Fair Trade, Puur & Eerlijk, het zijn maar enkele van de voorbeelden waarin de consument aangesproken wordt op "eerlijk" zaken doen. Waarbij eerlijk niet duidt op afwezigheid van fraude of gedrag dat niet mag volgens de mededingingswet, maar op het betalen van een "eerlijke" prijs.
Economen vinden "eerlijke" prijs een lastig concept, ze zien de prijs als een uitkomst van een onderhandeling, die een signaal afgeeft wat kopers willen betalen en waartegen sommige producenten blijkbaar willen produceren. En waarom zou iemand meer betalen dan strikt nodig - de wereld draait op eigenbelang, niet op onbaatzuchtigheid.
Toch is er aantoonbaar gedrag waarin mensen iets voor een ander over hebben zonder eigen belang. Zelfs als de relatie eenmalig is (bij een reeks transacties kun je nog denken als ik jou vandaag aai, aai jij mij morgen, dus is iets wat onbaatzuchtig lijkt, dat niet per definitie).
Gegeven dat er zoiets is als onbaatzuchtigheid (fairness, selflessness) is de vraag waar het vandaan komt. Er doen twee verklaringen de ronde. De ene is dat de sociale psycholo een restant is van onze oer-voorouders. Als die in kleine clans leefden waarin bijna iedereen familie van elkaar was, en ons genetisch gedrag is er vooral op gebaseerd de eigen genen door te geven, dan zou het handiger kunnen zijn om iedereen te vertrouwen en wat toe te stoppen in plaats van daarbij onderscheid te maken tussen familie en niet-familie (als dat energie kost).
De andere verklaring is dat onbaatzuchtigheid en fair play een sociaal construct is, dat onstaan zou kunnen zijn door culturele veranderingen zoals het ontstaan van handel en georganiseerde godsdienst. Dat zou dan ook kunnen verklaren waarom de ene maatschappij veel meer onbaatzuchtigheid kent dan de andere.
Handel leidt tot eerlijkheid
De tweede verklaring heeft aan waarschijnlijkheid gewonnen door een onderzoek van Joseph Henrich (Un. of British Columbia) c.s. dat in Science is gerapporteerd, zo meldt the Economist. Zij maten de mate van eerlijkheid in 15 kleine maatschappijen, van een jagersvolk in Siberie tot nomaden in Tanzania en vissers in Columbia. Dat kan door een aantal tests o.a. de zgn. dictatortest waarin mensen gevraagd wordt een som geld over zichzelf en iemand anders (die ze niet kennen) te verdelen. De verdeling (hoe zou jij het doen?) zegt al heel wat. Een variant laat de ontvanger van zijn helft een grens noemen voor aanvaarding of afwijzing (waarmee geen van beide wat krijgt). Zo kun je zien of mensen straffen zelfs ten koste van zichzelf (het omgekeerde van belonen ten koste van jezelf).
De onderzoekers keken ook welk percentage van de calorien die deze volkeren eten, uit eigen bedrijf (visserij, jacht, landbouw) komt, en welk deel ze aankopen of ruilen. Ze keken ook nog naar de mate waarin mensen aan een internationaal kerkgenootschap verbonden waren.
Resultaat van deze exercitie: ideeen over eerlijkheid nemen toe naarmate men meer in de markt is geintegreerd. De volkeren die nog het meest op de oervaderen lijken door veel zelfvoorziening en weinig ruilen of handelen hielden het minst rekening met eerlijkheid. Het straffen van oneerlijkheid in transacties kwam minder voor. Maar als de marktintegratie toeneemt, zijn mensen eerder bereid anderen te straffen voor oneerlijkheid, zelfs ten koste van zichzelf. Godsdiensten met een morele code hielpen ook. Max Weber wees daar ooit al eerder op: protestantisme bevordert hard werken en succes, en daarmee ook handel.
Het is verleidelijk om met deze resultaten verder te speculeren voor de Nederlandse situatie: door onze grote mate van marktintegratie (internationale handel) ontwikkelen wij ook de dominees-ideeen van eerlijke handel, fair trade. En wat daar dus niet bij hoort is een ontwikkeling naar zelfvoorziening - dan komt de notie van eerlijke handel met bv. derde landen weer op de koffie. En niet die van het type Max Havelaar. Hier liggen mogelijkheden voor verder onderzoek.
Gebaseerd op The Economist: Fair Play, the origins of selflessness. 20 Maart 2010
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
woensdag 31 maart 2010
dinsdag 30 maart 2010
ratten rationeel verslaafd
Ratten worden verslaafd aan junk food, zo kopt de NRC vanavond groot op de wetenschapspagina op basis van een paper in Nature. Daarmee suggererend dat ook mensen fysiek verslaafd aan junk food kunnen zijn, net als aan alcohol of drugs.
Economen trekken dan het model van de Rationele Verslaving van Gary Becker uit de kast. Onder het kopje dik verslaafd las je hier vorig jaar augustus al hoe dat werkt.
Economen trekken dan het model van de Rationele Verslaving van Gary Becker uit de kast. Onder het kopje dik verslaafd las je hier vorig jaar augustus al hoe dat werkt.
maandag 29 maart 2010
eten in middelburg
Voor wie nog een keer in Middelburg wil eten een restauranttip: Vriendschap aan de Markt bij het stadhuis.
zondag 28 maart 2010
biodiversiteitsbraak
Vervang dat bos in Brazilie maar door landbouwgrond, dat heeft Europa afgelopen millenium ook gedaan. In de NRC van dit weekend citeert Karel Knip dat advies van de Amerikaanse onderzoekers Pitesky cs. in een artikel over klimaat en vee.
