weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zondag 28 februari 2010
wereldbevolking stabiliseert
Dat is een belangrijk gegeven voor wie zich zorgen maakt over de uitputting van grondstoffen en limieten aan de voedselvoorziening.
Het zou Malthus verbaasd hebben: die ging er vanuit dat rijkere mensen meer kinderen hebben, ook naar analogie van het dierenrijk: hoe meer voedsel, hoe groter de kudde.
The Economist legde vorig jaar op onnavolgbare wijze het economische mechanisme uit waarom of Maltus er op dit punt naast zat: "imagine yourself a dirt-poor (male) peasant 50 years ago. Your fields are in the middle of nowhere. Your village has no school, hospital or government services, certainly no pensions. Few goods come in from outside, though disease is rampant and security fragile. Ploughing and harvesting are done by hand. But if the harvest is normal, you usually have enough to go round. In these circumstances, the benefit of an extra pair of hands to gahter the harvest outweighs the cost of feeding an extra mouth (which anyway falls on your wife more than you). And when you can no longer work in the fields, your children will be the only ones to look after you. In such a society, all incentives point to having large families.
Now imagine you are a bit richter. You may have moved to a town, or your village may have grown. Schools, markets and factories are within reach. And suddenly, the incentives change. A tractor can gather the harvest better than children. Your wife might get a factory job - and now her lost wages must be set against the benefits of another baby. Education, thrift and a stake in the future become more important, and these middle-class virtues go hand in hand with smaller families."
Ergo: iets hogere levensstandaarden, betere communicatie en meer onderwijs maken het mogelijk om op markten en publieke diensten te vertrouwen, en niet alleen op jezelf en je familie. Vooral onderwijs van vrouwen (waardoor hun opportunity cost omhoog gaat) heeft veel invloed.
En dan komt er een cirkel op gang: hogere welvaart leidt tot lagere vruchtbaarheidscijfers en die leiden tot meer welvaart.
De dalende geboortecijfers betekenen ook dat er een korte periode is waarin een land een relatief grote werkende bevolking heeft: het moment voor een doorstart van de economie.
The Economist: Fertility and living standards - go forth and multiply a lot less. 31.11.2009
zaterdag 27 februari 2010
lijstje: Sachs over mondiale uitdagingen
Dramatische verschuivingen in mondiale macht en welvaart. Met de opkomst van Azie komt de westerse dominantie ten einde
de nog niet eerder vertoonde mondiale gevolgen van de mens op de fysieke omgeving, het milieu
er komen elk jaar weer 75 a 80 miljoen mensen bij, een weinig duurzame situatie
we zijn mondiaal op allerlei manieren met elkaar verbonden via handel, vervuiling, klimaatsverandering, technology, migratie en ziektes. Maar de politiek is vooral lokaal, net als de sociale netwerken. Instituties en ethiek komen uit een andere tijd.
Sachs gelooft niet zo in de macro economie die ons even uit de crisis trekt: Large scale stimulus, in other words, requires the nitty-gritty of public-private planning, technology assessments, demonstration projects, and complex project financing. The next generation of large-scale investments - in renewable and nuclear energy, electric vehicles, sustainable builiding and urban desing - are in fact still hostage to the lack of clear public policies in these areas.
Verder heeft Sachs nog een goed woord over voor de EU. Hij beveelt dat model aan voor strong regional cooperation. En tot slot constateert hij "Finally another fundamental problem of governance is the lack of interface between politicians and 'knowledge communities'. The US Congress is nearly scientifically illiterate". [..] The real experts are very far from the podiums and the negotiating tables.
In hetzelfde blad ook een aardig overzichtsartikel van Peter May over ecological economics. Die onder andere kijken naat the Economics of Ecosystems and Biodiversity. Toevallig kreeg ik uit andere hoek vandaag dat TEEB rapport onder ogen. Kom ik nog wel eens op terug.
J. Sachs: Rethinking macroeconomics in The Broker, February 2010
vrijdag 26 februari 2010
Contracten en Rieteconomie
Bij Ziezo.biz meng ik me in de discussie over de nuttigheid van contracten in de aardappelmarkt.
En al enige tijd geleden zette Innovatienetwerk een rapport waaraan ik meewerkte op hun site over de economie van rietteelt in het veenweidegebied.
Tot slot reclame voor het boek "EU Policy for agriculture, food and rural areas" van Arie Oskam, Gerrit Meester en Huib Silvis. Ik kreeg het toegestuurd omdat ik een van de hoofdstukken had gereviewed, dus dat bespaarde me de aankoop. Want het is een must omdat het een vrij compleet overzicht geeft van allerlei aspecten van het EU beleid en dat verbindt met recent onderzoek. Met een lange lijst van gerenommeerde auteurs.
