weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
vrijdag 13 november 2020
in ESB
ESB, het economenblad Economisch-Statistische Berichten, maakte een zeer nuttige special over Duurzame landbouw. Zelf droeg ik met Roel Jongeneel bij met een artikel over het nut van emissierechten. Zie alhier. en mooi dat LNV dit gesponsord heeft.
donderdag 12 november 2020
Friese film
in aanvulling op de post van gisteren: de organisatie heeft de film van de presentaties van gisteren online gezet.
woensdag 11 november 2020
Op en over Friese grond
Vanmiddag trad ik op in een webinar van de FMF en het Living Lab Friesland over de rol van grond in het realiseren van andere bedrijfsstrategieën, met name rond natuurinclusief.
Uitgezonden vanaf de boerderij van Harmen van der Bij in Poppenhuizen. Uit Zwitserland kreeg ik meteen een fotootje van Poppenhusen maar dat terzijde. Gewoontegetrouw de slides op Slideshare.
dinsdag 10 november 2020
kleine boeren op Foodlog
Foodlog nam de column over het Kleine Boerenvraagstuk uit de jaren 50 (en nu) over. Voor wie wil discussiëren, klik hier.
maandag 9 november 2020
Economics of belonging
zondag 8 november 2020
Chicken in China
Vorig weekend bracht The Economist in zijn rubriek Chaguan onder de titel Chicken and Egg even de pluimvee industrie in kaart. Dit om te laten zien hoe lastig het Chinese credo is om onafhankelijk ten opzichte van import te zijn te combineren met de wens van een efficiënte productie van pluimveevlees.
De Westerse kip die witte-verenvlees produceert wordt namelijk gedomineerd door een duopolie van de firma's die eigenaar zijn van de bloedlijnen (rassen): Aviagen (uit Alabama maar eigendom van de Duitse EW Groep) en het Amerikaanse Tyson. Die houden hun basis fokmateriaal op een paar zeer goed beveiligde plekken in Amerika en Groot-Brittannië. Die kippen komen daar niet weg. Wel hun afstammelingen, 1 pedigree hen is wel goed voor 4 miljoen stuks directe en indirect afstammelingen. De tweede generatie gaat naar een beperkt aantal fokkerijen in oa Brazilië, Nieuw Zeeland en Groot Brittannië, vooral uit oogpunt van risicobeheer. De derde generatie eendagskuikens gaan de wereld over, waaronder naar grote broederijen in China. Daar zorgen ze voor de 4e generatie, ouderdieren. En die hun kuikens, de 5e generatie zijn de vleeskuikens die uiteindelijk als pluimveevlees eindigen.Door de jarenlange veredeling zijn die dieren erg efficiënt in hun voergebruik. Dat kun je van de niet sterk veredelde Gele-verenvleeskip niet zeggen. Dat zijn de oorspronkelijke Chinese rassen. Die groeien veel minder snel en behoeven meer voer per kg vlees. Volgens het blad half zo snel en dan zouden ze nog maar de helft wegen. Die probeert men wel te verbeteren maar kruisen met 4e generatie buitenlandse kippen is een slecht startpunt. Sommigen roepen op om toch maar eens met moderne technologie vaart te zetten achter de veredeling van de Chinese kip. Die hoeft niet op de westerse kip te gaan gelijken want de Chinezen zijn minder gefocused op het borstvlees en houden ook wel van bevleesde poten. Maar of dat echt vleugels krijgt?. Vooralsnog is de mondiale verwevenheid in de veredelingsketens een gegeven.
Economist 31.10.2020
vrijdag 6 november 2020
Afscheid van Wageningen UR
Woensdag eindigde ons 3/daags symposium Dutch Agriculture, European Policies and Global Food System Transitions in de afscheidsredes van collega Ruerd Ruben en mij. Dat liep uit op een toespraak van de Burgemeester van Zuidplas die me benoemde tot Officier in de Orde van Oranje Nassau - een grote eer.
Dat ging allemaal digitaal in deze Coronatijd. Voordeel is dat het goed na te lezen is. en dat toespraken nog eens bekeken kunnen worden. Voor wie op zoek is naar het materiaal en hier terecht gekomen is, geef ik een aantal links.
De website van het symposium met alle lezingen, papers en toespraken inclusief die van Louise Fresco en de burgemeester Han Weber staan hier.
Ook mijn afscheidsrede It's time for departure kun je daar bekijken en nalezen. De powerpoint staat gewoontegetrouw op SlideShare.
Een aankondiging van mijn vertrek staat ook op de WUR website
Verder was een en ander aanleiding tot berichtgeving in Resource (zie hier) dat me met dezelfde fraaie foto van Harmen de Jong, gemaakt met Zevenhuizen op de achtergrond, een artikel wijdde aan mijn gezichtspunten over de GLB onderhandelingen (zie hier).
Mijn afscheidsrede vond zijn weg naar Trouw, via een interview met fraaie foto's gemaakt door Koen Verheijden bij de andere buurman. Dat interview staat hier., Nieuwe Oogst rapporteerde het opspelden van de versierselen van de koninklijke onderscheiding in eigen studeerkamer.
