vrijdag 6 juli 2007

lijstje: de wereld is plat

Afgelopen weken las ik Thomas Friedman's 'The world is flat - a brief history of the 21st century release 2.0'. Als je iets wil begrijpen van de huidige wereld met de dominerende kracht van globalisering, dan moet je dit boek lezen.

Er is een hoop commentaar mogelijk op het boek (meer overlap met zijn vorige The Lexus and the Olive Tree dan hij wil toegeven, het had wel wat korter gekund, veel name-dropping, veel Amerikaanse aandacht voor 9/11, en hier en daar veel amerikaanse 'storytelling') maar overall is het zeer de moeite waard en vrijwel elke bladzij bevat een interessant idee.

Als opwarmertje de tien krachten die volgens Friedman de wereld platter maken en afstanden doen verdwijnen:


  1. 11/9/89: de val van de Muur in november 1989 [in Amerikaanse notatie was 11/9 de dag waarop de muur in Berlijn viel; 9/11 de aanslag in NY]


  2. 8/9/95: het world wide web (op 9 augustus 19995 ging Netscape naar de beurs)


  3. work flow software: de lopende band voor de service industry


  4. uploading: meer macht voor communities om hun gedachtengoed aan de man te brengen


  5. outsourcing: uitbesteden aan specialisten, markt in plaats van hierarchie


  6. offshoring: overhevelen van werk naar lage lonen landen via ICT


  7. supply-chaining: regisseren van internationale beleveringsketens


  8. insourcing: binnenhalen van specialisten in eigen bedrijf om samen waarde te creeren


  9. in-forming: informatie is overal en overal te vinden door zoektechnologie


  10. de steroiden: alles digitaal, mobiel, persoonlijk en virtueel.

Het leidt volgens Friedman tot triple convergence: nieuwe spelers, nieuwe speelvelden (platforms) en nieuwe processen voor horizontale samenwerking.

WO I en de buurtsuper

Frankrijk heeft net als de Verenigde Staten grote supermarche’s aan de rand van de stad. Nederland buurt-supers in winkelcentra. Economen weten wel een verklaring: dat komt deels door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918, voor wie de canon niet goed in het hoofd heeft).
Niet dat er toen al supermarkten waren, die werden pas in de jaren zestig als zelfbedieningswinkel geintroduceerd toen de kruidenier te duur werd om alle aankopen af te wegen en aan te geven. Maar in de Eerste Wereldoorlog werd het fundament gelegd voor de part-time (of zelfs minder dan dat) werkende huisvrouw in Nederland. De rest van Europa stuurde de mannen naar het front en de vrouwen naar de fabriek. Nederland, toch al minder geindustrialiseerd en meer in handel, diensten en landbouw, bleef neutraal en de echtgenotes thuis.

Na de Tweede Wereldoorlog droeg dat ook nog bij aan een ander woningbouwbeleid in Nederland dan bv. in Belgie. Nederland liep in die oorlog juist relatief veel schade aan de woningvoorraad op (Rotterdam, Arnhem en omgeving, een deel van Den Haag, Middelburg, om maar een rijtje te noemen), terwijl Belgie en Frankrijk vrij goed gespaard bleven. Nederland zette in op sociale woningbouw en een gereguleerd huurbeleid, met als gevolg weinig koopwoningen. Er trokken ook veel mensen van het platteland naar de steden, forensen was onmogelijk. Dat in tegenstelling tot de Belgen. Die worden toch al met een baksteen in de maag geboren en bleven in hun eigen(doms) woning op het verstedelijkte platteland wonen en namen de trein via het uitgebreide spoorwegnetwerk naar hun werkplek. Het woningbouwbeleid was dus bij ons ook al geen reden voor vrouwen om te gaan werken, terwijl bij de zuiderburen de centjes voor de hypotheek op tafel moesten komen.

Dicht bij school
En zo ging Nederland de jaren zestig in met een van de laagste percentages werkende vrouwen en matige voorzieningen voor kinderopvang. Wat overigens nog steeds het geval is, alleen heet het nu het hoogste percentage deeltijdwerkers. En toen kwam de zelfbedieningswinkel, voorloper van de supermarkt. Winkels waren in Nederland dus bij voorkeur tegenover de school waar de huisvrouw vrijwel dagelijks lopend of met de fiets langs ging als ze de kinderen uit school ging halen. De kruidenier bleef waar hij zat en ontwikkelde zich tot supermarkt.

