het verhaal vertelt niet waarom maar ik vermoed een mix van volksgezondheid, stank, onhandig vanwege de mechanisatie en de stad had de gemene weiden nodig voor de stadsuitleg). En aangezien de stad Kampen eigenaar is van Kampereiland (men kreeg ooit de schorren en slikken met het recht van aanwas van de bisschop van Utrecht) en ook de verpachter, was de oplossing tussen een ruilverkaveling met inplaatsing van de stadsboeren in plaats van uitplaatsing van zittende boeren naar bv. Flevoland ten behoeve van schaalvergroting. Je kunt het nog heden ten dage zien: de oude boerderijen staan op terpen omdat tot de komst van de Afsluitdijk het wel eens onderliep door een combinatie van hoog water op zee en veel rivierwater aanvoer. De ingeplaatste bedrijven hebben geen terp.
dinsdag 23 augustus 2016
Groene en rode loops
Bij het opruimen van de stapel "te lezen" kom je soms aardige dingen tegen. Zoals een paper van Cumming et al uit Nature in 2014 (ik denk dat ik het kreeg van een van de Duitse auteurs die mede-bestuurslid van een stichting is).
Het is een conceptueel model dat de spanningen rond de overgang van agrarische naar hoog-geïndustrialiseerde samenlevingen beschrijft. Een overgang van een groene cirkel (Green Loop) tussen plattelandsbevolking, lokale eco-systemen en het leveren van ecosysteemdiensten (en ondiensten) naar een rode cirkel (waarin ook de stedelijke bevolking en het aanbod van niet-ecosysteemdiensten is toegevoegd en dominant wordt). En waarin samenlevingen in een 'green trap' terecht kunnen komen (ze komen niet uit de armoede en overexploiteren land en vis) of in een 'red trap' (het lukt niet om de vraag naar ecosysteemdiensten bij de rijke burger voldoende op te roepen). Met nuttige literatuurverwijzingen.
Greame S. Cumming, Andreas Buerkert, Ellen M. Hoffmann, Eva Slecht, Stephan von Cramon-Traubadel and Teja Tscharntke: Implications of Agricultural transitions and urbanization for ecosystem services. in: Nature 515, 6 november 2014, p. 50-57/
Het is een conceptueel model dat de spanningen rond de overgang van agrarische naar hoog-geïndustrialiseerde samenlevingen beschrijft. Een overgang van een groene cirkel (Green Loop) tussen plattelandsbevolking, lokale eco-systemen en het leveren van ecosysteemdiensten (en ondiensten) naar een rode cirkel (waarin ook de stedelijke bevolking en het aanbod van niet-ecosysteemdiensten is toegevoegd en dominant wordt). En waarin samenlevingen in een 'green trap' terecht kunnen komen (ze komen niet uit de armoede en overexploiteren land en vis) of in een 'red trap' (het lukt niet om de vraag naar ecosysteemdiensten bij de rijke burger voldoende op te roepen). Met nuttige literatuurverwijzingen.
Greame S. Cumming, Andreas Buerkert, Ellen M. Hoffmann, Eva Slecht, Stephan von Cramon-Traubadel and Teja Tscharntke: Implications of Agricultural transitions and urbanization for ecosystem services. in: Nature 515, 6 november 2014, p. 50-57/
maandag 22 augustus 2016
Informational governance
zondag 21 augustus 2016
lijstje: the future of food
Vorig jaar stond ik met een presentatie in 1 programma met Adjiedj Bakas, naar eigen woorden "Bon viveur Trendwatcher". Ik kreeg toen van de organisatie zijn uit 2013 stammende boek "The future of food". Het was wat onderop de stapel terecht gekomen, en nu het een zomerse dag regent, was er tijd en aanleiding om het te lezen.
Het boek is nog steeds een aanrader. Drie jaar na publicatie hoeft er geen trend of trendje te worden herschreven of worden toegevoegd, wat iets zegt over de kwaliteiten van de trendwatcher. Natuurlijk is er nieuw illustratiemateriaal van weer een nieuw dieet of een urban farming pilot. Maar die passen allemaal in de trends die Bakas signaleert. Had je het boek nog niet en kom je het tegen: kopen, want het is nog steeds een handig overzicht. Met soms leerzame feitjes, zoals het feit dat een Zwitser na de oorlog nog een Nobelprijs voor DDT kreeg dat iemand anders al jaren eerder had uitgevonden.
