De economische wetenschap gaat over het maken van keuzes: hoe gaan mensen om met schaarse goederen. Sommige mensen denken dat economie meer iets van boekhouden en winst(bejag): het toekennen van waardes in euro aan goederen. Dit misverstand wordt momenteel erg in de hand gewerkt door de aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen / duurzaamheid, waarin de termen People, Profit and Planet naast elkaar worden gesteld. Daar is niets mis mee. het gaat wel mis als dat in het Nederlands wordt toegelicht als ethiek, economie en ecologie. Economie is de afweging, profit zou hier voor inkomen moeten staan. Vandaar gisteren, toen ik me dit weer eens realiseerde, de tweet de wereld instuurde "In People Profit Planet the Profit stands for income, not for economics. Economics is about the trade-off between the three aspects". weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zondag 12 mei 2013
De economie van People, Profit and Planet
De economische wetenschap gaat over het maken van keuzes: hoe gaan mensen om met schaarse goederen. Sommige mensen denken dat economie meer iets van boekhouden en winst(bejag): het toekennen van waardes in euro aan goederen. Dit misverstand wordt momenteel erg in de hand gewerkt door de aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen / duurzaamheid, waarin de termen People, Profit and Planet naast elkaar worden gesteld. Daar is niets mis mee. het gaat wel mis als dat in het Nederlands wordt toegelicht als ethiek, economie en ecologie. Economie is de afweging, profit zou hier voor inkomen moeten staan. Vandaar gisteren, toen ik me dit weer eens realiseerde, de tweet de wereld instuurde "In People Profit Planet the Profit stands for income, not for economics. Economics is about the trade-off between the three aspects". zaterdag 11 mei 2013
Common law of Civil law?
Discussies onder economen over wetgeving gaan onherroepelijk ook over de vraag wat er voor de welvaart beter is: de civil law zoals wij die op het continent van Europa hebben, of de common law van de angelsaksische landen.
Gezien de innovatieve economieen van de UK en US (met de uitzondering van Lousiana, dat aan de Franse tijd civil law heeft overgehouden - leuke quizvraag) lijkt de common law goede papieren te hebben, in ieder geval is er correlatie. Civil law, ons burgerlijk recht, gaat via de wetgeving van Napoleon terug op het Romeins recht. In het common law systeem is er een minder grote rol voor de wetgever, en een veel grotere voor de rechter, die zijn oordeel vooral ook velt op basis van eerdere soortgelijke gevallen. Dat lijkt flexibeler in de zin van makkelijker aanpasbaar aan nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen - een wet wijzig je minder snel (maar biedt dan misschien weer meer zekerheid).
Common law heeft in de regel minder verschillende soorten rechtbanken, met hun eigen procesregels. Er zijn veelal ook geen specifieke rechtbanken die zich met staatsrecht (administrative law) en de verhoudingen tussen de staatsorganen bezig houden. Economen vinden veelal dat dit betekent dat er minder complexiteit is en minder transactiekosten zijn. Geen idee of er is uitgezocht of er ook een verlies aan specialisatie is.
Waar de economen ten aanzien van de common law vooral enthousiast over zijn, is het rechterlijk bevel (de injunction). Daarmee legt de rechter een partij de plicht op iets niet meer te doen (of te doen). Op basis daarvan kunnen partijen dan gaan onderhandelen en de meest efficiente oplossing vinden of de claim afkopen. Dat in contrast tot ons burgerlijk recht dat de aansprakelijkheid via een schadeclaim afhandelt.
Het rechterlijk bevel lijkt daarmee beter aan te sluiten op het ideaal van Coase die aantoonde dat het voor de efficiency (en dus onze welvaart) niet uitmaakt wie van de kemphanen een eigendomsrecht (om iets te doen) heeft als er maar weinig transactiekosten om te onderhandelen zodat -mocht dat aan de orde zijn- de andere partij de goedkoopste schadebeperkende maatregelen neemt.
Als de transactiekosten (de kosten van zakendoen: vinden van een business partner, monitoren van de transactie, handhavingskosten etc) laag zijn dan is een uitspraak over een aansprakelijkheid via een rechterlijk bevel als startpunt van onderhandelingen een efficiente oplossing - de rechter creeert een eigendomsrecht. Zijn ze hoog, dan is een actie voor schadevergoeding beredeneerd vanuit een bestaand eigendomsrecht efficient, de rechthebbende kan dan de schade claimen en hoeft ook nog eens duur te gaan onderhandelen of betalen wel het handigst is.
Wie dit een interessante materie vindt, leze Norman Barry: Property rights in common and civil law, in: E. Colombatto - The economics of property rights.
Gezien de innovatieve economieen van de UK en US (met de uitzondering van Lousiana, dat aan de Franse tijd civil law heeft overgehouden - leuke quizvraag) lijkt de common law goede papieren te hebben, in ieder geval is er correlatie. Civil law, ons burgerlijk recht, gaat via de wetgeving van Napoleon terug op het Romeins recht. In het common law systeem is er een minder grote rol voor de wetgever, en een veel grotere voor de rechter, die zijn oordeel vooral ook velt op basis van eerdere soortgelijke gevallen. Dat lijkt flexibeler in de zin van makkelijker aanpasbaar aan nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen - een wet wijzig je minder snel (maar biedt dan misschien weer meer zekerheid).
Waar de economen ten aanzien van de common law vooral enthousiast over zijn, is het rechterlijk bevel (de injunction). Daarmee legt de rechter een partij de plicht op iets niet meer te doen (of te doen). Op basis daarvan kunnen partijen dan gaan onderhandelen en de meest efficiente oplossing vinden of de claim afkopen. Dat in contrast tot ons burgerlijk recht dat de aansprakelijkheid via een schadeclaim afhandelt.
