maandag 31 maart 2008

nu bij de Slegte

Een boekentip: bij de Slegte kocht ik zaterdag Gerrie Andela's "Kneedbaar landschap, kneedbaar volk - de heroische jaren van de ruilverkavelingen in Nederland". Een fraai vorm gegeven boek als resultaat van een NWO project - met veel jaren 50 en 60 foto's. Kost je nog geen negen euro, de NRC wees er ook al op, dus haast je voor ze op zijn. Van de zomer lees ik het uit en dan hoor je er meer van.

zondag 30 maart 2008

waar blijft de tijd

De overgang naar de zomertijd roept de vraag op waarom we die kosten eigenlijk maken: iedereen is weer 5 minuten bezig tijdklokken te verzetten, mensen worden uit hun ritme gehaald (gederfde levensvreugde) en soms ontstaan er ongelukken door.

Om energie te besparen, de Amerikanen noemen het niet voor niets Daylight saving time. Niet dat er daglicht wordt gespaard, alleen gaat de mens er beter mee om. Nu steeds meer processen 24 uur doorgaan, is dat effect wel steeds geringer. En sommigen wijzen op een groot substitutie-effect: door de langere zomeravond gaan we eerder een avondje naar de boulevard en drinken daar uit de koelkast een roseetje, en wordt er dus per saldo misschien wel helemaal geen energie bespaard, maar extra aangewend.

Maar is er wel toegenomen levensvreugde en welvaart (ten opzichte van de variant thuis met een boek bij de schemerlamp op de bank), en als dat de kosten van de energie waard is, dan moet je wel de tijd verzetten, en is het subsititutie-effect geen argument tegen. Energiebesparen is geen doel op zich.
Stadse mensen denken nog wel eens dat het voor boeren aantrekkelijk is dat de tijd wordt verzet, maar dat betwijfel ik. Natuurprocessen en daarmee een deel van het boerenwerk onttrekken zich toch al aan de kloktijd en planten groeien niet langer en beter want -in tegenstelling tot wat de amerikanen denken- er is nog evenveel daglicht. Maar door het verzetten van de tijd worden sommige van die processen wel duurder.

Hooien en dorsen kun je pas als het product droog is en de dauw uit de velden is opgetrokken. Ook spuiten vraagt vaak om weinig wind, en wordt meer dan gemiddeld bij het vallen van de avond gedaan. De zomertijd heeft tot gevolg dat het eerder avond is, en je dus eerder in overwerktarieven van medewerkers zit. Want waar zonder zomertijd het product om 10.00 uur dorsbaar zou zijn, is dat nu 11.00 uur. En stop je niet om 21.00 uur maar 22.00 uur.

Maar ook hier geldt dat door de flexibilisering van arbeid in de 24uurs economie dat effect wellicht niet meer zo zwaar telt dan twintig jaar geleden. Eigenlijk wordt het wel eens tijd voor een studie naar de voor- en nadelen van de zomertijd.

zaterdag 29 maart 2008

onheldere wetgeving bedrijfstoeslagen



Politiek en wetgeving zijn niet altijd simpel. De globalisering is lastig voor wetgevers die alleen over de natiestaat gaan, en ook door de welvaart wordt de wereld heterogener zodat het lastiger is om het iedereen naar de zin te maken. Dan is er nog de rol van de media en incident-politiek ligt voor de hand.
Soms is de politiek daar zelf ontevreden over en schrijft een commissie weer regels voor die gehanteerd moeten worden voor nieuwe wetgeving: meer impact-analyse vooraf (leuk voor ons onderzoekers), alleen wetgeving bij gespecificieerde doelen en nog meer rationalisaties die lastig zijn bij het politieke weelen and dealen. Het rapport Dijsselbloem over wat er in ons onderwijs fout zit is een mooie recente illustratie: zakelijker wetgeving gewenst en het past een paar weken later al niet bij het gratis weggeven van schoolboeken.

Ook de mosselkwekers hebben last van onvoldoende heldere wetgeving, die de natuurorganisaties de kans geeft de vangst in de Waddenzee maar eens volledig via de Raad van State te blokkeren, om tot duidelijker beleid te komen, zo lees ik in de krant.

