donderdag 7 maart 2013

Europese Cooperaties onderzocht

Afgelopen twee jaar mochten wij voor de Europese Commissie (en indirect het Europees Parlement) een grote studie leiden naar cooperaties en producenten-organisaties. Dit tegen de achtergrond van de verhoudingen tussen boeren en afnemers in de voedselketen en discussies over macht en marges. DG Agri heeft nu het eindrapport gepubliceerd en ook de achtergrond-studies openbaar gemaakt. Hier zijn de links:
Website DG Agri met eindrapprt, summary en achtergrondrapporten
Alternatief is er de
Website LEI Wageningen UR ook met 78 achtergrond rapporten

De website van DG Agri bevat ook een openbaar oordeel van de opdrachtgever over ons werk. Zouden de Nederlandse overheid en Topsectoren ook eens moeten doen in de verantwoording van het besteden van publieke middelen: per project rapporten openbaar laten maken en een appreciatie toevoegen.

woensdag 6 maart 2013

retail versus online

On-line retailers leggen heel veel vast van hun klanten. Waar ze vandaan komen, waar ze naar toegaan (wat sites betreft), hoe lang ze twijfelen etc. Supermarkten zijn nu ook bezig hun klanten meer te observeren met o.a. camerabeelden. Nog niet zozeer individuen met naam adres woonplaats maar wel qua looproutes, wat populaire schappen zijn etc. (Beveiligings)camera's en trackers van mobiele telefoon signalen zijn de favoriete tools, zo leerde ik uit The Economist (Retail Technology, 9.2.2013)

dinsdag 5 maart 2013

Mijn SmartAgriFood presentatie

Vorige week presenteerde ik ons EU project Smart Agrifood op een bijeenkomst bij het Mobile World Congress in Barcelona. Die presentatie heeft de EU keurig op video laten zetten en kun je nu op YouTube  bekijken. Ik kom erin vanaf minuut 40.
Vandaag doen we het wat uitgebreider in Brussel in een stakeholder event van dit Future Internet project.

