weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zaterdag 8 december 2012
Vlaams voedsel verovert de wereld
vrijdag 7 december 2012
Comment nourir le monde?
| Chester |
De organisator was enthousiast over deze flexibiliteit en gaf me een boekje met essays. En de aanmoediging om daarmee mijn Frans verder te oefenen - hoe dat bedoeld was heb ik in zijn Engels niet geheel kunnen interpreteren.
Enfin, het zijn interessant essays, waaronder van mij bekende auteurs zoals Francis Declerck (Essec), Carmel Cahill (OECD) en Tomas Garcia Azcarate (DG Agri). Ook de oud-minister van landbouw Henri Nallet schreef mee over de vraag hoe we de wereld voeden. Uitgegeven bij l'Aube en positief besproken in Le Monde.
Voor wie hier zijn Frans wil oefenen een mooi citaat van de filosoof André Comte-Sponville, die beschrijft hoe zijn tweede huisje in het schitterende Normandische bocage landschap door weinig natuur is omgeven, maar door een gemaakt landschap. Wat hem verleidt tot de passage:
La nature n'est pas Dieu
Ce n'est pas une raison pour adorer la nature, encore moins pour la diviniser! Quand j'entends les débats autour de l'environnement et de l'ecologie, souvent dominés pare les bons sentiments, la naivité ou la nostalgie (la bonne nature, la mauvaise science), j'ai toujours envie de rappeler que la nature n'est pas Dieu. Cette espèce de retour à une forme de panthéisme écolo-bobo-naif me paraît une régression formidable. La nature n'est pas Dieu; la technique n'est pas le Diable.
woensdag 5 december 2012
Lijstje: Food op rijm van drs. P
Sinterklaas - tijd voor het betere rijmwerk. Op Spotify luister ik naar die Rotterdamse econoom drs. P die wel kan zingen (nee, geen familie). Een liefhebber van wat archaisch taalgebruik en Engeland. En die fraaie liederen gemaakt heeft over voedsel, in het bijzonder veel groenten. We maken een lijstje:
- Knolraap En Lof, Schorseneren en Prei
- De meisjes van de suikerwerkfabriek ("want de snoepjes van Jamin pak je uit en pik je in")
- Andijvie
- Cocosnoot
- Olijf
- Ananas
- Erwt
- Appel
- Sla
- Bananen
- Broccoli
- Ui
- Augurk
- Mandarijn
- Kersenboom (een twijfel geval)
- Aardbeienwals
- Bieten
- Aardappelmeel (nog een twijfelgeval, beluister ook het fraaie Oost-Groningen over stro-karton)
- Komkommer
- Aardappel, Ierse
- Chalot
- Citroen
- Pruim
dinsdag 4 december 2012
cooperatief crowd sourcen
Wat moet je met sociale media bij cooperaties, zo vroegen sommigen in het NCR-blad Cooperatie en op Linked-In zich onlangs af. Dat is nog niet zo helder, sommigen vinden dat ze er maar knap last van hebben bij bv. fusievoorstellen - zo was afgelopen week te beluisteren op het dairy forum van CopaCogeca in Brussel.
Maar crowdsourcing, niet noodzakelijk via de smart phone, lijkt wel te werken. Een directeur van een middelgrote Europese zuivelindustrie vertelde dat men met het oog op 2015 aan het oefenen is met melkvoorspellingen. Boeren moeten inschatten wat ze het komend kwartaal produceren en dat even doorgeven. Heeft verder geen gevolgen voor hun leveranties of betalingen. Voor zichzelf zitten ze er vaak fors naast, maar gemiddeld / geaggregeerd over het totaal vaak opvallend goed, en daar gaat het de fabriek om. Aldus de sprekerd.
Maar crowdsourcing, niet noodzakelijk via de smart phone, lijkt wel te werken. Een directeur van een middelgrote Europese zuivelindustrie vertelde dat men met het oog op 2015 aan het oefenen is met melkvoorspellingen. Boeren moeten inschatten wat ze het komend kwartaal produceren en dat even doorgeven. Heeft verder geen gevolgen voor hun leveranties of betalingen. Voor zichzelf zitten ze er vaak fors naast, maar gemiddeld / geaggregeerd over het totaal vaak opvallend goed, en daar gaat het de fabriek om. Aldus de sprekerd.
zondag 2 december 2012
jonge boeren
| komende dagen wat foto's uit Wales |
Als we er niets aan veranderen, zal de Europese
landbouwsector binnenkort dik in de problemen zitten: alleen 6% van de
landbouwers in Europa zijn jonger dan 35 jaar, daarentegen is een derde al
ouder dan 65.
