woensdag 29 november 2006

nostalgie

De NRC van afgelopen zaterdag had voor de liefhebber van de combinatie economie en cognitieve psychologie een groot aantal interessante bijdragen. Reclameman Eugene Noorda blikte terug op de verkiezingen en sabelde het idee van een toekomstig premier Bos in rood jack op een zeepkist neer. Marketing en Psychologie, zo stelde hij, gaan uit van de regel dat 30% rationeel beslist en 70% onderbewust. En dat onderbewuste niveau spreekt Jan Marijnissen in redelijk pak, met nostalgie naar Joop den Uijl veel beter aan.
Psycholoog Constantine Sedikides heeft uitgezocht dat nostalgie de sociale verbondenheid versterkt. De meest opgehaalde herinneringen zijn positief en nostalgische mensen ervaren hun leven vaak als zinvol. Dat deed me denken aan het recent hier gemelde inzicht dat wie verhalen vertelt langer leeft. Sedikides onderzoekt nu cultuur van ondernemingen: kan het ophalen van herinneringen in een bedrijf (over vroegere successen bijvoorbeeld) leiden tot trouw en arbeidstevredenheid. Ik heb de indruk dat dit bij Wageningen UR al wordt uitgetest, want het huisblad Resource doet momenteel veel historie in zijn kolommen - vorige week weer over een wereldberoemd Wagenings politiek tekenaar uit de eerste wereldoorlog. En de uitslag van de medewerkerstevredenheidstest was niet best.
De nostalgische gevelsteen (recent gefotografeerd in Heusden) is hier afgebeeld vanwege nog een ander interessant onderzoek waarover de NRC rapporteert: wie aan geld denkt, wordt vanzelf individualistischer in zijn opvattingen en handelen. De gedachte aan geld maakt mensen minder hulpbehoevend en minder behulpzaam, zo constateerde een team onder leiding van Kathleen Vohs van de universiteit van Minnesota in Science. Mensen met een screensaver werken liever solo aan een creatieve opdracht dan collega's met een geldloze screensaver. En vergelijkbare priming testjes. Wie samenwerking wil bevorderen, moet het dus wellicht minder over geld hebben. Kunnen we in Wageningen misschien ook nog wat van leren. Posted by Picasa

dinsdag 28 november 2006

milieueffect voedsel

Vandaag bezocht ik een debatbijeenkomst bij VROM waarin een Europees rapport werkt gepresenteerd over de milieueffecten van producten. Ondanks de opstelling van de stoelen was het op zijn best een discussiebijeenkomst want de stellingen waren geen discussiestellingen. Maar daarom niet minder interessant.
In een meta-analyse hebben TNO en CML uitgevonden dat vooral ons huis, ons eten en ons transport milieuvervuilend zijn. Verzekeringen, bankdiensten en onderwijs zijn milieuvriendelijk. Dat lijkt me, ook wat betreft voeding (waar vooral veehouderijproducten slecht scoren) geen schokkend nieuws. Hoogleraar Jan Pen zei in de jaren 70 al dat het pas wat wordt met het milieu als we in onze vrije tijd ons beperken tot piano spelen. Dat leek hem de meest vriendelijke vorm van consuminderen.
Minder eten en nog een credit card extra nemen is ook niet de oplossing, dus het zal van productieprocessen moeten komen die schoner zijn. En dan, zo heb ik betoogd, is de kwaliteit van management erg belangrijk: verschillen tussen bedrijven zijn groot. Of een forse belasting op milieubelasting in plaats van op inkomen of btw.

[op de foto een scala aan oude en nieuwe energie in Zevenhuizen, inclusief de spruitenstronken voor de vergisting in de biobased economy] Posted by Picasa

maandag 27 november 2006

verkiezingsaffiche

Ik kom nog even op de verkiezingen van vorige week, die voor het eerst - met twee zetels - de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer bracht. Het affiche Ontwapenend van de PSP uit 1971 is gekozen tot het beste Nederlandse verkiezingsaffiche op www.reclamearsenaal.nl. Terecht lijkt me, ook vanuit de invalshoek van het platteland.