En zelf volg ik uit welbegrepen eigenbelang de situatie rond de eigendom van de rechten op de EU Bedrijfstoeslag. Ik blogde daar al eerder over: voor pachters is onduidelijk of ze volledig eigenaar zijn, of dat de verpachters gelijk hebben dat ze 50% van de waarde opeisen (zoals eerder bij quota). Velen in Europa denken dat het recht van de boeren is (en reageren met ongeloof als ik de Nederlandse situatie uitleg) en eerder schreef Minister Cees Veerman een brief waarin hij stelde dat het aan de onderhandelingstafel zo was afgesproken.

Maar de Nederlandse verpachters, niet in de laatste plaats trouwens ook de overheid in de vorm van het Ministerie van Financien met zijn dienst Domeinen, claimen de helft en Cees Veerman werd door een Nijmeegs jurist terecht gewezen dat de wetgeving voor Nederland (waar de pachtwetgeving een belangrijke positie inneemt, die blijkbaar niet per definitie ondergeschikt is aan ook niet geheel duidelijke EU landbouwwetgeving) dat helemaal niet zo duidelijk maakt. De rechter in Zwolle stelde in een proefproces de verpachters in het gelijk, waarna agrarisch jurist Willem Bruil voorstelde het hof in Luxemburg maar eens te gaan raadplegen.

Inmiddels is de case in hoger beroep in Arnhem, en nu heeft de huidige minister van Landbouw, Gerda Verburg, gemeend de Europese Commissie om advies te vragen. Met hun mening in de hand informeerde ze de Tweede Kamer dat haar voorganger helemaal gelijk had: het is van de boeren. Met als gevolg dat natuurlijk nu de juristen boos zijn. In het Agrarisch Dagblad van afgelopen week maakt jurist en columnist Willem Bruil duidelijk dat de wetgever zijn zaken goed moet regelen en zich niet moet bemoeien met zaken die onder de rechter zijn. Dat is in Montesquieu's Trias Politica een doodzonde. Blijkbaar had het initiatief bij de rechter moeten blijven om de Europese Commissie als getuige op te roepen. En zo blijven de boeren in onzekerheid en mogen we in Brussel blijven uitleggen dat wij het weer eens anders doen dan EU regels beogen. Een soort zelf-gecreerde derogatie.

Het goede is in ieder geval dat het standpunt van de Commissie en de Minister duidelijk en pachtersvriendelijk zijn, en dat komt me wel goed uit.

Op de foto de Dordtse gebroeders De Witt uit de tijd dat politiek en wetgeving ook al niet simpel waren

vrijdag 28 maart 2008

kom in de wereldhaven

De Leuvehaven (niet ver verwijderd van het Boerengat) herbergt de nostalgie van de Rotterdamse haven met het maritiem (buiten)museum. In spreekbeurten voor boeren wijs ik er wel eens op dat ik dat een mooi voorbeeld vind van hoe je via gezonde nostalgie de haven levend houdt in de stad. De haven ligt immers steeds verder naar het westen en de oude havens worden woongebieden. Maar voor de haven is het wel belangrijk dat er draagvlak blijft en mensen in de haven willen blijven werken. Dat buitenmuseum draagt daar mooi aan bij, zo lijkt me.
En daar kunnen we nog wat van leren in de agrarische sector. Natuurlijk hebben we het Openluchtmuseum, Orvelte en nog wat agro-attracties, maar doen we wel genoeg?
De NRC had gisteren een mooi verhaal over haventoerisme. Er is potentieel veel belangstelling voor de haven, en de haven heeft daar belang bij, maar veel individuele bedrijven niet. Die vinden twee dagen per jaar de wereldhavendagen prima, maar verder moet er wel gewerkt worden en zijn bedrijven geen toeristische attractie: dat leidt maar af, het geeft ARBO / aansprakelijkheidsproblemen, oncontroleerbare pottenkijkers en het levert weinig op. Terwijl het Havenbedrijf ons wel zou willen kennis laten maken met exotisch fruit op de fruitterminal, sapbaar en restaurant incluis. Hier ligt dus een spanning tussen micro en macro.
Doen we het dus met dat ene weekend Kom in de Kas (volgende week weer!) in de tuinbouw en het vrijwel gelijknamige restaurant in Amsterdam nog niet zo gek, nu de intensieve veehouderij nog.

