vrijdag 31 juli 2009

schaalvergroting

Gisteren liet ik in deze blog een foto zien van een oude DDR combine. Net buiten het museum zagen we de nieuwste (en grootste) Amerikaanse John Deeres aan de slag in een perceel koolzaad: werkbreedte van deze monsters niet minder dan 9 meter. Ik begreep dat die zo'n 30 ha per dag oogsten. Op bedrijven met 500 of 1000 ha granen is dat aantrekkelijk: bij 20 werkzame dagen in augustus kun je al snel 600 ha met zo'n machine draaien.
Op de terugweg via 700 km autobahn naar Nederland overdacht ik dat dit voor de Nederlandse boer met 15 of 20 ha graan dus een probleem is. Natuurlijk, wij hebben loonwerkers die met een grote machine langskomen. Maar als dat maar voor een paar uurtjes is dan worden de kosten van transport van de ene naar het andere boer langzamerhand groter dan de kosten van het oogsten zelf. Niet de liberalisatie of de markt (dat zijn maar tussenstappen) maar de techniek dwingt tot schaalvergroting.
.
Interviews
Dat inzicht miste ik bij thuiskomst bij het doornemen van de NRC van afgelopen week, waarin inzichtelijke interviews met de voorzitsters van de akkerbouw- en melkveevakbond en een artikel van een Walcherse boer. Na het zien van die 9-meter combines heb ik alle begrip voor hun angst dat de middelgrote bedrijven via de prijs uit de markt worden gedrukt (de kleinste blijven wel bestaan, die halen hun inkomen ergens anders vandaan). Het argument dat de landbouw verdwijnt, lijkt me overigens niet juist - ook bij de grote schaal in midden-europa verdwijnen de landbouw en het fraaie landschap niet.
Dorpen ontvolken wel, maar dat komt omdat er onvoldoende (andere) werkgelegenheid is - het aantal mensen dat in de landbouw werkt is er toch al te laag om de toekomst van de dorpen te bepalen.
Het feit dat je bij afscherming van de wereldmarkt een systeem hebt waar iedereen blij van kan worden (zoals sommigen stellen) is overigens zeer de vraag: je grijpt wel degelijk in een markt in en het effect op de consumentenprijzen mag dan gering zijn, je ontzegt wel een aantal derde wereldlanden de toegang tot de Europese markt, en daarmee ook onze industrie en dienstverleners de toegang tot die markten. Vinden ze bij Philips en ING geen goed idee.
Die grote combines zijn imposant en veel boeren houden wel van een stukje techniek. Ik vrees dat het de consument weinig uitmaakt of de tarwe gedorsen wordt met een apparaat dat 3 meter of 9 meter breed is.
Uiteindelijk maaien die machines niet alleen granen, maar ook boerenbedrijven. En economie blijft een 'dismal science'.

donderdag 30 juli 2009

back in the DDR

Een enkele keer zie je twintig jaar na de val van de muur nog een Trabant of een Wartburg, onderhouden door een liefhebber. Maar wat is er terechtgekomen van de DDR landbouwmachines?
Sommigen zijn nog in gebruik, de grotebalenpers schijnt zo goed te zijn geweest dat hij overgenomen is door Krone (zo vertelde me iemand die het weten kan), en een enkel exemplaar is in een museum gekomen (zoals de oude combine hier rechts in een landbouwmuseumpje in Gross Neuendorf).
Voor machinefans met last van ostalgie is er een website die dit culturele erfgoed levend houdt: http://www.ddr-landmachinen.de/

woensdag 29 juli 2009

milieu bij groot en klein.

Wie zijn er milieuvriendelijker: grotere of kleinere bedrijven? Die vraag riep mijn Ierse collega Allan Matthews op op de CAP Health Check Blog.
Die vraag is nog niet zo makkelijk te beantwoorden, zo stel ik in een reactie. Maar ik vermoed grotere. Zie aldaar.

lijstje: zomerstalvoedering moet

De aartsvader van de Duitse landbouwwetenschappen, -economie incluis, Albrecht Daniel Thaer (zie mijn blog van gisteren) was een groot voorstander van de zomerstalvoedering, ofwel: de koe de wei uit. Hij voerde daarvoor vier redenen aan, zo wordt uitgelegd in het aan hem gewijde museum in Moglin:
  1. Er gaat dan geen kostbare mest verloren
  2. Er is minder oppervlakte voedergewas nodig en er kan dus meer worden geproduceerd voor de markt.
  3. Je kunt de dieren gelijkmatig en dus goed voeren.
  4. De stal biedt een betere bescherming tegen allerlei ziektes die dieren buiten op doen (de zgn. Weidekrankheiten).