Je zou verwachten dat het affiche ook in de wandelgangen 'ontwapenend' genoemd zou worden, of -zoals in de kunst- het affiche met het naakt. Maar velen kennen het als het affiche met de koe. Blijkbaar was de koe in de wei ook een pacifistisch beeld.
Overigens herinner ik me uit mijn middelbare schooltijd dat het affiche (althans in Harderwijk) de nodige protesten opriep - en ook ik vraag me nu af of de amerikaanse site blogger.com waarop deze weblog geschreven wordt, dit als kunst of als porno zal behandelen.

Overigens was deze affiche niet de enige die aan landbouw en platteland doet denken. Zo is er onder andere bijgaand affiche uit de crisisjaren van de SDAP.

terug van afwezigheid / internet op het platteland

Door persoonlijke omstandigheden zijn er twee weken voorbij gegaan zonder blogs. We pakken de draad weer op, ook met achterstallig werk.
Overigens nog een observatie die voortkomt uit die omstandigheden: de leefbaarheid van het platteland wordt inmiddels ook nog een beetje geholpen door het internet. Zoals hier eerder betoogd valt het met die leefbaarheid in Nederland wel mee, maar met name openbaar vervoer kan voor ouderen en jongeren nog wel eens een probleem zijn. Goed dus om te merken dat sommige kerken nu overgaan zijn tot het realtime beluisterbaar en downloadable maken van hun kerkdiensten. Zie bijvoorbeeld
www.protestantsegemeentebiddinghuizen.nl

maandag 13 november 2006

Grondbezitters moeten voor immigratie kiezen

Tot de weinig belichte motoren van de Nederlandse landbouw behoren de gelden die vanuit de stad via de projectontwikkelaars de landbouw instromen. De vraag naar bouwgrond leidt tot hoge grondprijzen en wie dat geluk ten deel valt, kan elders schaalvergroting realiseren. Het is de vraag of dit mechanisme nog lang bestaat. De cijferende Planbureaus CPB, MNP en RPB hebben scenarios voor 2040 doorgerekend en komen tot de conclusie dat in drie van de vier scenario’s er na 2020 geen noemenswaardige extra ruimte in Nederland meer nodig is voor bedrijfsterreinen en woningen. Er is dan een afnemende bevolkinsggroei en de beroepsbevolking wordt kleiner. Zeker buiten de Randstad. Alleen in een scenario met veel immigratie waarbij de bevolking nog met een paar miljoen toeneemt, zal de grondontrekking fors doorzetten. Wie belang heeft bij blijvende hoge grondprijzen, moet dus voor immigratie kiezen.
Verder kun je op basis hiervan speculeren of schaalvergroting van bedrijven in de landbouw straks makkelijker wordt omdat grondprijzen dalen – de grondmarkt wordt dan normaler en het is dan niet alleen meer weggelegd voor wie wordt uitgekocht. Mogelijk gaat de schaalvergroting dan sneller want meer ondernemers kunnen meedoen en kopen voor een miljoen euros meer ha’s. Verder zou het gering groeiende, tot onder bepaalde omstandigheden zelfs dalende arbeidsaanbod wel eens voor een nog grotere ontrekking van arbeid aan de landbouw kunnen zorgen (elders is arbeid schaars), met dus ook schaalvergroting, automatisering en mechanisatie als gevolg. Ook wie kleinschalige romantische landbouw wil, kiest dus voor een globalisatie scenario met veel immigratie.
Zou er nog een partij te vinden zijn die daar voor is?