Om zowel het grote publiek als Europese beleidsmakers van deze problematiek
bewust te maken, heeft CEJA – de Europese Raad voor Jonge Landbouwers – onlangs
de campagne “Future Food Farmers” gelanceerd. Het ultieme doel is van jonge landbouwers
een prioriteit in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te maken.
Aan dat verzoek voldoen we dus, maar een paar kritische kanttekeningen plaats ik er wel bij. Jonge boeren zitten in een moeilijk proces van bedrijfsovername, waarbij ze zich vaak diep in de schulden moeten steken (zeker in landen als Denemarken zonder veel fiscale fasciliteiten) en ze zijn nogal afhankelijk van de vraag of de familie (ouders, broers en zussen) geld in het bedrijf laten zitten. Dat was altijd al zo, maar bij grotere bedrijven en hogere grondprijzen wordt het niet makkelijker. Onze sympathie en wat mij betreft gemakkelijke fiscale doorschuiving van het bedrijf zijn op zijn plaats.
Maar het is wel raar dat een beroepsgroep roept om toetreding van meer ondernemers. In alle andere sectoren proberen de bestaande ondernemers toetreders vaak buiten de deur te houden, door vakeisen, vergunningen en beperkte toelating tot opleidingen. Want hoe minder vakbroeders, hoe dikker de spoeling.
Dat geldt ook voor boeren: hoe meer er stoppen, hoe meer grond er op de markt komt, hoe lager de grondprijzen, en hoe gemakkelijker de bedrijfsovername. Om die reden kun je je ook afvragen of jonge boeren wel geholpen zijn met de toeslagen die de grondprijs verhogen.
Hoe minder boeren, hoe makkelijker de bedrijfsvergroting. Die is nog immer hard nodig (de optimale bedrijfsgrootte is door de techniek groter dan de huidige) voor een redelijk inkomen - niet voor niets wilden beide in de NRC geinterviewde jonge boeren komende jaren fors uitbreiden.
Gaat er maatschappelijk wat fout, blijft er grond onbeboerd of niet intensief genoeg beboerd door de genoemde bedrijfsovername statistieken? Ik vraag het me af. We tellen in Europa heel veel kleine gepensioneerde boeren zonder opvolger, maar als je kijkt naar de bedrijven die 80% van de voedselproductie in handen hebben, dan valt het met de cijfers over de bedrijfsopvolging nog wel mee.
Daar komt nog bij dat de komende jaren door de crisis de stimulans om voor een andere sector te kiezen kleiner zal zijn dan bij de schoolkeuze 10 jaar geleden. Daar zit ook het gevaar van te hoge "installatie-premies". Nederland heeft die m.i. terecht heel lang niet gehad. Ik herinner me nog levendig hoe ik in de jaren 80 in Ierland met de EU op excursie was en hoe we op bezoek bij een veel te klein schapenbedrijf in een dal ver van de bewoonde wereld vernamen dat de ondernemer gelukkig was met het feit dat zijn zoon zijn ICT opleiding had afgebroken omdat hij nu een installatiepremie kreeg om het bedrijf over te nemen. Leuk voor vader, en misschien ook voor zijn zoon, maar de bezoekers hadden zo hun bedenkingen - inkomens buiten de landbouw liggen voor de meesten hoger dan daarbinnen. De Nederlandse delegatie prijsde zich gelukkig dat bij ons veel ouders hun kinderen stimuleren wat verder dan de boerderij te kijken.
Kortom, jonge boeren verdienen onze aandacht en sympathie. En wat mij betreft goede fiscale faciliteiten om een bedrijf door te schuiven, met wat mede-financiering van de familie. Maar moedig de buurjongen aan om de ICT in te gaan, en zijn grond aan je te verpachten.
zaterdag 1 december 2012
Lijstje: de INRA prioriteiten
Nu we het hier toch over het INRA hadden (zie de blog van gisteren), dit is het lijstje prioriteiten in de strategie 2010 - 2020:
- twee wetenschappelijke basis programma's:
- predictive biology
- agro-ecology
- vijf wetenschappeljke uitdagingen
- integratie van economische, sociale en milieu prestaties
- ontwikkeling van gezonde en duurzame voedselsystemen
- klimaatsverandering
- biomassa voor chemie en energie
- mondiale voedselzekerheid onder de invloed van mondiale veranderingen
vrijdag 30 november 2012
Evalueren van onderzoek op zijn Frans
Eerder deze week was ik in Parijs te gast bij het INRA. Vanuit hun ASIRPA project organiseerden ze een interessante conferentie over het evalueren van onderzoek. In dit geval stond de evaluatie van een instituut centraal - hoe kun je aantonen dat INRA zijn geld waar is?