Thaer zag ook wel een nadeel (extra werk), maar dat viel voor hem in het niet bij de voordelen. Voor- en tegenstanders van de koe in de wei doen er dus goed aan deze klassieker te lezen. Vakwerk lijkt me.

dinsdag 28 juli 2009

A.D. Thaer

Wie zijn wetenschappelijk artikel een beetje autoriteit wil meegeven, begint zijn literatuuroverzicht van eerder relevant werk bij de aartsvaderen. Plato is overdone, maar voor economen is Adam Smith, de grondlegger van de discipline, toch mooi. Duitse landbouweconomen refereren dus aan Smith' tijdgenoot Albrecht Daniel Thaer (1752 – 1828).


En omdat ik deze vakantie toch in de buurt was, bezocht ik vorige week op een verregende ochtend het aan hem gewijde museum in Möglin, een kilometer of 80 ten zuidoosten van Berlijn, niet ver van de Oder-Neisse grens met Polen.
Thaer begon zijn carriere als arts in Celle (een mooi oud Duits stadje met veel vakwerkhuizen ten Noorden van Hannover, ook het bezoeken waard), het vak van zijn vader (die arts aan het hof van Hannover was) waarvoor hij in Göttingen medicijnen studeerde. Hij bracht het zelf tot hofarts, zelfs voor enige tijd aan het Engelse hof.

Maar zijn belangstelling ging steeds meer naar landbouw uit, in een tijd waarin de bevolking van Europa groeide, er vanuit Engeland veel vraag naar graan was en investeringen in de landbouw aantrekkelijk waren. Engeland liep toen ook voorop op het vlak van de landbouwtechnologie en Thaer haalde er veel van zijn inspiratie vandaan. Hij was de eerste grote Duitse agronoom, en schreef ook over landbouw-economie, gebaseerd op Adam Smith.

Koe uit de wei
Thaer had een apotheker als assistent en benadrukte de chemische kant van kalk (Justig van Liebig kwam later), maar bovenal wees hij op het belang van humus. Hij ontwikkelde een nieuwe gewasrotatie waardoor hij van de braak afkwam (en dus meer opbrengsten realiseerde) en in dat kader was hij tegen de koe in de wei. Het museum legt de voordelen van zomerstalvoedering omstandig uit. Ik geef ze je morgen, misschien moeten we Thaer dus ook in Nederland weer eens wat vaker van stal halen.

.

Möglin
In Möglin kon Thaer op uitnodiging van het Pruisische hof een riddergoed kopen voor het doen van proeven en de eerste landbouwschool (1806), gekoppeld aan de Humboldt universiteit in Berlijn. Hij hielp de Duitse landbouw hervormen, zo kwam er een duidelijke grond- en pachtmarkt en werden erfdienstbaarheden in natura omgezet in geldsbedragen. Möglin ligt niet in ingepolderde Oderbruch, zoals David Blackbourn suggereert in zijn magistrale boek over de verhouding tussen de Duitsers en de natuur, maar op veel armere grond hogerop. Het verhaal wil dat Thaer zijn inzichten wilde tonen op niet al te beste grond – op de rijke klei van de net ingepolderde Oderbruch zou het geen kunst en dus niet geloofwaardig zijn. Thaer werd dan ook een groot voorstander van de schapenhouderij en introduceerde het Merino schaap in Duitsland. Het leverde hem de bijnaam “koning wol” op.
In het museum kun je de echte leerstoel van Thaer zien (hij doceerde in Berlijn) – ik had me eigenlijk nooit gerealiseerd dat een leerstoel als fysiek begrip is begonnen. Wat een dankbare afwisseling is van alle 75 posterborden over de geschiedenis van Thaer en zijn theorien. De schapen zijn inmiddels verdwenen en ook het zevenslagstelsel is er niet meer terug te vinden.