En al enige tijd geleden zette Innovatienetwerk een rapport waaraan ik meewerkte op hun site over de economie van rietteelt in het veenweidegebied.
Tot slot reclame voor het boek "EU Policy for agriculture, food and rural areas" van Arie Oskam, Gerrit Meester en Huib Silvis. Ik kreeg het toegestuurd omdat ik een van de hoofdstukken had gereviewed, dus dat bespaarde me de aankoop. Want het is een must omdat het een vrij compleet overzicht geeft van allerlei aspecten van het EU beleid en dat verbindt met recent onderzoek. Met een lange lijst van gerenommeerde auteurs.
donderdag 25 februari 2010
gekaapt
Er was dan ook een sterk gestandaardiseerde organisatie en specifieke taakverdeling met heel wat administratieve rompslomp. Het leverde de nodige checks en balances op, zoals een schrijver die mee moest om onder ede verslag op te maken (daarom weten we er nu zoveel van) en functiescheiding tussen een kapitein en de commerciele boekhouder. En openbare verkoop via de vendumeester van de prijs.
Door de commissie liepen de belangen vrijwel gelijk op, ook al was de staat uit op vernietiging van de vijand en de reders op het opbrengen en verkopen van het schip. Het was in ieder geval in het midden van de 17e eeuw, toen de Fransen dit vanuit Duinkerken als hun belangrijkste mariene strategie inzetten, een erg profijtelijke business. In oorlogen die gesteund werden door het mercantilisme: iedereen wilde autonomie en een handelsoverschot. En zo ging de overheid zich voor het eerst met economische politiek bezighouden.
Kaapvaart was er al in de 14e eeuw op de Zuiderzee toen de Hollanders en Friezen elkaar te lijf gingen, maar eind 17e eeuw was het vooral in de Scheldemond big business. Waar Holland zich nog wel een zeemacht kon veroorloven, waar de middelen van de Zeeuwen zuiniger en was het aantrekkelijk om in tijden van oorlog (toch geen beste periode voor de handel) de koopvaardijschepen en bemanning in te schakelen (kapers schepen hadden veel mensen aan boord, voor het gevecht en om de prijs naar huis te zeilen). Vlissingen was de kapershaven, maar ook Middelburg, Veere en Zierikzee namen enthousiast deel. De Vlamingen waren gemotiveerd omdat ze Duinkerke aan de Fransen verloren en vervolgens hun visserij door Duinkerkse piraten bestookt zagen. Dat lijkt toch weer een beetje op Somalie.
Ik ontleen deze inzichten aan een fraai verhaal van Arne van Essen in het Archief 2008, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen: Vlaamse en Zeeuwse kaapvaart in vergelijkend perspectief tijdens de Negenjarige oorlog (1688-1697). Op de foto een kaai in Middelburg
woensdag 24 februari 2010
Afval bestaat niet: upcyclen wel
Safe, het blad van de Robeco Groep, besteedt deze maand heel veel aandacht aan landgoederen. Interessanter nog vond ik het verhaal over recycling van afval. Na het overaanbod uit de ex-communistische wereld in de jaren 90 en de grote vraag tot de crisis lijkt de bedrijfstak weer gezond en de wind mee.
Aan het woord komen Harderwijkse ondernemers wier familie begon in de swill leveranties als varkensvoer. Swill (een oude engelse term) is het keuken en restaurantafval dat vroeger zo naar de varkens ging. Dat mag niet meer, het moet nu eerst een fabriek met verhitting door.
Nu zit men in metalen en nog veel meer. Plastics kunnen weer in dieselolie worden omgezet als het moet. Afval bestaat dan ook niet en je hebt een business model als je kunt upcyclen: wat er uit komt is meer waard dan er in gaat.
Dat lijkt me interessant voor onze biobased ideeen: daar is nog steeds het idee dat je de waardevolste delen gebruikt voor de duurste toepassingen en steeds een stapje lager. Afpellen dus. Maar upcyclen is nog mooier.
Ook interessant is dat de bedrijfstak het moet hebben van veel kleine bedrijfjes die lokaal bij de aannemers etc de troep ophalen en hun wereldje moeten kennen. Ze leveren toe aan steeds grotere bedrijven.
Conclusie van de Safe: Drie wereldomvattende problemen schreeuwen om een oplossing: het snel stijgend tekort aan grondstoffen, het gigantische overschot aan afval en de daarmee samenhangende vervuiling. Aan deze problemen is gemakkelijk iets te doen: recycling. Zo gaat dat met schaarste, het maakt zijn eigen feedback loop.
J. van Vollenhoven: Afval bestaat niet in: SAFE 2010, nr 1.
Aan het woord komen Harderwijkse ondernemers wier familie begon in de swill leveranties als varkensvoer. Swill (een oude engelse term) is het keuken en restaurantafval dat vroeger zo naar de varkens ging. Dat mag niet meer, het moet nu eerst een fabriek met verhitting door.