Wie over mijn suggesties over het landbouwbeleid in Nederland wil discussiëren kan terecht op Foodlog.
dinsdag 3 november 2020
Column Kleine-Boerenvraagstuk
Voor een column op BoerenBusiness herlas ik een klassieker over het kleine boerenvraagstuk. zie alhier
maandag 2 november 2020
Lijstje: perioden in het vennootschapsrecht
Mooie column van Marike Stellinga in de NRC van afgelopen zaterdag. Te laat om woensdag mee te nemen in mijn afscheidsrede van WUR maar mijn analyse van de laatste 40 jaar heeft dezelfde boodschap. Ze bespreekt in essentie de oratie van Vino Timmerman, hoogleraar ondernemingsrecht aan de EUR. Hij schetst de geschiedenis van het land aan de hand van het vennootschapsrecht dat door de geschiedenis getekend werd. Het levert een lijstje van periodes op:
1. 1880.1940 De opkomst van de ondernemingen. Veel van onze grootbedrijven ontstonden toen, van Shell tot AH.
2. 1945 - 1980 De sociale onderneming: de verzorgingsstaat wordt opgebouwd en in de ondernemingen krijgt de factor arbeid medezeggenschap.
3. 1980 - 2015 De periode van de bijna-exclusief economische onderneming. Kapitaalmakrten worden vrijer, buitenlanders nemen de factor kapitaal in de onderneming over. Ondernemingen komen losser te staan van de gemeenschappen waar ze uit voort komen. Vakbonden worden zwakker, hoge dividend uitkeringen en prestatiebonussen. Inkoop van eigen aandelen om de koers op te jagen. Het stakeholder model wordt met de mond beleden als dat uitkomt, het doegedrag is anders dan dit zeggedrag.
4. Nu; het tijdperk van de politieke onderneming. De staat als aandeelhouder of instandhouder van zombie-ondernemingen. Tech ondernemingen die politieke eisen mee krijgen om het debat te modereren.
Stellinga besluit met een mooie conclusie "Liever breek je die macht door consumenten eigenaar te maken van de data die ze voor big tech genereren". Precies de conclusie die ik ook trek.
NAV: M. Stellinga: Nieuw: de politieke onderneming. NRC 31.10.2020
zaterdag 31 oktober 2020
Bromsnor te Oostkapelle
In een opruimactie lees ik in een doosje met oude exemplaren van De Wete, het blad van de Heemkundige Kring Walcheren. De eerste uitgave van 2006 bevat een leuk verhaal van de Veldwachters die in de 19e eeuw hun intrede in het land deden, en in het bijzonder enkele ervaringen uit Oostkapelle.
De veldwachter stamt uit 1791 toen de Fransen de Garde de Champetre invoerden. Vier jaar later werden Belgie en Zeeuws Vlaanderen bezet dus de Nederlandse eerste veldwachters moeten tussen Hulst en Sluis worden gezocht. In 1810 volgde het Koninkrijk Holland en kreeg elke gemeente de door Swiebertje onsterfelijk gemaakte Veldwachter. In 1943 voegden de Duitsers de Veldwacht bij de Marechaussee en na de bevrijding kregen we gemeentepolitie (in de steden) en rijkspolitie (in de dorpen) die in 1981 fuseerden.
De veldwachters moesten de orde handhaven, en dat hield heel wat taken in waarvoor ze maar zeer matig werden betaald. Ze werden benoemd door de gouverneur/commissaris van de koning. Gezien het karige loon moest er veel worden bijgeklust, als gemeentebode, postbode, havenmeester, klokkenluider etc. De door hen uitgevoerde sociale controle (ook op bedelaars en vreemdelingen) werd door de bevolking lang niet altijd geapprecieerd en een kleine misstap van de veldwachter had vaak grote gevolgen voor hem. Vooral als de relatie met de burgemeester niet te best was, want daar werd geklaagd.Zo werd in Oostkapelle zowel in 1847 als 1891 de veldwachter weggestuurd. In 1847 was dat een direct gevolg van de landbouwcrisis (de aardappelcrisis) van 1846/47. Er dreigde hongersnood en de autoriteiten bestelden een aantal militairen die in het uitgestrekte dorp met zijn bossen, moestuinen en boomgaarden, maar ook gelegen aan een doorgaande weg, de orde moesten helpen handhaven. Ook een nachtwacht werd ingesteld. Maar veldwachter van Haren werd gezien als zwak en lui en ook nog op dronkenschap betrapt. Hij werd overgeplaatst naar Oud-Vossemeer.