Voor Duitse deskundigen rond milieu en biodiversiteit is dat een van de redenen om te adviseren dat we in Europa meer moeten doen aan natuurbraak (naast bebossing), omdat we anders weinig recht van spreken hebben in de wereld. Dat werd me van de week duidelijk in een workshop die Wageningen UR belegde met Duitse en Zwitserse denkers over landbouwbeleid en natuur.
De Zwitsers zijn in een vergevorderd stadium van nadenken om hun landbouwbeleid helemaal om te zetten naar publieke doelen: de overheid betaalt dan per ha voor beheer van het cultuurlandschap, biodiversiteit (dat woord is het aan het winnen van het aloude "natuur"), dierwelzijnsbijdrage (per dier), een landschapskwaliteitsbijdrage en zelfs een -discutabele- zelfvoorzieningsbijdrage (om in tijden van nood ook over echte suiker te beschikken). De hoogte van de betalingen wordt op marginale kosten (opportunity costs) gesteld: bij meer aanbod, daalt de betaling. Wat ook betekent dat als de graanprijs stijgt, de premies omhoog gaan want m.n. bij boerennatuur moet je concurreren met landbouwproductie. Zodat de vraag dus prijsgevoelig wordt en de burger via de politiek kan kiezen om wat meer aan graanproductie in minder aan natuur te doen.
De betalingen zullen wel lager uitvallen dan nu het geval is, dus er komt dan tijdelijk ook nog een Aanpassingsbijdrage. Al met al staat het niet zo ver af van de theorie van de Nederlandse houtskoolschets.
Natuurbraak
De SRU, de Duitse adviesraad voor het milieu, heeft een statement uitgebracht waarin ze in principe ook diensten willen zien voor de directe betalingen. Zij zien die in een verplichte natuurbraak per bedrijf. Ik kreeg de indruk dat ze er een ingewikkelde gedachtegang en berekeningsmethode bij voor ogen hebben, maar in een simpele vorm zou het er zo uit kunnen zien:
De huidige direkte betalingen worden omgezet in een verplichting tot een aantal ha natuurbraak in bv. 2020. Simpel uit te rekenen door het bedrag dat je nu krijgt te delen door het saldo van granen in het gebied. Als overgangssysteem verplicht je tot 10% van dat areaal aan braak in bv. 2013, 20% in 2014 etc. Elke boer krijgt het recht op elk moment uit het systeem te stappen: je hoeft dan niet te braken en krijgt ook geen direkte betalingen meer. Als er veel mensen uitstappen (vermoedelijk vooral in hoogproductieve gebieden en als -door inflatie of anders- de prijzen stijgen) dan houdt de overheid een pot middelen over die ze zoals in het Zwitserse systeem kan besteden voor natuur op die plekken waar ze het liefst (qua prijs en natuurkwaliteit) natuur wil hebben.
Het idee lijkt een beetje of het obligatie-systeem (bond system) dat de Denen ooit verzonnen. Dat was vooral om van de landbouwondersteuning af te komen. Dit lijkt me meer kans maken omdat er een systeem blijft en de milieuwereld voor zou kunnen zijn. Enfin blijkbaar verschuift de discussie van wie krijgt wat aan premies naar wat is een acceptabele manier om veranderingen tot stand te brengen.
Voor Duitse deskundigen rond milieu en biodiversiteit is dat een van de redenen om te adviseren dat we in Europa meer moeten doen aan natuurbraak (naast bebossing), omdat we anders weinig recht van spreken hebben in de wereld. Dat werd me van de week duidelijk in een workshop die Wageningen UR belegde met Duitse en Zwitserse denkers over landbouwbeleid en natuur.
De Zwitsers zijn in een vergevorderd stadium van nadenken om hun landbouwbeleid helemaal om te zetten naar publieke doelen: de overheid betaalt dan per ha voor beheer van het cultuurlandschap, biodiversiteit (dat woord is het aan het winnen van het aloude "natuur"), dierwelzijnsbijdrage (per dier), een landschapskwaliteitsbijdrage en zelfs een -discutabele- zelfvoorzieningsbijdrage (om in tijden van nood ook over echte suiker te beschikken). De hoogte van de betalingen wordt op marginale kosten (opportunity costs) gesteld: bij meer aanbod, daalt de betaling. Wat ook betekent dat als de graanprijs stijgt, de premies omhoog gaan want m.n. bij boerennatuur moet je concurreren met landbouwproductie. Zodat de vraag dus prijsgevoelig wordt en de burger via de politiek kan kiezen om wat meer aan graanproductie in minder aan natuur te doen.
De betalingen zullen wel lager uitvallen dan nu het geval is, dus er komt dan tijdelijk ook nog een Aanpassingsbijdrage. Al met al staat het niet zo ver af van de theorie van de Nederlandse houtskoolschets.