donderdag 27 maart 2008

Experimenteren met kennissystemen

Er is een interessant experiment gaande tussen Nederland en Denemarken: wie heeft het best zijn agrarische kennisstructuur veranderd? Over een jaar of twintig zullen we het effect kunnen meten, maar nu is het nog even gissen. Zoals vanmiddag in Wageningen gebeurde onder de borrel van een seminar over dit onderwerp.
De afgelopen jaren hebben verschillende Europese landen gemeend te moeten ingrijpen in de organisatie van hun landbouwkennissysteem. Daarvoor worden tal van redenen aangevoerd, die nog wel eens nader op hun meritis mogen worden bekeken. In Nederland zijn de instituten voor toegepast onderzoek onder 1 bestuur met de landbouwuniversiteit gebracht: het Wageningen UR model, met daarbinnen weer varianten over de wijze en mate van integratie.
De Denen zijn nog een stapje verder gegaan, die hebben niet alleen instituten en universiteiten geintegreerd, maar de nieuwe faculteiten ook in andere (niet-landbouw) universiteiten geschoven. Ik leerde dat de agri-business daartegen was, die hadden liever 1 centrum gehad zoals in Wageningen in plaats van minimaal drie.
De Fransen, zo vertelde een spreker van het Franse ministerie, twijfelen momenteel tussen beide modellen, waarbij het bedrijfsleven (in tegenstelling tot het Deense) wel wat voelt voor regionale inbedding: het land is groter en het bedrijfsleven relatief kleinschalig.
Als je denkt dat je krachtige landbouwwetenschap als zelfstandige bron van kennis (zonder nuttige interne concurrentie) moet hebben, dan kies je voor het Wageningse model, als de poort tot de kennis vooral de basiswetenschappen als biologie of ICT zijn, dan is de Deense integratie met die andere faculteiten een belangrijk argument.
In werkelijkheid zou het wel eens vooral politieke economie kunnen zijn (de Deen wees op de geslonken kracht van hun ministerie van landbouw t.o.v. het ministerie van technologie en op de angst van onderzoekers met zijn allen in een te grote club zonder aansluiting met de rest terecht te komen). Over twintig jaar kunnen we wellicht meten waar de concurrentiekracht het best verbeterd is: bij de Denen omdat ze zo dicht bij de biologie en de ICT zitten of in Nederland omdat we zo duidelijk in de sector zijn ingebed. En voor de Fransen is te hopen dat ze tegen die tijd de reorganisatie achter de rug hebben.
De foto is de poort van de kathedraal van Sevilla in Mudejar stijl, speciaal ter overdenking voor Geert W.


woensdag 26 maart 2008

Witte Pasen en slechte statistiek

De witte Pasen houdt de gemoederen bezig. De belangstelling van de Nederlander voor het variabele weer en de commercialisering van de media hebben van de berichtgeving over het weer ook een entertainment industrie gemaakt, en daarin scoor je gemakkelijk met koppen als "Met Pasen is niet eerder zoveel sneeuw gevallen" en "De Paasdagen waren ook de koudste sinds 1964". Ook het KNMI ontkomt daar niet aan in zijn berichtgeving - beide citaten haal ik uit een bericht op hun website dat overigens gelukkig wel een aantal zaken recht zet.
Elke eerste jaars student statistiek voelt op zijn klompen aan dat we appelen en peren vergelijken bij uitspraken over het weer met Pasen. Pasen hangt van de maanstand af en is dus niet op een vaste datum; dit weer zegt niets over de frequentie van weer-extremiteiten of -nog sterker- over een al of niet veranderend klimaat. Zoals het KNMI meldt aan het eind van zijn analyse:
De 23e maart is een ongewoon vroege datum voor Pasen. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1913 en de eerstvolgende keer is pas in 2160. De vroegst mogelijke datum voor paaszondag, 22 maart, is nog zeldzamer. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1818 en de eerstvolgende keer is pas in 2285.
Overigens: ook als je niet voor de variabele datum corrigeert, moet je niet overdrijven. We hadden op Paaszaterdag april 2001 nog sneeuw. Maar toen viel het op zaterdagavond, om de volgende dag snel weg te dooien. Nu werd de zaak verergerd op de eerste werkdag na Pasen, met de een na langste file in de ochtendspits ooit. Verkeersdeskundigen merkten op dat het op de ochtend na Pasen toch altijd druk is op de weg en dat de sneeuw in deze tijd van het jaar de automobilist uitnodigde om extra voorzichtig te rijden en eindelijk eens normaal afstand te houden. Maar omdat het veel drukker op de weg is dan 10 jaar geleden zijn de gevolgen daarvan veel groter. Wat meer met de economie dan met het weer te maken heeft.
.
Maart roert zijn staart
De echte vraag is dus of het nu zo ongewoon is dat het eind maart sneeuwt. Niet dus. Het KNMI heeft een lijstje late sneeuwdata (met een fors aantal stations die een sneeuwdek rapporteren) op zijn site gezet:
25/26 maart 1966
15 april 1966
3 april 1968
27/29 maart 1970
2/8 april 1970
28 maart 1975
11/12 april 1978
28/29 maart 1995
30/31 maart 1996
Kortom, sneeuw in deze tijd van het jaar is een vrij normale zaak. Bij de koffieautomaat dus geen verhalen meer over veranderend klimaat door 1 witte Pasen. Want het was pas echt een koude Pasen in 1771 en 1845. Toen was het mogelijk eieren te zoeken op het ijs, in maart 1845 lagen alle rivieren in dit land nog met ijs bedekt. De kans daarop is tot 2160 niet zo groot.
Het is een menselijke denkfout om aan recente, weinig frequente ervaringen grote consequenties te verbinden, zo leert de theorie van behavorial economics (en die heeft het weer uit de cognitieve psychologie). Een keer een olieprijs van 100 dollar en hij kan nooit meer 50 dollar worden, dat soort redeneringen. Maar ter waarschuwing was daar al een goed spreekwoord voor: iets met 1 zwaluw en lente.
Kortom het wordt lente en statistiek is een lastig vak.
.
De foto is sensatiebewust niet van de Paasdagen maar uit januari