Daar kwam het ruimtelijke ordeningsbeleid nog eens bij. Groen was schaars, landbouwgrond geld waard. Stadsgrenzen waren hier helder bepaald, geen rommelzones en maar weinig gemeentes zouden een vergunning afgeven voor een weiland-winkel. Als er dan toch eens ergens eentje kwam (een ‘witte boerderij’ of de eerste Maxis bij Muiden in de jaren zeventig) dan had je geheid discussie. Over de toekomst en leefbaarheid van de binnenstad bijvoorbeeld.
Frankrijk had een nog sterker verouderde retailstructuur in de jaren zestig en zeventig, met smalle straten in oude binnensteden die moeilijk bevoorraadbaar waren. En plattelandswinkeltjes die dicht gingen in leeglopende dorpen. En bovenal dus sinds WO I veel werkende vrouwen die door de week helemaal geen tijd hadden elke dag de boodschappen te halen met de fiets. Daar wilden gezinnen wel op vrijdagavond of zaterdag naar de stadsrand om de auto voor de hele week vol te laden. Gelokt met goedkope benzine. Zo onstonden de LeClercs, Supermaches en Carrefoures. Ook heel makkelijk voor vakantiegangers op weg naar de zon. Bon vacance!

Er moet literatuur over deze cases zijn. In mijn studententijd, 25 jaar geleden las ik een artikel over de woningbouw in NL en Belgie. Ik dacht van prof. Priemus in ESB maar ik heb het nooit terug kunnen vinden. En over de opmerkelijke rol van de Nederlandse vrouw in het arbeidsproces is er al eens een proefschrift geschreven. Literatuursuggesties welkom.

donderdag 5 juli 2007

winkelen in het buitenland

Het slechte weer doet velen besluiten de vakantie over de grens door te brengen. Als je dat toch doet, let dan eens op de winkels in het buitenland. Wie gewend is aan de Nederlandse buurt-supermarkt staat altijd weer versteld van de grote Franse supermarche's op het industrieterrein buiten het stadje. Ook tussen bijvoorbeeld Engeland en de Verenigde Staten zie je grote verschillen.
Amerikaanse supermarkten zoals van Wal-Mart zijn van het Franse type: groot en goed bereikbaar. Amerikanen verplaatsen zich sinds jaar en dag per auto door een groot land met goede wegen en goedkope grond en relatief lage lonen voor simpel werk. Amerikaanse supermarkt-ketens hebben zich dan ook gespecialiseerd in het schuiven met grote dozen ('big-box retailing') waarbij men probeert door schaalgrootte zoveel mogelijk kosten uit de beleveringsketen te halen. Transport over lange afstanden is daarbij geen probleem. Ze verkopen dan ook twee soorten eten: niet-bederfelijke produkten (gedroogd, blikken, ingevroren) en ter plekke bereide maaltijden van verse ingredienten.
Engelse supermarkten daarentegen hebben op het dichtbevolkte eiland met veel wetgeving rond ruimtelijke ordening te maken. Treinen waren lange tijd belangrijker voor transport dan autowegen. Ruimte en arbeid zijn er relatief duur. Het gevolg is dat ze beter zijn in logistiek, die er ingewikkelder is, omdat dat nu een keer nodig is. Ze beleveren winkels in stadscentra meerdere keren per dag. Sommige stadswinkeltjes bij metro-stations vullen hun vakken tegen lunchtijd met sandwiches en vervangen die na de thee met kant-en-klaar diners.
De grotere rol van het openbaar vervoer in Engeland heeft ook invloed op het consumentengedrag. Het bevordert meerdere, kleinere winkelbezoeken omdat boodschappen gedragen moeten worden, vaak op weg van werk naar huis. Maar het is een nadeel voor de verkoop van warme maaltijden, zoals in de VS: lastiger mee te nemen en koud als je thuis komt.
Britse supermarkten die in kant-en-klaar maaltijden gaan, bieden dan ook geen warme maaltijden die in de winkel worden gemaakt maar specialiseren zich in het centraal op grotere schaal maken van maaltijden die enkele dagen goed blijven en met de dagelijkse bevoorrading van de winkels meegaan. De logistiek wordt daarbij verder geoptimaliseerd: zo heeft het Britse Tesco vrachtautos met afzonderlijke ruimtes voor bevroren, gekoelde en gewone producten.