Bakas rubriceert zijn waarnemingen in 9 megatrends:
Bakas rubriceert zijn waarnemingen in 9 megatrends:
- Towards a growing world population and its lasting effect on the food sector
- towards new food logistics and the prevention of waste
- the ongoing battle against obesity
- towards the medicalisation of food
- back to nature
- towards new technology in food production
- towards new eating cultures
- towards new business models and new players in the food market
- towards farmer-less food, grass flats, grass burgers, cows sporting head phones and other curiosities in the future food sector.
zaterdag 20 augustus 2016
boeren, natuur en literatuur
De visie van Jan Wolkers op natuur was blijkbaar niet heel eenduidig, of het heeft geen doorwerking in de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek van het jaar. Want zowel Chris de Stoop als Dirk Draulans haalden de lijst genomineerden.
De eerste schreef Dit is mijn hof, hij komt er binnenkort bij ons op het LEI een causerie over houden. De tweede is een natuurmens, die zich, zo meldde de NRC gisteren in een interview, als de Midas Dekkers van Vlaanderen ziet. Ook hij schrijft in zijn natuurdagboek In den Putten over de Hedwige en omgeving. En heeft geen goed woord over over De Stoop: "Hij schetst de valse nostalgie van het boerenleven. Hij schrijft over boomgaarden en korenvelden die niet meer bestaan. Het boek wordt geklasseerd als literaire non-fictie. Wel, het is gewoon fictie".
Hoe de fricties tussen boeren en natuur zich ook in de literatuur manifesteren. Ben benieuwd wat de Jury gaat besluiten. (het fotootjte nam ik enkele jaren geleden bijna ter plekke).
vrijdag 19 augustus 2016
grenzeloze handel
Brexit en Trump hebben de discussie over handelsverdragen en vrij verkeer van personen in een stroomversnelling gebracht. The Economist van 13 augustus had nog wat interessante cijfers en observaties die ik maar even in dit aantekeningenblog zet, die komen nog een keer van pas.
Allereerst een staatje van de Europese Commissie. Het vrij verkeer van personen is vooral in de Oost-West uitwisseling van de EU belangrijk geworden. 20% van buitenlandse werknemers in de EU zijn Roemenen, vooral in Italie (75%) en Spanje bestaat het overgrote deel van de buitenlandse werknemers uit Roemenen. Waaruit je denk ik mag afleiden dat taal er toe doet. De Polen zijn de tweede groep.
Toch valt he allemaal nog wel mee. Amerikanen verhuizen 3 keer zo vaak van staat dan Europeanen (maar sommige staten zijn ook wel klein, en ze hebben min of meer 1 taal, anderzijds zijn er onder de Europeanen veel mensen die pendelen).
Sinds begin jaren 90 is nu 5.5% van de Oost-Europese bevolking geëmigreerd. De Roemeense bevolking is gekrompen van 22 naar 20 miljoen, want het zijn ook de jongeren die vetrekken. Toevoeging aan GDP sinds 2004/2007: 40 miljard (per jaar neem ik aan).
En verder probeert dus de rubriek Free Exchange te verklaren waarom mensen op zich wel voor handel zijn maar tegen de huidige handelsverdragen. De conclusie is afkeer van de elite. Veel mensen begrijpen wel dat het handig is om kaas (NL) te ruilen tegen auto's (D), maar zo komt het niet meer over in de huidige integrale supply chains die componenten overal op de wereld maken en daarbij fabrieken en arbeiders tegen elkaar laten concurreren. Waarbij de toegevoegde waarde verschuift naar de hoofkantoren en ontwerplab die typisch in New York of San Fransisco staan en niet in de oude industriegebieden. En dan gaan het ook nog eens om non-trade barriers (waardoor goedkope witteboorden banen niet meer nodig zijn) maar die vooral handel in verzekeren, bankieren, patenten etc. bevorderen. Alweer ten gunste van mensen die toch al veel verdienen in die grote steden. En er ligt dus in de discussie te weinig nadruk op het trickle-down multiplyer effect. Het heeft teveel het beeld dat de rijken weer rijker worden. Terecht of onterecht.