Het rechterlijk bevel lijkt daarmee beter aan te sluiten op het ideaal van Coase die aantoonde dat het voor de efficiency (en dus onze welvaart) niet uitmaakt wie van de kemphanen een eigendomsrecht (om iets te doen) heeft als er maar weinig transactiekosten om te onderhandelen zodat -mocht dat aan de orde zijn- de andere partij de goedkoopste schadebeperkende maatregelen neemt.
Als de transactiekosten (de kosten van zakendoen: vinden van een business partner, monitoren van de transactie, handhavingskosten etc) laag zijn dan is een uitspraak over een aansprakelijkheid via een rechterlijk bevel als startpunt van onderhandelingen een efficiente oplossing - de rechter creeert een eigendomsrecht. Zijn ze hoog, dan is een actie voor schadevergoeding beredeneerd vanuit een bestaand eigendomsrecht efficient, de rechthebbende kan dan de schade claimen en hoeft ook nog eens duur te gaan onderhandelen of betalen wel het handigst is.
Wie dit een interessante materie vindt, leze Norman Barry: Property rights in common and civil law, in: E. Colombatto - The economics of property rights.
donderdag 9 mei 2013
lijstje: typen insitituies
Rechtsystemen kunnen door elkaar lopen. Een fameus voorbeeld is het oude Nederlands Indie waar lokale wetgeving, religieuse wetgeving (islam) en Nederlands koloniaal recht gedeeltelijk overlapten. Bruidschatten (in India), drugs en (in de Amerikaanse drooglegging) drank zijn verboden maar bestaan en mensen handelen er in - waarbij soms de maffia het voor het zeggen heeft hoe met de eigendomsrechten omgegaan moet worden.
Kortom co-existentie van eigendomsrechten komt vaak voor - en wordt gezien als een probleem voor ontwikkeling omdat het onduidelijkheid schept. Maar het sechtp ook kansen, zo beargumenteert Stefan Voigt in een paper over dit issue in het hier besproken boek (zie de blog van gisteren).
Hij onderscheidt alleraardigst 5 soorten instituties, ieder met hun eigen type van controle;
1. Conventie, waarbij iedereen uit zichzelf zich aan de regels houdt en dus controle (enforceement) niet nodig is. Het bekendste voorbeeld is rechts rijden. Dit bepaalt het eigendomsrecht van het schaarse goed dat we de Weg noemen. Niemand kan zijn positie verbeteren door links te gaan rijden, en dus is controle niet eens nodig. Het is overigens een Nash-evenwicht, er is ook nog een andere oplossing mogelijk, zoals in Suriname: links rijden.
2. Ethische regel, waarbij de actor uit zichzelf zich aan de regel houdt.
3. Gewoonte (custom), ook een morele norm (net als 2) maar dan afgedwongen door de gemeenschap. Als reputatie belangrijk is, kan dat een zeer machtig controlemiddel zijn (denk aan wat sommige Koerdische vaders doen bij ongwenst gedrag van hun dochter).
4. Private regels, afgedwongen door georganiseerd private regels zoals boeteclausules en arbitrage.
5. Overheidswetgeving, waarbij de staat toeziet op effectiviteit.
Voigt ziet vier soorten samenhang tussen de diverse niveaus:
1. neutraal omdat de regels over verschillende domeinen van ons gedrag gaan
2. complementair omdat de staatsregels en de private regels hetzelfde gedrag uitlokken en langs beide wegen sanctioneren
3. subsitutie: de beide instituties lokken hetzelfde gedrag uit, maar sanctioneren gebeurt maar door 1 van de twee, privaat of via de staat
4. conlicterend: wie zich aan de ene institutie (bv. een traditioneel gewoonterecht of religieus recht) houdt komt in conflict met overheidswetgeving.
Groei van de economie lijkt niet gebaat met conflicterende instituties. Maar er zijn uitzonderingen denkbaar. Zoals de beroemde studies van Herman de Soto in de sloppenwijken van Peru. Het staatsrecht liet het daar afweten als inefficient en er onstonden informele eigendomsrechten die wel werkten en ontwikkeling mogelijk maakten maar juridisch in strijd waren met de wet.
Kortom co-existentie van eigendomsrechten komt vaak voor - en wordt gezien als een probleem voor ontwikkeling omdat het onduidelijkheid schept. Maar het sechtp ook kansen, zo beargumenteert Stefan Voigt in een paper over dit issue in het hier besproken boek (zie de blog van gisteren). Hij onderscheidt alleraardigst 5 soorten instituties, ieder met hun eigen type van controle;
1. Conventie, waarbij iedereen uit zichzelf zich aan de regels houdt en dus controle (enforceement) niet nodig is. Het bekendste voorbeeld is rechts rijden. Dit bepaalt het eigendomsrecht van het schaarse goed dat we de Weg noemen. Niemand kan zijn positie verbeteren door links te gaan rijden, en dus is controle niet eens nodig. Het is overigens een Nash-evenwicht, er is ook nog een andere oplossing mogelijk, zoals in Suriname: links rijden.
2. Ethische regel, waarbij de actor uit zichzelf zich aan de regel houdt.
3. Gewoonte (custom), ook een morele norm (net als 2) maar dan afgedwongen door de gemeenschap. Als reputatie belangrijk is, kan dat een zeer machtig controlemiddel zijn (denk aan wat sommige Koerdische vaders doen bij ongwenst gedrag van hun dochter).
4. Private regels, afgedwongen door georganiseerd private regels zoals boeteclausules en arbitrage.
5. Overheidswetgeving, waarbij de staat toeziet op effectiviteit.
Voigt ziet vier soorten samenhang tussen de diverse niveaus:
1. neutraal omdat de regels over verschillende domeinen van ons gedrag gaan
2. complementair omdat de staatsregels en de private regels hetzelfde gedrag uitlokken en langs beide wegen sanctioneren
3. subsitutie: de beide instituties lokken hetzelfde gedrag uit, maar sanctioneren gebeurt maar door 1 van de twee, privaat of via de staat
4. conlicterend: wie zich aan de ene institutie (bv. een traditioneel gewoonterecht of religieus recht) houdt komt in conflict met overheidswetgeving.