Uitlichten
Als econoom vind ik dit fascinerende vergelijkingen. Je ziet hoe bedrijven en systemen zich ontwikkelen in richtingen die succesvol zijn. En hoe dat afhankelijk is van allerlei instituties en omgevingskaders ('rahmenbedingungen' zoals de Duitsers zo mooi zeggen). Je leert begrijpen waarom het is zoals het is.
En het Britse Tesco gaat het nu in de VS proberen, zo meldt The Economist in een uitgebreide briefing, waaraan ik bovenstaande gegevens ontleen. Ze onderkennen de verschillen en denken dat het Britse kant-en klaar model voor kwaliteitsmaaltijden ook door Amerikaanse consumenten wordt geapprecieerd. Als dat maar goed gaat.

Gekleurd fruit
Een grote concurrent daar zal Whole Foods Market zijn, die de verkoop van verse groenten en fruit heeft vernieuwd, onder andere door goed naar de kledingwinkels te kijken. Zo gebruiken ze uitgekiende verlichting om produkten aan te lichten en stallen ze groenten en fruit uit op kleur, met naast elkaar complementerende kleuren. Het moet er namelijk appetijtelijk uitzien, zo weten we nog van de Nederlandse tomaten-saga (of zou iemand zeggen: "we eten vanavond rood - bietjes met rood fruit na"?).
Je ziet overigens in de voedingsmiddelenindustrie wel meer van dergelijke cross over innovaties. Zo zijn de merkartikelen in de zuivel ontstaan bij Danone, die eerst geleerd had flessen water voor veel geld (zelfs voor meer geld dan een fles melk) te verkopen.
.
Morgen het verhaal over Nederland en Frankrijk
.
Uit: The Economist, Briefing Tesco: fresh but far from easy, 23.6.2007

woensdag 4 juli 2007

erf en belasting

De waarde van een boerderij zit in grond. Althans dat was zo, en zo keek in ieder geval de Engelse belastinginspecteur er vroeger tegenaan. De gebouwen hadden een relatief geringe waarde en liepen in de taxatie en belastingheffing gewoon mee.
Maar dat is aan het veranderen, zo leerde ik vorige week op Wye College. Bij de bedrijven die nu overgedragen worden komt het steeds meer voor dat de waarde in erf en gebouwen zit, en niet in de betrekkelijk geringe hoeveelheid grond. Die grondwaarde is Engeland, waar in sommige gebieden de landbouw het maar matig doet (de Engelsen melken hun quota al niet meer vol), geringer dan bij ons en de huizenprijzen zijn in bv. zuidoost Engeland onder invloed van de booming economy (o.a. in financieel en marketingcentrum Londen) de pan uit gerezen. Ook in Nederland kennen we situaties waar een mooi erf met een goede woning (en paardenstal) al snel de waarde heeft van 15 ha grond.
Veel van die kleine bedrijven worden overgedragen naar een volgende generatie hobbyboeren. Maar soms zijn het echte bedrijven die ook nog veel grond (los) huren voor contractteelten. In beide gevallen krijgt de Engelse belastinginspecteur steeds meer moeite de bedrijfsovername te regelen tegen zogenaamde 'agrarische waarde'.
De waarde ligt in het maatschappelijk verkeer immers hoger en de beperkte oppervlakte lijkt niet essentieel voor verdere bedrijfsvoering. En dus meer stakingswinst en een hogere belastingafdracht. Overigens is het zeer de vraag of zo'n ontwikkeling de concurrentiepositie verslechtert. Het betekent vooral dat iemand die met pensioen gaat minder over houdt.