De gedachte is dan om naar de successen te kijken. Veel projecten leveren weinig op, maar af en toe is er een knaller die tot een vinding leidt waar boeren of consumenten zeer goed mee af zijn. Elke universiteit heeft wel zo'n boekje met grootste successen uit het verleden.
Waarmee we meteen bij probleem 1 zijn: het is net de aandelenmarkt - resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Maar we hebben niets beters. Tweede probleem is natuurlijk dat het niets zegt over de kwaliteit van het management en de efficiency van de bestede gelden. Dankzij een klapper kan een instituut de investering meer dan waard zijn, maar misschien hadden de 'bleeders' wel veel eerder kunnen worden gestopt. Fast failure is dus goed management, geen slecht management. Omdat je net als bij de reclame of de aandelen niet weet wat het goed zal doen maar wel weet dat de helft of meer niet zal werken, is een portefeuille aanpak nuttig. Maar misschien moet je dan toch ook op portefeuille niveau analyseren en vergelijken.
ASIRPA pakt het aan met case-studies van succesvolle introducties van nieuwe technieken. het mooie daarvan is dat het verhalen met tijdlijnen oplevert waarin je kan zien wat onderzoek gedaan heeft en wat bv. de wetgeving. Zoals iemand zei: "Science brings hope, that is the first reason to do it. Stories help, like testimonials".
Maar vervolgens ontstaat er wel een probleem. Hoeveel van de maatschappelijke winst reken je nu toe aan een bepaald onderzoeksprogramma. Dit attributie-probleem wordt nog erger als je beseft dat een onderzoeksprogramma vaak weer op een eerder programma voortbouwt. En zo kom je uit bij de 19e eeuw of de oude Grieken. INRA kent geen programma's of projectenorganisatie dus daar valt dit effect misschien mee, maar in Nederland heb je al snel last van 'project fallacy' - het idee dat alles komt door het project dat je doet en dat dit wordt afgezet tegen niets doen (terwijl in werkelijk de manager vaak kiest tussen dit en een alternatief project).
Overigens kwam iemand met het idee dat je niet zou uit moeten gaan van onderzoeksdoorbraken, maar van maatschappelijke uitdagingen (INRA is een publiek instituut) en zou moeten kijken waar en hoe het onderzoek heeft bijgedragen.
Leerzaam vond ik een inleiding van een internationaal onderzoeksmanager (met ervaring bij de Google Foundation en Bill Gates, maar nu weer in de publieke sector) die uitlegde afspraken te maken tussen financiers en onderzoekers over de outcome van een project. En dat ziet als een onderhandeld concept. Het is het niveau waar onderzoekers zich nog wel verantwoordelijk voor willen voelen (hoewel ze meer met output in de vorm van aantal lezingen of papers hebben, maar outcome geeft wel wat meer flexibiliteit en minder detail controle in de financien). Financiers maken liever afspraken over impact maar het duurt vaak een paar jaar voor je kunt aantonen dat die duurzaam bereikt zijn. En daar is de mode om ze nu vast te stellen via echte rendementsberekeningen op basis van randomized control experiments. Daar moet je een individueel project of programma niet op afrekenen. We gaan er over nadenken of dit een opening biedt in de discussie over excellence en relevance in onderzoek. Vandaar deze aantekenngen van een nuttig dagje Parijs.
Waarmee we meteen bij probleem 1 zijn: het is net de aandelenmarkt - resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Maar we hebben niets beters. Tweede probleem is natuurlijk dat het niets zegt over de kwaliteit van het management en de efficiency van de bestede gelden. Dankzij een klapper kan een instituut de investering meer dan waard zijn, maar misschien hadden de 'bleeders' wel veel eerder kunnen worden gestopt. Fast failure is dus goed management, geen slecht management. Omdat je net als bij de reclame of de aandelen niet weet wat het goed zal doen maar wel weet dat de helft of meer niet zal werken, is een portefeuille aanpak nuttig. Maar misschien moet je dan toch ook op portefeuille niveau analyseren en vergelijken.