Groei van de economie lijkt niet gebaat met conflicterende instituties. Maar er zijn uitzonderingen denkbaar. Zoals de beroemde studies van Herman de Soto in de sloppenwijken van Peru. Het staatsrecht liet het daar afweten als inefficient en er onstonden informele eigendomsrechten die wel werkten en ontwikkeling mogelijk maakten maar juridisch in strijd waren met de wet.
woensdag 8 mei 2013
eigendomsrechten in de Mid West
Eigendomsrechten veranderen als gevolg van de veranderingen in de relatieve prijzen van goederen en de technologie die nodig is om die goederen te produceren. Zo stelde Harold Demsetz al in 1967. Daarbij zijn transactiekosten belangrijk. Die hebben allerlei oorzaken, maar in het bijzonder zijn ze terug te voeren op informatie-problemen.
In een paper in het boek dat we hier de afgelopen dagen bespraken, geeft Gary Libercap twee mooie empirische voorbeelden uit de landbouw. De ene gaat over waterrechten in het westen van de VS. De andere vat ik hier samen en gaat over de landbouw in de Great Plains (het verre wilde westen) van de VS, zoals Montana
De Amerikanen waren gewend om bedrijven uit te geven (wie het eerst was kon er 1 claimen) van 160, later (sinds 1909) 320 acre (een acre is ongeveer even groot als een gemet in ZW Nederland: 0,4 ha, er gaan ca. 2,5 acre in een ha).
Ook ten westen van de 98ste meridiaan, de zeer droge Great Plains, was dat de maat. Zo stond het nu eenmaal in de wet. Er was weinig (wetenschappelijke) kennis van landbouw onder zeer droge omstandigheden en de periode waarin de kolonisten arriveerden was ook nog een vrij nat decennium. Historische neerslagcijfers ontbraken. Er was zelfs het idee dat ploegen goed was voor de regenval (the-rain-follows-the-plough doctrine).Hoewel al in 1879 John Wesley Power in zijn Report on Arid lands of North America beredeneerde, dat een bedrijven in zo'n klimaat toch wel 2560 acres, dus bijna 10 keer de gebruikelijke grootte, zou moeten zijn.
Politici wilden er niet aan, aan grotere bedrijven. Ze hadden teveel belang bij bevolking: het aantal inwoners bepaalt het aantal zetels in het huis van Afgevaardigden. Op county niveau gold hetzelfde. De belastinginkomsten van de counties waren afhankelijk van levendige lokale gemeenschappen.
In de jaren dertig zagen de federale ambtenaren de armoede op dit platteland en stelden dat migratie naar de steden de oplossing moest zijn. Trek naar California (en dat gebeurde deels, zie John Steinbeck). Grotere bedrijven waren nodig. En men begon kleine bedrijven uit te kopen. Dat leidde echter tot sterke tegenstand van lokale politici, gesteund door kleine bedrijven die het nog even konden uitzingen omdat ze alleen variabele kosten hoefden goed te maken, en in deze tijd van werkeloosheid (Depressie) niet naar de stad wilden. Het was deze groep kleine bedrijven die met regionale politici voor een pro-family farm beleid lobbyde. Uitkopen werd vervangen tot subsidies.
Het zijn die subsidies die de transactiekosten van consolidatie in grotere bedrijven sterk deed oplopen. Onrendabele bedrijven werden in stand gehouden en de grondprijs in de benen. Die kleine bedrijven boerden te intensief en hadden minder belang bij het bestrijden van winderosie, waarvan de voordelen benedenwinds lagen, bij kleine bedrijven dus bij de buurman.
Uiteindelijk is de consolidatie van bedrijven er toch gekomen. Het heeft 60 jaar geduurd, en kwam tot stand doordat kleine boeren geen opvolger hadden. Dat maakt het wel een socialer proces, maar tot die conclusie komt Gary Libecap niet: die is het te doen om het feit dat de politieke economie geleid heeft tot hogere transactiekosten om tot een optimale bedrijfsgrootte te komen.
De water-case laat ik voor zelfstudie, evenals het uitwerken van de analogie met ons eigen GLB.
Gary Libecap: The effect of transaction costs in the definition and exchange of property rights: two cases from American experience. In: E. Colombatto - the economics of property rights.
In een paper in het boek dat we hier de afgelopen dagen bespraken, geeft Gary Libercap twee mooie empirische voorbeelden uit de landbouw. De ene gaat over waterrechten in het westen van de VS. De andere vat ik hier samen en gaat over de landbouw in de Great Plains (het verre wilde westen) van de VS, zoals Montana
De Amerikanen waren gewend om bedrijven uit te geven (wie het eerst was kon er 1 claimen) van 160, later (sinds 1909) 320 acre (een acre is ongeveer even groot als een gemet in ZW Nederland: 0,4 ha, er gaan ca. 2,5 acre in een ha).
| Oregon, USA |
Politici wilden er niet aan, aan grotere bedrijven. Ze hadden teveel belang bij bevolking: het aantal inwoners bepaalt het aantal zetels in het huis van Afgevaardigden. Op county niveau gold hetzelfde. De belastinginkomsten van de counties waren afhankelijk van levendige lokale gemeenschappen.
In de jaren dertig zagen de federale ambtenaren de armoede op dit platteland en stelden dat migratie naar de steden de oplossing moest zijn. Trek naar California (en dat gebeurde deels, zie John Steinbeck). Grotere bedrijven waren nodig. En men begon kleine bedrijven uit te kopen. Dat leidde echter tot sterke tegenstand van lokale politici, gesteund door kleine bedrijven die het nog even konden uitzingen omdat ze alleen variabele kosten hoefden goed te maken, en in deze tijd van werkeloosheid (Depressie) niet naar de stad wilden. Het was deze groep kleine bedrijven die met regionale politici voor een pro-family farm beleid lobbyde. Uitkopen werd vervangen tot subsidies.