dinsdag 3 juli 2007

boer en belasting

Belasting betalen is voor velen geen favoriete bezigheid. Als je naar de internationale statistieken kijkt slagen boeren er overigens wonderwel in de belastingontvanger te ontlopen. Vorige week waren we op Wye College bijeen om de stand van zaken in de wetenschap te taxeren. Die is nog niet ver, we beperken ons nog vooral tot overzichten van de wetgeving en de boervriendelijkheid ervan. Kwantitatieve gegevens zijn er al veel minder en modellen waarin het gedrag van ondernemers op dit vlak goed is gemodelleerd of op zijn minst in andere beslissingen is meegenomen, heb ik niet gezien.
Belastingen kun je instellen omdat de overheid geld moet hebben of om het gedrag van mensen te veranderen. Op het laatste punt lijken we vaak weinig effectief. Een voorbeeld was indertijd de verhoging van het BTW tarief op bestrijdingsmiddelen, met als gevolg dat velen een BTW boekhouding gingen voeren en het tarief dus nul werd en de effecten op de winkelprijs van aardappelen verwaarloosbaar. Vooral de accountantskantoren profiteerden van de BTW aangifte. Overigens zijn er in het verleden wel voorbeelden geweest van effectieve belastingen: de WIR bijvoorbeeld die investeringen sterk stimuleerde. Maar dat kostte dan ook wat.
.
Fluid farm structures
Een van de Engelse inleiders in Wye legde nog eens uit dat bedrijfsstructuren tegenwoordig erg flexibel en moeilijk waar te nemen zijn: het is niet meer 1 locatie met 1 bedrijf en 1 gezin. En hoe meer je in de statistieken of de wetgeving de structuur 'hard' verklaard, hoe sneller ze voor je ogen verdwijnt. Zo bevoordeelt de Engelse wetgeving een bedrijfsvorm van eigendom en zelf doen, met als gevolg dat er daarbinnen allerlei samenwerkingsvormen en contracten ontstaan om toch de schaalvoordelen te behalen.
Wetenschappers zouden graag minder energie willen zien op belasting-management. De wereld is welvarender bij een brede heffingsbasis voor belastingen met weinig uitzonderingen en een lage marginale belastingvoet. Zodat ons gedrag zoweinig mogelijk door belastingen wordt ingegeven en dicht blijft bij wat we zelf echt willen.
Verliezers daarvan zijn iedereen die zich met belastingen bezig houden, inclusief de betrokken wetenschappers. Die kunnen dan nog nuttiger dingen gaan doen.
.
foto: rupsen in Oranjezon. Foto Johan Looman

twee ha per auto

In de nieuwste uitgave van SPIL rekenen landbouweconomen Herman Stolwijk en Paul Veenendaal voor dat een auto die volledig op biobrandstoffen rijdt, ruim 2 ha nodig heeft. Bij 600 miljoen autos op de aardkloot die 1% biobrandstoffen gebruiken is dus 14 miljoen ha nodig.
De doelstelling van de EU om 10% bij te mengen in 2020 is dan ook erg ambitieus, zo rekenen de heren voor. Stel dat we door zuiniger auto's en meer energie uit een hectare dan nog 1,5 ha per auto nodig hebben, dan praten we in de EU-15 ook al over 33 miljoen ha, of wel 17 keer het Nederlandse areaal cultuurgrond.
Geen wonder dat grond snel duurder wordt. De ontwikkeling zal wel een paar effecten uitlokken, vermoed ik. De technische ontwikkeling wordt versneld zodat we nog maar 1 ha nodig hebben, mogelijk worden genetische modificatie van gewassen en kernenergie weer snel bespreekbaar en de investeringen in de olieindustrie en in het bijzonder in teerzanden in Alberta (kostprijs $40,- per barrel) worden opgevoerd. En zo komt dan de doelstelling zelf ter discussie - dit soort Lissabonachtige doelstellingen wordt wel vaker niet gehaald. Denk aan de 10% biologisch - maar misschien kunnen we het combineren in biologische biobrandstoffen.
.
Herman Stolwijk en Paul Veenendaal: zijn de klimaat- en energiedoelstellingen haalbaar en verstandig? in: SPIL 235-236 / 2007-2

maandag 2 juli 2007

waarde van toeslagrechten ctnd

Eerder (De landbouw verandert: Bloot land) hadden we het hier over de waarde van afzonderlijk verhandelbare toeslagrechten. Nu ik toch in Engeland was, vroeg ik eens even na hoe het daar zit. Tussen de 1,3 en 1,8 keer de earnings (de jaarlijkse betaling) zo vertelde een deskundige mij. De belangrijkste reden voor de lage waardering zou de geringe hoeveelheid 'naked land' (bloot land) zijn die in Engeland beschikbaar is om de los gekochte rechten uit te oefenen. De facto is het recht dus erg aan de grond gekoppeld.