Möglin is nu omgeven door maisvelden, die voor bio-energie worden aangewend. Aan de innovatie in de landbouw is ook na Thaer geen eind gekomen. Jammer dat we geen lijntje met Thaer hebben om te vragen wat hij daar als agro-innovator en volger van Adam Smith van zou vinden. In ieder geval zou de gunstige stand van het gewas hem zeer verbazen.

Verkwanseld erfgoed
Het riddergoed (de boerderij) staat er ook nog in volle glorie, maar de vorige burgemeester heeft het verkocht aan een vastgoedbaron uit Bielefeld, en die probeert het geheel zo snel mogelijk aan het zicht van de wereld te onttrekken. Helaas. Het museum heeft dankzij de gemeente en het Land Brandenburg (en blijkbaar nu eens zonder plattelandsontwikkelingsgelden van de EU) noodgedwongen onderdak gevonden in een mooi verbouwd kantoortje van de oude LPG aan de overkant van de weg. En als het beter weer was geweest waren we nog even naar de dorpskerk gelopen voor het graf van Thaer.
Ben je in de buurt, ga even kijken want het museum verdient meer belangstelling dan de 6 a 8 bezoekers per dag die het nu trekt (en welk gemiddelde vooral opgejaagd wordt door af en toe een bus met bejaarde boeren, zo vertelde de beheerster van dienst).

Thaer hield van publiceren in kloeke delen met lange titels. Voor wie hem wil citeren (een paar geleden is zijn hoofdwerk nog in het Japans vertaald):

  • Einleitung zur Kentniss der englischen Landwirtschaft und ihren neuen praktischen und theoretischen Fortschritte in Rücksicht auf Vervollkommnung deutscher Landwirtschaft für denkende Landwirte und Cameralisten, 1798 (Band I), 1800 (Band II), 1804 Band III). Vooral dat woord „denkende“ van de wetenschapper is prachtig, dat zou nu niet meer kunnen.

  • Gründsatze der rationellen Landwirtschaft (1809, ersten Band, 2.-4. Band 1810-1812)

maandag 27 juli 2009

Duitse energiepolitiek 2

Onlangs blogde ik hier over de Duitse energiepolitiek, die succesvol in staat is om 15% van de stroom duurzaam op te laten wekken, wat elk Duits huishouden 37 euro per jaar extra kost. Een van de lezers wees me er op dat mijn opmerkingen over een impact assessment, noch het orginele artikel iets zeggen over de bijdrage aan de CO2 problematiek.
Een goed punt. – hoewel de vraag is of dat in 1990 bij de invoering van de wet al zo sterk speelde, toen ging het nog meer om het feit dat de olie een keer opraakt. Maar inmiddels is dat natuurlijk wel relevant.
Het ontbreekt me aan cijfers, maar het zou interessant zijn te weten hoeveel CO2 emissie er minder is door deze duurzame energie en of de 3,3 miljard per jaar dan een prijs beneden de pakweg 20 euro per ton CO2 is (grofweg de prijs op de vrije markt). Waarbij het niet zo is dat de duurzame energie helemaal geen CO2 uitstoot: ook daarvoor wordt staal gemaakt, of kunstmest.
Ook al zou op die manier er een efficiente reductie in CO2 uitstoot plaats vinden, is de verplichte aankoop van duurzamer geproduceerde energie door het net tegen hoge prijzen niet het beste overheidsinstrument. Een belasting op traditionele energie vanwege de CO2 uitstoot of de huidige cap & trade-methodiek (quota voor CO2 emissierechten met handel) lijkt minstens zo duidelijk, en minder in markten in te grijpen.