Nu zit men in metalen en nog veel meer. Plastics kunnen weer in dieselolie worden omgezet als het moet. Afval bestaat dan ook niet en je hebt een business model als je kunt upcyclen: wat er uit komt is meer waard dan er in gaat.
Dat lijkt me interessant voor onze biobased ideeen: daar is nog steeds het idee dat je de waardevolste delen gebruikt voor de duurste toepassingen en steeds een stapje lager. Afpellen dus. Maar upcyclen is nog mooier.
Ook interessant is dat de bedrijfstak het moet hebben van veel kleine bedrijfjes die lokaal bij de aannemers etc de troep ophalen en hun wereldje moeten kennen. Ze leveren toe aan steeds grotere bedrijven.
Conclusie van de Safe: Drie wereldomvattende problemen schreeuwen om een oplossing: het snel stijgend tekort aan grondstoffen, het gigantische overschot aan afval en de daarmee samenhangende vervuiling. Aan deze problemen is gemakkelijk iets te doen: recycling. Zo gaat dat met schaarste, het maakt zijn eigen feedback loop.
J. van Vollenhoven: Afval bestaat niet in: SAFE 2010, nr 1.
dinsdag 23 februari 2010
handelsmentaliteit
Economen leggen graag alles uit in de vorm van kosten en opbrengsten. Psychologen vinden dat niet altijd slim. Want als je over geld gaat praten roep je een handelsmentaliteit op.
Zo vinden medewerkers het niet oneerlijk als je iedereen, ongeacht of men goed of slecht gepresteerd heeft, een doos chocola geeft, of 10 vakantiedagen. Maar als je ze in zo' situatie allemaal evenveel geld geeft, of tegoed bonnen die voor van alles en nog wat gebruikt worden (en dus bijna geld zijn) dan wordt het oneerlijk gevonden. Een boekenbon kan weer wel. Managers moeten dus uitkijken wat ze geven: als het (quasi) geld is moet het zorgvuldiger (eerlijker) gebeuren.
Dat blijkt uit een onderzoek in een Amerikaanse context van de financiele psychologen DeVoe (Toronto) en Iyengar (Columbia), gerapporteerd in Psychological Science, en besproken in The Economist (13.2.2010)
Zo vinden medewerkers het niet oneerlijk als je iedereen, ongeacht of men goed of slecht gepresteerd heeft, een doos chocola geeft, of 10 vakantiedagen. Maar als je ze in zo' situatie allemaal evenveel geld geeft, of tegoed bonnen die voor van alles en nog wat gebruikt worden (en dus bijna geld zijn) dan wordt het oneerlijk gevonden. Een boekenbon kan weer wel. Managers moeten dus uitkijken wat ze geven: als het (quasi) geld is moet het zorgvuldiger (eerlijker) gebeuren.
Dat blijkt uit een onderzoek in een Amerikaanse context van de financiele psychologen DeVoe (Toronto) en Iyengar (Columbia), gerapporteerd in Psychological Science, en besproken in The Economist (13.2.2010)
maandag 22 februari 2010
Even naar Bonn
Ik was vandaag even op en neer naar Bonn. We bereidden er de volgende board meeting van de EAAE voor. Goede gelegenheid om bij de Bundesbahn even de Duitse kranten door te nemen. Zowel bij de FAZ als de Suddeutsche Zeitung was de val van Balkenende IV tot de voorpagina doorgedrongen.
Het was natuurlijk ook het gesprek aan de lunch, of ik even kon uitleggen hoe dat allemaal zat. Aangezien ik bij consumentenonderzoekers op bezoek was, was het ook een goede gelegenheid maar even bij te praten over nut van 21% btw op vlees. Vindt men ook verrassend, maar er is wel herkenning dat de btw-percentages rare zaken bevatten: in Duitsland betaal je op een pak Pampers het hoge tarief, op voer voor paarden (voor velen toch een luxe) het lage.
Hoe meer we er over spraken, hoe minder bezwaren we zagen. Tenzij het aan zou zetten om minder gezond vlees te eten in plaats van de consumptie te reduceren. Wat extra micro-economisch onderzoek zou dus geen kwaad kunnen.
Terug naar de kranten. De SD had een mooi verhaal over e-learning met MIT materiaal en de TED site. En onder de kop Traktor-Faktor een verhaal over een nieuw Amerikaans mediaconglomoraat: de zender RFD - Rural Free Delivery die wereldwijd boeren-tv maakt en inmiddels 40 miljoen dollar omzet. En het nieuws mengt met columnisten van de sponsors John Deer en Monsanto. En zo ben je in de trein weer helemaal bij.