L.H.J.M. Janssen, V.R. Okker en J. Schuur: Welvaart en Leefomgeving – een scenariostudie voor Nederland in 2040. CPB, MNP en RPB - 2006

zondag 12 november 2006

van cooperaties

Cooperaties trokken de afgelopen dagen mijn aandacht. Donderdag hield de NCR zijn jaarlijkse cooperatiedag, traditiegetrouw in het Spant in Bussum. De toog(mid)dag ging over cooperaties in den vreemde, gevolgd door een -wat mij betreft- zeer gezellige instuif in de brasserie met oude en nieuwe bekenden.
In de globaliserende voedingsketens is de functie van cooperaties niet meer het locaal bijeenbrengen van het aanbod en dat zo goed mogelijk afzetten en zo tegenwicht bieden aan de particuliere handel. Daar waar de concurrentie wereldwijd wordt uitgevochten kun je er niet omheen om wereldwijd acte de presence te geven. Campina doet dat bijvoorbeeld in Rusland, die andere grote europese markt, door daar de concurrentieslag in de toetjesmarkt met Danone aan te gaan. Dat brengt wel de nodige investeringen mee en de aloude vraag is dan of leden dat geld ook beschikbaar willen stellen. Dat was in de lezing en wandelgangen eigenlijk geen echt thema, wat mij leert dat meer dan 10 jaar geleden ook de leden de wereldwijde concurrentie begrepen hebben en de consequenties aanvaarden.

Een ander interessant voorbeeld is Agrico, dat actief is in o.a. Polen en Roemenie - maar niet meer in Rusland, China en India. Reden: het ontbreken van goede bescherming van intellectual property rights, in dit geval het kwekersrecht. Copyright is daar de right to copy, zo constateerde Agrico directeur Cees van Arendonk. Met snelle vermeerderingstechnieken worden ook nu al in Europese winkels gekochte aardappelen daar illegaal doorvermeerderd.

Hoe boeren inspelen op globalisering werd me ook gisteravond weer eens duidelijk. Met het management van Nautilus hadden we een etentje, ook een beetje ter afsluiting (althans dat hopen we maar) van 5 jaar reorganiseren in een globaliserende voedselketen. Plaats van handeling was Creil, waar tulpenteler en ex-wethouder Jos Becker nu een activiteit heeft gestart als importeur van zuidafrikaanse wijn. Groot Vertroue heet zijn boerderij nu, en je kunt er een leuke proeverij meemaken, eventueel met diner. Een mooie business, waar ik nog twee leerpuntjes uithaalde: er blijkt nog steeds een subsidie te zijn op import van zuidafrikaanse wijn om het land er na de outspan-sinasappelen boycot weer bovenop te helpen. Maar waarvan je je wel kunt afvragen of de zwarte medemens daar nu echt van profiteert. Het zou me niet verbazen als dit geld weglekt naar de consument via de positie in het C1000schap en naar de blanke wijnboeren in Zuidafrika.
En verder is de opstart van zo'n handel wel gebaat met het (her)gebruik van een akkerbouwschuur op het platteland, die zo ook weer benut wordt. En het is een mooie nieuwe functie voor leegstaande gebouwen op het platteland. Zolang het landschap er niet mee aangetast wordt lijkt me een brede invullling van bestemmingsplannen een goed idee. Maar soms zie je het uit de hand lopen en verandert een erf in een complete autohandel, liefst goed zichtbaar vanaf de weg. Terwijl anderen een duur terrein aan een autoboulevard moeten kopen. Bewaken van schoonheid, bevorderen van ondernemerschap en een level playing field zijn niet altijd samenoplopende doelen. Maar in Creil dus wel.