Natuurbraak
De SRU, de Duitse adviesraad voor het milieu, heeft een statement uitgebracht waarin ze in principe ook diensten willen zien voor de directe betalingen. Zij zien die in een verplichte natuurbraak per bedrijf. Ik kreeg de indruk dat ze er een ingewikkelde gedachtegang en berekeningsmethode bij voor ogen hebben, maar in een simpele vorm zou het er zo uit kunnen zien:
De huidige direkte betalingen worden omgezet in een verplichting tot een aantal ha natuurbraak in bv. 2020. Simpel uit te rekenen door het bedrag dat je nu krijgt te delen door het saldo van granen in het gebied. Als overgangssysteem verplicht je tot 10% van dat areaal aan braak in bv. 2013, 20% in 2014 etc. Elke boer krijgt het recht op elk moment uit het systeem te stappen: je hoeft dan niet te braken en krijgt ook geen direkte betalingen meer. Als er veel mensen uitstappen (vermoedelijk vooral in hoogproductieve gebieden en als -door inflatie of anders- de prijzen stijgen) dan houdt de overheid een pot middelen over die ze zoals in het Zwitserse systeem kan besteden voor natuur op die plekken waar ze het liefst (qua prijs en natuurkwaliteit) natuur wil hebben.
Het idee lijkt een beetje of het obligatie-systeem (bond system) dat de Denen ooit verzonnen. Dat was vooral om van de landbouwondersteuning af te komen. Dit lijkt me meer kans maken omdat er een systeem blijft en de milieuwereld voor zou kunnen zijn. Enfin blijkbaar verschuift de discussie van wie krijgt wat aan premies naar wat is een acceptabele manier om veranderingen tot stand te brengen.
zaterdag 27 maart 2010
Indoor Brabant en het NCO
De vrijdagmiddag bracht ik genoeglijk door bij Indoor Brabant waar ZLTO een interessant gezelschap bij elkaar had gebracht in zijn skybox om te praten over Nieuw Cooperatief Ondernemen. De ketenpartijen worden steeds groter en dat de roept de vraag op wat de positie van de boer en tuinder wordt: een grondstofleverancier die grond, arbeid en vakkennis beschikbaar stelt of mag het ook wat innovatief-ondernemender zijn?
Het leidde bij mij tot drie inzichten:
* de ondernemers bij mij in de Dorpsstraat die met een dik contract franchise-ondernemer zijn voor de DA drogist of de Albert Heijn of de doe-het-zelf keten zijn nog wel degelijk ondernemer: ze zoeken naar goed personeel, organiseren activiteiten om ons de winkel in te krijgen, zoeken soms naar een tweede locatie voor hun business. Ze zijn misschien wel meer ondernemer dan sommige boeren van nu.
* de (internationale) cooperaties krijgen te maken met meer verschillen tussen leden en worden voor verduurzaming van hun toeleveringen meer afhankelijk van de boeren en tuinders. De cooperatie die zijn leden het best duurzame innovaties weet te ontlokken, levert het duurzaamste product en krijgt de business van de retail. Het zijn niet de hoofdkantoren en de buitendienst van de cooperatie die de innovaties in duurzaamheid op primair bedrijfsniveau kunnen bedenken, het zijn de boerenleden die die kennis hebben.
* boeren die niet afhankelijk van die ketens willen zijn en veel innovatief ondernemerschap aan de dag willen leggen kunnen hun ei kwijt in de korte ketens van de multifunctionele landbouw.
En verder genoten we natuurlijk van het springconcours om de prijs van het Brabants Dagblad. Leuk om eens mee te maken.
Het leidde bij mij tot drie inzichten:
* de ondernemers bij mij in de Dorpsstraat die met een dik contract franchise-ondernemer zijn voor de DA drogist of de Albert Heijn of de doe-het-zelf keten zijn nog wel degelijk ondernemer: ze zoeken naar goed personeel, organiseren activiteiten om ons de winkel in te krijgen, zoeken soms naar een tweede locatie voor hun business. Ze zijn misschien wel meer ondernemer dan sommige boeren van nu.
* de (internationale) cooperaties krijgen te maken met meer verschillen tussen leden en worden voor verduurzaming van hun toeleveringen meer afhankelijk van de boeren en tuinders. De cooperatie die zijn leden het best duurzame innovaties weet te ontlokken, levert het duurzaamste product en krijgt de business van de retail. Het zijn niet de hoofdkantoren en de buitendienst van de cooperatie die de innovaties in duurzaamheid op primair bedrijfsniveau kunnen bedenken, het zijn de boerenleden die die kennis hebben.
* boeren die niet afhankelijk van die ketens willen zijn en veel innovatief ondernemerschap aan de dag willen leggen kunnen hun ei kwijt in de korte ketens van de multifunctionele landbouw.
En verder genoten we natuurlijk van het springconcours om de prijs van het Brabants Dagblad. Leuk om eens mee te maken.
vrijdag 26 maart 2010
Stellingen
Vandaag twee stellingen:
Er zit een fout in de redenering van de levensmiddelenindustrie dat vlees-vervangende vegetarische voedingsmiddelen hetzelfde eruit zouden moeten zien, ruiken en smaken en dezelfde structuur zouden moeten hebben als vlees. (de auteurs eigen waarneming in de plaatselijke supermarkt)
ROELAND COSTENOBLE, Technische Universiteit Delft (2008)
Economics is the only field in which two people, like Myrdal and Hayek, can share a Nobel Prize for saying opposing things.
MOTI JALETA DEBELLO, Universiteit Wageningen (2007)
En dat allemaal om aandacht te vragen voor een fraaie website met veel laatste stellingen: http://www.hora-est.nl/ Met dank aan Wageningen UR's Resource voor de tip.