aboriginal quote

Aboriginals vieren hun verjaardag niet, maar het feit dat ze iets hebben geleerd - zo las ik in een column van Steven Faber in Private Investments, een blad van Van Lanschot Bankiers

landbouwonderwijs herstructureert

De landbouw verandert en ook het landbouwonderwijs herstructureert. Ik was vorige week op Wye College in Engeland, en daar is dat goed te zien. Wye is een heel Engels dorpje tussen Canterbury en Ashford. Wye college dateert uit de 15e eeuw en heeft een grote naam opgebouwd als agrarisch college (universiteitsniveau) in de landbouweconomie. Nu staat het op het punt te worden opgeheven.
Rond 2000 liep het studentenaantal sterk terug. Om kwaliteit te handhaven werd Wye College een faculteit van de University of London. Die deed een jaar of vier geleden Wye over aan Imperial College, een technische universiteit in Londen die sterk wilde zijn in de Life Sciences en daartoe vond dat het het ook wel een landelijk gelegen, praktisch georienteerde campus op het platteland kon gebruiken. In de medische sector deden ze iets soortgelijks.
.
Proefboerderij als bouwterrein
Na een jaar trad bij Imperial college een nieuw bestuur aan dat de strategie bijstelde. Enkele goede mensen in de technische hoek waren inmiddels naar Londen overgeplaatst en Imperial zag vooral mogelijkheden om de grond van de proefboerderij over te doen aan een projectontwikkelaar om 400 huizen te bouwen. Het college werd met sluiting bedreigt.
De economische staf heeft nu onderdak gevonden bij de Kent Business School van de Universiteit van Kent, in het iets verderop gelegen Canterbury. De algemene verwachting is dat die het College wel zullen sluiten en de activiteiten in Canterbury zullen concentreren. Over de huizenbouw wordt vooral gespeculeerd.
Herstructurering van het onderwijs lijkt niet veel af te wijken van de herstructurering in de bankenwereld. Vandaag werk je voor ABNAmro, morgen achter hetzelfde bureau voor Barclays.
Voor het dorpje Wye zelf zijn de gevolgen natuurlijk ook groot. Een eerste verandering trad al op toen zo'n tien jaar geleden de Engelse studenten wegbleven en de Chinezen kwamen. De Engelsen woonden graag bij particulieren, die geinvesteerd hadden in kamers en studios. De chinezen voelen meer voor samen op de studentenflat.
De naam van Wye leeft in ieder geval nog voort in de de UN Wye City Group, een statistische studieclub van de Verenigde Naties die zich buigt over inkomens op het platteland en plattelandsontwikkelingsstatistieken. Ik vergaderde met hen in Londen, nu even not the place to be. Vandaar de foto.

zondag 1 juli 2007

Lang leve de verstedelijking

Gisteren liepen we door het natuurgebied Oranjezon, in de Manteling van Walcheren. Een duingebied uit het Markiezaat van Veere dat Markies Koningin Wilhelmina eind 19e eeuw aan het Middelburgse drinkwaterleidingbedrijf verkocht. Sinds een jaar of tien is het alleen nog een calamiteiten-waterwingebied en allereerst een prachtig natuurgebied.
Het bracht het gesprek als vanzelf of de volle randstad. Ik opperde nog dat die wellicht niet vol genoeg is, als het nog net wat drukker zou zijn kun je elke 3 minuten metros laten rijden en komen we van de files af. Het bleek onder de borrel geen populair argument.
Vanochtend las ik dat de Verenigde Naties (UNFPA) van de week heeft geconstateerd dat verstedelijking van de wereldbevolking (meer dan de helft van de mensen woont nu niet meer op het platteland maar in de stad) ten onrechte als een groot probleem wordt afgeschilderd. Steden bieden nog altijd veel voordelen voor economische groei, het oplossen van milieuproblemen en kansen voor mensen op te ontsnappen aan armoede en sociaal isolement.
In Azie en Afrika komen er elke week een miljoen stadsbewoners bij, vooral in steden tot 500.000 inwoners. Vooruitgang dus, dan blijft er ruimte over buiten de steden. Voor landbouw en natuur en om de zon oranje ten onder zien gaan. Oranjezon heet overigens naar de familie van de Markies van Veere.
Op de foto een landschap met soya in Servie

handel in of belasting op CO2?