zondag 26 juli 2009

Darwin revisited

Het is het Darwin-jaar en dus noteren we nog maar eens de spreuk die elke verandermanager boven zijn bureau heeft hangen: "It is not the strongest of the species that survive, nor the most intelligent, but the one most responsive to change." - was getekend Charles Darwin

zaterdag 25 juli 2009

Lijstje: CUDOS

Kudos is Amerikaans slang voor roem, eer. De socioloog Robert Merton heeft er een acronym van gemaakt voor de kenmerken van het moderne (2e generatie) universtiteitssysteem, zo las ik in het boek van Phillips dat ik hier gisteren besprak:
  1. Cummunalism: resultaten zijn een product van sociale samenwerking en dus van de community; de resultaten zijn voor iedereen, er zijn geen property rights anders dan de eer iets te hebben uitgevonden.
  2. Universalism: wetenschappelijke claims worden getoetst op vooraf bekende, onpersoonlijke criteria, de al beschikbare kennis. Goede wetenschap is internationaal, onpersoonlijk, vrijwel anoniem.
  3. Disinterestedness: Er spelen geen belangen, wetenschappelijke claims worden door mede-wetenschappers beoordeeld. Belangen anders dan de wetenschappelijke waarheid doen er niet toe
  4. Organised Skepticism: een zekere georganiseerde twijfel ten aanzien van nieuwe opvattingen en meningen.

In de CUDOS wereld is er dus optimale vrije mededinging tussen ideeen georganiseerd. Of dat in de 3e generatie universtiteit ook zo is valt nog te bezien.

vrijdag 24 juli 2009

Transformatieve technologie

Van tijd tot tijd verschijnt er een nieuwe technologie die de wereld fors doet veranderen. De auto, de tractor, de computer. Het zijn voorbeelden van uitvindingen die een transitie in gang zetten. De Canadese landbouweconoom Peter Philips schreef er een boek over. Hij noemt het 'transformative technological innovations'.
Hij vraagt zich af wie er eigenlijk over die uitvindingen gaat: wie bepaalt wat we in deze wereld wel en niet accepteren en invoeren. De markt, de overheid, de ngo's? De auteur houdt zich ook met biotechnologie bezig en begint zijn boek met een opsomming van producten waarin we tegenwoordig aardappelzetmeel tegenkomen. Vanuit dat licht is het geen vreemde vraag.
De auteur constateert dat er altijd een kleine groep active technologie-enthousiasten is, die meer dan gemiddeld zich aan het bedrijfsleven verbonden heeft. De grote meerderheid van de samenleving is technologie skeptisch, en hoopt dat een klein deel van de 'gehypte' voordelen van de technologie kan worden gerealiseerd zonder al te kostbare aanpassingen in het leven op korte termijn en dan is er nog een kleine, maar in toenemende mate gemobiliseerde groep van techno-foben die uit zijn op het veranderen van de machtsverhoudingen zodat de baten en kosten van de technologie anders uitvallen.
Het boek is een interdisciplinaire aanpak van 1 auteur met het risico dat de boekenkast wat is omgevallen (en je je van sommige passages afvraagt waarom dat essentieel is) en je anderzijds toch weer zaken mist (zoals over transitietheorie en niche management). Desalniettemin is het inspireend. Dus van harte aanbevolen.

Peter W.B. Philips: Governing transformative technological innovation - who is in charge? Edgar Elgar, Cheltenham UK, 2007.

donderdag 23 juli 2009

systeem dynamica

De wereld is complex en systeem dynamica is een techniek om er een beetje greep op te krijgen. Ontwikkeld door Jay Forrester in de jaren 50 werd de methodiek vooral bekend via het rapport van de Club van Rome. Het figureert ook in Peter Senge's Fifth Discipline, de bijbel van de procesmensen en lerende organisatie-aanhangers.
Juist de complexiteit op wereldniveau van de vraagstukken rond energie-water-voedsel maken volgens mij het aantrekkelijk weer eens zo'n model te ontwikkelen om onze mental maps te expliciteren en de klokken gelijk te zetten.
Vandaar dat ik een al wat ouder boek van Jac Vennix (Nijmegen) las over toepassen van systeem dynamica in groepsleer processen. Hij prijst de methodiek aan voor een punt dat Meadows et al voor de Club van Rome misschien toch onderschat hebben: het belang van feed back loops (terugkoppelingsmechanismen): als de olie opraakt en duur wordt gaan we investeren in zonneenergie of aardwarmte.

feed back
Uit tal van onderzoek blijkt dat mensen het erg lastig vinden om feed back loops te zien. Vennix citeert een boek van Richardson dat ik maar eens op de lijst van nog te lezen boeken zet: uit een overzicht van het feed back denken door de geschiedenis heen blijken met name de grote sociale wetenschappers feedback-denkers te zijn en de grote sociale theorien zijn feed back theorien.
Zie hier blijkbaar het geheim van een goede econoom.

agenten
En een recente ontwikkeling in dit vakgebied lijkt het koppelen van de systeem dynamica aan zgn. agent-modellen waarin je in software agenten (een soort avatars) programmeert met een bepaald gedrag en met elkaar laat interacteren. Zo simuleer je wat er zou kunnen gebeuren.