maandag 4 maart 2013

Plantages

De laatste blogpost over Suriname (de fotootjes lopen wat langer door) staat stil bij de plantages. Suriname is / was het land van de plantages, voor suiker, koffie, cocosnoten en andere tropische producten. Wie nu over het platteland rijdt komt door dorpjes, die de plantagenamen dragen. In het Nederlands (Meerzorg, Jagtlust, Katwijk, Lust en Rust), in het Frans (door de Franse hugenoten: La Redoute, Chantillon etc) of in het Engels (door de Engelsen en Schotten vooral van rond 1800: Mary's Hope, Friendship).
Lintbebouwing met Javaanse, Creoolse (Afro-Surinaamse) en Hindostaanse huizen en Chinese supermarkten. Oorspronkelijk gebouwd voor de contractarbeiders en ex-slaven met hun eigen "kostgrondje". Bij het verlaten van de plantages zullen die grondjes wel wat uitgebreid zijn als dat voor de zelfvoorziening nodig was. Tussen / achter die dorpen hele stukken verwilderde plantages waar vooralsnog geld en management ontbreekt om op de vruchtbare zeeklei (aangevoerd door de Amazone-stroom, het water voor de kust lijkt in niets op de blauwe Caraibische zee, het is een modderstroom) de landbouw weer ter hand te nemen. Ook de kostgrondjes en kleinere boerderijen worden soms verlaten voor de welvaart van Paramaribo of de Randstad, of dienen nog slechts als woonverblijf met een bungalow betaald met inkomsten uit de stad.
Suikerfabriek Marienburg in verval
Ooit waren er (rond 1750) 500 plantages. Investering 100.000 a 250.000 guldens, prijspeil 18e eeuw. Miljoenen ondernemingen dus. Gefinancierd via de Amsterdamse financiele wereld, wat bij een beurskrach in 1773 tot de eerste problemen leidde. Velen verlieten berooid de kolonie. In 1826 waren er nog 216. Een van de laatste, de suikerfabriek Marienburg, sloot in 1986.
Kapitaal was in Amsterdam goedkoop te verkrijgen (eeuwenlang de plek met de laagste rente), maar arbeid was er in Suriname te weinig. Nog steeds is Suriname met een half miljoen inwoners dun bevolkt. Lang hield men dan ook vast aan de slavernij, ook nadat de handel in slaven internationaal was afgeschaft en nadat bijvoorbeeld het buurland Brits Guyana de slavernij had opgeheven. Hun positie was natuurlijk slecht, hoewel eigenaren geen belang hadden bij hun ziekte of dood. Het hielp ook niet dat de plantage-eigenaren bij winst mooi huizen in Paramaribo bouwden zodat ze dicht bij de luxe zaten en plantage-directeuren aanstelden. Niet alleen leidde dat tot een agency-probleem (doe de directeur wel wat de eigenaar wil), maar ook werden er contracten gebruikt die de directeuren aanzetten tot korte-termijn winst, ten koste van de slaven.
En bij de afschaffing verplichtte men de slaven nog 10 jaar betaald te werken, wat hun positie soms niet verbeterde omdat de plantage geen belang meer had bij het instandhouden van de waarde van de slaaf. Daarna kwamen de contractarbeiders uit Hong Kong en uit India (voor het gemak Hindostanen genoemd, indianen waren er al), en -toen de Engelsen dat verboden- uit Java. Sommigen werden onwetend geronseld en aan boord gelokt voor een verre zeereis. Er was ook nog een mislukt experiment met Groninger en Gelderse boeren, dat niet veel meer opleverde dan de plaatsnaam Groningen.
Plantages waren dus forse investeringen. Het is een organisatievorm die werkt waar lokaal kapitaal en management voor de productie van met name exportproducten ontbreekt, In Suriname liep het uiteindelijk fout op het gebrek aan arbeid. Het wachten is op een forse opleving in de voedselprijzen en dan ligt hier nog land en volop mogelijkheden.

Bron voor historische feiten: Tessa Leuwsma: Suriname (reisgids)

zaterdag 2 maart 2013

Wageningen is niet meer wat het was


Wageningen is niet meer wat het geweest is - om misverstanden te voorkomen: ik heb het over Wageningen, Suriname. Op mijn vakantie in Suriname bracht ik er een paar weken geleden een kort bezoek en liet me fotograferen voor het oude, nu gesloten, hoofdkantoor van SML, de Stichting voor Machinale Landbouw (SML).
Ik vond het interessant om rond te kijken bij de vergane glorie van SML. Voor wie de geschiedenis niet kent: na de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de Marshall gelden gebruikt om de gemechaniseerde rijstteelt in ons overzees gebiedsdeel Suriname op te zetten. Rijstaanvoer uit Indonesie leek door de onafhankelijkheidsstrijd problematisch te kunnen worden en hier lag een gebied dat riep om inpoldering: grote goede door de Amazone-stroom aangevoerde zeeklei gebieden. Rijst werd er al door Javanen en Hindoestanen (de ex-contractarbeiders van de plantages) geteeld op de traditionele handmatige wijze.
De opkomende mechanisatie moest het probleem van de schaarste aan arbeid (waar de plantages in zekere zin aan ten onder waren gegaan, zie de blogs van eerder deze week) oplossen. In 1949 werd de SML opgericht en de inpoldering van 6000 ha ter hand genomen. De polder Wageningen met een gelijknamig dorp. Naar goed IJsselmeerpolder-model werden Nederlandse boeren geworven voor rijstbedrijven van 70 ha.
Midden in het gebied, aan de Nickerie rivier (spreek uit Nie-Keer-ie, geen variant op nicker) verrees als een soort Emmeloord het plaatsje Wageningen, waar de SML zijn hoofdkantoor met rijstinstallaties (pellerij, silo's etc) vestigde. Compleet met een hotel De Wereld (net als in Wageningen NL) voor de bezoekers van de Veluwe. Bruynzeel leverde pre-fab woningen die er nu nog volop in gebruik zijn. Kortom: een echte company town.
Wageningen SU kreeg wereldfaam vanwege de veredeling door Wageningers (NL) van rijst zodat het met een korter groeiseizoen en betere aren, opbrengsten leverde van meer dan 5 ton per ha. Ook de mechanisatie, waarbij het gewas wordt ingezaaid, bemest en bespoten door vliegtuigjes en wordt geoogst door lichte combines op rupsbanden (tracks) trok veel bekijks - en kun je ook nu nog gaan zien: de witte vliegtuigvlaggetjes voor de Surinam Sky Farmers staan netjes op de kopakkers.
Minder goed ging het met de economische kant van het project (daar zit een mooie studie in voor een student agrarische geschiedenis of bedrijfskunde: hoe is dat ontworpen, waarom liep het fout?):  De 70 ha bedrijven bleken bij tegenvallende wereldmarktprijzen helemaal niet optimaal. Veel boeren vertrokken - verschillende van die families heb ik in de jaren 60 leren kennen in Flevoland, waar het ze veel beter af ging. Als een soort Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders nam SLM vanaf 1956 alle grond in eigen beheer en ging grootschalig gemechaniseerd aan de slag. Dat bleek een zeer concurrerend model - niet tot vreugde van de kleine Hindostaanse en Javaanse gezinsbedrijven. En dat ondanks het dure kader.
Rijst uit Wageningen