maandag 24 maart 2008

Links: Pannelldiscussies

Links heb ik een link toegevoegd naar de website van de Australische landbouweconoom David Pannell, die zijn naam leent aan een aantal interessante Pannell-discussies. Met dank aan Floor B. voor de hint naar down under.

boer en woordenboek

'Boer' als in 'agrarier' komt van het middelnederlandse gebuur, wat nu nog in veel dialecten 'buurman' betekent. Door een betekenisverschuiving heeft het woord de huidige betekenis gekregen. Zo meldt de site NLTaal.blog Hypothese mijnerzijds: in een tijd dat vrijwel iedereen boer was, is dat een minder vreemde betekenisverschuiving dan je denkt.

Eerder deze maand verscheen het Boerenwoordenboek van schrijver en woordenboekmaker Wim Daniels. Hij laat zien dat het woord 'boer' velerlei gebruik kent, naast de agrarier en de oprisping - zo begreep ik uit het Agrarisch Dagblad.

Hoewel boeren vanoudsher een lompig, althans weinig gecultiveerd intellectueel, aanzien hadden (alleen de allerslimste boerenkinderen brachten het ver, dus oververtegenwoordiging van minder slimme, harde werkers in de branche lag voor de hand) is dat aan het veranderen. Voor voetbalclub de Graafschap is het al een Geuzennaam. En volgens hetzelfde NLTaal.blog is boer in de betekenis van oprisping een klanknabootsing en daarmee een toevallig homoniem, en heeft het weinig met de vermeende lompigheid te maken.

Enfin de meest typerende 'boer' woorden zijn wat mij betreft die in samenstellingen als de wat minder verfijnde, dozen-schuivende winkeltypes als sigarenboer, computerboer e.d.