ASIRPA pakt het aan met case-studies van succesvolle introducties van nieuwe technieken. het mooie daarvan is dat het verhalen met tijdlijnen oplevert waarin je kan zien wat onderzoek gedaan heeft en wat bv. de wetgeving. Zoals iemand zei: "Science brings hope, that is the first reason to do it. Stories help, like testimonials".
Maar vervolgens ontstaat er wel een probleem. Hoeveel van de maatschappelijke winst reken je nu toe aan een bepaald onderzoeksprogramma. Dit attributie-probleem wordt nog erger als je beseft dat een onderzoeksprogramma vaak weer op een eerder programma voortbouwt. En zo kom je uit bij de 19e eeuw of de oude Grieken. INRA kent geen programma's of projectenorganisatie dus daar valt dit effect misschien mee, maar in Nederland heb je al snel last van 'project fallacy' - het idee dat alles komt door het project dat je doet en dat dit wordt afgezet tegen niets doen (terwijl in werkelijk de manager vaak kiest tussen dit en een alternatief project).
Overigens kwam iemand met het idee dat je niet zou uit moeten gaan van onderzoeksdoorbraken, maar van maatschappelijke uitdagingen (INRA is een publiek instituut) en zou moeten kijken waar en hoe het onderzoek heeft bijgedragen.
Leerzaam vond ik een inleiding van een internationaal onderzoeksmanager (met ervaring bij de Google Foundation en Bill Gates, maar nu weer in de publieke sector) die uitlegde afspraken te maken tussen financiers en onderzoekers over de outcome van een project. En dat ziet als een onderhandeld concept. Het is het niveau waar onderzoekers zich nog wel verantwoordelijk voor willen voelen (hoewel ze meer met output in de vorm van aantal lezingen of papers hebben, maar outcome geeft wel wat meer flexibiliteit en minder detail controle in de financien). Financiers maken liever afspraken over impact maar het duurt vaak een paar jaar voor je kunt aantonen dat die duurzaam bereikt zijn. En daar is de mode om ze nu vast te stellen via echte rendementsberekeningen op basis van randomized control experiments. Daar moet je een individueel project of programma niet op afrekenen. We gaan er over nadenken of dit een opening biedt in de discussie over excellence en relevance in onderzoek. Vandaar deze aantekenngen van een nuttig dagje Parijs.
donderdag 29 november 2012
informatie in de markt
Is het zinvol om aan een product meer informatie toe te voegen, is het nuttig om aan te geven dat de melk uit Kampereiland komt en wat de CO2 uitstoot en bestrijdingsmiddelengebruik in productie was? Of jaagt dat de maker maar op kosten en erger, jaagt het consumenten weg? En als het zinvol is, zeker alleen voor de meest duurzame melk ?
| wijn vraagt om informatie |
Ontleend aan The Economist 24.11.2012 Micro stars, macro effects
woensdag 28 november 2012
Lijstje: Manufacturing in de toekomst
| Het oude Ankara, de rest is booming |
- Global innovation for local markets (34% van de mondiale industrie): industrie met veel innovatie die vanwege transportkosten dicht bij de klant zit: chemie, autoindustrie, machineindustrie.
- Regional processing (28%): dicht bij de klant vanwege bederf of lokale smaak: metaalindustrie, voedingsmiddelenindustrie, drukkerijen en uitgeverijen.
- Energy and resource intensive commodities (22%): hout, papier, olieindustrie
- innovative global technologies (9%); chips, computers, medische technologie
- labour-intensive tradeables (7%): textiel, speelgoed)
dinsdag 27 november 2012
biomimicry
Ooit van biomimicry gehoord? Ik tot voor kort niet, maar eerder deze week had ik er een enthousiast gesprek over. Het is een term waar we komende jaren denk ik nog meer van gaan horen, dus bestudeer vast de wiki.
zaterdag 24 november 2012
road piece en de hooibalen
Als liefhebber van (flevolands) land art viel mijn oog op de foto in de NRC van gisteren van het werk Road Piece van Joshua Neustein uit 1970, nu weer te zien in Munchen (zie foto).