Er zit een fout in de redenering van de levensmiddelenindustrie dat vlees-vervangende vegetarische voedingsmiddelen hetzelfde eruit zouden moeten zien, ruiken en smaken en dezelfde structuur zouden moeten hebben als vlees. (de auteurs eigen waarneming in de plaatselijke supermarkt)
ROELAND COSTENOBLE, Technische Universiteit Delft (2008)
Economics is the only field in which two people, like Myrdal and Hayek, can share a Nobel Prize for saying opposing things.
MOTI JALETA DEBELLO, Universiteit Wageningen (2007)
En dat allemaal om aandacht te vragen voor een fraaie website met veel laatste stellingen: http://www.hora-est.nl/ Met dank aan Wageningen UR's Resource voor de tip.
donderdag 25 maart 2010
Boer is vrouw
De boer is steeds vaker een vrouw, zo kopte de Metro vandaag op de voorpagina in chocoladeletters met een foto van de koeien van de fam. Duijndam die voor het eerst naar buiten mochten en een sprongje maakten - de agrarische rokjesdag.
8,5% van de bedrijfsopvolgers is nu vrouw, en ze zijn ook hoger opgeleid dan de mannen, zo meldde de Metro. De vrouwen zien ook meer marktmogelijkheden, zo stelt het blad. Er is een vrouwelijke bollenteler die toeristen trekt met een educatief programma 'van bol tot bloem'. En een boerin die het bedrijf van haar man levend houdt met een spa en nog een paar koeien heeft voor het boerengevoel. Het concept boerderij kent blijkbaar geen grenzen.
En verder: op foodlog is er een discussie over megastallen en de transitie. Ik kon het niet nalaten even op de public agenda setting theory te wijzen.
8,5% van de bedrijfsopvolgers is nu vrouw, en ze zijn ook hoger opgeleid dan de mannen, zo meldde de Metro. De vrouwen zien ook meer marktmogelijkheden, zo stelt het blad. Er is een vrouwelijke bollenteler die toeristen trekt met een educatief programma 'van bol tot bloem'. En een boerin die het bedrijf van haar man levend houdt met een spa en nog een paar koeien heeft voor het boerengevoel. Het concept boerderij kent blijkbaar geen grenzen.
En verder: op foodlog is er een discussie over megastallen en de transitie. Ik kon het niet nalaten even op de public agenda setting theory te wijzen.
woensdag 24 maart 2010
schaalgrootte in conserven
Mijn column op Ziezo.bizz besteedde ik deze keer aan een LEI Rapport over de schaalgrootte problematiek in conserventeelt.
dinsdag 23 maart 2010
Op steenworp afstand
is de titel van een lijvig boek dat de WRR een paar jaar geleden uitgaf bij zijn 35 jarig bestaan. Ik kreeg het enkele weken geleden bij een lezing van een staflid van de WRR.
Het boek gaat over de brug tussen wetenschap en politiek. Het bevat een geschiedenis van de adviesraden voor de rijksoverheid, ooit het alleenrecht van de Raad van State. En het bevat een vergelijking met enkele andere Europese adviesorganen voor Future Studies / Strategic Planning. Met een aardige typologie van typen think tanks.
"You must think the unthinkable, but always wear a dark suit when presenting the results" is een van de leuke motto's in het boek.
Wim van der Donk en Anton Hemerijck schreven een mooi deel met de titel "Leren voor beleid: over regeren en vooruitdenken". Het alleraardigst vond ik de zeer openhartige interviews met een aantal WRR - VIPs, waarin je ook een indruk krijgt hoe het echt verliep tussen de ministerraad en de WRR. Zoals in het interview met Arie van der Zwan (die in zijn jonge Scheveningse jaren nog een blauwe maandag op het LEI werkte) die beroemd is geworden met het rapport over Plaats en Toekomst van de Nederlandse Industrie. Maar ook Ad Geelhoed, Ruud Lubbers, Hans Adriaansens (nu de Roosevelt Academy in Middelburg) en Dik Wolfson zijn enkele van de bekende namen die hun licht laten schijnen over nut en noodzaak van de WRR. Met hier en daar in de interviews zorgen om de kwaliteit van de ambtenarij.
Uit de landbouwhoek is er Rudy Rabbinge, die naam maakte met Grond voor Keuzen (dat liet zien dat er in de EU meer dan genoeg grond is voor voedselproductie). Hij legt uit dat het niet zijn meest vernieuwende rapport was (methodisch gezien), dat was Duurzame risico's.
Gerrit Zalm geeft in zijn interview sterk af op de toekomstverkenningen uit de begintijd van de WRR, hij meldt dat hij zich er vreselijk aan gestoord heeft. Methodologisch rammelden ze volgens Zalm omdat ze op geen enkele manier rekening hielden met het prijsmechanisme. "een typisch ingenieursmodel dat ook gebruikt was door de Club van Rome om aan te tonen dat we in 2000 geen energie meer zouden hebben of alle grondstoffen op zouden zijn". [volgens mij was dat 2050, maar dat terzijde -kjp]. Die kritiek gold ook het latere Grond voor Keuzen.