Al eerder tracteerde ik je hier op een inleiding hoe je volgens economen het best de CO2 uitstoot omlaag krijgt, met een handel in emissierechten of met een belasting. In theorie het laatste: als overheid hoef je dan alleen maar uit te laten rekenen wat de schade is van een extra ton CO2 uitstoot (de zogenaamde marginale kosten). Dat wordt je belasting.
Handel vereist het vaststellen van een quotum (het plafond van rechten dat je toestaat), en om dat vast te stellen moet je ook weten wat de optimale hoeveelheid uit te stoten CO2 is, gebaseerd op niet alleen de kosten van extra uitstoot maar ook de kosten om die te voorkomen.
Daar komt nog bij dat die informatie onzeker is en in de tijd verandert. Zit je er naast met een belasting, dan kun je die in de loop der tijd makkelijk aanpassen. Zit je er naast met de quota (wat ook makkelijk kan omdat door de emissies in goede tijden hoger zijn dan in slechte) dan heeft dat een relatief groot effect op de waarde van de rechten. Melkveehouders met melkquota kunnen daar van meepraten. En dat heeft weer direct forse effecten op de economie. De prijzen van rechten kunnen nogal varieren, en die onzekerheid kost geld.
Wat je deels weer kunt oplossen door minimumprijzen in zo'n systeem te zetten, maar economen zien toch liever een belasting. Levert nog geld op voor de overheid ook, waarmee je andere economisch inefficiente belastingen kunt afschaffen. Voorlopig houden we in Europa wel een handelssysteem, en vergeleken met de US geldt hier: beter iets dan niets. Maar het kan nog beter.

Zie ook The Economist, Economics focus: 16.6.2007

zaterdag 30 juni 2007

Uitspanning

Gisteren schreef ik over maisopslag in Servie, hier nog even een fotootje. Servie heeft overigens op een bijzondere manier last van het feit dat Roemenie lid van de EU is geworden: er zijn geen goedkope Roemeense gastarbeiders meer te krijgen, die zitten inmiddels in het westen. Ook arbeid is mobiel op de internationale markt en zoekt de hoogste lonen op. Substitutie is overal.
Ik rond de serie Servie af met het begrip Salas. In Salas 137 sloot ik mijn bezoek aan Servie af. Een Salas is een uitspanning op het platteland. In de loop der tijd zijn er heel wat paarden uitgespand, want ze bestaan sinds de 12e eeuw.
Onder oude bomen vind je in een salas een herberg / cafe, een aantal open restaurants die als feestzaal gebruikt kunnen worden en diverse terassen. De activiteiten zijn vaak uitgebreid met paardrijden, vissen, wandelen en nu soms ook golf. Voor vreemdelingen worden er traditionele volksdansen opgevoerd. Conserverende bastions van locale cultuur zo werd me duidelijk.

vrijdag 29 juni 2007

de servische landbouw

Het is oogsttijd in Servie. Ik bezocht er vorige week een akkerbouwbedrijf van 100 ha. Dat is niet normaal, het gemiddelde bedrijf is vermoedelijk nog geen 10 ha groot. En er zijn nog een paar kolchoze-achtige bedrijven van duizenden ha.
Dit bedrijf van 100 ha was dus niet typisch. Ik heb ook nog zelden zo'n schoon bedrijf gezien - je kon er van de grond eten. Het bedrijf teelt mais, tarwe en soya. Het is al drie generaties in de familie, wat menigeen verbaasde: hoe was dat nu weer mogelijk.
Er stond een twee jaar oude Case tractor, volgens de eigenaar meer dan 70.000 euro waard, die zo uit de showroom gereden leek. Combines gaan veel langer mee, dus daarvan zie je alleen oude modellen (zie foto) en blijkbaar is er bij een opbrengst van een paar ton per ha en lage graanprijzen niet veel extra te verdienen met dure nieuwe technologie.