dinsdag 7 november 2006

nederlandse multifunctionaliteit / semigratie

Twee leuke bijeenkomsten vandaag. Vanmiddag zaten we op de bloemenveiling Aalsmeer bijeen om te praten over semigratie. Ik blogde daar al eerder over. In andere sectoren heet het Foreign Direct Investment (FDI) of offshoring, maar de agrarische sector heeft dankzij een Alterra project daar nu een leuke eigen naam voor, die al een begrip is. Een transitie is in ieder geval voltooid: als je vroeger aan de verkeerde kant van de Aalsmeerderweg woonde kon je geen lid worden van de veiling Bloemenlust. Later gold dat voor mensen van de andere kant van het Noordzeekanaal resp. de Middelandse Zee. Dat was in de tijd dat er ook nog discussie was of je buiten het Westland wel goed groente kon telen [jaren 80] en of de voorlichting wel boeren over de grens (betaald) mocht adviseren [jaren 90]. Nu zijn de ketens echt wereldwijd en heeft de veiling 130 buitenlandse leden (en niet alleen Nederlanders in den vreemde). De rest van de bevindingen komt t.z.t. wel in een nieuw Alterra rapport.
Vanochtend spraken we in Wageningen over multifunctionele landbouw: het idee dat een landbouwbedrijf niet alleen voedsel (en bloemen) produceert, maar ook andere producten en vooral diensten kan voortbrengen. Interessant is de internationale kant van dat vraagstuk: het is een begrip dat vooral in het buitenland en in het kader van het landbouwbeleid is opgekomen. Sommige critici zien er vooral rentseeking gedrag in, waarin de sector onder het motto van leegloop van het platteland probeert de subsidiestroom van een nieuwe onderbouwing te voorzien. Anderen zien het wat positiever en wijzen bijvoorbeeld op ervaringen met onderhoud van ski-gebieden en toerisme in de Alpen. Nederland is vooral een produktieland waar leegloop van het platteland nauwelijks bestaat en zeker niet door het verdwijnen van landbouw komt. Dat associeer je dus met specialisatie, niet met multi-functionaliteit. Maar wellicht dat er op het vlak van de vercommercialisering van die nieuwe functies (zorg, recreatie) in de peri-urbane landbouw toch iets bijzonders aan Europa te melden valt. Nieuwe arrangementen met zorgverzekeraars, projectontwikkelaars e.d. zouden we dan in de etalage moeten zetten.

zondag 5 november 2006

Ook het Duitse landschap is niet meer wat het was


Duitsers staan bekend als verknocht aan hun Heimat en Boden. Waar velen weten dat in Nederland alles wel een keer op de schop is geweest, en oernatuur niet meer bestaat, hebben we bij Duitsland nog wel dat romantische beeld.
Onzin, zo blijkt uit een voortreffelijk boek van de Harvard hoogleraar David Blackbourn. Hij schreef 'De verovering van de natuur - water, landschap en 'the making of modern Germany'. Hoofdstuk 1 stal meteen al mijn hart, maar dat komt omdat het over de Oderbruch gaat, een Nederlandsachtig polderlandschap achter Berlijn, langs de Oder. Ik ken het een beetje omdat mijn zwager er boert. Onder Frederik de Grote in de 18e eeuw op het barbaardom veroverd door inpoldering. Andere hoofdstukken gaan over het rechttrekken van de Rijn, de aanleg van Wilhelmshaven en de veenkolonien, de aanleg van stuwdammen (met meren die vervolgens door de natuurbescherming werden omarmd) en de landschapsactiviteiten van de Nazis in het wilde oosten. En het boek eindigt weer in de Oderbruch bij de overstromingen van 1997. Ik hoop er van de zomer bij de oude boerderij van Daniel Albrecht Thaer (de eerste landbouwkundige in Duitsland) een kijkje te nemen.
De mooiste quote van het boek staat in de introductie en wil ik je niet onthouden:
We regularly encounter engineers trying to fix problems that were problems only because the previous fix had not worked. An every time their mantra was the same: This time things would be different! Score one for the pessimists. But the same point also cuts the other way. What nature conservationists wanted to conserve at any given time was the status quo at a particular point between one set of human interventions and another - the residue of yesterday's progress, after it had acquired a patina of 'naturalness'.