Zalm prijst Rabbinge als briljante geleerde in een strijd tegen biobrandstoffen, maar was het "grondig oneens" met Grond voor Keuzen. Voor de rest van Zalm's frustraties in deze leze men het boek (p. 478). Het doet me denken aan de discussies die we er zelf indertijd over voerden en die mijns inziens in ieder geval bijdroegen tot veel meer multidisciplinair werken en denken. Overigens kwamen uit economische beschouwingen niet heel andere conclusies op EU niveau.
Het interview met Rabbinge geeft ook nog een mooi inkijkje in de vorming van Wageningen UR. Hij legt uit hoe hij bij minister van Aartsen enige tijd als Raadsadviseur diende. In de tijd dat Bram Peper werd gevraagd om over Wageningen na te denken. Peper had daar maar beperkt verstand en dus had Rabbinge in belangrijke mate de hand in dat advies. En in de reactie van zijn minister. De interviewers constateren dat in zijn WRR periode Rabbinge een tijd de kamer deelde met Adriaansens, en samen werkten ze aan het WRR rapport Hoger Onderwijs in fasen. Adriaansens ging het daarna uitvoeren in het University College in Utrecht, Rabbinge via LNV in Wageningen UR als decaan.
Oud LNV minister Jozias van Aartsen raadpleegde de WRR en dus Rabbinge voor zijn Dynamiek en Vernieuwing, zo legt hij in zijn interview uit. Ook hij maakt zich zorgen over inhoudelijke kennis op ministeries. Maar voor LNV maakt hij een uitzondering: "Op het Ministerie van LNV hadden we natuurlijk Wageningen. Dat is een succesvolle en mooie universiteit met een grote waarde voor Nederland. De situatie op LNV is in die zin natuurlijk uniek. Het is een departement met een eigen wetenschappelijke achtergrond. Ik hoop dat die er altijd blijft".
Mooi boek dus, met die inkijkjes in de recente geschiedenis van de Haagse keuken.
Paul den Hoed en Anne-Greet Keizer (red.) Op steenworp afstand, Amsterdam University Press, 2007
Het boek gaat over de brug tussen wetenschap en politiek. Het bevat een geschiedenis van de adviesraden voor de rijksoverheid, ooit het alleenrecht van de Raad van State. En het bevat een vergelijking met enkele andere Europese adviesorganen voor Future Studies / Strategic Planning. Met een aardige typologie van typen think tanks.
"You must think the unthinkable, but always wear a dark suit when presenting the results" is een van de leuke motto's in het boek.
Wim van der Donk en Anton Hemerijck schreven een mooi deel met de titel "Leren voor beleid: over regeren en vooruitdenken". Het alleraardigst vond ik de zeer openhartige interviews met een aantal WRR - VIPs, waarin je ook een indruk krijgt hoe het echt verliep tussen de ministerraad en de WRR. Zoals in het interview met Arie van der Zwan (die in zijn jonge Scheveningse jaren nog een blauwe maandag op het LEI werkte) die beroemd is geworden met het rapport over Plaats en Toekomst van de Nederlandse Industrie. Maar ook Ad Geelhoed, Ruud Lubbers, Hans Adriaansens (nu de Roosevelt Academy in Middelburg) en Dik Wolfson zijn enkele van de bekende namen die hun licht laten schijnen over nut en noodzaak van de WRR. Met hier en daar in de interviews zorgen om de kwaliteit van de ambtenarij.
Uit de landbouwhoek is er Rudy Rabbinge, die naam maakte met Grond voor Keuzen (dat liet zien dat er in de EU meer dan genoeg grond is voor voedselproductie). Hij legt uit dat het niet zijn meest vernieuwende rapport was (methodisch gezien), dat was Duurzame risico's.
Gerrit Zalm geeft in zijn interview sterk af op de toekomstverkenningen uit de begintijd van de WRR, hij meldt dat hij zich er vreselijk aan gestoord heeft. Methodologisch rammelden ze volgens Zalm omdat ze op geen enkele manier rekening hielden met het prijsmechanisme. "een typisch ingenieursmodel dat ook gebruikt was door de Club van Rome om aan te tonen dat we in 2000 geen energie meer zouden hebben of alle grondstoffen op zouden zijn". [volgens mij was dat 2050, maar dat terzijde -kjp]. Die kritiek gold ook het latere Grond voor Keuzen.
Zalm prijst Rabbinge als briljante geleerde in een strijd tegen biobrandstoffen, maar was het "grondig oneens" met Grond voor Keuzen. Voor de rest van Zalm's frustraties in deze leze men het boek (p. 478). Het doet me denken aan de discussies die we er zelf indertijd over voerden en die mijns inziens in ieder geval bijdroegen tot veel meer multidisciplinair werken en denken. Overigens kwamen uit economische beschouwingen niet heel andere conclusies op EU niveau.
Het interview met Rabbinge geeft ook nog een mooi inkijkje in de vorming van Wageningen UR. Hij legt uit hoe hij bij minister van Aartsen enige tijd als Raadsadviseur diende. In de tijd dat Bram Peper werd gevraagd om over Wageningen na te denken. Peper had daar maar beperkt verstand en dus had Rabbinge in belangrijke mate de hand in dat advies. En in de reactie van zijn minister. De interviewers constateren dat in zijn WRR periode Rabbinge een tijd de kamer deelde met Adriaansens, en samen werkten ze aan het WRR rapport Hoger Onderwijs in fasen. Adriaansens ging het daarna uitvoeren in het University College in Utrecht, Rabbinge via LNV in Wageningen UR als decaan.