Dure grond
Ik vraag bij een bedrijfsbezoek meestal even naar de grondmarkt, dat geeft meestal wel een beeld van de normale verdiensten zonder dat je naar inkomen hoeft te vragen (en die hangen veel meer van de persoon af). In dit geval was die zo'n 7000 euro per ha, wat voor het oude Oostblok niet mis is.
Volgens de betrokken boer lag de prijs ook hoog vanwege de nabijheid van de stad (we waren met een paar stadsbussen nog geen 25 kilometer van Novi Sad beland), en een groot perceel langs de doorgaande weg bracht beduidend meer op. Voor het geval de IKEA komt. Ook in Servie heeft de grond dus verwachtingswaarde. Ook hier was de stemming in het kader van de biofuel (er ging binnenkort een fabriek in de buurt open) optimistisch.
Een hoogleraar marktkunde vroeg naar de afzetcontracten. Het bleek dat net als elders in het oostblok hier de privatisering van graansilos in het nadeel van de boeren is uitgepakt: handelaren zijn eigenaar van de silos geworden, cooperaties nieuwe stijl zijn er niet en de boeren kunnen hun tarwe dus bij de oogst in een silo inleveren en krijgen dan of een lage prijs in de oogsttijd of een wat hogere prijs later, waarbij ze echter alleen tegen kosten naar een concurrent kunnen. Mais is een uitzonderingL die wordt met de kolf op de boerderij in speciale open maisrennen bewaard.

zondag 24 juni 2007

novi sad

Novi Sad, Servie, is een alleraardigste plaats voor een bezoek. Het ligt aan de Donau en een grote vesting, gebouwd door de bekende Franse vestingbouwer Vauban, kijkt op de stad uit. Tot trots van de Serviers is het fort nooit gevallen.
De binnenstad zelf maakt een Midden-Europese indruk. Een katholieke katedraal. Veel huizen in de middeneuropese zuurstokkleuren oker, geel, roze, lichtblauw. En zelfs een groot pand in Bauhaus stijl (zie foto). De echte Balkan begint ten zuiden van Belgrado, zo zei iemand.
Ook de dorpjes maakten op mij een Hongaarse indruk. Huizen in lintbebouwing, allemaal met eigen erf, dat hier en daar matig is bestraat. Groenteteelt en kleinvee rond de huizen. Zelfs de boer van honderd ha die we bezochten had twee varkens voor eigen consumptie.
Kortom dit deel van de Balkan maakt een zeer europese indruk.

zaterdag 23 juni 2007

naar de balkan

Servie. Ik was er deze week even naar toe en vandaar dat het op deze webstek rustig was. Niet voor het voetballen maar voor het 100ste seminar van de EAAE. Een feestje waard dus, want in die 100 seminars is er heel wat kennis over landbouweconomie uitgewisseld. Vandaag wat reiservaringen, komende dagen nog wat informatie over de landbouw in Servie.
Wat de reis betreft begon de Balkan woensdag al op Schiphol. Voor mij stonden enkele tuinders die blijkbaar naar hun bloemen gingen kijken en wel betaald hadden, maar geen ticket bij zich hadden. Dat kostte veel tijd en telefoontjes. En zelf stond ik in de computer van JAT om onduidelijke reden op standbye: nog meer telefoontjes. Haalde dus met stevig doorstappen naar het eind van de D-pier nog maar net het vliegtuig.
Overigens is JAT een moderne vliegtuigmaatschappij want ze hebben 'free seating': je mag zitten waar je wil. Het schijnt dat dat goedkoper is en je sneller de mensen het vliegtuig in hebt, omdat je eerst de rijen bij het raam vult. Economie is overal.
Ik zat dus gangpad naast een Servier die 9 jaar geleden als jongen naar Canada was vertrokken en nu voor het eerst terugging. Uit verveling en in spanning had hij tijdens de wachttijd op Schiphol al flink wat ingenomen. Dat is het nadeel van al die transit-passagiers op Schiphol (twee jaar geleden maakte ik op een vlucht naar Mexico mee dat een paar dronken Russen boven de Atlantische oceaan een barst in een raam sloegen), hoewel ze er natuurlijk aan bijdragen dat ook wij nu naar veel bestemmingen kunnen vliegen. Hij was de eerste die me verzekerde dat Serven veel aardiger zijn dan we denken. Dat wou ik wel geloven, ik had die ervaring al met enkele collega's en het is iets wat je uberhaupt vaak ervaart in arme en soms ook minder democratische landen. Hij voegde de daad bij het woord door zijn charmes uit te oefenen op de Servische die naast hem zat, met gemengd resultaat.