David Blackbourn: The conquest of nature - water, landscape and the making of modern Germany. Random House, 2006.

maandag 30 oktober 2006

rendement uit grond


Eind van de middag bezocht ik een genoeglijke receptie van Van Lanschot Bankiers in Zoetermeer. Ik ontmoette er een agro-ondernemer pur sang, grootgeworden in een agro-industriele activiteit en aan- en verkoop van verschillende boerderijen.
We kwamen tot de conclusie dat toch een van de onderschatte mechanismes in de huidige Nederlandse landbouw de instroom van kapitaal is uit andere sectoren als gevolg van grondverkoop naar bestemmingen buiten de landbouw. Dat levert rendement en veel geld op, waarmee ondernemers ook hun bedrijf (elders) kunnen vergroten en vernieuwen. En deels drijft het natuurlijk de grondprijs op, waar ook nadelen aanzitten bij bv. bedrijfsovername of uitbreiding. Maar over dat laatste hoor je meer dan over het eerste. Kortom, onderbelicht zijn de dynamiek van schaalvergroting door (soms verplichte) grondhandel en daarmee ook de natuurlijke selectie op boeren met dergelijke vaardigheden (alleen die blijven over, alleen groene vingers is niet genoeg, 'blauwvingers' zijn ook nodig).

zaterdag 28 oktober 2006

lijstje: transities in de Nederlandse landbouw

Het is weer eens tijd voor een lijstje. Dit keer zeven historische transities in de Nederlandse landbouw, uit een artikel van de Transitie-onderzoekers Geels, Schot en Verbong:

  1. Eerste ronde mechanisatie en gewasverbeteringen (1860-1920)
  2. mechanisatie in de voedselverwerking (1870 - 1920)
  3. standaardisatie van voedingspatronen (1920 -1960)
  4. omschakeling naar massa productie met high-input landbouw (1940 -1970)
  5. de revolutie in retail: van winkel naar supermarkt (1950 -1980)
  6. differentiatie in voedingspatronen (1960 - 1990)
  7. opkomst en neergang van de veehouderij en bioindustrie (1970 -2000)

bron: Frank Geels, Johan Schot en Geert Verbong: A multi-level analysis of historical transitions in agriculture and food. Artikel in een Transforum bundel: the organisation of innovation and transition.

dinsdag 24 oktober 2006

wetenschap over innovatie



Wetenschappers en anderen lieten vandaag in Ede hun licht schijnen over wat er met wetenschappelijke analyse allemaal te leren zou zijn van innovatietrajecten (en projecten) in de agrosector. Leuke, goed georganiseerde dag, die toch niet helemaal geruststellend is kwa uitkomst - althans wat mij betreft.

Allereerst viel me op dat er heel weinig gedacht wordt vanuit internationale trends. En die zullen als selectiemechanisme ('regime' in de vaktaal van sommigen) functioneren voor welke innovaties tot grote bloei komen, en welke niet. In de voedingsmiddelenindustrie zullen die trends toch zeer waarschijnlijk schaalvergroting (onder invloed van liberalisatie, interne markt) en daarmee kostprijsverlaging als ook een toegevoegde waarde strategie zijn. En die zullen af en toe botsen met locale / regionale wensen rond het platteland. Innovaties die niet duidelijk bijdragen aan die schaalvergroting/kostprijsverlaging of aan duidelijke toegevoegde waarde of het knelpunt van de locale ruimtelijke inpassing niet oplossen, maken m.i. weinig kans. Het werd mij niet duidelijk of hier nu wel goed op wordt gescreend. Een aantal van de projectideeen leek mij, zelfs in aanmerking genomen de zeer onvoldragen vorm waarin ze gepresenteerd werden, deze test niet te kunnen overleven.

Een tweede kanttekening is dat er so wie so ook weinig internationaal wordt rondgekeken. Iemand wees er op dat we hier multi-functionele landbouw wel kunnen gaan uitvinden, maar dat in de Alpen men dat al jaren doet.