Allereerst een staatje van de Europese Commissie. Het vrij verkeer van personen is vooral in de Oost-West uitwisseling van de EU belangrijk geworden. 20% van buitenlandse werknemers in de EU zijn Roemenen, vooral in Italie (75%) en Spanje bestaat het overgrote deel van de buitenlandse werknemers uit Roemenen. Waaruit je denk ik mag afleiden dat taal er toe doet. De Polen zijn de tweede groep.
Toch valt he allemaal nog wel mee. Amerikanen verhuizen 3 keer zo vaak van staat dan Europeanen (maar sommige staten zijn ook wel klein, en ze hebben min of meer 1 taal, anderzijds zijn er onder de Europeanen veel mensen die pendelen).
Sinds begin jaren 90 is nu 5.5% van de Oost-Europese bevolking geëmigreerd. De Roemeense bevolking is gekrompen van 22 naar 20 miljoen, want het zijn ook de jongeren die vetrekken. Toevoeging aan GDP sinds 2004/2007: 40 miljard (per jaar neem ik aan).
En verder probeert dus de rubriek Free Exchange te verklaren waarom mensen op zich wel voor handel zijn maar tegen de huidige handelsverdragen. De conclusie is afkeer van de elite. Veel mensen begrijpen wel dat het handig is om kaas (NL) te ruilen tegen auto's (D), maar zo komt het niet meer over in de huidige integrale supply chains die componenten overal op de wereld maken en daarbij fabrieken en arbeiders tegen elkaar laten concurreren. Waarbij de toegevoegde waarde verschuift naar de hoofkantoren en ontwerplab die typisch in New York of San Fransisco staan en niet in de oude industriegebieden. En dan gaan het ook nog eens om non-trade barriers (waardoor goedkope witteboorden banen niet meer nodig zijn) maar die vooral handel in verzekeren, bankieren, patenten etc. bevorderen. Alweer ten gunste van mensen die toch al veel verdienen in die grote steden. En er ligt dus in de discussie te weinig nadruk op het trickle-down multiplyer effect. Het heeft teveel het beeld dat de rijken weer rijker worden. Terecht of onterecht.
donderdag 18 augustus 2016
beesten en jassen
De NRC van gisteravond had niet alleen een aardig verhaal over de strandbeesten van Theo Jansen (we zagen de tentoonstelling al, zie het fotootje), maar ook Arnon Grunberg had vanuit zijn slachterij-stage wat te melden. Namelijk hoe vroeger in Noord-Holland de veemarkten werden bevolkt met kopers in blauwe en in zwarte (stof)jassen. De eerste kochten vee van boeren voor de handel, de zwarten voor de dood. Je vraagt je af hoe dit ontstaan is en waarom? Religie? Of gewoon omdat het als verkopende boer handig was om te weten wie je wel en niet moest aanspreken voor een bod?
dinsdag 16 augustus 2016
Groene Hart

Een fotootje dat ik vanmiddag nam tijdens een rondje op de fiets rond de Nieuwkoopse plassen. Het Groene Hart ligt er mooi bij, zou een groter deel van de 7 miljoen mensen die er om heen woont gebruik van moeten maken.
maandag 15 augustus 2016
Falkenberg etc.
Vakantietijd geeft ruimte om weer eens mee te doen met een discussie op Foodlog. Gisteren vatte ik een discussie samen met de volgende bijdrage in een discussie over het rapport van Karl Falkenberg aan Juncker, over het GLB en vergroening:
[..] In de historie van het landbouwbeleid hebben we prijsinterventie omgezet in quota/braakverplichting, in directe gekoppelde producttoeslagen, ontkoppelde bedrijfstoeslagen en nu al een aantal jaren in de meeste landen regionale ontkoppelde inkomenstoeslagen per ha. Nederland maakt op dat laatste nu een inhaalslag, in 2019 zijn we bij.