Het was natuurlijk ook het gesprek aan de lunch, of ik even kon uitleggen hoe dat allemaal zat. Aangezien ik bij consumentenonderzoekers op bezoek was, was het ook een goede gelegenheid maar even bij te praten over nut van 21% btw op vlees. Vindt men ook verrassend, maar er is wel herkenning dat de btw-percentages rare zaken bevatten: in Duitsland betaal je op een pak Pampers het hoge tarief, op voer voor paarden (voor velen toch een luxe) het lage.
Hoe meer we er over spraken, hoe minder bezwaren we zagen. Tenzij het aan zou zetten om minder gezond vlees te eten in plaats van de consumptie te reduceren. Wat extra micro-economisch onderzoek zou dus geen kwaad kunnen.
Terug naar de kranten. De SD had een mooi verhaal over e-learning met MIT materiaal en de TED site. En onder de kop Traktor-Faktor een verhaal over een nieuw Amerikaans mediaconglomoraat: de zender RFD - Rural Free Delivery die wereldwijd boeren-tv maakt en inmiddels 40 miljoen dollar omzet. En het nieuws mengt met columnisten van de sponsors John Deer en Monsanto. En zo ben je in de trein weer helemaal bij.
wet en economie
Vrijdag bezocht ik in Wageningen het seminar 'Do rules and regulations bind or build economic development'. Een interessante gedachtewisseling over de interactie tussen publieke regels en private business. Gaat in feite terug op het idee dat een markt niet altijd vanzelf goed functioneert en tot stand komt, maar dat de markt zelf een publiek goed is.
De eerste sessie ging over patenten. De IP manager van AkzoNobel legde uit dat patenten een zeer slechte maatstaf zijn voor het meten van innovatie. Onder andere omdat ze gebruikt worden om nauwelijks innovatieve zaken vast te leggen waarmee de business van concurrenten gedwarsboomd wordt. Heel veel patenten bevatten niet echt nieuwe zaken. Patent Offices hebben gebrekkig getrainde staf en bovenal een interne prikkel om iets toe te kennen in plaats van af te wijzen. Interessant was ook de stelling dat open source toeneemt, ook omdat een idee dat eenmaal openbaar en algemeen bekend is, niet meer (door concurrenten) gepatenteerd kan worden.
Het Octrooibureau zelf kwam met een mooi paper (veel literatuurverwijzingen ook) over de kennis-spillover die patenten hebben, waaronder een beschouwing over regionale innvoatiesystemen.
De sessie over food law had een bijdrage waar ik ook nog enigszins aan meegewerkt had, en daarna was er een sessie over de bankencrisis. VU Hoogleraar Frank den Butter gebruikte de onmogelijke driehoek van Penrose als beeld om aan te geven dat macro gedrag echt iets anders is dan de som van micro gedrag. En stelde nog eens dat je heel ver komt als je als overheid op externalities let en die corrigeert. In zijn ogen was het zo ongeveer het enige wat de overheid te doen heeft, een andere taak voor beleid is er niet (afgezien van sociale herverdeling van welvaart).
De eerste sessie ging over patenten. De IP manager van AkzoNobel legde uit dat patenten een zeer slechte maatstaf zijn voor het meten van innovatie. Onder andere omdat ze gebruikt worden om nauwelijks innovatieve zaken vast te leggen waarmee de business van concurrenten gedwarsboomd wordt. Heel veel patenten bevatten niet echt nieuwe zaken. Patent Offices hebben gebrekkig getrainde staf en bovenal een interne prikkel om iets toe te kennen in plaats van af te wijzen. Interessant was ook de stelling dat open source toeneemt, ook omdat een idee dat eenmaal openbaar en algemeen bekend is, niet meer (door concurrenten) gepatenteerd kan worden.
Het Octrooibureau zelf kwam met een mooi paper (veel literatuurverwijzingen ook) over de kennis-spillover die patenten hebben, waaronder een beschouwing over regionale innvoatiesystemen.
De sessie over food law had een bijdrage waar ik ook nog enigszins aan meegewerkt had, en daarna was er een sessie over de bankencrisis. VU Hoogleraar Frank den Butter gebruikte de onmogelijke driehoek van Penrose als beeld om aan te geven dat macro gedrag echt iets anders is dan de som van micro gedrag. En stelde nog eens dat je heel ver komt als je als overheid op externalities let en die corrigeert. In zijn ogen was het zo ongeveer het enige wat de overheid te doen heeft, een andere taak voor beleid is er niet (afgezien van sociale herverdeling van welvaart).
zondag 21 februari 2010
Verder met minder
Deze week ontvielen ons een paar coryfeeen: Jan Pen en 'Bull' Verweij. Die laatste hoort op deze blog afgezien van zijn bijnaam niet echt thuis, maar zonder hem als ondernemer achter de zeezender Veronica, zouden de jaren 60 en 70 er toch heel anders en minder liberaal en vrolijk hebben uitgezien.