Het zijn die subsidies die de transactiekosten van consolidatie in grotere bedrijven sterk deed oplopen. Onrendabele bedrijven werden in stand gehouden en de grondprijs in de benen. Die kleine bedrijven boerden te intensief en hadden minder belang bij het bestrijden van winderosie, waarvan de voordelen benedenwinds lagen, bij kleine bedrijven dus bij de buurman.
Uiteindelijk is de consolidatie van bedrijven er toch gekomen. Het heeft 60 jaar geduurd, en kwam tot stand doordat kleine boeren geen opvolger hadden. Dat maakt het wel een socialer proces, maar tot die conclusie komt Gary Libecap niet: die is het te doen om het feit dat de politieke economie geleid heeft tot hogere transactiekosten om tot een optimale bedrijfsgrootte te komen.
De water-case laat ik voor zelfstudie, evenals het uitwerken van de analogie met ons eigen GLB.
Gary Libecap: The effect of transaction costs in the definition and exchange of property rights: two cases from American experience. In: E. Colombatto - the economics of property rights.
dinsdag 7 mei 2013
Cultuur en export van instituties
Soms houd ik een pleidooi om onze instituties zoals de gouden driehoek (v/h OVO3luik) met daarin ook LEI, VWA, DLG, DR activiteiten van de overheid te kopieren in landen in de groei, van Saoedi Arabie tot diep in Afrika.
Daarbij moeten we dan wel goed rekening houden met cultuur, zo werd me gewaar uit het paper van Seth Norton ("Empirical issues in in culture and property rights") in het handboek dat ik aan het lezen ben en hier bespreek (zie de blog van gisteren).
Het begrip cultuur staat niet erg centraal in de economie, zo constateerde Chicago econoom Gary Becker al eens spijtig. Het begrip is ook niet erg eenduidig gedefinieerd: de een kijkt meer naar symbolisme, de andere meer naar 'a way of life'.
De guru op dit vlak is Geert Hofstede die het meetbaar maakte: de VS kenmerkt zich door extreem individualisme, Maleisie door groot belang van macht, Zweden (en in zekere zin heel Scandinavie, incl. Nederland) als feminien.
Seth Norton voerde een empirische analyse uit waarin hij de Hofstede indicatoren koppelde aan metingen van eigendomsrechten, zoals respect voor de wet (corruptie e.d.) en voor eigendomsrechten (kans op onteigening en openbreken van contracten door de overheid). Dat is van belang omdat er mensen zijn (de institutionele kijk) die stellen dat instituties niet alleen heel belangrijk zijn voor een economie maar dus ook kunnen worden geexporteerd als ze superieur zijn. Daar tegenover staat dat de culturele kijk, die stelt dat instituties ook sterk cultuur-gebonden zijn en mede omdat cultuur zeer lastig is te veranderen, moet je niet al teveel verwachten van de exporteerbaarheid. Ofwel (in mijn voorbeeld): hoewel Malta en Cyprus delen van de Engelse instituties hebben overgenomen en omarmd, hebben ze ook te maken met een daarmee deels strijdige Mediterraanse cultuur (Griekenland is het land met de hoogste mate van ontlopend van onzekerheid).
Welnu de regressies van Norton geven veel steun aan die tweede hypothese. Beneficial human arrangements "are not more common because nation-states seems to be locked in to some long-standing institutional endowments. These conditions are affected by religion and ethnic diversity (controle-variabelen in het onderzoek - kjp). However, the most striking fact is that they are not more common because cultural values and beliefs seem to profoundly effect the institutional configuration. The data are only suggestive, but they do indicate that reforming institutions might require a lot more than the imposition of a set of desirable legal arrangements".
Niet opgeven dus, maar wel slimmer exporteren van instituties.
Daarbij moeten we dan wel goed rekening houden met cultuur, zo werd me gewaar uit het paper van Seth Norton ("Empirical issues in in culture and property rights") in het handboek dat ik aan het lezen ben en hier bespreek (zie de blog van gisteren).
Het begrip cultuur staat niet erg centraal in de economie, zo constateerde Chicago econoom Gary Becker al eens spijtig. Het begrip is ook niet erg eenduidig gedefinieerd: de een kijkt meer naar symbolisme, de andere meer naar 'a way of life'.
De guru op dit vlak is Geert Hofstede die het meetbaar maakte: de VS kenmerkt zich door extreem individualisme, Maleisie door groot belang van macht, Zweden (en in zekere zin heel Scandinavie, incl. Nederland) als feminien.
| Americana uit Boston |
Welnu de regressies van Norton geven veel steun aan die tweede hypothese. Beneficial human arrangements "are not more common because nation-states seems to be locked in to some long-standing institutional endowments. These conditions are affected by religion and ethnic diversity (controle-variabelen in het onderzoek - kjp). However, the most striking fact is that they are not more common because cultural values and beliefs seem to profoundly effect the institutional configuration. The data are only suggestive, but they do indicate that reforming institutions might require a lot more than the imposition of a set of desirable legal arrangements".
Niet opgeven dus, maar wel slimmer exporteren van instituties.
maandag 6 mei 2013
eigendomsrechten veranderen naar behoefte
Met de Paasdagen schreef ik hier enkele posts die aantekeningen waren uit een boek over de economie van eigendomsrechten. Het ging om de rol van de kerk, een Robinsonade, en de spanning tussen historische rechten en de analyse van Coase bij transactiekosten. Ik hervat de serie bij gebrek aan ander nieuws en bij tijd om te lezen.
