dinsdag 27 april 2010

Chatham House Rule

Vandaag vergaderde ik in het oude Haagse Raadhuis, vlak bij het LEI (normaal kijk ik op de tuin uit) met een interessant internationaal gezelschap over het issue Schaarste en Transitie.
Een conferentie onder de Chatham House Rule. Een handige regel voor bijeenkomsten achter gesloten deuren van werkplaatsen, ateliers, keukentafelgesprekken en andere communities of practice.: je spreekt af dat de informatie die je krijgt wel gebruikt mag worden, maar dat je niet de naam van de informant of de plek waar je het gehoord hebt, noch de namen van andere aanwezigen, onthult.
Dat maakt het mogelijk dat iedereen vrij is om op persoonlijke titel, off the record, te praten, om zorgen te delen, zonder zich zorgen te maken over achterban problemen en officiele standpunten. Je kunt (anoniem) worden geciteerd, maar niet worden ontslagen.
In 1927 in Londen uitgevonden bij het Britse Clingendael om nuttige diplomatieke roddel mogelijk te maken, zoals iemand me uitlegde. Daar houden we het dus voor vandaag maar bij.

zondag 25 april 2010

Link naar AgD

Het Agrarisch Dagblad publiceerde donderdag op zijn website en daarna in de krant een opiniebijdrage van Henk van Latesteijn en mij die een ingekorte versie is van het Essay in het FD. Hier de link naar het AgD.

natuurrampen en economische organisatie

Interessante boekbespreking in de NRC van dit weekend. Historicus Bas van Bavel publiceerde Manors and Markets - Economy and Society in the Low Countries 500 - 1600. Er blijkt een debat te zijn in welke mate natuurrampen zorgen voor forse veranderingen in de economische organisatie. Zo zien Engelse historici de Middeleeuwse pestepidemie als oorzak van de veranderde verhouding tussen landadel en boeren (daar waren er na de zwarte dood een stuk minder van) met als gevolg de opkomst van pacht en markten. Ook de horigheid vond de dood.
Maar op het Contintent, in Nederland, Vlaanderen en Frankrijk veranderde dit systeem al eerder, terwijl er geen schaarste aan arbeid was, maar de bevolkingsaantallen juist zeer hoog.
Zo is ook de uitbarsting van de IJslandse vulkaan Laki in 1783 niet de oorzaak van de Franse Revolutie. Maar mogelijk wel een tipping point, die de druppel in de volle emmer van slechte situatie op het platteland was, zo stelt de recensie (gelukkig beweerde ik vrijdag in Goes nog hetzelfde).
De phytophtera-uitbraak in de 19e eeuw is ook een mooi voorbeeld: alleen in Ierland en Vlaanderen leidde het tot hongersnood op het platteland, dat was uitgebuit door de Engelse resp. de stedelijke elite in Vlaanderen. Elders was de ziekte niet minder maar de veerkracht groter.
Leerzaam is de Vlaamse case: een landbouw zeer goed geintegreerd in internationale markten, met graanmarkten in Antwerpen en Gent in de buurt. En boeren sterk gespecialiseerd in die markten. En toch ging het fout. Blijkbaar ontbrak het aan een tegenwicht in de publieke sfeer (sociale verzekeringen) waardoor een groot risico niet kon worden opgevangen en de steden het plattteland lieten verkommeren.

Dirk Vlasbloem: Plagen en revoluties, in NRC 24.4.2010

watergolf

De eerste BBQ van het seizoen zit er op, met voortreffelijk weer. We troffen elkaar op uitnodiging van een agroindustrieel bedrijf dat voedselresten upcyclet in Best. Daar heeft de zandwinning een hartvormig meer opgeleverd dat nu voor recreatie wordt ingezet.
Populair bij bedrijfsuitjes, samenwerkingstrainingen en vrijgezellenfeestjes, zo kreeg ik de indruk.
Is het recreatieterrein zelf al een voorbeeld van multifunctioneel grondgebruik in de tijd, dat geldt nog sterker voor een nieuwe variant van de golfsport die ik er ontdekte: naast boerengolf is er nu ook watergolf - vanaf de kant met drijfende golfballen. Grondschaarste leidt tot innovatie.
En files ook want Eindhoven heeft een voortreffelijke randweg ontworpen die doorgaand snelwegverkeer scheidt van bestemmingsverkeer.
(Op de foto overigens de Oder)