Jac. A.M. Vennix: Group model builiding - facilitating team learning using system dynamicsm, Wiley, Chicester UK, 1996 (reprint 2001)
G.P. Richardson: Feedback thought in Social Science and Systems Theory, Philadelphia, University of Pennsylvania Press, 1991
J. Duggen Equation-based policy optimization for agent-oriented system dynamics models. In: System Dynamics Review vol. 24-1, spring 2008

woensdag 22 juli 2009

Lijstje: 10 LNV Trends

Het Ministerie van LNV publiceerde een boekje "Strategische Verkenningen LNV 2009-2019. Dit vergezicht gaat uit van tien trends:
  1. Groei wereldbevolking
  2. Globalisering
  3. Grondstoffen en energie
  4. Klimaat
  5. Gezondheid
  6. Technologie
  7. Biodiversiteit
  8. Bestuurlijke verhoudingen
  9. Interactie met de samenleving
  10. Arbeidsmarkt

Ministerie van LNV: Strategische Verkenningen LNV 2009 -2019 - investeren in adaptief vermogen, 2009

maandag 20 juli 2009

duitse energiepolitiek

Het gaat goed met de groene stroom in Duitsland, zo berichtte de NRC zaterdag nog eens. Bijna 15% van de stroom is nu "duurzaam" geproduceerd. En dat allemaal dankzij een wet uit 1990 (onder bewind van de Groenen en de SPD) die vernuftig in elkaar stak: er werden geen overheidssubsidies toegekend maar de elektriciteitsmaatschappijen werden verplicht ten alle tijde de stroom af te nemen en op het net te zetten en een gegarandeerde prijs te betalen.
Deze gegarandeerde afzetmarkt leidde tot veel investeringen, technologische ontwikkeling en het gewenste resultaat. Geen wonder dat 40 landen, waaronder Nederland, dat wel willen kopieren.
Een goede impact assesment van zo'n wetsvoorstel zou boeiend zijn. Vanuit de transitiekunde is het interessant dat er nieuwe spelers op de markt komen, omdat de bestaande elektriciteitsmaatschappijen er geen belang bij hebben. Ze onderschatten de mogelijkheden en voor hen betekent deze wet extra kosten: hun centrales worden minder efficient op het moment dat de zon schijnt en de wind waait.
Het goede is ook wel dat de overheid niet heeft ingezet op 1 soort nieuwe energie (bv. alleen windenergie), maar dat allerlei soorten, van biogas tot zonneenergie in aanmerking komt. Een andere slimmigheid die voorstanders van transitie benadrukken is dat niet de belastingbetaler betaalt, maar de consument. Daardoor is de subsidie aan de alternatieve energie veel minder zichtbaar en niet de speelbal van politiek debat bij elke begrotingsbehandeling.
En daar zit nu net het bezwaar van economen: op deze manier wordt niet erg zichtbaar met wat voor enorme kosten de Duitse economie wordt opgezadeld. Inmiddels wordt voor 3,3 miljard euro per jaar (cijfers 2006) aan vergoedingen uitbetaald aan stroomproducten die de energieprijs te boven gaat. 3,3 miljard die niet wordt bijgeteld in het begrotingstekort. Ofwel 37 euro per huishouden, en ik vermoed dat daar de extra energieopwekkingskosten voor onderbezetting van de traditionele centrales nog niet inzit.
Duitsers hadden die 37 euro wellicht liever willen besteden aan gezonder eten, een computer voor de kinderen, een zuiniger auto of dubbel glas voor energie-besparing. Die keuze hebben ze niet meer, die maakt de overheid voor hen. Dat levert verlies van welvaart op.
En daarmee (een tweede bezwaar) wordt ook de markt voor bv. zonnepanelen verstoort, want die staan nu vooral in Duitsland, terwijl ze in Spanje of Algerije veel efficienter ingezet zouden kunnen worden. En dan gaan we er ook nog maar vanuit dat de overheid de vergoedingen in het juiste tempo terugschroeft: niet te snel want dan komt de nieuwe bedrijfstak niet tot leven, niet te langzaam want dan krijg je geen prikkel tot efficiency verbetering en wordt er helemaal met geld gesmeten.
Uiteindelijk draait het allemaal om het 'infant-industry' argument: kan een nieuwe bedrijfstak vanzelf ontstaan (zoals bij de navigatieapparatuur van TomToms is gebeurd) of moet die een tijdje door de overheid uit de wind van de marktkrachten worden gehouden en in de luwte met steun opereren. Veel direct betrokkenen hebben in ieder geval belang bij de laatste opvatting.