Framcesco Parisi geeft een historisch overzicht van de veranderingen in systemen van eigendomsrechten. Bij de jagersvolken spelen eigendomsrechten geen grote rol. Je kunt de huid nu eenmaal niet verkopen voor de beer geschoten is. Op zijn best is er dus een recht op de stroom van opbrengsten. Bij de veehouders speelt eigendom een grotere rol, zo constateerde Adam Smith al. Daar is er bezit (van de kudde) en indringers worden van het erf geweerd. Het zijn vaak ook samenlevingen met nogal ongelijke inkomensverdelingen. Het eigendom is ook meer in handen van het gezin dan van de clan (die een grote rol speelt in jagers-samenlevingen)
Bij de opkomst van de landbouw, 12.000 jaar geleden, zet de trend zich door en komen er veel meer eigendomsrechten in de samenleving. Maar die zijn vaak wel beperkt. Het zijn functionele rechten. Naast het recht op akkerbouw op een perceel (als dat in een shifting cultivation al niet tijdelijk is) hebben anderen op hetzelfde perceel een jachtrecht of een graasrecht. Op den duur worden sommige van die rechten (zoals het jachtrecht, als er niet veel meer te jagen is) ondergeschikt aan het hoofdrecht.
En dan komen we bij de Romeinen die de laatste stap zetten in deze ontwikkeling. De eigenaar van een perceel is absoluut eigenaar. Met absolute rechten is veranderen makkelijker (sic!): als je een stuk land wilt bebouwen, hoef je maar met 1 eigenaar te praten en hem uit te kopen.
In het middeleeuwse feudale systeem bleef daar weinig van over. Dat was gebaseerd op gebruik / pacht en op persoonlijke relaties. Dat gebruik was steeds vaker partieel (voor een bepaald doel) en de persoonlijke relaties mondden uit in een feudale piramide.
Dat was te knellend voor de ontwikkeling en ging met de Franse Revolutie ten onder. Daarmee werd het absolute eigendomsrecht herstelt. De Amerikanen gingen meteen ver: je bent daar ook eigenaar van de mijnbouwschatten in en onder je grond. Geen wonder dat je dan positief over schaliegas denkt.
Het absolute is volgens de auteur Parisi hier en daar aan slijtage onderhevig. Dat zie je bij stadsplanning en ook bij open access van infrastructuur. Als je daar de facto monopolist van bent kun je iemand geen aansluiting weigeren.
Kortom: eigendomsrecht-systemen veranderen met de behoefte van de samenleving.
F. Parisi: The origins and evolution of property rights systems in: E. Colombatto (ed): The economics of property rights.
Framcesco Parisi geeft een historisch overzicht van de veranderingen in systemen van eigendomsrechten. Bij de jagersvolken spelen eigendomsrechten geen grote rol. Je kunt de huid nu eenmaal niet verkopen voor de beer geschoten is. Op zijn best is er dus een recht op de stroom van opbrengsten. Bij de veehouders speelt eigendom een grotere rol, zo constateerde Adam Smith al. Daar is er bezit (van de kudde) en indringers worden van het erf geweerd. Het zijn vaak ook samenlevingen met nogal ongelijke inkomensverdelingen. Het eigendom is ook meer in handen van het gezin dan van de clan (die een grote rol speelt in jagers-samenlevingen)
| absolute rechten zijn handig voor stadsontwikkeling |
En dan komen we bij de Romeinen die de laatste stap zetten in deze ontwikkeling. De eigenaar van een perceel is absoluut eigenaar. Met absolute rechten is veranderen makkelijker (sic!): als je een stuk land wilt bebouwen, hoef je maar met 1 eigenaar te praten en hem uit te kopen.
In het middeleeuwse feudale systeem bleef daar weinig van over. Dat was gebaseerd op gebruik / pacht en op persoonlijke relaties. Dat gebruik was steeds vaker partieel (voor een bepaald doel) en de persoonlijke relaties mondden uit in een feudale piramide.
Dat was te knellend voor de ontwikkeling en ging met de Franse Revolutie ten onder. Daarmee werd het absolute eigendomsrecht herstelt. De Amerikanen gingen meteen ver: je bent daar ook eigenaar van de mijnbouwschatten in en onder je grond. Geen wonder dat je dan positief over schaliegas denkt.
Het absolute is volgens de auteur Parisi hier en daar aan slijtage onderhevig. Dat zie je bij stadsplanning en ook bij open access van infrastructuur. Als je daar de facto monopolist van bent kun je iemand geen aansluiting weigeren.
Kortom: eigendomsrecht-systemen veranderen met de behoefte van de samenleving.
F. Parisi: The origins and evolution of property rights systems in: E. Colombatto (ed): The economics of property rights.
zondag 5 mei 2013
Illusie van begrip
Wie weet wat hij niet weet doet minder stellige uitspraken. Mensen met extreme, stellige standpunten moet je dus laten beseffen wat ze niet weten, daar worden ze milder van (en dat bevordert de consensus).
Die voor de hand liggende gedachte (die bekend staat als de illusie van begrip) is nu bewezen door Philip Fernbach (Un. Colorado, Boulder) c.s. in een paper in Psychological Science (online), zo meldde de NRC deze week.
Als je, zoals zij deden, mensen stapje voor stapje laat uitleggen wat nu de effecten van een maatregel zijn ("als je dit doet, gebeurt dan en daarna dat"), blijken mensen dat helemaal niet zo goed te kunnen, en gaan minder extreme standpunten innemen. Dat verbaast me niets. Zelfs met professionele onderzoekers, zo is mijn ervaring, is het nog een klus om zo'n als-dan schema uit te schrijven, en uit de theorie te beredeneren welke effecten wel en niet door de interventie of de autonome trend (het nul-scenario) komen. En er zou dus vaker over zo'n systeem-dynamisch plaatje gerapporteerd moeten worden. Met als mogelijk nadeel dat daardoor lezers zekerder worden van de effecten van de maatregel, en ze dat weer extremer maakt??