Na 1975 werd SML een Surinaamse staatsonderneming en daarmee keerde het tij. Het werd steeds bureaucratischer en de winst ging naar de staatskas, geld voor vervangingsinvesteringen was er onvoldoende. Kleine private telers overleefden in die moeilijke jaren na de onafhankelijkheid door hun besparingen en door smokkel naar Guyana (terzijde: een vergeten Nederlandse kolonie met het stadje Amsterdam die na 200 jaar ten tijde van Napoleon overging in Engelse handen maar waar nog tot 1900 Nederlands werd gesproken).  SLM kon op die manier niet 'hosselen'. Het verhaal wil dat de overheid een jaar of tien geleden de boel sloot toen er ook nog 40.000 ton rijst "kwijt" was. Een van de grootste private telers, het bedrijf Manglie, zou het probleem van een vordering van 6 miljoen op SLM hebben willen oplossen door voor 5 miljoen de hele zaak (die 11 miljoen US $ aan activa zou hebben) te kopen en daarmee te privatiseren, zo vertelde mijn gids. De regering Venetiaan ging niet akkoord, naar mij verteld werd vanwege de politieke kleur van de bieder. En zo kwam er een einde aan het roemruchte verleden van SML. Wageningse medewerkers vonden na een paar jaar werk in een 30  km verderop opgezette bananenplantage.
Een groot deel van de polders is nu voor rijstteelt in gebruik op pachtbasis bij een aantal grote private telers. Zoals genoemd Manglie, die zich met blauw-witte bedrijfskleuren netjes profileert. Naast de kleinere private telers die zich ook hebben weten te handhaven en uitbreiden. Een deel van de polders is ook verwilderd of in gebruik voor extensieve veehouderij. Ooit was er zo'n 10.000 ha rijst. Hier is dus nog ruimte voor uitbreiding van de voedselproductie, nog afgezien van de vele "zwamps" die mogelijk ook ingepolderd kunnen worden.
Het verlopen SML complex
Het is een geweldig gebied om doorheen te rijden. Vlakke Nederlandse polders vol met rijst, met waterwegen met veel vogels en kaaimannen. De verlopen SLM business is een mooie plek om te filosoferen over het succes van Nederlandse inpolderaars en plantenveredelaars. En over het feit dat het blijkbaar een stuk moeilijker is in deze wereld om goede werkende economische structuren te ontwerpen en bij veranderende omstandigheden in stand te houden dan de technische hoogstandjes van inpolderen en planten veredelen.