Het is dus niet raar dat de EU nadenkt over de volgende slag: krijgen we ook waar voor ons geld, gegeven dat cross-compliance, vergroeningen en evt. contracten onder de 2e pijler relatief weinig oplevert voor die 40 (resp. 55) miljard. En dus ligt het voor de hand om je als EU terug te trekken uit de productiegerichte landbouw en je meer te richten op de landbouw die aantoonbaar zaken doet voor klimaat, milieu e.d. Lijkt me ook economisch te verantwoorden, en zelf pleit ik daar ook voor.
Het is ook logisch, zoals Liesbeth aangeeft, om dat "holistisch" te doen. Ik zou het integraal noemen, maar het is richting boeren handiger als de EU zijn milieu, klimaat, food safety en landbouwbeleid integreert in 1 beleid dan dat je die integratie overlaat aan 10 miljoen boeren. En het past in de trend binnen de EU Commissie om integraler bezig te zijn. Of het daarmee ook holistisch (het totaal is wat anders dan de som der delen) is de vraag.
Het is ontegenzeglijk ook waar dat de Commissie hoofdpijn heeft van de jeugdwerkeloosheid. En dus niet raar dat je kijkt of je daar met landbouwbeleid wat aan kunt doen. Daar beginnen mijn twijfels, zoals ik die eerder uitte. In ieder geval komt er nog veel uitstoot van arbeid. Maar inderdaad, een voordeel van sommig milieu en voedselbeleid kan zijn dat het wat arbeidsintensiever is. Bij verschillende van de voorbeelden die Wouter vdW geeft, denk ik dat dit vooral vervanging van middelen /inputs door management is en niet meteen heel veel jeugdwerkelozen aan het werk zet. En een ha bos of natuur vraagt minder arbeid dan een ha groenteteelt.
Vanmiddag kwam ik langs volle terrassen. Als je via lage loonbelasting (en hoge btw op voedsel in de supermarkt) veel van de terrasgangers zou kunnen verleiden ook buiten de deur te eten in plaats van thuis een hapje te nemen, doe je vermoedelijk meer voor de jeugdwerkeloosheid dan als je vooral naar de huidige landbouwsubsidies kijkt. Het aantrekken van het toerisme in Spanje zal meer doen voor de jeugdwerkeloosheid dan veranderingen in het landbouwbeleid, zo vermoed ik. Maar dat is ook een kwestie van rekenen.
Tot slot: De opmerking van Dick #74 over proces in plaats van eindpunten is me uit het hart gegrepen. Ik concludeerde vanochtend in een mail binnen WUR nog hetzelfde. Ook in de macro-economie is er in de decennia na de oorlog heel veel nagedacht over het algemeen evenwicht wat misschien toch maar betrekkelijk weinig heeft opgeleverd; terwijl het proces naar dat evenwicht veel belangrijker is voor het handelen op middellange termijn.
Tot slot -2: C.T. de Wit is het LEI zeker bekend. Ik ben al oud genoeg om hem ooit ontmoet te hebben en toevallig citeerde ik ook hem vanochtend nog in een interne mail. Nl. dat je sommige zaken wel op de goede schaal moet bekijken, het kan handig zijn wat vervuilender in Flevoland te produceren, als je daarmee heel veel grond overhoudt voor natuur op een andere plek. En overigens is kapitaal/arbeidssubstitutie een heel normale economische analyse die ook buiten Wageningen werd en wordt gedoceerd ;-)
[..] In de historie van het landbouwbeleid hebben we prijsinterventie omgezet in quota/braakverplichting, in directe gekoppelde producttoeslagen, ontkoppelde bedrijfstoeslagen en nu al een aantal jaren in de meeste landen regionale ontkoppelde inkomenstoeslagen per ha. Nederland maakt op dat laatste nu een inhaalslag, in 2019 zijn we bij.
Het is dus niet raar dat de EU nadenkt over de volgende slag: krijgen we ook waar voor ons geld, gegeven dat cross-compliance, vergroeningen en evt. contracten onder de 2e pijler relatief weinig oplevert voor die 40 (resp. 55) miljard. En dus ligt het voor de hand om je als EU terug te trekken uit de productiegerichte landbouw en je meer te richten op de landbouw die aantoonbaar zaken doet voor klimaat, milieu e.d. Lijkt me ook economisch te verantwoorden, en zelf pleit ik daar ook voor.