zaterdag 24 april 2010

Voorjaar in Zeeland

Het mooie voorjaarsweer was gisteren ideaal voor een tochtje naar Goes. Heen door het Brabantse deel van de Zuidwestelijke Delta, terug via de eilanden. De (fruit)bomen staan in bloei, net als de bollenvelden. Nu ook in mooi roze, rood en paars bij Heerle, tussen Wouw en Bergen op Zoom.
Doel van mijn reisje was een discussiebijeenkomst in de Werkplaats voor de ZW Delta in het oude stadhuis van Goes. Ik mocht er een inleiding houden met scenario's voor 2050 in de landbouw. De discussie leverde ook mij een aantal nuttige inzichten op.
Zoals het feit dat we makkelijk uitgaan van functie volgt peil of functie volgt veiligheid: eerst de grote infrastructuur, dan de invulling. Bij benadering is dat vermoedelijk best een goede regel die kosten en baten van de diverse opties benadert, maar ze kan ook tot gemakzucht leiden die ten koste gaat van de innovatie (in bv. de landbouw) en de robuustheid van het gehele systeem (inclusief de ketenpartijen).
Een andere is dat de landbouw vaak een kortere horizon heeft dan de grote infrastructuur: veel investeringen zijn na 30 jaar wel afgeschreven, grote infra gaat langer mee. Landbouwgrond verandert met zijn lage waarde vaker van gebruik dan dure bouwgrond in het centrum van de stad.
Dat alles kan bijdragen aan het gevoel van de olifant en de porceleinkast. Het is dus nuttig, zo betoogde ik, lange termijn scenario's wat gedegener met elkaar te onderzoeken en de micro-macro dilemma's te modelleren; enerzijds moet er gezamenlijk geinvesteerd worden in arrangementen als zoet water voorziening of fritesfabrieken of regio-branding of streekproducten-merken en anderzijds is er concurrentie om grond en om zoet water. Als mensen hun eigen belangen in dat spel niet goed begrijpen of voor een ander gaan denken wordt het snel suboptimaal of veel werk voor de rechterlijke macht.
Met deze inzichten togen we weer huiswaarts. Langs de bollenvelden van Flakkee, een onbedoeld maar mooi gevolg van de Deltawerken en de komst van zoet water. De regeninstallaties stonden dan ook al weer volop te draaien, want zoals een teler me vertelde: het is alweer droog dus de bollen en de spruitenplanten moeten wel water. Gezien de stand van de rivieren in het voorjaar lijkt me dat voorlopig ook nog wel gegarandeerd, zeker als we geen 40 liter zoet water gebruiken om 1 liter zout bij de Brienenoordbrug vandaan te houden (zoals ik pas ergens las). Maar daar moet Delft maar aan rekenen.

donderdag 22 april 2010

zin en onzin van GDP

In het blad The Broker schetst de Braziliaanse hoogleraar Da Veiga de historie van het nadenken over de indicator GDP als maat voor de kwaliteit van leven. Dat in het kader van het Stiglitz rapport dat daar voor Sarkozy over nagedacht heeft.
Mooi overzicht met als conclusie dat GDP weinig zegt over huishoudinkomen (het is een productiemaatstaf) en dat er daarnaast zoiets is als Quality of Life, die om meerdere andere indicatoren vraagt. En duurzaamheid of sustainable income is weer heel wat anders.
Enfin, dat GDP een indicator is met gebreken leerde ik al van mijn eerste economieleraar op de middelbare school. Hij raadde aan dat arbeiders zouden scheiden, maar wel bleven samenwonen en aan het eind van de week hun loonzakje (dat had je toen nog) zouden afdragen. Ofwel maak van de echtgenote een huishoudster en het GDP verdubbelt. Sprak de feministische medestudentes ook altijd erg aan.