Als derde opmerking moet me van het hart dat ik in de presentaties (en de filmpjes van de wetenschappelijk directeuren) uberhaupt weinig of geen beelden zag van winkelschappen en fabrieksprocessen in de voedingsindustrie. Mooie landschappen en scharrelende kippen lijken meer aan te sluiten bij beelden van duurzaamheid.

En de vierde bevinding is dat mij nog niet erg duidelijk is hoe het wetenschappelijke herkauwen van de innovatieprojecten er aan bij zal dragen dat de kennisinfrastructuur weer beter die innovatieprojecten kan doen. Het zal best een aantal aardige proefschriften opleveren, maar wellicht is een website met goede casebeschrijvingen (in de zin van Harvard case writing) wel minstens zo snel en boeiend.

de foto komt van www.reclamearsenaal.nl en is een affiche van voor de oorlog voor een andere lampenfabrikant uit het Zuiden des lands.

maandag 23 oktober 2006

wie krijgt wat van Brussel

Question: what do Prince Albert of Monaco, Ted Turner, Lufthansa, Congressman Marion Berry (D-AK), the Danish State Prison Service, Nestlé, the Duke of Westminster and Dutch Agriculture Minister Cees Veerman all have in common? Answer: they all receive large payments under the European Union and United States farm subsidy programs. Until recently, governments kept records of such payments in files marked 'top secret'. But thanks to the achievements of investigative journalists, academic researchers and campaigning non-governmental organizations, light is now being shed on the question of who gets what — and why.
Dat is de wervende tekst van de site www.farmsubsidy.org Ik heb de site even uitgeprobeerd en hij werkt (althans voor de landen waar men data over heeft, en dat zijn er maar een beperkt aantal, waaronder Nederland) uitstekend. Er blijken 44 boeren /maatschappen met de naam Poppe te zijn die subsidie krijgen, allemaal in Nederland. De subsidiebedragen van mijn broer, mijn zwager en nog wat bekenden had ik zonder wachttijd boven water, meerdere jaren op een rijtje en opgeteld.
De site is ook geschikt voor social interest: bij veel boeren in Nederland staat de subsidie op naam van de maatschap van man en vrouw, dus als je wilt weten welke boer uit je geboortedorp welke vrouw heeft gezocht, kun je het hier vinden. Adressen ontbreken, maar de naam van de gemeente wordt wel gemeld en is een zoekcriterium. Statistieken kun je er helaas nog niet mee maken.
Ik kan me voorstellen dat een aantal boeren minder gelukkig is met zo'n site. Er zit vermoedelijk weinig anders op dan een beter alternatief te maken, waarin je ook laat zien wat je doet voor dat geld.

zondag 22 oktober 2006

druiven-oogst


Dit weekend oogstte ik de Frankenthaler druiven in ons kasje. Een goede, biologische, oogst dit jaar met weinig schimmel. Uit de Economist van 14 oktober begreep ik dat onze collegas van het INRA (het Franse instituut voor landbouwkundig onderzoek) nu hebben uitgevonden dat de waarde van de wijn meer afhangt van de fles dan van de inhoud. Aldus enkele artikelen in het nieuwe Journal of Wine Economics.


Objectieve standaards als de varieteit en de kleur doen er meer toe dan de smaak en de geur. En in een experiment met champagne boden kopers een 33% hogere prijs wanneer bij een proef ook de fles was te zien, dan wanner er sprake was van een blinde proeverij. Wat suggereert dat de smaak de waarde vermindert. Men is dus vooral bereid te betalen voor de naam, niet voor de wijn.
Al met al doet de verpakking er dus toe. In een discussie een paar weken geleden over melk, constateerde Motivaction in een enquete dat kopers zeggen dat de verpakking er niet toe doet. Iemand van Friesland Foods repliceerde meteen dat dat er in de winkel juist veel toe doet. Typisch zeggedrag versus doegedrag. Bij wijn is het in ieder geval duidelijk.