Jan Pen was door een misverstand al eerder dood verklaard. De NRC schreef een mooi im memoriam (dat schijnt tegenwoordig een necrologie te moeten heten). Mijn eerste kennismaking met het werk van de Groningse econoom was natuurlijk Moderne Economie, dat na het werk van Heertje de volgende stap was om je als econoom te bekwamen.
Dat ik hier bij hem stil sta, komt vooral door zijn populariserende werk, dat in de verte bijgedragen moet hebben aan het feit dat ik nu tijd in deze blog steek. Kijk, economie was een eye-opener. Het verscheen in september 1979 als zgn. Boek van de Maand in een grote oplage. Voor economen in opleiding zoals ik bood het niet zoveel inhoudelijk nieuws, maar liet het vooral zien hoe je het vak kon populariseren in normaal Nederlands.
Een van de mooiste voorbeelden daarvan was en is Pen's Parade, die de ongelijke inkomensverdeling weergeeft. Je legt daarin de verdeling uit aan de hand van een 1 uur durende optocht waarin je de lengte van de mensen en hun beroep weergeeft: het begint met mensen met een negatieve lengte en na een halve minuut heb je krantenjongens met een inkomen ter hoogte van een lucifer of sigaret (1979!). Pas na 50 minuten komen mensen van onze lengte, van 1,70 meter (en zo reken je het uit: dit is het modale inkomen). Dat zijn de kantoormensen, bouwvakkers. En in de laatste seconden krijgen we de echte kolossen, mensen als flatgebouwen en kerktorens, industrielen van dertig, veertig meter, een enkele bankier van vijftig (ook toen al!).
Ik heb de presentatiewijze in de jaren 80 vaak gebruikt in lezingen voor boeren, over boereninkomens in europa (naar regio en bedrijfstype). Werkt uitstekend. Misschien moet iemand dat weer eens doen.
Er staat me nog een andere uitspraak bij van Jan Pen, uit de jaren zeventig (maar ik kon hem niet zo snel terugvinden), die ook voor het huidige duurzaamheidsdebat nog zeer relevant is: het komt met het milieu pas goed als we in onze vrije tijd piano gaan spelen. Al het andere is vermoedelijk meer vervuilend dan dat.
Goede economen blijven ook na hun dood nog een tijd relevant.
Jan Pen was door een misverstand al eerder dood verklaard. De NRC schreef een mooi im memoriam (dat schijnt tegenwoordig een necrologie te moeten heten). Mijn eerste kennismaking met het werk van de Groningse econoom was natuurlijk Moderne Economie, dat na het werk van Heertje de volgende stap was om je als econoom te bekwamen.
Dat ik hier bij hem stil sta, komt vooral door zijn populariserende werk, dat in de verte bijgedragen moet hebben aan het feit dat ik nu tijd in deze blog steek. Kijk, economie was een eye-opener. Het verscheen in september 1979 als zgn. Boek van de Maand in een grote oplage. Voor economen in opleiding zoals ik bood het niet zoveel inhoudelijk nieuws, maar liet het vooral zien hoe je het vak kon populariseren in normaal Nederlands.
Een van de mooiste voorbeelden daarvan was en is Pen's Parade, die de ongelijke inkomensverdeling weergeeft. Je legt daarin de verdeling uit aan de hand van een 1 uur durende optocht waarin je de lengte van de mensen en hun beroep weergeeft: het begint met mensen met een negatieve lengte en na een halve minuut heb je krantenjongens met een inkomen ter hoogte van een lucifer of sigaret (1979!). Pas na 50 minuten komen mensen van onze lengte, van 1,70 meter (en zo reken je het uit: dit is het modale inkomen). Dat zijn de kantoormensen, bouwvakkers. En in de laatste seconden krijgen we de echte kolossen, mensen als flatgebouwen en kerktorens, industrielen van dertig, veertig meter, een enkele bankier van vijftig (ook toen al!).
Ik heb de presentatiewijze in de jaren 80 vaak gebruikt in lezingen voor boeren, over boereninkomens in europa (naar regio en bedrijfstype). Werkt uitstekend. Misschien moet iemand dat weer eens doen.
Er staat me nog een andere uitspraak bij van Jan Pen, uit de jaren zeventig (maar ik kon hem niet zo snel terugvinden), die ook voor het huidige duurzaamheidsdebat nog zeer relevant is: het komt met het milieu pas goed als we in onze vrije tijd piano gaan spelen. Al het andere is vermoedelijk meer vervuilend dan dat.