Die voor de hand liggende gedachte (die bekend staat als de illusie van begrip) is nu bewezen door Philip Fernbach (Un. Colorado, Boulder) c.s. in een paper in Psychological Science (online), zo meldde de NRC deze week.
Als je, zoals zij deden, mensen stapje voor stapje laat uitleggen wat nu de effecten van een maatregel zijn ("als je dit doet, gebeurt dan en daarna dat"), blijken mensen dat helemaal niet zo goed te kunnen, en gaan minder extreme standpunten innemen. Dat verbaast me niets. Zelfs met professionele onderzoekers, zo is mijn ervaring, is het nog een klus om zo'n als-dan schema uit te schrijven, en uit de theorie te beredeneren welke effecten wel en niet door de interventie of de autonome trend (het nul-scenario) komen. En er zou dus vaker over zo'n systeem-dynamisch plaatje gerapporteerd moeten worden. Met als mogelijk nadeel dat daardoor lezers zekerder worden van de effecten van de maatregel, en ze dat weer extremer maakt??
zaterdag 4 mei 2013
Het moest er een keer van komen: het gebruik van Twitter. Bij de links staat de link naar Krijn_J_Poppe. Het voornemen is een aantal keren in de week, in de regel in het Engels en veelal gekoppeld aan LinkedIn. Follow me.
open data
Er is steeds meer aandacht voor Open Data: overheidsdata die beschikbaar wordt gesteld aan consumenten en bedrijfsleven. De overheid gaat dus van data-collecter naar data-provider.
In de VS heeft dat bijgaande site opgeleverd met toegang tot agrarische statistieken: http://www.data.gov/food/community/food
In de VS heeft dat bijgaande site opgeleverd met toegang tot agrarische statistieken: http://www.data.gov/food/community/food
vrijdag 3 mei 2013
Babymelk
De zuivelmarkt is weer in de belangstelling, althans een klein deel ervan: Nestle en Danone/Nutricia hebben moeite de schappen gevuld te houden met babymelkpoeder. De aanvoer is al fors vergroot, maar de blikken verdwijnen toch snel uit de schappen. Richting China.
Dat is een opvallende situatie. De wereldzuivelprijzen zijn volgens de FAO afgelopen jaar met zo'n 25 a 30% aangetrokken, door een hete en droge zomer in Nieuw-Zeeland en door het late voorjaar in Europa.
China is ook een steeds grotere importeur. Ik zag berekeningen waarin men mooi laat zien dat 30 jaar geleden Europa nog de grote importeur van wereldmarkt-voedsel was (met zo'n 45%) en dat die positie helemaal door Azie is overgenomen. Geen reden tot zorg overigens: de OECD voorspelt tot 2020 zuivelprijzen die in reele termen vrijwel niet veranderen En daarmee zo'n 20% onder de piek van 2007 blijven. Wel leggen we ons in Europa meer toe op boter en kaas (lastig te maken en transporteren producten die dus om goed management vragen) en anderen meer op melkpoeder.
Toch is dat alles niet de reden van de babymelkpoeder-problemen. Die liggen helemaal in de sfeer van de voedselveiligheid. Wij hebben hier in Europa af en toe voedselschandalen, ook met dodelijke afloop (antivries in wijn, dioxine, BSE, Ehec, sterke drank in Tjechie vorig jaar) en soms gelukkig ook niet (paardenvlees, omgekatte biologische eieren) maar gelukkig weten we het vertrouwen in voedsel en ons voedselsysteem dan toch in de benen te houden. Bij de Chinezen lukt dat niet. Daar is het vertrouwen in met name babymelkpoeder na de Melamine-vergiftiging van 2008 nog steeds een probleem. Daar profiteren westerse exporteurs van, die voeren hun capaciteit op.
Maar blijkbaar niet snel genoeg en omdat het hier een specialistisch product is waarbij de betalingsbereidheid (ook van de ongeruste Chinese ouders met 1 kind) hoog is, is er blijkbaar ook met parallel import van particulieren of kleine handelaren geld te verdienen. Al verschillende landen hebben er mee te maken gehad. Nieuw-Zeeland handhaaft het verbod op export zonder officiele papieren extra steng met boetes tot bijna 200.000 euro zo meldt de Volkskrant op gezag van FNLI.
Persoonlijk lijkt het me makkelijker op te lossen met een webshop. De supermarkten zijn te open. Als betrokken bedrijven hun Nederlandse of Nieuw-Zeelandse klanten willen voortrekken op de Chinese, kunnen ze eenvoudig een webshop openen. Klanten wordt gevraagd even een scan van de geboorteakte of gebooortekaartje te sturen bij de aanmelding, en moeten met een Nederlandse creditkaart of IDEAL betalen en krijgen op een Nederlands huisadres geleverd. En niet meer dan voor een paar weken nodig is. Veelkopers worden geweerd. Enfin, het is maar een ideetje maar het lijkt me sneller en slimmer dan de vrijhandel te beperken, om extra douane van de bezuinigende overheid op Schiphol in te zetten.
Moeten we hier vaker rekening mee houden, er zijn tenslotte meer voedselschandalen in China, zo vroeg me een redacteur van een radioprogramma vandaag. Ik denk dat dat meevalt. Dit is wel een heel specifiek product. Je ziet dat bedrijven de productie al uitbreiden. En natuurlijk werken de Chinezen aan professionalisering van hun melkveehouderij en aan hun voedsel-en waren autoriteit / keuringsdiensten. Wij hadden ruim 100 jaar geleden ook een boterwet nodig omdat er margarine werd bijgemengd en de Engelse klanten ontevreden waren. En cooperaties werden opgericht omdat er handelaren waren die de kunstmest met troep bijmengden.