Oud LNV minister Jozias van Aartsen raadpleegde de WRR en dus Rabbinge voor zijn Dynamiek en Vernieuwing, zo legt hij in zijn interview uit. Ook hij maakt zich zorgen over inhoudelijke kennis op ministeries. Maar voor LNV maakt hij een uitzondering: "Op het Ministerie van LNV hadden we natuurlijk Wageningen. Dat is een succesvolle en mooie universiteit met een grote waarde voor Nederland. De situatie op LNV is in die zin natuurlijk uniek. Het is een departement met een eigen wetenschappelijke achtergrond. Ik hoop dat die er altijd blijft".
Mooi boek dus, met die inkijkjes in de recente geschiedenis van de Haagse keuken.
Paul den Hoed en Anne-Greet Keizer (red.) Op steenworp afstand, Amsterdam University Press, 2007
maandag 22 maart 2010
De economie van huisdieren
Dierenliefde is big business. Daarmee doel ik niet op welzijnsmaatregelen in de veehouderij, maar op het houden van huisdieren. We hebben er in Nederland 30 miljoen (bijna 2 per persoon dus), en daar geven we 1,1 miljard euro aan uit.
De Nederlandse Bank vindt begrijpelijkerwijs dat het meer aan public relations moet doen en geeft nu een magazine uit dat in zijn eerste nummer van dit jaar een dossier over huisdieren publiceert.
Met de individualistischer maatschappij is de rol als gezelschapsdier steeds belangrijker geworden. Waarbij we dierwelzijn gemakshalve maar meteen vertalen in het zien van de dieren als kleine mensjes. We kleden ze aan en ze krijgen specifieke taartjes. We behandelen ze tegen kanker, laten dure operaties uitvoeren daar waar een beest vroeger werd afgemaakt en daar kun je je natuurlijk ook tegen verzekeren. Dat laatste doen we in Nederland nog maar voor 4% van de huisdieren, in Zweden al voor 70%. En omdat het dier ook van groot belang is voor mensen met een erg laag inkomen, is er inmiddels een voedselbank voor dieren en in Rijnmond een medische post die als een soort rechtshulp voor verlaagd tarief werkt.
In de bovenkant van de markt verwacht men daarentegen veel van het WK: het zal de verkoop van oranjehondenshirts, hondenbier en hondenchips sterk bevorderen. Dat alles brengt toch weer verfrissend nieuwe aspecten aan voor discussies over verduurzaming van ons consumptiepatroon. Het volgende artikel zou ook nog eens de milieukant van dit gedrag en deze sector kunnen onderzoeken.
Ellen Tolsma: Dure Dieren in: DNB Magazine nr. 1, 2010.
Foto: Kunstwerk van Matthias Grunveld
De Nederlandse Bank vindt begrijpelijkerwijs dat het meer aan public relations moet doen en geeft nu een magazine uit dat in zijn eerste nummer van dit jaar een dossier over huisdieren publiceert.
Met de individualistischer maatschappij is de rol als gezelschapsdier steeds belangrijker geworden. Waarbij we dierwelzijn gemakshalve maar meteen vertalen in het zien van de dieren als kleine mensjes. We kleden ze aan en ze krijgen specifieke taartjes. We behandelen ze tegen kanker, laten dure operaties uitvoeren daar waar een beest vroeger werd afgemaakt en daar kun je je natuurlijk ook tegen verzekeren. Dat laatste doen we in Nederland nog maar voor 4% van de huisdieren, in Zweden al voor 70%. En omdat het dier ook van groot belang is voor mensen met een erg laag inkomen, is er inmiddels een voedselbank voor dieren en in Rijnmond een medische post die als een soort rechtshulp voor verlaagd tarief werkt.
In de bovenkant van de markt verwacht men daarentegen veel van het WK: het zal de verkoop van oranjehondenshirts, hondenbier en hondenchips sterk bevorderen. Dat alles brengt toch weer verfrissend nieuwe aspecten aan voor discussies over verduurzaming van ons consumptiepatroon. Het volgende artikel zou ook nog eens de milieukant van dit gedrag en deze sector kunnen onderzoeken.
Ellen Tolsma: Dure Dieren in: DNB Magazine nr. 1, 2010.
Foto: Kunstwerk van Matthias Grunveld
zondag 21 maart 2010
Economie van biodiversiteit
Er gaat veel biodiversiteit verloren: wereldwijd neemt het areaal natuur af, de zee wordt leeggevist en landbouw is bijna per definitie een activiteit waarin je per perceel het liefst een type plant ziet, de rest heet onkruid.
Laatste jaren komt er een school op gang die probeert de waarde van de biodiversiteit in euros of dollars uit te rekenen, met het idee dat als er aan kapitaal een prijskaartje hangt, het minder snel vernield wordt. Of in ieder geval dat je beter kunt afwegen.
Voor wie wat literatuur op dat vlak zoekt:
Planbureau voor de leefomgeving: Wat de natuur de mens biedt - ecosysteemdiensten in Nederland
European Communities, 2008: The economics of ecosystems and biodiversity
TEEB for policy makers - summary: responding to the value of nature is te downloaden van de site http://www.teebweb.org/
Laatste jaren komt er een school op gang die probeert de waarde van de biodiversiteit in euros of dollars uit te rekenen, met het idee dat als er aan kapitaal een prijskaartje hangt, het minder snel vernield wordt. Of in ieder geval dat je beter kunt afwegen.