Bron: onze Djoser reisbegeleider ter plekke en de reisgids van Tessa Leuwsma: Suriname. Ik houd me aanbevolen voor literatuurtips over dit fraaie staaltje Hollands Glorie in de Tropen.

vrijdag 1 maart 2013

Domburg

Oudhollands kunstwerk in Domburg
Domburg, Suriname, blijkt een typisch voorbeeld van een handelsplaats en route. Wat dat betreft had het beter Venlo of Roermond kunnen heten. Domburg NL is geen havenplaats zoals Veere of Middelburg maar blijkbaar leverde het dorpje (dat toen nog geen badplaats was) een plantage-eigenaar (is dat wel eens uitgezocht?).
Al snel bleek er nog meer muziek in Domburg SU te zitten als pleisterplaats (a half-way house zeggen de Engelse zo leerde ik in het Rijksmuseum Schiphol op de heenweg, gelukkig kennen wij meer pleisterplaatsen dan halfweg). Dat komt doordat de Suriname-rivier een fors verschil tussen eb en vloed kent en het voor volle boten naar het Noorden niet mogelijk was in 1 tij Paramaribo of de zee te bereiken. Wachten in Domburg dus  en daar begon (eindigde) een weg over land naar Paramaribo. Plantage-eigenaren (veelal in Paramaribo van hun rent genietend, vandaar de fraaie oude stad) en plantage-directeuren stapten hier dus over van boot naar koets.
Het Domburg SU van nu heeft ook wat (bescheiden) recreatie-activiteiten: in het weekend komt men er varen, naar een kermisje en natuurlijk eten. Maar nog niet op het niveau van Domburg NL.

donderdag 28 februari 2013

Fort Zeelandia

Bijgaand in de serie Surinaamse impressies een fotootje van Fort Zeelandia met zijn bastions Middelburg en Veere. Gesticht door Abraham Crijnssen (wiens voorvaderen Krijn geheten moeten hebben) c.s. Zo komt de Walcherse WIC geschiedenis wel heel dichtbij - niet iets om alleen maar trots op te zijn.
Het fort werd gebouwd voor de bescherming van de plantages. Niet overbodig in een tijd van zeerovers. Zo werd de bloeiende nederzetting Jodensavanne (van via de Nassau kolonie in Brazilie en Guyana uitgeweken Portugese Joden) een gevoelige klap toegebracht door een zeerover die er 6 maanden huis hield (de tijd die nodig was om voor hulp naar Nederland te varen en terug) en daarna alles van waarde meenam. Hij was net buiten het schootsbereik van het fort gevaren en dus kwam er nog een fort bij - Nieuw Amsterdam.
Jodensavanne is overigens een fraaie en indrukwekkende ruine in het oerwoud van een op Amsterdam gemodelleerde synagoge.
Moraal: welvaart behoeft een goed juridisch kader voor landbouw en handel.