Het is ook logisch, zoals Liesbeth aangeeft, om dat "holistisch" te doen. Ik zou het integraal noemen, maar het is richting boeren handiger als de EU zijn milieu, klimaat, food safety en landbouwbeleid integreert in 1 beleid dan dat je die integratie overlaat aan 10 miljoen boeren. En het past in de trend binnen de EU Commissie om integraler bezig te zijn. Of het daarmee ook holistisch (het totaal is wat anders dan de som der delen) is de vraag.
Het is ontegenzeglijk ook waar dat de Commissie hoofdpijn heeft van de jeugdwerkeloosheid. En dus niet raar dat je kijkt of je daar met landbouwbeleid wat aan kunt doen. Daar beginnen mijn twijfels, zoals ik die eerder uitte. In ieder geval komt er nog veel uitstoot van arbeid. Maar inderdaad, een voordeel van sommig milieu en voedselbeleid kan zijn dat het wat arbeidsintensiever is. Bij verschillende van de voorbeelden die Wouter vdW geeft, denk ik dat dit vooral vervanging van middelen /inputs door management is en niet meteen heel veel jeugdwerkelozen aan het werk zet. En een ha bos of natuur vraagt minder arbeid dan een ha groenteteelt.
Vanmiddag kwam ik langs volle terrassen. Als je via lage loonbelasting (en hoge btw op voedsel in de supermarkt) veel van de terrasgangers zou kunnen verleiden ook buiten de deur te eten in plaats van thuis een hapje te nemen, doe je vermoedelijk meer voor de jeugdwerkeloosheid dan als je vooral naar de huidige landbouwsubsidies kijkt. Het aantrekken van het toerisme in Spanje zal meer doen voor de jeugdwerkeloosheid dan veranderingen in het landbouwbeleid, zo vermoed ik. Maar dat is ook een kwestie van rekenen.
Tot slot: De opmerking van Dick #74 over proces in plaats van eindpunten is me uit het hart gegrepen. Ik concludeerde vanochtend in een mail binnen WUR nog hetzelfde. Ook in de macro-economie is er in de decennia na de oorlog heel veel nagedacht over het algemeen evenwicht wat misschien toch maar betrekkelijk weinig heeft opgeleverd; terwijl het proces naar dat evenwicht veel belangrijker is voor het handelen op middellange termijn.
Tot slot -2: C.T. de Wit is het LEI zeker bekend. Ik ben al oud genoeg om hem ooit ontmoet te hebben en toevallig citeerde ik ook hem vanochtend nog in een interne mail. Nl. dat je sommige zaken wel op de goede schaal moet bekijken, het kan handig zijn wat vervuilender in Flevoland te produceren, als je daarmee heel veel grond overhoudt voor natuur op een andere plek. En overigens is kapitaal/arbeidssubstitutie een heel normale economische analyse die ook buiten Wageningen werd en wordt gedoceerd ;-)
zondag 14 augustus 2016
Avonturen op het land
Eerder dit jaar zagen we een mooie tentoonstelling in het Haags Fotomuseum, en eerder deze zomer kreeg ik het boek cadeau dat is uitgegeven als catalogus. Boeren - avonturen op het land, zo heet het. Of wel Het boerderijleven in de Nederlandse fotografie van 1885 tot heden. Leuk om nog eens een regenachtige middag van te genieten, en later nog eens in terug te kijken. Wat is er toch veel veranderd in honderd jaar - en veel onveranderd.
zaterdag 13 augustus 2016
De Wereld van Wageningen
Dit voorjaar mocht ik in het beroemde Wageningse hotel De Wereld een praatje houden voor de RvC van de Rabobank. Over TTIP, mooi onderwerp op zo'n plek.
Als geschenk kreeg ik een boekje over het hotel. Van de hand van Leo Klep, uit 2004 maar nog steeds informatief. Over de geschiedenis van het hotel (en dus van Wageningen), dat na het verdwijnen van de postkoets handig inspeelde op het opkomend toerisme van de welgestelde. Zich vervolgens richtte op de Landbouwhogeschool en zo door generaal Foulkes werd gered, omdat hij het blijkbaar wel een mooie naam vond en de ondertekening van de capitulatie maar verplaatste van de aula naar het naastgelegen hotel. De kloon in Wageningen Suriname met lange tijd dezelfde naam (nu verspaanst) komt overigens niet ter sprake. Al met al een leuk boekje over een bijzondere plek.