Jose Eli da Veiga: How to measure well being - cutting to the core In The Broker  issue 19 April 2010

woensdag 21 april 2010

park supermarkt

Als reactie op het FD Essay (zie foto en blog van zondag), kreeg ik van een collega een link naar een mooi YouTube fimpje. Park Supermarkt is een ontwerp van architecten voor metropolitane landbouw. Mooi filmpje met een geweldige intro op muziek van -vermoed ik- Satie.
Het zet tot denken aan: of we ooit rijist in de Alblasserwaard zullen telen. En wat er logisch is aan het feit of je een landschap moet inrichten als een supermarkt. Lijkt me net zo logisch als het inrichten van een textielfabriek (spinnen, kleuren, weven) op de wijze waarop C&A zijn afdelingen met kinderkleding en herenkostuums inricht. Toch maar even kijken.

dinsdag 20 april 2010

Midlife crisis van de 5e Kondratieff

We leven in de midlife crisis van de 5e industriele revolutie, zo betoogde ik al eens in een paper in het boek waarvan hiernaast de cover is afgebeeld. Op basis van een boek van Carlota Perez.
Zij heeft onlangs in Den Haag bij een bijeenkomst van de AWT een lezing gegeven over de gevolgen die zij uit haar theorie en de huidige crisis trekt voor innovatie en de financiering ervan. Het paper staat nu online bij AWT en beveel ik van harte aan. 
Zelfs al moet ik nog zien of haar suggestie van een breakdown van de wereldhandel door hogere energiekosten op korte termijn waarheid wordt. Arbeid in China of India is namelijk wel heel erg goedkoop. Ik zie het eerder instorten door geopolitiek (niet te hopen) - of door de fall out van een vulkaan.
Enfin, we gaan het er vrijdagmiddag in Goes maar eens over hebben in relatie tot de Zuidwestelijke delta: de ICT in de landbouw komt er aan en waarom ook niet rond water op perceels- en plantniveau? In 1950 werden velen nog in beslag genomen door de fokkerij van het Belgische trekpaard, maar de toekomst was aan de trekker en de combine....

maandag 19 april 2010

Structural Change in Berlijn

De trein richitng Schiphol (Airport) bracht me in een ruim half uur naar het EAAE Seminar in Berlijn, afgelopen donderdagochtend. Dat kan als je opstapt in Eberswalde, een stadje in het noordoosten van Duitsland. Elke ochtend om kwart voor acht stopt daar de internationale trein uit Stettin, op weg naar Schiphol. En zonder vertekende uitspraak wordt elke minuut in Duits en Engels omgeroepen dat er 5 minuten vertraging is. Wel zo handig als je een dagje op het plateau van Barnim, bij Moglin, hebt gewandeld en daarna weer aan het werk wil.


De vice-president van de universiteit opende het seminar met een verwijzing naar datzelfde Moglin. De uni bestaat 200 jaar en de eerste grote Duitse landbouweconoom Albrecht Thaer, die in Moglin een proefbedrijf met summer school had, hoorde bij de eerste hoogleraren. Een van de Von Humboldts hervormde later het univeristeitsmodel dat wereldwijd werd doorgevoerd, hetgeen hem ook de naamgever van deze universiteit maakt. De universiteit kende dus de nodige structurele veranderingen. maar is van veranderingen in en na de jaren dertig nooit in zijn oude glorie hersteld. zoals de vice-presiendent vaststelde.

De eerste presentatie op het seminar was van Christopher Weiss die inging op beleidsevaluatie en een pleidooi hield om niet alleen te kijken naar verschillen tussen groepen die onder een overheidsprogramma vallen en zij die dat niet doen. Minstens zo interessant zijn de verschillen in effecten binnen de groep die onder het beleid valt (het pakt niet voor iedereen gelijk uit en intersant is ook de groep die net wel of niet met een vrijwillig programma mee doet) en de effecten op de groep die niet onder het programma valt maar er wel effecten van ondervindt, bv.via de markt-effecten (in de grondmarkt).

Structural change
Overigens is er de vraag wat 'structural change' is. Velen denken aan veranderingen in de strucuur van bv. de landbouw. Als het aantal bedrijven daalt, zeggen we dat de structuur verandert. We leggen dan de nadruk op structuur van de bedrijfstak. Maar als het vrij normaal is als het aantal bedrijven daalt, is er dan echt structurele verandering? Als de markt voor wijn toeneemt omdat de bevolking groeit, is er dan een structurele marktverandering? Of is die er pas als consumenten om wat voor reden dan ook en masse overstappen op bier? Dan begint structurele verandering te lijken op de definitie van nieuws: nieuws is pas nieuws als er wat onverwachst gebeurt, de oude patronen niet meer doorlopen. Structurele verandering is pas structurele verandering de situatie die je beschrijft voor de verandering een ander verhaal oplevert dan na de veandering. In absolute of relatieve termen.