Voor wie wat literatuur op dat vlak zoekt:
Planbureau voor de leefomgeving: Wat de natuur de mens biedt - ecosysteemdiensten in Nederland
European Communities, 2008: The economics of ecosystems and biodiversity
TEEB for policy makers - summary: responding to the value of nature is te downloaden van de site http://www.teebweb.org/
zaterdag 20 maart 2010
lijstje: zelfregulering van voedselveiligheid
Raar eigenlijk dat voedingsmiddelenbedrijven die naar maximale winst streven, hun eigen winstmogelijkheden beperken door zelf private standaarden voor voedselveiligheid in te voeren.
In de literatuur zijn daar allerlei argumenten voor bedacht:
In de literatuur zijn daar allerlei argumenten voor bedacht:
- het kan consumenten aantrekken die bereid zijn extra te betalen voor zo'n label
- het voorkomt wellicht toekomstige aansprakelijkheid
- je blijft de overheid een stap voor en voorkomt dat die gaat reguleren
- en een variant op de laatste: je kunt door de eerste te zijn, vastleggen wat voor type van standaard er in de markt komt. Bv. wel of niet stoplichten op de verpakking, of positieve in plaats van negatieve waarschuwingen.
vrijdag 19 maart 2010
Economische planten
Het ziet er uit als een boek om te watertanden: de onlangs verschenen Digitale Atlas voor Economische Planten.
Mijn aandacht werd natuurlijk getrokken door de vraag wat economische planten zijn. De auteurs hebben daarvan een beperkte opvatting: er worden "plantendelen gepresenteerd die een economische waarde hebben, bijvoorbeeld als voedsel, specerij, genotsmiddel, medicijn, gifstof, offergave, kleurstof, looistof, bouwstof of bodembedekker".
De nieuwste opvatting is immers dat je ook een prijskaartje moet hangen aan biodiversiteit omdat die een optie-waarde (we gaan er misschien voor medicijnen of bioenergie nog eens gebruik van maken) of een publieke waarde heeft (de wereld kan prima zonder ijsbeer, maar toch willen we dat niet, en iets dergelijks geldt voor planten in de oerwouden van de Congo).
De digitale atlas beperkt zich dus tot planten die als privaat goed verhandeld worden. Verstandig want dit levert al een aantal van 3953 stuks op.
Nu nog het aankoopbedrag bij elkaar sparen.
Mijn aandacht werd natuurlijk getrokken door de vraag wat economische planten zijn. De auteurs hebben daarvan een beperkte opvatting: er worden "plantendelen gepresenteerd die een economische waarde hebben, bijvoorbeeld als voedsel, specerij, genotsmiddel, medicijn, gifstof, offergave, kleurstof, looistof, bouwstof of bodembedekker".
De nieuwste opvatting is immers dat je ook een prijskaartje moet hangen aan biodiversiteit omdat die een optie-waarde (we gaan er misschien voor medicijnen of bioenergie nog eens gebruik van maken) of een publieke waarde heeft (de wereld kan prima zonder ijsbeer, maar toch willen we dat niet, en iets dergelijks geldt voor planten in de oerwouden van de Congo).
De digitale atlas beperkt zich dus tot planten die als privaat goed verhandeld worden. Verstandig want dit levert al een aantal van 3953 stuks op.
Nu nog het aankoopbedrag bij elkaar sparen.
donderdag 18 maart 2010
Captain Nemo en de CAP
We lieten ons vandaag informeren over allerlei onderzoek rond het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid en discussieerden hoe het verder zou moeten. De locatie was het fraai vorm gegeven wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam.
Op de terugweg vroeg ik me af wat voor signaal mijn LNV collega's met deze keuze hebben willen afgeven. Dat het om wetenschap ging? Of dat het GLB in verbouwing is, gezien de enorme bouwput van metro en nieuwe gebouwen waar je je vanuit het CS langs moet worstelen wil je NEMO bereieken? Of dat het geld voor het GLB uit de stad komt en dat de stad bepaalt?
Enfin, het was een genoegen weer eens even in de hoofdstad te zijn, tenslotte heb ik er ooit gewoond. En het deel van de dag dat ik bij kon wonen was interessant. Ik hield er het beeld aan over dat er veel gerekend is aan waar de huidige subsidies vallen, en hoe ze veschuiven als je andere uitgangspunten kiest. Maar daarmee wordt het al snel een zero-sum verschuif spelletje, of zelfs negative-sum als de ministers van financien het budget nog beperken of de landbouwministers wat meer naar het oosten van Europa schuiven. Het beeld waar de effecten van de kortingen op subsidies vallen is bovendien ook niet helemaal juist, want zoals de debatvoorzitter nog eens stelde: een deel van het geld wordt in zo'n geval niet van boeren afgenomen, maar van grondbezitters of vleeskalverslachterijen of de Italiaanse kalfvlees-eters of de Poolse kalverleveranciers.
Misschien moet je naast het woord subsidie, ook het woord investering introduceren, zo stelde ik: kun je van het geld dat in een gebied nu naar boeren en grondbezitters gaat, ook productieve investeringen in duurzame energie of de biobased economie of verbetering van de toeristische infrastructuur doen? En kunnen economen dan uitrekenen of dat meer arbeidsplaatsen en inkomen oplevert?