Overigens schijnt het goed te gaan met de prijzen van (Franse) kwaliteitswijnen en is de Bordeaux 2005 de beste in een generatie. Liefhebbers volgen de Liv-ex en de Decanter Bordeaux Index. Als dat maar geen 'bubble' wordt.

zaterdag 21 oktober 2006

geen patenten vandaag

Open innovatie, waarover ik gisteren blogde, brengt mogelijk met zich mee dat er minder nadruk ligt op patenten en octrooien. De snelheid van iets nieuws ontwikkelen en op de markt brengen, en daarmee de standaard zetten, is wellicht belangrijker. In ieder geval loopt het aantal patenten in sectoren die aan de agrarische sector verwant zijn, terug. Voor Ard-Pieter de Man en Mike Bigwood reden om in ESB te concluderen dat de innovatie in de landbouw terug is bij af. Hun verhaal past in de gedachtelijn dat alleen de tuinbouw nog te redden is en dat de landbouw uit Nederland verdwijnt - wat landschapsarchitect Adriaan Geuze in een bijeenkomst van MNP en Wageningen onlangs nog fatalisme in het kwadraat noemde. Geuze vindt dat de babyboomers de macht maar eens over moeten geven aan de neo-conservatieve masterplanners. Dan komt het weer goed met het landschap.
Collega's van mij hebben nog al wat kritiek op het artikel in ESB, en hopelijk komt er een debat. Een paar elementen wil ik alvast wel aandragen. Allereerst is de statistiek hier en daar mager. Een belangrijke categorie van patenten (7%) heeft te maken met het "vangen van dieren". Ik kan me er weinig meer bij voorstellen dan kleiduivenschieten en het vangen van muskusratten.
Het doet me denken aan de schitterende cabaretsketch van Dorus (Tom Manders) van zo rond 1970. Dorus is de magazijnbediende in stofjas (fles jenever tussen de spullen op de stellingen) die zijn nieuwste uitvinding presenteert: de verbeterde muizenval. Plankje met scheermesje er op. Dorus legt uit hoe het werkt: stukje kaas aan de ene kant, muis komt van de andere kant en eet met hoofd over het mesje heen de kaas. Tweede dag: zelfde gang van zaken. Derde dag leggen we geen kaas, muis komt eraan en schudt boven het scheermesje zijn hoofd en en weer:"geen kaas vandaag" - en snijdt zo zijn keel door. Onvergetelijke scene over het vangen van dieren.
Los daarvan zeggen mijns inziens patenten wel iets maar lang niet alles. De Nederlandse voedingsmiddelenindustrie heeft zich de afgelopen 10 jaar veel meer gericht op de markt (denk aan de toetjes) en zaken als logistiek. Daar horen minder patenten bij dan bij de klassieke trits fundamenteel onderzoek - toegepast onderzoek - R&D - produktintroductie.
En verder is er de vraag of de relatie tussen patenten in onderzoek en de ontwikkeling van de primaire land- en tuinbouw niet losser is geworden. We doen nog steeds veel toonaangevend onderzoek in rozen, maar de rozen worden steeds meer in Kenia en Equador geteeld. En de vermarketing is dan weer hier. Natuurlijk komt er wel een keer dat Air Kenia met de KLM gaat concurreren, Nairobi met de veiling van Aalsmeer en een Keniaanse universiteit met Wageningen. Voor de Afrikanen is te hopen dat het snel gebeurt, maar ik betwijfel of we dat nog meemaken.
Een sterke primaire sector stimuleert toeleveranciers te innoveren en omgekeerd kunnen sterk innoverende toeleveranciers de primaire sector helpen. Maar als we door globaliseren specialisatie krijgen in de toelevering en Nederlandse akkerbouwers kopen hun ploegen nu niet meer op Goerree maar in Zweden en hun bietenrooiers niet in Steenbergen of Nieuw-Vennep maar in Frankrijk, zegt dat nog weinig over de toekomst van akkerbouwers met een schaalvergrotingsstrategie. Die blijven gewoon aardappelen en bieten telen.