Dat ik niet kende, en waarin ik strobalen meende te herkennen. De auteur heeft het over hooibalen. Blijkt te kloppen, het werk wordt overal omschreven als "2 rollen asfaltpapier, 14 hooibalen en audio". Ver inzoomen leert dat het inderdaad wel eens hooi van zeer matige kwaliteit zou kunnen zijn. Overigens zie ik 3 rollen asfaltpapier...... Goede kunst roept vragen op!
Dat ik niet kende, en waarin ik strobalen meende te herkennen. De auteur heeft het over hooibalen. Blijkt te kloppen, het werk wordt overal omschreven als "2 rollen asfaltpapier, 14 hooibalen en audio". Ver inzoomen leert dat het inderdaad wel eens hooi van zeer matige kwaliteit zou kunnen zijn. Overigens zie ik 3 rollen asfaltpapier...... Goede kunst roept vragen op!
vrijdag 23 november 2012
zwarte zwanen worden antifragiel
The Economist van afgelopen week baarde nogal wat opzien met een survey over Frankrijk dat stelt dat het een tijdbom in de EU en vooral Euro is. Te weinig concurrentiekracht en als het niet uitkijkt gaat het bij ClubMed horen (waarmee het overigens juist weer beter lijkt te gaan, afgezien van werkgelegenheid). Frankrijk boos (blijkbaar toch een snaar geraakt) en op zijn best zien sommigen er zwarte zwanen in: van die gebebeurtenissen die zo onwaarschijnlijk zijn dat niemand er rekening me houdt.
De term zwarte zwanen werd gepopulariseerd door Nicholas Taleb in een boek in 2007. Voor het geval het na het lezen van het survey over Frankrijk ontgaan is: verderop in het blad staat nu een recensie van een vervolgboek van Taleb: Antifragile: things that gain form disorder.
Het tegenovergestelde van fragiel is veerkracht of robuustheid, maar die termen zijn het voor Taleb net niet helemaal, vandaar de nieuwe term antifragiel. Taleb wijst erop dat we vaak de fout maken om veel energie te steken in het vermijden van (kleine) schokken of volatitiliteit. Na lange periode van een te stabiele situatie kunnen we niet meer omgaan met een schok (we hebben niet geleerd) of barst de bom toch. De essentie van antifragiel gedrag is dus om situaties te zoeken waar verbetering en leren ontstaat uit onverwachte zaken of druk.
De term zwarte zwanen werd gepopulariseerd door Nicholas Taleb in een boek in 2007. Voor het geval het na het lezen van het survey over Frankrijk ontgaan is: verderop in het blad staat nu een recensie van een vervolgboek van Taleb: Antifragile: things that gain form disorder.
Het tegenovergestelde van fragiel is veerkracht of robuustheid, maar die termen zijn het voor Taleb net niet helemaal, vandaar de nieuwe term antifragiel. Taleb wijst erop dat we vaak de fout maken om veel energie te steken in het vermijden van (kleine) schokken of volatitiliteit. Na lange periode van een te stabiele situatie kunnen we niet meer omgaan met een schok (we hebben niet geleerd) of barst de bom toch. De essentie van antifragiel gedrag is dus om situaties te zoeken waar verbetering en leren ontstaat uit onverwachte zaken of druk.
dinsdag 20 november 2012
roeien langs de Rotte
Door enig gereis is het hier afgelopen dagen wat rustig en heb je nog wat foto's tegoed. Om te beginnen die hiernaast, die ik een week geleden nam op onze nieuwe roeibaan in de Eendragtspolder. Het Wageningse Argo had op het uitgegraven boerenland een wedstrijddag georganiseerd (volgens een mij bekende student had de baan ook wel op het Veluwemeer gekund, dat had wat ha's gespaard, maar natuur en wateropslag hebben ook nog meer doelen dan roeien). Overigens meldde een andere deskundige dat dit een van de mooiste banen ter wereld geworden is.
Enfin, het plaatje bij dit praatje laat even zien dat Argo zijn boerenachtergrond goed bewaakt: klompen uittrekken voor het restaurant. En ook het imago van de slechtschrijvende student. Uittrekken lijkt me net als aantrekken 1 woord.
Enfin, het plaatje bij dit praatje laat even zien dat Argo zijn boerenachtergrond goed bewaakt: klompen uittrekken voor het restaurant. En ook het imago van de slechtschrijvende student. Uittrekken lijkt me net als aantrekken 1 woord.
zaterdag 17 november 2012
populaire Duitse bedrijven
Op een vliegveld pikte ik een paar weken geleden het blad Omniversum op, een bijlage bij een Duitse weekendkrant (de FAZ of zo). Het blad vond het nodig om in de slag om de beste studenten aan 23.593 Duitse studenten van verschillende studierichtingen te vragen wat de meest populaire bedrijven zijn om voor te werken.