Mijn overtuiging blijft dat als we aan de directe betalingen geen goede doelen weten te koppelen, ze ooit verdwijnen, al was het maar via leeftijdsbegrenzing en inflatie. Dan ondergaan ze hetzelfde lot als Jules Verne's kapitein Nemo, de antiheld die met de onderzeeer Nautilus 20.000 mijlen onderzee aflegde, en in zijn tweede boek Het mysterieuze eiland aan een geheimzinnige ziekte overleed. De betalingen krijgen dan de Latijnse betekenis van het woord Nemo: Niemand.
Boeren voelen vermoedelijk meer voor de Griekse betekenis van het woord: "Ik geef wat verschuldigd is". Nu nog even bepalen voor welke diensten we dan moeten betalen.
Al met al een betekenisvolle locatie, dat NEMO.
Op de terugweg vroeg ik me af wat voor signaal mijn LNV collega's met deze keuze hebben willen afgeven. Dat het om wetenschap ging? Of dat het GLB in verbouwing is, gezien de enorme bouwput van metro en nieuwe gebouwen waar je je vanuit het CS langs moet worstelen wil je NEMO bereieken? Of dat het geld voor het GLB uit de stad komt en dat de stad bepaalt?
Enfin, het was een genoegen weer eens even in de hoofdstad te zijn, tenslotte heb ik er ooit gewoond. En het deel van de dag dat ik bij kon wonen was interessant. Ik hield er het beeld aan over dat er veel gerekend is aan waar de huidige subsidies vallen, en hoe ze veschuiven als je andere uitgangspunten kiest. Maar daarmee wordt het al snel een zero-sum verschuif spelletje, of zelfs negative-sum als de ministers van financien het budget nog beperken of de landbouwministers wat meer naar het oosten van Europa schuiven. Het beeld waar de effecten van de kortingen op subsidies vallen is bovendien ook niet helemaal juist, want zoals de debatvoorzitter nog eens stelde: een deel van het geld wordt in zo'n geval niet van boeren afgenomen, maar van grondbezitters of vleeskalverslachterijen of de Italiaanse kalfvlees-eters of de Poolse kalverleveranciers.
Misschien moet je naast het woord subsidie, ook het woord investering introduceren, zo stelde ik: kun je van het geld dat in een gebied nu naar boeren en grondbezitters gaat, ook productieve investeringen in duurzame energie of de biobased economie of verbetering van de toeristische infrastructuur doen? En kunnen economen dan uitrekenen of dat meer arbeidsplaatsen en inkomen oplevert?
Mijn overtuiging blijft dat als we aan de directe betalingen geen goede doelen weten te koppelen, ze ooit verdwijnen, al was het maar via leeftijdsbegrenzing en inflatie. Dan ondergaan ze hetzelfde lot als Jules Verne's kapitein Nemo, de antiheld die met de onderzeeer Nautilus 20.000 mijlen onderzee aflegde, en in zijn tweede boek Het mysterieuze eiland aan een geheimzinnige ziekte overleed. De betalingen krijgen dan de Latijnse betekenis van het woord Nemo: Niemand.
Boeren voelen vermoedelijk meer voor de Griekse betekenis van het woord: "Ik geef wat verschuldigd is". Nu nog even bepalen voor welke diensten we dan moeten betalen.
Al met al een betekenisvolle locatie, dat NEMO.
woensdag 17 maart 2010
Economics!! uitgelegd
Voor wie nog op zoek is naar een korte samenvatting van een handboek economie, hierbij een acronym dat Greg Mankiw op zijn blog publiceerde, aangeleverd door ene Gordon Boronow. Het Wilhelmus van het vak gaat als volgt:
Ten Key Principles in Economics
Everything has a cost. There is no free lunch. There is always a trade-off.
Cost is what you give up to get something. In particular, opportunity cost is cost of the tradeoff.
One More. Rational people make decisions on the basis of the cost of one more unit (of consumption, of investment, of labor hour, etc.).
iNcentives work. People respond to incentives.
Open for trade. Trade can make all parties better off.
Markets Rock! Usually, markets are the best way to allocate scarce resources between producers and consumers.
Intervention in free markets is sometimes needed. (But watch out for the law of unintended effects!)
Concentrate on productivity. A country’s standard of living depends on how productive its economy is.
Sloshing in money leads to higher prices. Inflation is caused by excessive money supply.
!! Caution: In the short run, falling prices may lead to unemployment, and rising employment may lead to inflation.
Wie dat lijstje uit het hoofd leert komt als minister van Financien al een heel eind.
Ten Key Principles in Economics
Everything has a cost. There is no free lunch. There is always a trade-off.
Cost is what you give up to get something. In particular, opportunity cost is cost of the tradeoff.
One More. Rational people make decisions on the basis of the cost of one more unit (of consumption, of investment, of labor hour, etc.).
iNcentives work. People respond to incentives.
Open for trade. Trade can make all parties better off.
Markets Rock! Usually, markets are the best way to allocate scarce resources between producers and consumers.
Intervention in free markets is sometimes needed. (But watch out for the law of unintended effects!)
Concentrate on productivity. A country’s standard of living depends on how productive its economy is.
Sloshing in money leads to higher prices. Inflation is caused by excessive money supply.
!! Caution: In the short run, falling prices may lead to unemployment, and rising employment may lead to inflation.
Wie dat lijstje uit het hoofd leert komt als minister van Financien al een heel eind.
Abonneren op:
Posts (Atom)