zondag 23 maart 2008

Lijstje: Romantische vleesindustrie

De vleesbranche is weer eens in opspraak, nu met vermeende misstanden in de slachterijen. De VWA lijkt het lastig te hebben met de controle. Misschien wordt het tijd voor wat modernere middelen als webcams op de slachtlijn (kun je van waar ook ter wereld toezien via YouTube), net zoals we de tachograaf bij vrachtauto's verplicht gesteld hebben. En wat naming en shaming rond merken en supermarkten die dit verkopen, zo lijkt me. Controle moet je als overheid niet doen, je moet het organiseren.
Enfin, voor literatuurkenner Pieter Steinz was het aanleiding een stapeltje romans op te duiken die eerdere misstanden in de vleesindustrie in beeld brengen. Daar kun je een leuk lijstje van maken:
  1. Upton Sinclair: The Jungle (1906) over Litouwse immigranten die in Packingtown (Chicago) niet gelukkiger worden, met 'misselijk makende beschrijvingen van de de industriele vleesverwerking'
  2. Ruth Ozeki: My Year of Meat (1998), een satirische roman over uitwassen in de Amerikaanse vleesindustrie
  3. Emile Zola: Le ventre de Paris (1873): de Parijse markthallen met "overvloed en onbehagen"
  4. Manon Uphoff: Vlees (1995): van een slagersdochter die vegetarier wordt
  5. Beate Sterchi: Bloesch (1983): Zwiterse klassieker over een koe en een gastarbeider in een boerensamenleving
  6. En als uitsmijter: Michel Faber: Under the Skin (2000) een science fiction verhaal over buitenaardse wezens op zoek naar mensenvlees. Het kan altijd nog erger, zullen we maar denken.

Pieter Steinz: In Fictie, NRC, 22.3.2008

zaterdag 22 maart 2008

Hoezo schaalvergroting



Google docs blijft wat moeite houden om mooie figuurtjes te generen voor weblogs, maar als je er hiernaast op klickt dan krijg je een beter image.

Het gaat hier om een opvallend lijntje: er is de nodige discussie over schaalvergroting, maar uit de CBS landbouwtelling cijfers blijkt dat het aantal bedrijven in de grootste categorie (> 150 nge voor de kenners) tussen 1990 en 1995 nog verdubbelde naar meer dan 10.000, maar sinds die tijd stabiel is. Het valt zo te zien dus wel mee met de schaalvergroting - als de cijfers de werkelijkheid goed weergeven.....

vrijdag 21 maart 2008

boeren planten bomen

Burgerparticipatie in landschap is in. En zo benutten wij onze Goede Vrijdag tussen de hagelbuien door om een nieuwe windsingel aan te planten. Het Landschapsbeheer Zuidholland heeft een geweldige service waarin bomen worden geleverd om tot een karakteristieke beplanting te komen. "Boeren planten bomen" heet het, en het geldt ook voor burgers in het buitengebied. Bomen worden netjes just-in-time thuisbezorgd. Ook al stonden hier in de jaren 50 en 60 weinig windsingels (zo zag ik op oude luchtfoto's), zo'n ouderwetse windsingel met meidoorn, sleedoorn en elzen leek ons toch een aanwinst.

donderdag 20 maart 2008

fazant zonder zuurkool

We betalen steeds meer voor emotie in producten, en minder voor de grondstof. Het zou natuurlijk helemaal mooi zijn als je mensen kunt laten betalen voor de emotie dat je iets niet levert. Mijn collegas denken er over na of je mensen via een label of merk niet kunt laten betalen voor 2 vissen terwijl je er maar 1 levert en er 1 in zee laat zwemmen (door het quotum niet te gebruiken).
Misschien kunnen we nog wat leren van de aloude jacht. Vroeger was de waarde van de jachtrechten afhankelijk van wat je aan geschoten wild kon verkopen, maar die tijd hebben we al lang gehad. Tegenwoordig betaal je om te kunnen schieten, en het vlees levert maar een fractie op van dat bedrag. In the Economist van vorige week las ik je voor 30 a 35 engelse pond een fazant kunt schieten, terwijl je dan nog geen euro aan vlees uit de lucht knalt. Een beetje vergelijkbaar met de hoge prijzen voor de afschotvergunningen voor elanden in Finland, naar het schijnt populair bij Duitse jagers.
En het wordt nog erger want de prijzen van het jachtrecht gaan omhoog. Niet omdat men meer wil schieten, maar omdat het door de stijgende graanprijzen duurder wordt om de fazanten op te fokken, waarbij meer dan de helft van de opfok uitval is omdat de vossen al hebben toegeslagen voordat de jagers ze weten te raken.
Er zijn nu dus prijsstijgingen van een procent of 5 a 6 aangekondigd. Veel effect zal het niet hebben, zo verwacht the Economist: de overeenkomst tussen fazanten en hun jagers is dat ze beiden geplukt willen worden.
The Economist 15.3.2008: Commodities - shooting up

woensdag 19 maart 2008

op naar de stad


Van een plattelandsleegloop kun je in Nederland niet spreken. Volgens het CBS wonen er nog immer ruim 3,3 miljoen mensen in niet-stedelijke gebieden (cijfer 2006). Tien jaar eerder was dat nog bijna 3,5 miljoen.
Maar absoluut en zeker relatief wonen er steeds meer mensen in stedelijke gebieden in dit land. Het plattelandsaandeel liep terug van 22% naar 20% en vermoedelijk wonen er nu al minder dan 1 op de 5 mensen in niet-stedelijke gebieden.
Daar wordt de wereld duurzamer van zo lijkt me - wonen in de stad gaat met minder CO2 emissie gepaard dan wonen op het platteland, zo vermoed ik. Wie kent daarvan de cijfers?