In zijn key note sloot Thomas Heckelei aan bij het gangbare begrip van structurele verandering: de daling van het aantal bedrijven en het steeds groter worden van de resterende bedrijven. Hij gaf een mooi overzicht van tal van typen modellen en typeerde de in de mode komende Agent Based Modelling als 'exiting'. Alfons Balmann promoveerde er al in 1997 op en gaf met anderen een paper. In markten, zo werd gesteld, is prijsdifferentiatie nodig om het systeem efficient te maken: denk aan vliegtickets - je krijgt de kist efficient vol als je niet iedereen dezelfde prijs vraagt. Ze keken naar prijsdifferentiatie op de grondmarkt, die helpt aan schaalvergroting.
En de Zwitsers bouwen SWISSland, een toepassing van agent based modelling op bedrijfsdata. Met alleen de locale grondmarkt als interactie tussen de agenten. Dat werd wat mager gevonden, dan kun je ook wel traditioneel simuleren, zo werd in de discussie gesteld.

Er waren trouwens meer papers over de grondmarkt, een essentiele markt als het om structuur gaat. Een studie uit West-Duitsland leidde tot het inzicht dat naarmate de regio heterogener is, er meer mogelijkheden voor groei voor de groten zijn. En het is de exit-rate die de groei van grotere bedrijven bepaald als de heterogeniteit laag is. In werkelijkheid lijkt er op veel plaatsen een verdwijnende middenklasse te zijn. Ook grote bedrijven houden er soms wel mee op, maar worden dan vaak in zijn geheel door een nieuwe eigenaar voortgezet, zodat niet zozeer het bedrijf als wel de eigenaar verdwijnt.

Beleid
Interessant is natuurlijk de vraag of het beleid invloed heeft op de concentratie. Een studie over Frankrijk concludeerde dat het structuurbeleid (incl. quota) en de 2e pijler van het GLB (met name LFA en agro-milieubetalingen) de relatieve concentratie bevorderen, d.w.z. de ongelijkheid doen toenemen. Waarom bleef wat onduidelijk. Een studie over drie deelstaten in het oosten van Duitsland constateerde dat modulatie vanuit werkgelegenheidsoogpunt geen voordelen heeft. En dat door de decoupling maar liefst 15% van de banen in de landbouw verloren is gegaan. Dat is niet best voor de leefbaarheid van het platteland (zie foto).
Tot slot was er nog een mooi overzicht van innovatie-literatuur in een paper over de adoptie van melkrobots: er staan er intussen 6000 in NW Europa, maar er is opvallend weinig onderzoek gedaan naar wie er waarom eentje koopt.
Maar toen was het seminar al aardig leeg gestroomd, mensen op weg naar treinen die niet-vliegende vliegtuigen moesten vervangen. We leven under the vulcano.

zondag 18 april 2010

Het FD Essay

Wie niet zelf het Financieel Dagblad leest, moet dat morgen maar even op zijn werk doen: Henk van Latesteijn en ik schreven het Essay van dit weekend, waarin we betogen dat de agro sector moet blijven innoveren, dat de overheid daaraan moet blijven bijdragen, dat we de experimenten zeker niet als de doodstrijd van een onduurzaamcluster moeten zien en dat we Nederland internationaal moeten positioneren als het Agrolab.NL

zaterdag 17 april 2010

De economie van de Zuiderzee

Dat de Noordzee moeilijk te bezeilen is, wist ik. Maar het gold ook voor de Zuiderzee. Het is altijd raadselachtig geweest dat er zoveel steden aan de rand van dit meer tot bloei konden komen ondanks de moeilijke toegankelijkheid, zo leer ik uit een boekbespreking in de NRC van een week geleden van Roelof van Gelder. Buitenlanders verbaasden zich over de gevaren van deze binnenzee en over het vakmanschap waarmee de Hollanders hier tussen ondiepten hun weg konden vinden.
Oorzaak: de gunstige economische ligging. De stadjes en steden lagen op een kruising van waterwegen, tussen Holland en Friesland, via de Waddenzee naar de Oostzee, via de IJssel en de Amstel met het Duitse en Hollandse achterland. Lang ging het goed met diepere vaargeulen en ondiepe schepen. Tot de verzandingen toesloegen (misschien door erosie bij de kap van de Duitse wouden - kjp?). Amsterdam moest scheepskamelen inzetten om niet te lang voor pampus te liggen.
Zo zie je maar weer: als de economische krachten sterk zijn zet het aan tot innovatie en vakmanschap.