woensdag 27 februari 2013

Van plantage-arbeiders en oude cultuurgronden

Suriname is een prettige multi-culturele samenleving waar de half miljoen mensen begrepen hebben dat ze elkaar nodig hebben. Naast inheemsen (zie de weblog van gisteren) en marrons kent het dunbevolkte land nog veel meer en omvangrijkere bevolkingsgroepen. Afro-Surinamers (v/h Creolen - als slaven aangevoerde afrikanen), Hindoestanen (in India geworven contract-arbeiders, die gezien de al aanwezige indianen voor het gemak maar naar hun geloof en Hindustan werden vernoemd), Chinezen (idem, uit Hong Kong) en Javanen (idem, uit Nederlands Indie) en nog een enkele nazaat van Nederlandse planters en boeren.
Suriname was (net als veel Amerikaanse kolonies) onderbevolkt toen de landbouw werd geintroduceerd op de vruchtbare kuststrook. Vandaar de plantage vorm: kapitaal en management uit het Westen en arbeid uit overbevolkte streken elders, alleen de grond kwam uit Suriname.
Na afschaffing van de slavernij ging het stelsel nog een aantal jaren door met de contract-arbeid, maar uiteindelijk liep het toch stuk op gebrek aan goedkope arbeid waardoor het in de concurrentie met bv. de suikerteelt in Brazilie of Australie het onderspit dolf.
Met als gevolg dat veel plantages weer overwoekerden. Een deel werd gebruikt voor boerderijtjes voor de (ex-)contractarbeiders, maar de rest werd struikgewas en secundair bos. Vooralsnog geen oerwoud. Er zou dus - zo vermoed ik- niet zoveel verloren gaan als je bij hogere voedselprijzen de oude plantagegronden op de door de Amazone-stroom aangeslibte kleigronden tussen het zand van Zanderij (het door de Amerikanen in WO II aangelegde vliegveld ter verdediging van de bauxietwinning) resp. het Cordonpad (ooit aangelegd voor bewaking om aanvallen van Marrons en ontsnappingen van slaven te voorkomen, maar daartoe niet erg effectief) en de zee ten noorden van Paramaribo (v/h Nieuw Middelburg) weer in cultuur zou brengen.
Landbouwareaal is dus geen vast gegeven maar wordt onder invloed van winstgevendheid uitgebreid of weer ingekrompen.
Of zo'n uitbreiding in Suriname komende jaren voor de hand ligt is een vraag waarop wordt gestudeerd, zo begreep ik van een Spaanse collega die ik tegen het lijf liep. Vooralsnog is men actiever met delfstoffen (bauxiet en goud) en hout. Met mogelijk een Dutch disease als bijproduct. En het arbeidsloon in de agrarische sector ligt er al snel op 30 euro per dag. Immigratie van arme Latijnsamerikaanse arbeiders voor moderne tuinbouw'plantages' is op de tekentafel misschien wel een idee, maar geen populair thema.

dinsdag 26 februari 2013

Surinaams eco-toerisme

Brokopondomeer bij Ston Island,
potentiele winplaats voor hardhout
Het eco-toerisme in Suriname leidt onder de crisis in het westen, zo begreep ik ter plekke. Minder boekingen, minder trips.
Het eco-toerisme zal zo wie zo het oerwoud niet redden als je de vraag naar hout en goud ziet, maar het is een sympathieke beweging waar sommige lokalen van profiteren.
En wijzelf, die een aantal dagen met een korjaal de Suriname rivier bevoeren en daarna in Galibi schildpadden gingen kijken. We bezochten dorpen van inheemsen (de vertaling van native Americans, op de lagere school mochten we ze nog indianen noemen) en marrons (nakomelingen van de ooit gevluchte (v/h "weggelopen") slaven (die we in de jaren zestig nog bosnegers noemden).
Die dorpen zijn geen vetpot, hoewel er zo te zien geen honger wordt geleden. Degene die wij bezochten waren alleen over water bereikbaar maar de smart phone doet wonderen.
Ook voor de natuur-excursie. Waar een gids vroeger nog wel eens een boekje meenam om details van de geobserveerde vogel te laten zien, wordt deze nu op de telefoon bovenwater gegoogled. Waar wij nog drie weken met een 'radio-stilte' het vakantiegevoel benadrukken, houden jongere reisgenoten hun Facebook bij met de recentste foto's. Tijden veranderen - in onze relatie met Suriname, in politiek correct taalgebruik en in technologie.