dinsdag 18 maart 2008

Lijstje: Paarden-Psychotherapie

Mr. Ed het sprekende paard is uit, maar Dokter Paard is in, zo begrijp ik uit een verhaal van Monique Snoeijen in de NRC van afgelopen zaterdag. De 'verpaarding' van Nederland heeft een nieuwe fase bereikt nu het paard ontdekt is als co-therapeut. Vijf redenen waarom het paard zo geschikt is bij psychotherapie:
  1. Een paard spiegelt emoties. Spanning bij de client is spanning bij het paard.
  2. Een paard snapt geen dubbele boodschappen. Een client die zegt zich prima te voelen terwijl hij gespannen is wordt betrapt door het paard als leugendetector
  3. Paarden oefenen een grote aantrekkingskracht uit op mensen en zeker op kinderen. Patienten verleggen daardoor eerder hun grenzen
  4. Het paard draagt de client en het maakt dus niet uit hoe iemand eruit ziet. Patienten voelen zich daar gemakkelijker bij dan bij een therapeut
  5. De driedimensionale bewegingen van het paard hebben een heilzame werking op lichaam en geest want je gaat de dialoog aan met je eigen geestelijke en lichamelijke evenwicht.

Hier ligt een markt, ook voor bedrijfsuitjes en cursussen voor managers zo lijkt me. Mij krijg je niet op zo'n beest, ik hield met een slecht evenwichtsgevoel ook al niet van zeereizen en kermisattracties, maar gelukkig voel ik me nog prima. Maar wie het eens wil proberen: paarden genoeg in dit land.

M. Snoeijen: Dokter Paard in: NRC 15.3.2008. Op de foto een oude Spaanse hacienda met paardenstallen.

maandag 17 maart 2008

Afrikaantjes

Nieuwsgierig, creatief en mouwen omhoog. Dat is de titel van een boekje dat het Ministerie van LNV enige tijd geleden uitbracht met daarin innovatieve agro-ondernemers aan het woord. Met bekende voorbeelden als de Volwaard-kip, Happy Shrimp, Insecten en de Pulskor.
Er is ook een artikeltje gewijd aan het netwerk Telen met Toekomst, met daarbij de tekst: "Velden vol oranje bloemen. Wie goed oplet ziet ze steeds vaker op de akkers: Afrikaantjes. Ze symboliseren de 21e eeuwse gewasbescherming. De 'giftige' sappen in de wortels van de planten zuiveren de grond van schadelijk ongedierte. (..). Natuurlijke oplossingen in plaats van chemische".
Het herinnerde me eraan dat enkele economen al in de jaren 80 begeistert waren van Afrikaantjes - ver voor dit pleidooi uit de hoek van de plantentelers. Het waren de tijden van landbouwoverschotten en het idee van braaklegging (set aside) begon opgang te doen, maar lag politiek zeer gevoelig. Toenmalig LEI-directeur Jan de Veer stelde daarom voor een nieuwe teeltsubsidie op Afrikaantjes in te stellen. Een gewas dat geen bijzonder doel had (zodat er geen verstoring in de markt plaats vond), kleuriger en minder politiekgevoelig dan braak en bovendien milieuverbeterend omdat het aaltjes wegwerkt.
Het plan heeft het niet gehaald, en dat zal ook niet meer gebeuren want intussen verschijnt Wageninger Frank 'graanrepubliek' Westerman in het journaal om uit te leggen dat we landbouwgrond niet meer in randmeren of natuur moeten omzetten. Binnenkort mogen bestrijdingsmiddelen ook weer volop, want de EU interventievoorraden van tarwe zijn sinds kort geheel verdwenen.
O ja, blijft de aloude vraag: waarom heet een afrikaantje een afrikaantje en hoe noem je een afrikaantje in Kameroen?