bron: NRC-H: Revolutie met zon, wind en water: hoe een "groene" wet in Duitsland tot een onverwachts groot succes leidt bij "duurzame" energie; 18.7.2009

zondag 19 juli 2009

Van mayonaise en de dingen die niet uit Canada komen

Voor wie statitstieken tot leven wil brengen, heeft Unilever een nieuwe standaard gezet. Op internet staat een geweldig filmpje waarin Hellman's mayonaise geherpositioneerd wordt als een regionaal product in de Canadese markt.

Op foodlog.nl is er prompt een discussie uitgebroken wat dit nu weer betekent voor het voedselsysteem en of de overheid in Nederland hier ook geen taak heeft (i.p.v. Unilever??). Uitgedaagd heb ik ook een opvatting gepost. Verdere discussie gaarne aldaar.

Ik moet nog wel even denken aan dat verhaal van de Canadian Food Authority die er achter kwam dat alle Canadese honing werd verkocht als "made in Canada" maar in werkelijkheid uit China kwam. Er was niets illegaals aan die claim, want het locale glas van de potjes was duurder dan de honing en dus kwam het grootste deel van het product uit Canada. Laat de overheid dat soort misleidende informatie eerst maar eens rechttrekken, dan kunnen daarna consumenten zelf wel beslissen welke honing ze nemen. Misschien wel die van Unilever...

zaterdag 18 juli 2009

OECD-FAO outlook

Bij de vroege start van de pruimenoogst in eigen tuin las ik de OECD-FAO Agricultural Outlook 2009-2018. De kranten rapporteerden al eerder dat deze organisaties een prijsstijging voor voedsel over de komende jaren voorzien: 10 tot 20% hoger dan in de periode voor de piek van 2008.
Men gaat er daarbij vanuit dat de olieprijs oploopt tot 70 dollar, wat sommigen laag vinden (en daar zitten we al weer). Maar hoe hoger de olieprijs, hoe hoger de voedselprijzen. Niet alleen omdat de moderne landbouw (en dus de uitbreiding daarvan) afhankelijk is van energie, maar ook omdat bij hoge prijzen er meer biobrandstoffen worden geproduceerd.
Het rapport constateert dat het aanbod na de hoge voedselprijzen van vorig jaar veel sneller is uitgebreid dan verwacht. In onze economielessen leren we dat het aanbod van voedsel en de vraag niet erg gevoelig zijn voor prijzen (inelastisch in het jargon), maar in de praktijk lijkt dat mee te vallen: het aanbod van tarwe is weer opgelopen, de vraag naar kaas gedaald.
Het rapport besteed verder aandacht aan de financiele crisis (raakt andere sectoren veel harder), de beschikbaarheid van krediet in deze crisis (kan in de handel een probleem zijn), biobrandstoffen (afhankelijk van overheidssteun), zuid-zuid handel (langzamerhand veel belangrijker dan het noord-zuid issue, behalve in tarwe en zuivel), of we de wereld kunnen voeden (jawel, in veel gebieden kan de productie omhoog met bestaande kennis en er is nog meer land, maar dan zijn wel investerigen nodig) en de relatie tussen landbouw en water.