vrijdag 20 oktober 2006

Bomen over innovatie

Gisteravond dineerden we in een futuristisch gebouw midden op een boomkwekerij over open innovatie. Een initiatief van Transforum. Goed eten, leuke mensen, interessant onderwerp.
Open innovatie gaat over het samen met anderen innoveren, en dus niet alleen afgeschermd in eigen huis. Need for speed is een van de redenen om dit te doen, zo benadrukte AWT, het adviescollege voor wetenschap en technologie dat er gisteren ook een rapport aan de regering over uitbracht. Hot topic dus.
Achteraf gezien vond ik dat er aan ons diner-pensant wat weinig onderscheid werd gemaakt tussen de primaire sector en de food (en flower) industrie en dat er veel onuitgesproken meningen waren over de impliciet gewenste richting van de innovatie.
De primaire sector is ook innovatief, maar niet alle 60.000 boeren en tuinders kunnen met nieuwe soorten melk of andere melkrobots komen. Grootste, traditionele knelpunt is nu eenmaal schaalgrootte: bedrijven zijn te klein om te overleven. Ook een differentiatiestrategie kan bij boeren werken, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat we op korte termijn 10.000 melkveehouders aan een toekomst helpen via de verslaafden-, gehandicapten- en toeristenzorg. Zo ziek is dit land hopelijk ook weer niet. Maar lokaal kan ook hier open innovatie natuurlijk helpen.
Veel belangrijker voor de economie (en de toekomst van de primaire sector) is echter de innovatie bij de voedingsmiddelenindustrie. Daar zou open innovatie kunnen helpen als de zuivelondernemingen en slachterijen (vleesverwerkers schijn je nu te moeten zeggen) samen op weg gaan met zorgverzekeraars of de verpakkingsindustrie, of de transportsector, of de retail om te zien wat er mogelijk is. In plaats van in de achterkamertjes proberen wat te ontwikkelen dat als het succesvol is binnen de kortste keren gekopieerd wordt door een huismerk. En als dat goed werkt, profiteert indirect ook de boer en tuinder. Doordat er vraag blijft naar grondstoffen. En soms wellicht naar hele specifieke.
In de nationale discussie over innovatie in de agrosector worden m.i. de twee niveaus in de keten teveel door elkaar gegooid. Er zijn beelden dat de sector niet innovatief is omdat veel boeren 'alleen maar' naar schaalgrootte streven, resp. omdat de innovaties in de voedingsmiddelenindustrie te weinig consequenties hebben voor de primaire landbouw. Ik zou er voor willen de pleiten hier de markt gewoon zijn gang te laten gaan. Geen blauwdruk maar vertrouw op ondernemerschap en een lerende sector. In de termen van de veranderkunde van de Caluwe: groen veranderen in plaats van blauw of rood veranderen.
Er bestaat zoiets als padafhankelijkheid en als het voor de industrie het meest profijtelijk is om te kiezen voor innovaties in de verwerking die weinig consequenties hebben voor boeren en tuinders (anders dan een vraag naar grondstoffen), terwijl er tegelijkertijd een aantal boeren zijn die zich op de zorg of natuur storten, waarom zouden we daar dan tegen zijn. Wees blij dat er innovatie is, en laat de richting aan de markt over. Dat is al lastig genoeg, zeker nu je niet meer alleen moet leren je op De Consument te richten maar op de waardecreatie voor allerlei groepen van consumenten. Daar helpt wellicht open innovatie bij. En een open mind over innovatie.
Goed initatief dus, zo'n diner pensant tussen de bomen - het zet aan tot bomen en nadenken.

de foto komt van www.boomkwekerij-harderwold.nl