Welnu de businessstudenten werken niet het liefst voor banken of de consultancies als McKinsey of Roland Berger. Nee, ook Duitse MBA's zien zichzelf het liefst bij -hoe kan het anders- een autobedrijf. De nummers 1,2 en 3: Audi, BMW, Porsche. Food gerelateerde bedrijven komen vanaf plaats 20: BASF (21), Coca Cola (22), Unilever (24), Dr. Oetker (48), Kraft Food (58), Rewe (69) etc.
Bij de engineering-studenten scoren de automerken natuurlijk ook de nummers 1,2 en 4. Met wat mindere examencijfers kun je naar John Deere (47) of Claas (70).
Natuurkundigen willen vooral naar Max Planck en Frauenhofer, maar vervolgens komen Bayer en Basf. En op 32 Kraft Food.
Tot slot de IT studenten: die zien Google en Microsoft als top of the bill. SAP staat 5, daar kunnen we in gezamenlijke EU projecten dus nog plezier van hebben. In de food blijft het tobben met de IT. Alleen Coca Cola (58 net na het Duitse CBS in Wiesbaden en de ECB in Frankfurt) en Metro, Rewe (beide retail) en Philip Morris halen nog net de top 100.
Welnu de businessstudenten werken niet het liefst voor banken of de consultancies als McKinsey of Roland Berger. Nee, ook Duitse MBA's zien zichzelf het liefst bij -hoe kan het anders- een autobedrijf. De nummers 1,2 en 3: Audi, BMW, Porsche. Food gerelateerde bedrijven komen vanaf plaats 20: BASF (21), Coca Cola (22), Unilever (24), Dr. Oetker (48), Kraft Food (58), Rewe (69) etc.
Bij de engineering-studenten scoren de automerken natuurlijk ook de nummers 1,2 en 4. Met wat mindere examencijfers kun je naar John Deere (47) of Claas (70).
Natuurkundigen willen vooral naar Max Planck en Frauenhofer, maar vervolgens komen Bayer en Basf. En op 32 Kraft Food.
Tot slot de IT studenten: die zien Google en Microsoft als top of the bill. SAP staat 5, daar kunnen we in gezamenlijke EU projecten dus nog plezier van hebben. In de food blijft het tobben met de IT. Alleen Coca Cola (58 net na het Duitse CBS in Wiesbaden en de ECB in Frankfurt) en Metro, Rewe (beide retail) en Philip Morris halen nog net de top 100.
vrijdag 16 november 2012
Lijstje: succesfactoren van Bangladesh
Bangladesh is een mooi voorbeeld van een land dat niet zo heel veel welvaartsstijging kent maar toch goed vooruitgaat rond voedselzekerheid en hongerbestrijding. Van importerend is het nu vrijwel exporterend. Volgens een artikel in The Economist van 3.11.2012 zijn er 4 factoren voor verantwoordelijk:
- gezinsplanning op vrijwillige basis door ngo en overheidsvoorlichting heeft de positie van de vrouw versterkt. Geboortecijfer is nog maar 2.3 (in 1975 nog 6.3), net boven het evenwichtsniveau. En daarmee is er nu een demografisch dividend (relatief grote omvang van werkenden ten opzichte van kinderen en bejaarden). Ook onderwijs versterkte de positie van vrouwen
- sterke groei in productiviteit landbouw, vooral rijstopbrengsten per ha zijn sterk gestegen. Naast de groene revolutie door een verschuiving van de monsoen rijst (net geplant voor de regen) naar de boro-rijst in de winter. Gevolg de drie prijspieken van afgelopen jaren deed het aantal hongerigen (nog altijd 1 op 6 maar veel minder dan de 1 op 3 van toendertijd) niet oplopen.
- werkgelegenheid buiten de landbouw (textiel), en met name ook in het buitenland met transfer inkomen als gevolg.
- mede omdat de staat en politiek niet geweldig functioneren (maar wel sociale safety net programmas en onderwijs in de benen houden), de grote rol van NGOs, met name BRAC die ook microkrediet bedacht, groot gemaakt door Grameen bank.
Abonneren op:
Posts (Atom)