Hittegolf
En zo stond ik ruim 2 uur later in de hittegolf van Servie. 37 graden door een sirocco. Achteraf bleek dat men mij van het vliegveld wilde afhalen, maar die verrassingsactie was me niet bekend en niets vermoedend nam ik dus de bus naar Belgrado. Men heeft nog een uur naar me gezocht maar ook de Servische luchthavenpolitie had me niet gesignaleerd, zo hoorde ik later.
Belgrado biedt deels de verwachte communistische woonblokken en een slechte staat van onderhoud van alles wat publieke investeringen zijn, zoals het openbaar vervoer en het asfalt. Maar deels is de stad ook duidelijk booming met nieuwe westerse hotels en winkelcomplexen. In zo'n land kun je eigenlijk beter de bus nemen, maar ik liet me afzetten bij het treinstation.

De trein en het boeren-interview
Novi Sad is een forse stad op 84 km afstand van Belgrado, maar de eerstvolgende trein in de avondspits liet bijna twee uur op zich wachten - en zou er dan anderhalf uur over doen om de bestemming te bereiken. Tijd voor een verfrissing. Vervolgens een lange rij voor de kaartjes loketten die niet opschoot, zodat ik nog bijna de trein miste. Maar het leuke van locaal openbaar vervoer is dat, als je geluk hebt, je mensen spreekt.
En geluk had ik. Na enige tijd het landschap bewonderd te hebben (vlak, leeg, soya, graan, mais en wat suikerbieten) sprak iemand me in uitstekend Engels aan. Het bleek een boer uit het Noorden te zijn, maar dit was niet zijn eerste beroep want hij had eerder bij de TV gewerkt. Vandaar zijn talenkennis. Maar na de oorlog was hij boer geworden: 12 ha, een stuk of 15 koeien (Holstein Frisian en Siementhaler) en wat varkens. Hij was een dagje naar Belgrado geweest om bij de rechter zijn scheiding te regelen. Z'n ex, die als stadse niet zoveel op had met zijn landbouwavontuur, had 100 euro per maand geeist, maar de rechter had het op 50 afgemaakt. Wat hem tot tevredenheid stemde, want hij had in de oorlog een kogel in zijn hoofd gekregen en zijn knie beschadigd en kreeg nu een oorlogsuitkering van 150 euro per maand. Daar bleef dus nog wat van over.
En intussen had hij de liefde hervonden en al weer een zoontje. Zijn tweede vrouw was een Slowaakse. Het duurde een poosje voor me duidelijk werd dat er al sinds de kerkhervormer Jan Hus (geboren 1370) een protestantse minderheid uit het katholieke Slowakije in Servie woont, die nog steeds Slowaaks wordt genoemd. Blijkbaar minder geintegreerd dan bij ons de Hugenoten. Hij maakte nu Slowaakse streekproducten zoals worstjes, die zijn moeder in Belgrado aan de man bracht. Maar dat business model liep wel gevaar omdat zijn moeder aan kanker bleek te lijden. Verder klaagde hij dat de prijzen van geimporteerde goederen in de landbouw hoog waren. Maar ook in de Servische landbouw zitten de grootste risico's blijkbaar in de 3 D's van Death, Disabled en Divorce, zo legde ik mijn reisgenoot voor. Wat prompt met een lach beaamd werd.

Kortom je hoort heel wat lief en leed als je de goede mensen in de trein treft, belangstelling toont en een paar goede open vragen stelt. En aan leed is er in Servie geen gebrek, maar de ontvangst is er alleraardigst. Bovenal willen mensen benadrukken dat de westerse wereld de Serven verkeerd op het netvlies heeft staan. Schuld van de politici en de media. Maar de werkelijkheid is veel mooier dan we denken. En dat is ook zo - wat niet wegneemt dat het democratisch gehalte van sommige Serven nog wel wat omhoog kan, zo werd me later in de week duidelijk.
.
op de foto een detail van de stadsbussen van Novi Sad