Bovendien investeren de Chinezen zelf in uitbreiding van de productie in Europa. Zo kondigde althans het Chinese Babymill deze week een haalbaarheidstudie voor een fabriek in Assen aan. Met de afschaffing van de melkquota in Nederland in 2015 kunnen we de productie dus opvoeren. Ruimte daarvoor is er, ook omdat zetmeelaardappelen en varkens (zeker bij een vrijhandelsverdrag met Noord Amerika of Mercosur) vanwege lage rentabiliteit (en milieuproblemen) kunnen inschikken. Niet leuk voor betrokkenen maar zo gaat de welvaart omhoog. Ik keek even op hun Chinese site, de verpakking van Babymill heeft een keurig blauwe Nederlandse molen op de verpakking. Een Vlaamse zuiveldirecteur zei me vorig jaar hoe makkelijk het exporteren is naar China: ze hebben zelfs liever Nederlands op de verpakking dan Chinees. Naast Heineken dus nog een product met status.
Enfin tot een radio-interview komt het morgen niet, er zijn belangrijker onderwerpen. Of mijn boodschap is te geruststellend. Vandaar de inmiddels gemaakte analyse hier maar even op de weblog.
Dat is een opvallende situatie. De wereldzuivelprijzen zijn volgens de FAO afgelopen jaar met zo'n 25 a 30% aangetrokken, door een hete en droge zomer in Nieuw-Zeeland en door het late voorjaar in Europa.
China is ook een steeds grotere importeur. Ik zag berekeningen waarin men mooi laat zien dat 30 jaar geleden Europa nog de grote importeur van wereldmarkt-voedsel was (met zo'n 45%) en dat die positie helemaal door Azie is overgenomen. Geen reden tot zorg overigens: de OECD voorspelt tot 2020 zuivelprijzen die in reele termen vrijwel niet veranderen En daarmee zo'n 20% onder de piek van 2007 blijven. Wel leggen we ons in Europa meer toe op boter en kaas (lastig te maken en transporteren producten die dus om goed management vragen) en anderen meer op melkpoeder.
Toch is dat alles niet de reden van de babymelkpoeder-problemen. Die liggen helemaal in de sfeer van de voedselveiligheid. Wij hebben hier in Europa af en toe voedselschandalen, ook met dodelijke afloop (antivries in wijn, dioxine, BSE, Ehec, sterke drank in Tjechie vorig jaar) en soms gelukkig ook niet (paardenvlees, omgekatte biologische eieren) maar gelukkig weten we het vertrouwen in voedsel en ons voedselsysteem dan toch in de benen te houden. Bij de Chinezen lukt dat niet. Daar is het vertrouwen in met name babymelkpoeder na de Melamine-vergiftiging van 2008 nog steeds een probleem. Daar profiteren westerse exporteurs van, die voeren hun capaciteit op.
Maar blijkbaar niet snel genoeg en omdat het hier een specialistisch product is waarbij de betalingsbereidheid (ook van de ongeruste Chinese ouders met 1 kind) hoog is, is er blijkbaar ook met parallel import van particulieren of kleine handelaren geld te verdienen. Al verschillende landen hebben er mee te maken gehad. Nieuw-Zeeland handhaaft het verbod op export zonder officiele papieren extra steng met boetes tot bijna 200.000 euro zo meldt de Volkskrant op gezag van FNLI.
Persoonlijk lijkt het me makkelijker op te lossen met een webshop. De supermarkten zijn te open. Als betrokken bedrijven hun Nederlandse of Nieuw-Zeelandse klanten willen voortrekken op de Chinese, kunnen ze eenvoudig een webshop openen. Klanten wordt gevraagd even een scan van de geboorteakte of gebooortekaartje te sturen bij de aanmelding, en moeten met een Nederlandse creditkaart of IDEAL betalen en krijgen op een Nederlands huisadres geleverd. En niet meer dan voor een paar weken nodig is. Veelkopers worden geweerd. Enfin, het is maar een ideetje maar het lijkt me sneller en slimmer dan de vrijhandel te beperken, om extra douane van de bezuinigende overheid op Schiphol in te zetten.
Moeten we hier vaker rekening mee houden, er zijn tenslotte meer voedselschandalen in China, zo vroeg me een redacteur van een radioprogramma vandaag. Ik denk dat dat meevalt. Dit is wel een heel specifiek product. Je ziet dat bedrijven de productie al uitbreiden. En natuurlijk werken de Chinezen aan professionalisering van hun melkveehouderij en aan hun voedsel-en waren autoriteit / keuringsdiensten. Wij hadden ruim 100 jaar geleden ook een boterwet nodig omdat er margarine werd bijgemengd en de Engelse klanten ontevreden waren. En cooperaties werden opgericht omdat er handelaren waren die de kunstmest met troep bijmengden.
Bovendien investeren de Chinezen zelf in uitbreiding van de productie in Europa. Zo kondigde althans het Chinese Babymill deze week een haalbaarheidstudie voor een fabriek in Assen aan. Met de afschaffing van de melkquota in Nederland in 2015 kunnen we de productie dus opvoeren. Ruimte daarvoor is er, ook omdat zetmeelaardappelen en varkens (zeker bij een vrijhandelsverdrag met Noord Amerika of Mercosur) vanwege lage rentabiliteit (en milieuproblemen) kunnen inschikken. Niet leuk voor betrokkenen maar zo gaat de welvaart omhoog. Ik keek even op hun Chinese site, de verpakking van Babymill heeft een keurig blauwe Nederlandse molen op de verpakking. Een Vlaamse zuiveldirecteur zei me vorig jaar hoe makkelijk het exporteren is naar China: ze hebben zelfs liever Nederlands op de verpakking dan Chinees. Naast Heineken dus nog een product met status.