Luistertip, speciaal voor een paar reisgenoten: Rupert Holmes en zijn Pina Colada song (a.k.a. Escape)

maandag 25 februari 2013

Groeten uit Suriname

Komende weken Surinaamse foto's en ook wat impressies op de weblog. Niet omdat het vandaag Revodag in Suriname is (de nationale feestdag met de herdenking van de 1980 revolutie) maar omdat ik er drie weken lang met vakantie rondtrok. Een boeiend land, zo leerde ik in de jaren 60 al op de lagere school, en dat blijkt nog immer het geval te zijn. Komende dagen meer.

column Boerenbusiness

Op 6 februari publiceerde Boerenbusiness een column van mijn hand over het weinig zinvolle voorstel om inkomenstoeslagen af te toppen. Door mijn vakantie was dat hier nog niet gemeld, dus voor de volledigheid doe ik dat nog maar even.

zaterdag 23 februari 2013

Schaduwprijs

Economen gebruiken schaduwprijzen als echte prijzen niet bekend zijn. Ze schatten dan een prijs. Bijvoorbeeld voor de prijs die een boer bereid zou zijn om nog een uur extra te werken. Of de alternatieve waarde van een ha landbouwgrond.
Recent hebben een aantal economen met tal van geavanceerde econometrische berekeningen geprobeerd zulke schaduwprijzen te berekenen. Het ging ze er om welke methode de meest aannemelijke resultaten zou opleveren. Daar zal ik je niet mee vermoeien (als was het maar om dat die methoden me te ingewikkeld zijn om uit te leggen). Maar wel met wat die schaduwprijzen dan zijn. Die werden geschat op individueel bedrijfsniveau voor akkerbouwbedrijven.
In Frankrijk, West-Duitsland en het VK bedraagt de schaduwprijs voor de arbeid 9 euro per uur (prijspijl 2005). Dat is dus wat de mediane (pakweg gemiddelde) boer maximaal wil betalen om nog een uur arbeid in het bedrijf te stoppen. Of omgekeerd: waar hij bereid is nog een uur extra voor te werken. In Oost-Duitsland, Italie en Polen is het nog geen 2 euro. Nederland zat niet in het onderzoek, maar de Denen spannen de kroon met een gezonde 20 euro - akkerbouwers hebben daar blijkbaar alternatieve inkomensbronnen.
De schaduwprijs voor grond is overal bijna gelijk aan nul. Dat mag je verwachten: er is in de regel geen alternatieve opbrengst van landbouwgrond, anders dan landbouw. Productie-elasticiteiten zijn dus erg laag en er is een overschot aan vaste productiemiddelen, zoals gebouwen en machines - zo constateren de onderzoekers.
 
Martin Petrick and Mathias Kloss: Identifying factor productivity from micro data. Factor Markets working paper, januari 2013

vrijdag 22 februari 2013

De winkel als platform met netwerk-effecten

Marges in de voedingsketen worden er niet groter op en daarbij snoept de retail marge af van de groothandel / toeleveranciers. In de laatste uitgave van de European Review of Agricultural Economics komen Richards en Hamilton aan de hand van een Amerikaanse case tot een interessante analyse.
Ze benaderen het probleem door er op te wijzen dat consumenten vooral keuze (varieteit, diep assortiment of hoe je het ook noemt) willen, en aanbieders willen ruimte in het schap. De supermarkt die die keuze levert aan consumenten krijgt de business. Er is een netwerk-effect aan de consumentenkant (hoe meer producten 'aangesloten' in het koop-platform dat de supermarkt is, hoe beter het is, hoe meer nut de consument ervaart), waar ze niet voor betalen, ze zijn al gewend alle boodschappen tegelijk te doen. Ze internaliseren dit effect dus om niet.
Toeleveranciers zijn minder fortuinlijk: zij profiteren ook van het effect want als de grotere keuze meer consumenten aantrekt die misschien ook nog meer kopen, dan hebben ze er baat bij om in dat schap aanwezig te zijn. Maar door de toegenomen variatie neemt de onderlinge concurrentie toe. Ze kunnen makkelijker tegen elkaar worden uitgespeeld. En zo verschuift een stukje van de marge van de producent naar de retailer (via prijzen of slotting fees), die dat deels weer doorgeeft in lagere prijzen.
In de verte lijkt het een beetje op de extreme case van de Gouden Gids: naarmate er meer bedrijven in staan is het voor de consument aantrekkelijker. Daar wordt de consument extreem gesponsored (hij krijgt het boek gratis) en betalen de bedrijven aan een rijk wordend mediabedrijf. Verschil zit erin dat de consument hier niet een ding uit de winkel / gids haalt, maar een karretje vol. Dat maakt het nog makkelijker te profiteren van het nut van een breed aanbod.
Kortom het zijn niet alleen schaaleffecten maar ook scope en netwerkeffecten die de supermarkt zo'n sterke partij maken (en retailers let op: ook de Amazons)