Als geschenk kreeg ik een boekje over het hotel. Van de hand van Leo Klep, uit 2004 maar nog steeds informatief. Over de geschiedenis van het hotel (en dus van Wageningen), dat na het verdwijnen van de postkoets handig inspeelde op het opkomend toerisme van de welgestelde. Zich vervolgens richtte op de Landbouwhogeschool en zo door generaal Foulkes werd gered, omdat hij het blijkbaar wel een mooie naam vond en de ondertekening van de capitulatie maar verplaatste van de aula naar het naastgelegen hotel. De kloon in Wageningen Suriname met lange tijd dezelfde naam (nu verspaanst) komt overigens niet ter sprake. Al met al een leuk boekje over een bijzondere plek.
vrijdag 12 augustus 2016
50 jaar SuikerUnie
Samen in Suiker heet het boek dat de voorzitter van mijn suiker coöperatie me toestuurde. Het is vandaag precies 50 jaar geleden dat de VCS, Puttershoek, Sas van Gent en de Friesch-Groningse fuseerden in de Suiker Unie. Dat was aanvankelijk een top-coöperaties (zoals dat toen heette, een coöperatie van coöperaties, in de Engelse literatuur ook wel 2nd tier genoemd) maar na enige tijd kon de eerste laag worden verwijderd. Net zoals dat ooit bij bv. de Cehave gebeurde, maar weer niet bij Cebeco-Handelsraad, daar aten de dochters de moeder op.
Het is een mooi boek, dat de historie van de 50 jaar boekstaaft. Er was bij de fusie wel enige rivaliteit tussen Dinteloord (formeel: de VCS) en Puttershoek, Daar had ik wel eens van gehoord, nu werd me duidelijk waarom. Dat ging terug tot voor de oorlog toen Dinteloord witsuiker ging maken uit ruwsuiker. En daarvoor ruwsuiker moest aankopen bij andere coöperaties zoals Zevenbergen, Roosendaal, De Zeeland in Bergen op Zoom (waarmee het allemaal zou fuseren in de VCS), in Puttershoek en bij de CBS- de eerste Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek en Raffinaderij in Sas van Gent. Puttershoek was bang in dit proces weggedrukt te worden en bleef liever zijn ruwsuiker aan allerlei fabrikanten verkopen. Het was ook mooi aan diepzee-water gelegen, maar of dat een rol speelde in die keuze meldt het boek niet.
Veel aandacht dus ook voor de fusieperikelen met de CSM, inclusief pogingen tot vijandige overname. Die wens was oud en de Friesch-Groningse "wolkenfabriek" had veel leden die liever met CSM waren samengegaan dan in SuikerUnie. Er waren ook een behoorlijk aantal dubbelleden, ik herinner me ook nog wel van die bedrijven waar in de jaren 60 in de ene week de kraan en bietenauto's voor de CSM kwamen en in de andere week voor SuikerUnie. De voorzitter van de CSM-producentenvereniging NBF, Aike Maarsingh duikt dan ook regelmatig op in het boek, hij speelde een sleutelrol in het onderbrengen van de CSM-telers in SuikerUnie. Daar was overigens wel de EU voor nodig: die maakte de teelt en raffinage minder "vet" en brak de op Napoleon teruggaande overheidsinmenging wat af, zodat het voor beursgenoteerde ondernemingen interessant werd om er uit te stappen. Het boek bevat ook een mooi overzicht van het suikerbeleid van de EU in deze periode, met zijn quota, bewaakt mengprijssysteem, ACP-suiker en nog tal van jargon dat langzamerhand iets uit het verleden begint te worden. Voor een belangrijk deel kan suikerproductie aan de markt worden overgelaten.