In 1891 moest Willem Steur als veldwachter het veld ruimen. Hij werd er van beschuldigd enkele incidenten niet te hebben vervolgd. In 1890 was er een stuk van de vlaggenmast van de toren geschoten (voor wie de toren kent: nog best een kunstje). En een paar maanden later hadden 5 jongens sprokkelhout van het strand meegenomen, wat volgens de veldwachter niet strafbaar was, maar volgens de burgemeester wel. En er speelde een conflict tussen de veldwachter en wethouder Lantsheer, die door de veldwachter niet vertrouwd werd en van een jachtovertreding werd verdacht. De burgemeester vond dat de veldwachter ook enkele zaken rond vernielingen van toegangshekken langs de openbare weg had moeten oplossen, maar dat was de veldwachter niet gelukt. En zo werd hij opgevolgd door veldwachter Jan van Sluijs, die van Zoutelande kwam en met Jacomina Boone was gehuwd.
Leuk, die oude verhalen met bekende namen...
Uit: Albert L Kort: Gezond en sterk - veldwachters in Oostkapelle, De Wete 2006/1
donderdag 29 oktober 2020
Farm Boy in Foto Museum Den Haag
De NRC meldt dat het Foto Museum in Den Haag een tentoonstelling heeft van William Wegman. De poster Farm Boy fungeert blijkbaar als blikvanger (zie hiernaast). Die komt uit het boek Farm Days. Ken ik nog niet maar het lijkt grappig genoeg om eens te pakken te krijgen.
maandag 26 oktober 2020
Onrustige elite
Nog een boeiende column in The Economist van dit weekend, dit keer die van Free Exchange. Die gaat in op het werk van Peter Turchin over cliodynamics. Daar had ik eerlijk gezegd nooit van gehoord. Hij ziet een patroon waarin met een 50-jarige cyclus de maatschappij gaat van sterke polarisatie en gebrek aan samenwerking (rond 1900 was het in de VS in de politiek ook een janboel) naar samenwerking (zoals in de jaren 50 en 60) en weer terug. Een soort lange golf dus.
Vanuit een complex adaptive system ziet hij een klassestrijd waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor een goed opgeleide klasse met hoge verwachtingen die niet tot de elite door weten te dringen omdat er te weinig banen zijn (bezuinigende overheid, weinig bedrijven door monopolievorming). Die groep komt niet aan zijn trekken en trekt via populisme aan de bel tot de verwachtingen bekoeld zijn. Met andere woorden we hebben teveel mensen verkeerd en te hoog opgeleid, geen wonder dat het belang van vakmensen weer wordt benadrukt.Het lijkt me een redelijk discutabele theorie, maar het lijkt wel een aantal politieke verschijnselen te verklaren (zoals het feit dat bij hoger opgeleiden of hogere klassen Corbijn (UK Labour) en Bernie Sanders (VS) het beter deden dan bij lagere klassen. In ieder geval doet economische ongelijkheid er toe, en dat heeft ook met verwachtingen te maken. Zo zou de Franse revolutie niet zozeer een gevolg van armoede zijn geweest maar een clash tussen de beneden zijn capaciteiten werkende beter opgeleiden en de landadel. Ook 1848 was een probleem van een overschot aan geschoolde mannen. En de Amerikaanse burgeroorlog was niet alleen over slavernij maar ook opkomende Norodelijke kapitalisten tegen Zuidelijke plantage-eigenaren. Ook nu zou er 'elite-overproduction' zijn, waarbij de toegang tot de stad (betaalbare woningen e.d.) niet makkelijk is. De VS zou 25.000 juristen per jaar teveel produceren, in het VK zou 30% van de afgestudeerden beneden zijn opleiding werken.
The Economist, Graduates of the World, Unite. 24.10.2020
zondag 25 oktober 2020
social media
De discussie over de social media en de tech platforms, die deze week een nieuwe ronde inging met een aanklacht in de VS tegen Google van misbruik van een dominante positie, geeft dit weekend ook in The Economist aanleiding tot stukken. De editorial bepleit om dit soort zaken op vier niveaus te bekijken: harm, dominance, remedies en delay.
De Schumpeter column van het blad ziet 3 oplossingsrichtingen om de zaak wat evenwichtiger te maken: via het individu, het collectief of de staat. Tot de eerst hoort het runnen van de social media als een utility waarbij de gebruiker betaalt. Tim Berners Lee houdt houdt zich bezig met WeMe, een Facebook-achtige waarin je met geld betaald in plaats van met je data, en dan ook geen advertenties krijgt.
Een ander voorbeeld is het Vlaamse Inrupt dat met steun van de overheid een datakluisje, een 'pod' voor elke inwoner aanlegt als een data platform waarop bedrijven dan apps kunnen laten draaien die de toestemming van de dataeigenaar moeten hebben. Men voorziet onder andere toepassingen rond financiële data. Lijkt me op ons FI-space concept te lijken.
De collectieve aanpak is het vormen van "unions", vakbonden of beter data-cooperaties van burgers die een een deel van de winst van de platformen opeisen, net zoals vakbonden niet uit zijn op het vernietigen van een bedrijf, maar wel een groter deel van de toegevoegde waarde willen hebben. En dan zijn er de overheden, die zoals de EU met de GDPR de markt kunnen beïnvloeden.