De recensie ging over een mooi en duur cartografisch boek: Erik Walsmit et al: Spiegel van de Zuiderzee. Op de foto het stadhuis van Medemblik uit 1940

Pisany-Ferry over China

Jean Pisani-Ferry, de directeur van de Brusselse denktank Bruegel, liet zich 8 april in de NRC interviewen over de relatie EU-China. Een aantal citaten is zeer de moeite waard in het kader van het denken over geopolitieke verhoudingen. Aangezien dat in het denken over schaarste en transitie een rol speelt, leg ik ze maar even vast:

Amerika en China zijn beide traditionele machten: sterke staten die streven naar hegemonie. Europa is een postmoderne macht. Voor ons betekent global governance dat je overlegt, afspraken maakt, macht deelt. Dit zit in onze genen. Wij herkennen de ambities van de VS en China niet. Willen dat spel ook niet spelen als zij. Ook economisch zijn China en Amerika communicerende vaten. China spaart, Amerika spendeert. China exporteert, Amerika importeert. Hun verhoudingen moeten worden rechtgetrokken. De vraag is: moet China meer spenderen of Amerika meer sparen. De EU staat aan de kant, omdat import en export redelijk in balans zijn.

Binnen Europa zie je enorme verschillen en voeren Frankrijk en Duitsland dezelfde discussie als China en Amerika.

De G20 strookt met de Europese hang naar multilaterale politieke afstemming. Tegelijkertijd is de G20 een paradijs voor grote staten. Europa zou daar met 1 man moeten zitten om invloed te hebben. Dat lukt niet.

Je kunt internationaal alleen meespelen als je als blok optreedt. Zolang er economisch muren om Europa stonden, in de jaren 60 en 70, en we intern integreerden, werden we paradoxaal genoeg meer als blok gezien als nu. Nu zijn die economische buitengrenzen weggevallen door de globalisering. Dus hebben we meer politieke integratie nodig om onze aparte identiteit te behouden. Nu erodeert ons economische en politieke gewicht en worden we steeds minder als blok gezien. Op handelsterrein spreekt Europa met 1 stem. Dat dwingt respect af. Maar op buitenlandse politiek of energiebeleid niet.

Regeringen zijn ten onrechte bang dat meer Europa impopulair is bij burgers. Uit peilingen blijkt dat burgers pragmatisch zijn en begrijpen dat sommige dingen internationaal geregeld moeten worden.

China is onzeker en niet erg actief. China heeft legioenen ambtenaren maar weinigen zijn getraind om het multilaterale spel te spelen. Ze spreken hun talen slecht, zijn bang voor gezichtsverlies en wachten altijd op instructies van hogere niveaus.

Caroline de Gruyter: Europa herkent machtsambities VS en China niet. in NRC 8.4.2010

vrijdag 16 april 2010

wat is nu eigenlijk duurzaamheid?

Wat nu precies duurzame ontwikkeling betekent, zowel in theorie als in de praktijk, is een kwellende vraag, want het ruime appel eraan heeft nou niet bepaald geleid tot coherente interpretaties. Het is algemeen geaccepteerd dat duurzame ontwikkeling het bij elkaar brengen is van sociale, economische en ecologische aspecten in planning, gekoppeld aan de toepassing van voorzichtigheid. Het gaat ook om eerlijke verdeling over mensen en tussen generaties. Maar over de gedetailleerde principes die nodig zijn om dit toe te passen bestaat veel onenigheid.
Aldus Matthew Cashmore in zijn bijdrage aan het boek dat ik hier afgelopen dagen besprak. Na een analyse die op bovenstaande inleiding concludeert hij: The difficulties associated with producing an authoritative operational definition of sustainable development represent a significant barrier to making sustainability more than just a rhetorical vision of almost universal appeal. The most intractable problem in defining sustainability principles is that they involve fundamental moral and political choices, and are, therefore, context dependent.
Toch ziet Cashmore kans vier categorien resultaten  te definieren van duurzame ontwikkeling: Learning outcomes, Governance outcomes, Attitudinal and value changes, and Developmental outcomes.