Goede economen blijven ook na hun dood nog een tijd relevant.
plattelandsontwikkeling
Terry Marsden: Mobilities, Vulnerabilities and Sustainabilities: exploring pathways from denial to sustainable rural development.
in: Sociologia Ruralis, 49-2, april 2009
zaterdag 20 februari 2010
klein en robuust
Middelgrote bedrijven verdwijnen, we houden grote en heel kleine boerderijen over. Agrarisch sociologen en dito economen
schrijven het niet-verdwijnen van de kleintjes in de regel toe aan de keuze voor een levensstijl. Eigenaren van die kleine bedrijfjes zouden nut ontlenen aan het continueren van de familietraditie, en bereid zijn daarom de verliezen van die bedrijven voor lief te nemen.
Een wat beperktere groep hard-core economen neemt met die vaak nogal routinues gegeven verklaring geen genoegen en denkt dat ook de eigenaren van de kleine bedrijfjes slimme economische afwegingen maken. Dat denk ik ook, en dus las ik met veel instemming een artikel van een aantal Noordierse collega's in de laatste editie van EuroChoices van vorig jaar.
Die hebben voor een echtpaar dat in 1993 35 was en drie kinderen van 4, 6 en 8 had, nagerekend of achteraf gezien over de periode 1993-2007 het verstandig was om te blijven boeren op een klein bedrijfje (3o ha schapen en vleesvee, dat is 0,4 arbeidskrachten) met inkomen van buiten het bedrijf erbij. Of dat ze beter in 1993 het bedrijfje hadden kunnen opdoeken.
En wat blijkt: part-time farming is een rationele economische keuze die geleid heeft tot een maximaal vermogen over de onderzochte periode. Dat geldt in het bijzonder als beide partners buiten bedrijf werken en het vleesvee erbij doen in een situatie waarbij een van de twee maar 25 uur buiten de deur werkt. Maar ook een scenario waarbij 1 van de twee volledig het bedrijf doet en de ander volledig buiten de deur werkt is nog profijtelijk (alleen moet in 1 jaar wat vee vroegtijdig worden verkocht om de zaak rond te zetten).
De grootste bijdrage aan dit resultaat wordt geleverd door de stijging van de grondprijzen. Daarmee wordt een vermogensrendement gehaald van 7,6 resp 6,4% in reele termen (gecorrigeerd voor inflatie). Dat is een hoog rendement en alleen vergelijkbaar met een investering in aandelen (die mogelijk toch wat risicovoller was over die periode).
De stijging van de grondprijzen is geholpen door de vraag naar grond van buiten de landbouw (de Ierse en Noordierse economie deden het prima in die periode), de 'roll over relief on capital gains' die ook de Noordierse landbouw kent (vergelijkbaar met onze doorschuiffaciliteit waarbij winst op landbouwgrond niet door de fiscus wordt belast bij herinvestering), en door de hoge niveau's van directe inkomenstoeslagen die in die periode de facto aan de grond zijn gekoppeld. De onderzoekers vinden het ook niet vreemd dat er in die periode minder grond verhandeld is, je kon het beter houden, en dat doet natuurlijk de grondprijs stijgen. De verplichtingen van de directe inkomenstoeslagen betekenen ook dat mensen zelf blijven boeren in plaats van verpachten. De verpachte oppervlakte is dan ook gedaald in de onderzochte periode.
Deze effecten moeten dus -via een vermogenseffect- de gezinsconsumptie en de investeringen in de landbouw hebben bevorderd. De onderzoekers merken zelf op dat ze nog geen rekening hebben gehouden met het feit dat de directe opbrengstwaarde van gebouwen en oude machines lager is dan de indirecte door het nog een poos te gebruiken (de sunk cost hypothese). Dan zou het rendement nog hoger geweest zijn.
De auteurs hebben nog een paar kritische noten tot slot: als de direkte toeslagen afgebouwd zouden worden (of de belastingvoordelen), kan het wel eens leiden tot massale verkopen. En verder is dit model erg afhankelijk van een goede regionale arbeidsmarkt en zo mogelijk een stad op werkafstand, want daar zijn de betere banen waar je je voor de arbeidsmarkt relevante know-how kunt opdoen en onderhouden.
Claire G. Jack, Joan E. Moss and Michael T. Wallace: Is growth in land-based wealth sustaining part-time farming? in EuroChoices, 2009-3
vrijdag 19 februari 2010
Zeeuwse nachten
Hiernaast een kaartje dat ik woensdagavond liet zien op een lezing voor de ZLTO in Heinkenszand. Na eerst verteld te hebben dat de Zeeuwen zich 's nachts anders gedragen dan hun buren: ze doen het licht erbij uit. Op dit kaartje, dat de nachtelijke verlichting vanuit de ruimte weergeeft, is de Zuidwestelijke delta nog een groen blauw vlekje, ingebed in de Randstad (niks geen groen donker hart), Brabant en de Vlaamse ruit.