Veel nadruk, vooral ook in de quotes van leden, op het coöperatieve karakter van Cosun. Waar je als coöperatie-onderzoeker mee uitgedaagd wordt om na te denken over de bestuurlijke complexiteit. Want ik las ergens dat de suikeromzet maar 40% van het concern is. De rest komt uit de deelnemingen, waarvan frites-fabrikant Aviko een van de grootste is, maar er is ook SVZ in groente en fruit en Duynie in veevoer en bijproducten van de levensmiddelenfabricage. Die ondernemingen zijn goed voor een plusje in de bietenprijs. Economen vragen zich dan af wat dat betekent voor de juistheid van het prijssysteem en de allocatie van productiemiddelen (had iemand toch niet beter aardappelen in plaats van bieten kunnen telen?) en coöperatie-onderzoekers wijzen erop dat niet elke bietenboer ook aardappelen teelt, laat staan voor Aviko, en dat niet elke Aviko teler bieten teelt (hoewel die groep denk ik klein is). Ook de suikerbietenverwerker in Anklam (Oost-Duitsland) is zo'n voorbeeld van een deelneming die voor een plusje in Nederland zorgt, maar waar de Duitse telers geen lid zijn maar contractant. Een constructie die we in ons Europese coöperatie-onderzoek jaren geleden vaak tegenkwamen: leden met verschillende talen is lastig en bovenal willen bestaande leden hun belang bij een investering niet zien verwateren. De fusie SuikerUnie-CSM leert je al wat voor toeren er uitgehaald moeten worden om dat een beetje eerlijk te doen, gezien de forse investeringen die boeren in zo'n fabriek hebben gedaan.
Het boek geeft overigens wel een mooi overzicht rond de historie van die deelnemingen. Sommige investeringen gaven na verloop van tijd geen synergie meer of vraagden teveel investeringen zodat de markt het won van de centrale aansturing. Anderen hadden achteraf misschien wel nooit gedaan moeten worden. En sommigen waren dus heel succesvol. Maar het ging wel samen met een zoektocht naar coöperatieve identiteit en missie. Bij 100 jaar coöperatieve suiker in Nederland, in 1999, presenteerde Cosun zich nog als "een Nederlandse coöperatieve onderneming die internationaal werkzaam is in de productie van ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie" Er was net een hele periode van diversificatie tot in de specerijenhandel achter de rug. Later werd het toch weer meer gepresenteerd als een akkerbouw-coöperatie, voor de verwaarding van akkerbouwgrondstoffen. In dat kader past ook de belangstelling voor de bio-economy waar het boek hier en daar verwachtingsvol over spreekt, maar ook met voorbeelden komt waar de afhankelijkheid van overheidsbeleid te groot was (zoals in de bio-ethanol). De discussies over suiker in voeding van de laatste tijd hebben het boek niet gehaald, hoewel er wel enige aandacht is voor de suiker-substituten van aspartaam tot stevia.
Mooi boek dus, en goed dat de heren Marien Geuze (uit Tholen) en Kommer van Kempen (van Flakkee) 50 jaar geleden de zaken in elkaar hebben geschoven, zodat er nu nog maar 1 onderneming met twee ultra-efficiënte fabrieken is.
Het is een mooi boek, dat de historie van de 50 jaar boekstaaft. Er was bij de fusie wel enige rivaliteit tussen Dinteloord (formeel: de VCS) en Puttershoek, Daar had ik wel eens van gehoord, nu werd me duidelijk waarom. Dat ging terug tot voor de oorlog toen Dinteloord witsuiker ging maken uit ruwsuiker. En daarvoor ruwsuiker moest aankopen bij andere coöperaties zoals Zevenbergen, Roosendaal, De Zeeland in Bergen op Zoom (waarmee het allemaal zou fuseren in de VCS), in Puttershoek en bij de CBS- de eerste Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek en Raffinaderij in Sas van Gent. Puttershoek was bang in dit proces weggedrukt te worden en bleef liever zijn ruwsuiker aan allerlei fabrikanten verkopen. Het was ook mooi aan diepzee-water gelegen, maar of dat een rol speelde in die keuze meldt het boek niet.