Vier soorten definities
Ook Peter Hardi (die gezien de titel van zijn paper vermoedelijk meer met The Beatles heeft dan met de Rolling Stones) verkent het begrip duurzame ontwikkeling, in wat mij betreft de meest leerzame bijdrage aan het boek is. "Unfortunately, there are several hundreds of different definitions and interpretations of sustainalble development worldwide". Hij clustert ze in vier groepen:
  •  Duurzame ontwikkeling als een zaak van levensstijl of consumptie. Dit gaat terug op de Brundtland definitie (development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs) uit 1987. Dat vertaalt zich in een politiek proces om levensstijlen te veranderen  en een wetenschappelijk proces om de grenzen aan de groei van eindige hulpbronnen te begrijpen. Politiek gaat het dus om moral obligations en equity. Wetenschappelijk gaat het in de economie over welfare economics, in de natuurwetenschappen over systeemtheorie en thermodynamica. Volgens de ecologische interpretatie is duurzaamheid de veerkracht van het systeem: kan het zijn dynamische capaciteit behouden om op veranderingen te reageren en zich aan te passen. Het debat in deze groep van definities is al snel ideologisch, zo stelt Hardi vast.
  • Duurzame ontwikkeling als een ontwikkelingsproces in de vorm van een transitie, het liefst op weg naar een speifiek gedefinieerd doel. Het gaat om multi-scale, multi-domain en multi-temporal transitions that include social, economic and technological transitions. De nadruk ligt dus op ontwikkeling in duurzame ontwikkeling.
  • Duurzame ontwikkeling als een economisch concept, gerelateerd aan het in stand houden van kapitaal. Waarbij het om natuurlijk, menselijk en sociaal kapitaal gaat. Hardi doet dat niet maar ik zou hier eerst gewezen hebben op het feit dat het afwezig zijn /  afwezig maken van negatieve externe effecten (met een ruime systeem definitie) de eerste lakmoesproef is. Wat bij juiste prijsstelling ook instandhouding van het kapitaal betekent. Hardi wijst er op dat het waarderen van kaptiaal lang lastig is geweest. En dat de economische interpretatie van duurzame ontwikkeling heeft geleid tot een nieuwe definitie van welvaart: inclusive wealth. Inclusive op twee manieren: inclusief alles wat er toe doet in economische ontwikkeling dus ook waardeveranderingen van kaptiaalvoorraden (in constante prijzen), en inclusive het belang van toekomstige generaties.
  • Duurzame ontwikkeling in de context van ontwikkelingsprogramma's. Dan doet veelal ook de korte termijn er erg toe, om de grootste nood te lenigen, en komt men tot operationele definities als "effectiviteit van institutionele ontwikkeling" (Worldbank) en "develop sustainable communities in which people wish to live and can prosper".
Een paper dat ik eigenlijk eerder had willen lezen, wat altijd een goede test is of het zijn tijd en geld waard is.

Matthew Cashmore: The contribution of environmental assessment to sustainable development - toward a richer conceptual understanding
Peter Hardi: The long and winding road of sustainable development evaluation.
Beide in: Clive George en Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainble development, Edgar Elgar, 2007

donderdag 15 april 2010

Lijstje: cross cutting aspects of sustainable development

Zeven aspecten die het evalueren van duurzame ontwikkeling zo lastig maken:
  1. -inter generational effects: hoe sterk hechten we aan effecten op zeer lange termijn, hoe voorzien we ze?
  2. (de-) coupling: is welvaartsgroei mogelijk zonder negatieve effecten op het natuurlijk kapitaal?
  3. adaptability: in welke mate kunnen systemen zich aanpassen aan externe invloeden?
  4. (Ir-)reversibility: in welke mate zijn ontwikkelingen terug te draaien: als je nu inpoldert, kun je dan over 100 jaar weer ontpolderen en omgekeerd?
  5. distributional effects: hoe pakt een maatregel uit op allerlei groepen mensen, ook ver weg
  6. global dimension: wereldwijde effecten, hoe krijg je ze in beeld, hoe ruil je ze af.
  7. spatial scale: wat is de omvang van de effecten op verschillende schaalniveaus.
Althans volgens M. van Herwijnen en W. de Ridder In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007