Geen wonder dat de mensen in en rond de steden, waar het geld zit, denken aan ruimte en natuur, als ze aan het Zuidwesten denken. De kunst is dus om daar geld uit te slaan.
Het was een genoegelijke avond. Met een pakket zwartebessen specialiteiten (een lokale specialiteit) keerde ik laat in de avond in het donker huiswaarts. Maar niet na eerst nog gediscussieerd te hebben over schaalvergroting. Ik had het aangeprezen als een van de strategieen, zij het voor de happy few, naast diversificaties en pluri-activite: werken buiten het bedrijf.
Een aantal mensen vond daarvoor de grond te duur. Voor 95% van de boeren is dat ook zo. Maar er zijn er toch een paar die over geld beschikken, uit de familie, uit een loonwerkbedrijf, of omdat ze ergens mooi zijn uitgekocht. Die maken op zijn best voor dat geld 4% nominaal rendement, na aftrek van inflatie vaak maar een reeel rendement van 2%. (zo stelde ook de hoofdredacteur van een bekend beleggingsblad nog deze week).
Als je van mening bent dat grond waardevast is of zelfs door stijging van waarde al 2% stijgt, hoef je dus nauwelijks een grondrendement door iets te telen. Maar stel dat je 2% eist. Bij een grondprijs van 50.000 euro is dat 1000 euro per jaar. Nauwelijks meer dan de pacht. Iemand die al 60 ha heeft en onder die omstandigheden er 20 bij kan kopen die hij met bestaande machines en arbeid kan doen, en heel goede opbrengsten heeft, houdt daar gemiddeld meer dan 1000 euro aan over. Voor weinigen weggelegd dus, maar niet irrationeel. En dan laat ik de belastingeffecten nog maar buiten beschouwing, die zeker voor mensen die zijn uitgekocht ook fors bijdragen aan de biedprijs.
Het kaartje heeft als bron: Credit: P. Cinzano (University of Padova and ISTIL), F. Falchi (University of Padova), C. D. Elvidge (NOAA National Geophysical Data Center, Boulder). Copyright 2001 ISTIL, Thiene. Reproduced from www.savethenight.eu.
Geen wonder dat de mensen in en rond de steden, waar het geld zit, denken aan ruimte en natuur, als ze aan het Zuidwesten denken. De kunst is dus om daar geld uit te slaan.
Het was een genoegelijke avond. Met een pakket zwartebessen specialiteiten (een lokale specialiteit) keerde ik laat in de avond in het donker huiswaarts. Maar niet na eerst nog gediscussieerd te hebben over schaalvergroting. Ik had het aangeprezen als een van de strategieen, zij het voor de happy few, naast diversificaties en pluri-activite: werken buiten het bedrijf.
Een aantal mensen vond daarvoor de grond te duur. Voor 95% van de boeren is dat ook zo. Maar er zijn er toch een paar die over geld beschikken, uit de familie, uit een loonwerkbedrijf, of omdat ze ergens mooi zijn uitgekocht. Die maken op zijn best voor dat geld 4% nominaal rendement, na aftrek van inflatie vaak maar een reeel rendement van 2%. (zo stelde ook de hoofdredacteur van een bekend beleggingsblad nog deze week).
Als je van mening bent dat grond waardevast is of zelfs door stijging van waarde al 2% stijgt, hoef je dus nauwelijks een grondrendement door iets te telen. Maar stel dat je 2% eist. Bij een grondprijs van 50.000 euro is dat 1000 euro per jaar. Nauwelijks meer dan de pacht. Iemand die al 60 ha heeft en onder die omstandigheden er 20 bij kan kopen die hij met bestaande machines en arbeid kan doen, en heel goede opbrengsten heeft, houdt daar gemiddeld meer dan 1000 euro aan over. Voor weinigen weggelegd dus, maar niet irrationeel. En dan laat ik de belastingeffecten nog maar buiten beschouwing, die zeker voor mensen die zijn uitgekocht ook fors bijdragen aan de biedprijs.
Het kaartje heeft als bron: Credit: P. Cinzano (University of Padova and ISTIL), F. Falchi (University of Padova), C. D. Elvidge (NOAA National Geophysical Data Center, Boulder). Copyright 2001 ISTIL, Thiene. Reproduced from www.savethenight.eu.
donderdag 18 februari 2010
oog voor bestuurskunde
Voor wie als ik ooit bedrijfseconomie met organisatiekunde heeft gestudeerd bevat het eerste deel weinig nieuws: de historie, Max Weber, Scientific management van Taylor en Fayol, de Wiener Kreis met Herbert Simon, Human relation management met de Hawthorne experimenten.