Enfin tot een radio-interview komt het morgen niet, er zijn belangrijker onderwerpen. Of mijn boodschap is te geruststellend. Vandaar de inmiddels gemaakte analyse hier maar even op de weblog.
woensdag 1 mei 2013
iCow
Het computerspel FarmVille (zie de blog van gisteren) schijnt door 85 miljoen boeren te worden gespeeld. Dat leerde ik uit een mooi Tedex filmpje over iCow met een boeiende presentatie door mrs. Su Kahumbu. Dat is een Afrikaanse service op de smartphone (die bij Afrikaanse boeren een groter bereik heeft dan bij Europese) om veehouders in hun beslissingen te ondersteunen. Waarmee de productie toeneemt van 6 naar 8 liter. Dat is nog eens een bijdrage aan voedselzekerheid en inkomen.Met dank aan de lezer die me deze links toemailde.
dinsdag 30 april 2013
De koning is jarig
De koning is vandaag jarig. Die van Zweden. Ik kwam erachter omdat ik onder leiding van mijn Zweedse werkpakketleider vandaag een telefoonconferentie had in ons internationale ICT projrect FIspace, en voor de eer bedankte. Hij merkte op dat op 30 april weliswaar de Zweedse koning jarig is, maar hij gewoon werkt - in Brussel overigens.
Dat brengt me op software van Zweedse bodem. The Economist van afgelopen zaterdag meldde dat Zynga met Farmville nog maar 52 miljoen spelers per dag trekt (nog altijd heel veel, lijkt me), terwijl de top op 72 miljoen lag, in het tweede kwartaal van vorig jaar. Overigens nog steeds het best lopende spel op Facebook.
Maar uit Zweden is er nu Farm Heroes Saga, dat al op 3.6 miljoen per dag zit. Een spel waarin je drie van dezelfde groente of fruitsoorten moet scoren, als een soort fruit-automaat. De firma King uit Stockholm had eerder succes met Candy Crush Saga. Zelfde idee, met drie versnaperingen.
Advies voor vandaag: weg achter de computer, gewoon gaan koekhappen.
Dat brengt me op software van Zweedse bodem. The Economist van afgelopen zaterdag meldde dat Zynga met Farmville nog maar 52 miljoen spelers per dag trekt (nog altijd heel veel, lijkt me), terwijl de top op 72 miljoen lag, in het tweede kwartaal van vorig jaar. Overigens nog steeds het best lopende spel op Facebook.
Maar uit Zweden is er nu Farm Heroes Saga, dat al op 3.6 miljoen per dag zit. Een spel waarin je drie van dezelfde groente of fruitsoorten moet scoren, als een soort fruit-automaat. De firma King uit Stockholm had eerder succes met Candy Crush Saga. Zelfde idee, met drie versnaperingen.
Advies voor vandaag: weg achter de computer, gewoon gaan koekhappen.
maandag 29 april 2013
de wetenschap van plezier
In the Economist van dit weekend wordt een pagina gewijd aan een nieuw paper van Nobelprijswinnaar Daniel McFadden. Het paper heet The New Science of Pleasure (hier is de link) en gaat vooral over het vervangen van de homo economicus door een meer realistisch mensbeeld. Uit de voorbeelden van de bespreking leerde ik weinig nieuws. Maar de samenvatting uit 2006 van de zeldzame soort Homo Economicus door McFadden blijft leuk: "Sovereign in tastes, steely-eyed and point-on in perception of risk and relentless in maximisation of happiness". De oude economen, psychologen, antropologen, sociologen en neuro-wetenschappers weten vaak beter.
Ook in het blad een signalering van alweer een Michael Pollan book: Cooking.
Ook in het blad een signalering van alweer een Michael Pollan book: Cooking.
zondag 28 april 2013
Portugese verhalen bij de rendierbiefstuk
![]() |
| source FAO |
Dat brengt me bij plaatsen van innovatie. Ik zat deze week in Helsinki en daar vertelde een Portugese collega me onder het diner met rendierbiestuk dat de enorme werkeloosheid in het Mediterrane gebied er toe leidt dat mensen uit de stad weer naar het platteland trekken en daar het boerenvak oppakken. Met 240 nieuwe arbeidsplaatsen per maand is de landbouw de enige sector waar de werkgelegenheid groeit. Die arbeidsplaatsen zijn mensen die voor zichzelf op een stukje familiegrond aan de slag gaan.
Wat overigens -zoals ik vermoedde - ook innovatie oplevert. Sommigen brengen hun oude beroep mee en starten een webshop voor groentes. Of kennen de markt in de stad en proberen het met potjes plantgoed met verse kruiden. Of kijken met nieuwe ogen naar een bestaand probleem en gaan vlinders kweken voor bestuiving. Met andere woorden een crises levert ook een noodzaak voor innovatie.
zaterdag 27 april 2013
weg wegberm
Het gaat even duren voor onze wegberm er weer uit ziet zoals hiernaast. Niet door het late voorjaar maar doordat voor het eerst in 7 of 8 jaar de weg- of dijkbeheerder (gemeente of waterschap) het nodig vond het jonge gras al af te maaien.
Het ernstige vermoeden bestaat dat we dat gedrag in deze tijden van bezuinigingen op plantsoenonderhoud moeten plaatsen in het kader van de officiele opening van de Prins Willem Alexander roeibaan in de polder achter ons huis. De a.s. koning kwam hem gisteren persoonlijk even openen en dan horen er geen paardenbloemen langs de weg te staan.
Dat scheelt mij komende weken weer een aantal keren zelf maaien. En dus nu maar hopen dat de koning er regelmatig zelf komt roeien. Mooie baan geworden trouwens, vandaag kunt je het aanschouwen.
Het ernstige vermoeden bestaat dat we dat gedrag in deze tijden van bezuinigingen op plantsoenonderhoud moeten plaatsen in het kader van de officiele opening van de Prins Willem Alexander roeibaan in de polder achter ons huis. De a.s. koning kwam hem gisteren persoonlijk even openen en dan horen er geen paardenbloemen langs de weg te staan.
Dat scheelt mij komende weken weer een aantal keren zelf maaien. En dus nu maar hopen dat de koning er regelmatig zelf komt roeien. Mooie baan geworden trouwens, vandaag kunt je het aanschouwen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