Veel aandacht dus ook voor de fusieperikelen met de CSM, inclusief pogingen tot vijandige overname. Die wens was oud en de Friesch-Groningse "wolkenfabriek" had veel leden die liever met CSM waren samengegaan dan in SuikerUnie. Er waren ook een behoorlijk aantal dubbelleden, ik herinner me ook nog wel van die bedrijven waar in de jaren 60 in de ene week de kraan en bietenauto's voor de CSM kwamen en in de andere week voor SuikerUnie. De voorzitter van de CSM-producentenvereniging NBF, Aike Maarsingh duikt dan ook regelmatig op in het boek, hij speelde een sleutelrol in het onderbrengen van de CSM-telers in SuikerUnie. Daar was overigens wel de EU voor nodig: die maakte de teelt en raffinage minder "vet" en brak de op Napoleon teruggaande overheidsinmenging wat af, zodat het voor beursgenoteerde ondernemingen interessant werd om er uit te stappen. Het boek bevat ook een mooi overzicht van het suikerbeleid van de EU in deze periode, met zijn quota, bewaakt mengprijssysteem, ACP-suiker en nog tal van jargon dat langzamerhand iets uit het verleden begint te worden. Voor een belangrijk deel kan suikerproductie aan de markt worden overgelaten.
Veel nadruk, vooral ook in de quotes van leden, op het coöperatieve karakter van Cosun. Waar je als coöperatie-onderzoeker mee uitgedaagd wordt om na te denken over de bestuurlijke complexiteit. Want ik las ergens dat de suikeromzet maar 40% van het concern is. De rest komt uit de deelnemingen, waarvan frites-fabrikant Aviko een van de grootste is, maar er is ook SVZ in groente en fruit en Duynie in veevoer en bijproducten van de levensmiddelenfabricage. Die ondernemingen zijn goed voor een plusje in de bietenprijs. Economen vragen zich dan af wat dat betekent voor de juistheid van het prijssysteem en de allocatie van productiemiddelen (had iemand toch niet beter aardappelen in plaats van bieten kunnen telen?) en coöperatie-onderzoekers wijzen erop dat niet elke bietenboer ook aardappelen teelt, laat staan voor Aviko, en dat niet elke Aviko teler bieten teelt (hoewel die groep denk ik klein is). Ook de suikerbietenverwerker in Anklam (Oost-Duitsland) is zo'n voorbeeld van een deelneming die voor een plusje in Nederland zorgt, maar waar de Duitse telers geen lid zijn maar contractant. Een constructie die we in ons Europese coöperatie-onderzoek jaren geleden vaak tegenkwamen: leden met verschillende talen is lastig en bovenal willen bestaande leden hun belang bij een investering niet zien verwateren. De fusie SuikerUnie-CSM leert je al wat voor toeren er uitgehaald moeten worden om dat een beetje eerlijk te doen, gezien de forse investeringen die boeren in zo'n fabriek hebben gedaan.
Het boek geeft overigens wel een mooi overzicht rond de historie van die deelnemingen. Sommige investeringen gaven na verloop van tijd geen synergie meer of vraagden teveel investeringen zodat de markt het won van de centrale aansturing. Anderen hadden achteraf misschien wel nooit gedaan moeten worden. En sommigen waren dus heel succesvol. Maar het ging wel samen met een zoektocht naar coöperatieve identiteit en missie. Bij 100 jaar coöperatieve suiker in Nederland, in 1999, presenteerde Cosun zich nog als "een Nederlandse coöperatieve onderneming die internationaal werkzaam is in de productie van ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie" Er was net een hele periode van diversificatie tot in de specerijenhandel achter de rug. Later werd het toch weer meer gepresenteerd als een akkerbouw-coöperatie, voor de verwaarding van akkerbouwgrondstoffen. In dat kader past ook de belangstelling voor de bio-economy waar het boek hier en daar verwachtingsvol over spreekt, maar ook met voorbeelden komt waar de afhankelijkheid van overheidsbeleid te groot was (zoals in de bio-ethanol). De discussies over suiker in voeding van de laatste tijd hebben het boek niet gehaald, hoewel er wel enige aandacht is voor de suiker-substituten van aspartaam tot stevia.
Mooi boek dus, en goed dat de heren Marien Geuze (uit Tholen) en Kommer van Kempen (van Flakkee) 50 jaar geleden de zaken in elkaar hebben geschoven, zodat er nu nog maar 1 onderneming met twee ultra-efficiënte fabrieken is.
Abonneren op:
Posts (Atom)