Wie thuis is in de filosofie en de sociologie, al was het maar via de bladen, herkent ook veel in het tweede deel: neo-liberalisme, het communicatieve handelen van Habermas, Castell's netwerkopvattingen, franse filosofen en post-modernisme.
Interessant vond ik de beschouwing over de Frankfurter Schule, hoewel een vrij marginaal verschijnsel, de systeembenadering als basis voor de opkomst van de beleidsanalyse, het bekende New public management en het op Lindblom gebaseerde stromenmodel.
Wie zich in bestuurskunde wil verplaatsen kan dus terecht in:
N. Nelissen, P. de Goede en M. van Twist: Oog voor openbaar bestuur, Elsevier Reed Business Information, Den Haag, 2004
woensdag 17 februari 2010
europe at wur
Uw reizende blogger was maandagavond in Wageningen, waar het Europees Parlement een discussieavond had belegd over voedselveiligheid en het landbouwbeleid. In het forum-gebouw van Wageningen UR. Het lag er mooi bij in het witte sneeuwlandschap.Ik zou er wellicht niet over gerapporteerd hebben als ik er onder de geslaagde netwerkborrel na afloop niet toe uitgedaagd was. Zoveel was er niet te melden. Maar ik zat achterin de zaal met laptop, bij toeval achter een bankje met bekende agrarische journalisten.
Niet om live verslag te doen zoals werd gedacht (WUR verstrekt daar ter plekke voor eigen volk een mobiele internetverbinding) maar omdat ik mijn aantekeningen tegenwoordig in MindManager maak als mindmaps. Kan ik je zeer aanraden: structureert en je hebt het electronisch en dus doorzoekbaar. En inderdaad kun je tussendoor even je mails afhandelen. Multitasken is in.
Enfin, heel veel nieuws leverde het debat me niet op, meer een check dat we nog op de hoogte zijn. Dat WUR geen electriciteit levert en de computer na twee uur wel leeg raakte was dus geen ramp.
Er waren ook wel heel veel mensen op het toneel. De formule van 2 (beoogd was 3) linkse parlementariers die voor liberalisatie (sic!, lees: afbouw directe inkomensssteun) zijn versus 3 boeren(vertegenwoordigers) die hun eigen landbouwbeleidsideeen mochten ontvouwen, en dan nog met 4 mensen uit de zijlijn (wetenschap, LNV, DG-Agri en FNLI) leidde tot veel bestuurlijke drukte op het podium. Waardoor het debat niet altijd het niveau van Straatsburg bereikte (hoop ik).
D'66-er Gerbrandy (ex-LNV) was als debater het meest op dreef. PvdAer Merkies moest er even inkomen en oogste het eerste tegen-applaus (dwz. haar opponent kreeg applaus op een punt waar hij haar aanviel). Juist op een punt dat me aansprak en waar ik aan het eind niet meer de kans kreeg nog eens een vraag te stellen: ze verbond het landbouwbeleid met voedselzekerheid. En dan niet zozeer alleen voor Europa (dan doen er wel meer die een Fort Europa met zelfvoorziening en biofuels wel prima vinden), maar ook voor ontwikkelingslanden. De zaal zag daar niets in. Die dacht meteen aan Afrika waar de boeren moeten worden aangezet met goed beleid om voor zichzelf te zorgen. Moet kunnen, ook bij klimaatsverandering, zo werd er gesteld. Maar dat zou ik voor Egypte (nu al importerend) en het Midden-Oosten bij bevolkingsgroei en klimaatsverandering wel eens nagerekend willen zien. En wellicht moeten we daar toch de productiecapaciteit in (Oost) Europa met krimpende en vergrijzende bevolking en weinig klimaatseffecten op inzetten. Anders ontstaat er wellicht een veiligheidsrisico voor de deur van de EU.
Overigens kwam voedselveiligheid helemaal niet meer aan de orde. En er waren zowaar naast de wetenschappers en boeren een aantal studenten. Deels teleurgesteld want het ging niet over biotechnologie. Onder de netwerkborrel opperde iemand dat het aangekondigde voedselveiligheid misschien een foute vertaling was van food security (voedselzekerheid), maar dat lijkt me toch sterk met al die vertalers bij de EU.
Enfin, toch een leuke avond met veel oude bekenden, en zo levert het ook nog een stukje op. En bij de afronding van het debat kon de overheid constateren dat iedereen het er in ieder geval over eens is dat er een soort landbouwbeleid moet blijven vanwege de gemeenschappelijke markt. Hoe het met de directe betalingen dan verder moet werd minder helder. Misschien zijn het wel vooral de ministers van financien die daar over gaan....
Abonneren op:
Posts (Atom)