Timoty Richards and Stephen Hamilton: Network externalities in supermarket retailing, ERAE 40/1, februari 2013

donderdag 21 februari 2013

Globalisering is uitlegbaar

Een voedingsmiddelen-merk kan zijn productie rustig naar buiten Europa verplaatsen, als het er maar wat tegenoverstelt. Die conclusie kun je verbinden aan een fraai paper in de laatste uitgave van de ERAE. Een paar Franse economen maakten zich zorgen over protectionistische tendenzen in de huidige economische crisis en deden een experiment met een Uniliver merk in Parijs.
Het ging hier om het bekende Franse merk Maille, dat als een A-merk gezien wordt. Bij ons bekend van de mosterd, maar de proef ging over ingelegde augurken / uitjes (pickles). Het merk is sinds 2000 van Unilever en sinds 2004 is de productie verschoven van Frankrijk naar India en Madagascar.
De onderzoekers gingen met consumenten aan de slag en keken naar wat ze bereid waren te betalen voor zo'n potje inmaak, met opgave van de winkelprijs. Vervolgens kreeg groep 1 eerst negatieve informatie over globalisering (de verplaatsing vanuit Frankrijk met verlies van werkgelegenheid naar India en Madagascar) en verdere outsourcing. Waarna opnieuw de willingness to pay werd gemeten (die daalde door het slechte nieuws). Vervolgens werd goed nieuws versterkt (ook naar waarheid): concentratie van marketing in Parijs, van R&D bij Unilever Nederland, ondanks teruglopende markt behoud van het merk dat gezien wordt als een tradtioneel en hogekwaliteitsmerk en verdere investeringen van Unilever in zijn algemeenheid in Boergondie  (waarop de betaalbereidheid weer steeg). Groep 2 kreeg dezelfde informatie in omgekeerde volgorde.
Welnu het bleek dat de volgorde er niet toe deed en dat de postitieve informatie de negatieve compenseerde. "The French consumer supports globalisation, at least in the supermarket" zo concluderen de onderzoekers.
Hoe het zit met de Franse burger en zijn parlementariers is wellicht nog een ander verhaal...

Anne-Celia Disdier and Stephan Marette: Globalisation Issues and concumers' purchase decisions for food products: evidence from a laboratory experiment. ERAE 2013/1.

woensdag 20 februari 2013

Lijstje: tools voor innovatieprocessen

Als laatste in een lijstje blogs uit het Transforum-boek Licence to Grow een lijstje met Tools. Sommige in de sfeer van Peter Senge's 5th dimension, andere meer analytisch. Met enige bescheidenheid want bij de een na laatste wordt nog een publicatie van onze hand aangehaald als bron:

  1.  World Cafe
  2. Open Space
  3. Dynamic Learning Agenda
  4. Focus Group
  5. Actor Analysis
  6. Causal Analysis
  7. Timeline workshop
  8. Eye Opener workshop
  9. Audiovisual Learning History
  10. Value Creation Model
  11. Sustainability Scan.
Wie bedenkt er iets leuks met sociale media?