woensdag 15 augustus 2012

De economie van Mohammed

Na de Grieken en Romeinen kregen we qua wetenschap de donkere dagen van de Middeleeuwen, tot de Renaissance aanbrak. Dat is inmiddels een achterhaald idee want we weten dat in de tussenliggende periode veel kennis bewaard bleef en vooral ook verder ontwikkeld werd in de islamitische wereld (waarvan de Arabieren maar een klein deel uit maakten, maar het Arabisch was wel de taal waarin gepubliceerd werd). We danken er de algebra en ons cijferstelsel, inclusief de nul, aan.

Ook qua economische theorie zijn we de moslimwereld meer verschuldigd dan vaak erkend wordt. Dat is althans de stelling van de Amerikaanse hoogleraar Hamid Hosseini in hoofdstuk 3 van het boek dat ik afgelopen dagen besprak.
Door het bekende verbod op rente (volgens sommigen: woekerrente) wordt nog wel eens vergeten (ook door mij) dat de Koran en de geschriften van Mohammed zeer business vriendelijk zijn en een liberale opvatting hebben over (niet al te veel) overheidsinmenging. Winst en kapitaalsbezit zijn prima. Handel is een nobel beroep, iets waar de christelijke kerk in de Middeleeuwen wel anders over dacht (handel werd als een soort paria-activiteit aan de Joden overgelaten, en die hebben dat geweten toen sommigen van hen door de specialisatie in dit toegeschoven monopolie nogal rijk geworden waren).

Deze positieve grondhouding in de Koran is in Marxistische zin niet vreemd als je beseft dat de profeet Mohammed uit een business milieu in Mekka kwam, hij zat zelf in de handel - ook nog toen hij tot hogere zaken werd geroepen.
Ook aardig om te lezen is dat de Iraakse top-jurist Abu Jusuf in de 8e eeuw de Kalief in Bagdad adviseerde dat de overheid zich niet met alles moest bemoeien en dat het onderhoud aan de kleine kanalen die boeren gebruikten om water uit te halen voor bevloeiing door de gebruikers kon en moest worden betaald. De overheid kon zich wel beperken tot het hoofdwaterstelsel. Waaruit we dan kunnen afleiden dat de Nederlandse opvattingen daarover heden ten dage nog in lijn zijn met die van Abu Jusuf.

dinsdag 14 augustus 2012

Griekse landbouweconomie

De economische wetenschap laten we meestal beginnen bij Adam Smith (1776, the Wealth of Nations), maar het is maar de vraag of dat juist is. Want economie is al veel ouder. Arbeidsspecialisatie en ruil is er sinds de eerste mensen in Afrika overvuur beschikten. Of wie een bijbels uitgangspunt wil: met het eten van de paradijselijke appel werd duidelijk dat kennis en keuzes een last zijn in een wereld van Goddelijke of natuurlijke schaarste. Waarmee er tegelijkertijd ook een moreel element in keuzes sluipt.


Als economie zo oud is, is het niet verwonderlijk dat er al lang voor Smith over de werking van de economie is nagedacht, bij de oude Grieken en Romeinen, maar ook bij de Egyptenaren en in het Midden-Oosten.
Dat waren grotendeels landbouw-economieën, dus er is met name ook nagedacht over landbouw. In het handboek van Samuels et al (zie de blog van gisteren) las ik een aardig paper van S.T. Lowry die een overzichtje geeft van het economisch denken in klassieke tijden.
Zo wist ik niet dat we het juridische symbool van de weegschaal komt van de grote weegschalen die werden gebruikt als boekhoudgereedschap bij de graanschuren van de farao’s en daar een religieuze betekenis door kregen.



Wie in de landbouweconomie wil laten zien dat hij zijn klassieken kent, kan het best Xenophon’s boek Oeconomicus (!!) uit het midden van de 4e eeuw voor Christus aanhalen. Dat behandelt vooral het de organisatie en management van een grootlandbouwbedrijf  en benadrukt het belang van human capital en organisational efficiency. Dat pleidooi lijkt nog weinig aan waarde te hebben verloren.
Ook de Romeinen waren geen rare jongens als het om economie ging. Zo schreef keizer Justianus van het Oost-Romeinse rijk in 530 na Chr. alle Romeinse wetskennis op. Samengevat in het werk Institutes, dat in de Middeleeuwen nog volop in gebruik was. En waarin werd geconcludeerd dat de waarde van goederen niet afhankelijk is van de gebruikswaarde maar de marktwaarde: “tantum bona valent, quatum vendi possunt”, ofwel: goederen zijn net zoveel waard als waar ze voor verkocht kunnen worden.


In de Middeleeuwen was de Cisterciënzer orde gespecialiseerd in het in cultuur brengen van meer grond, en ook zij publiceerden over land-management. Zij haalden een deel van hun kennis bij de islamitische filosofen van Al Andaluz. Waarover morgen meer.


Uit: S.T. Lowry: Ancient and Medieval Economics in: Warren Samuels, Jeff Biddle en John B Davis: The History of Economic Thought, 2003.

maandag 13 augustus 2012

Geschiedenis van het Economisch Denken

Voor de vakantie is er de keuze tussen de moderne e-reader of de klassieke pil. Ik koos voor het laatste en begon aan The History of Economic Thought van Warren Samuels, Jeff Biddle en John B Davis. 712 pagina’s dik. Al uit 2003, maar het onderwerp veroudert niet snel.


Er zijn allerlei reden om naar de historie van ons economisch denken te kijken. Zo kun je geinteresseerd zijn in de biografieen van grote denkers, of ze lezen om te zien of we hun denken wel goed hebben begrepen en of de uitgangspunten ervan nog steeds gelden.
Een interessantere vraag is wellicht die waarom mensen in het verleden van een bepaalde theorie overtuigd waren. Het kan zijn dat de kennis zich ontwikkeld omdat een nieuwe theorie beter is dan de vorige: meer compleet is, uitgebreidere werking heeft, meer generiek is, logischer is, beter de (als objectief geziene) feiten verklaard.


Economen vinden dat wel een fijn idee, maar sociologen en andere volgers van Marx wijzen erop dat ook andere krachten werken. Zo zouden economen wel eens vooral kunnen werken aan onderwerpen die bij hun afnemers in de smaak vallen omdat ze overeenkomen met hun economisch belang (of dat van hun klasse). Zo bezien is het geen toeval dat David Ricardo met zijn vrijhandelstheorie  populair was in Engeland en (tegelijkertijd) Friedrich List met zijn Infant-Industry argument in Duitsland. Economische concepten die worden voorgesteld en aanvaard moeten wellicht vooral gezien worden een antwoord op de actuele vragen van de tijd waarin ze opgang doen.
Komende dagen nog wat notities uit dit boek.

N.a.v. Jeff E. Biddle: Research Styles in the History of Economic Thought, Hoofdstuk 1 in genoemd boek.

zondag 12 augustus 2012

Groene groei

wie goed kijkt ziet een oude
afspanning (in Hulst)
Groei wordt in de landbouw altijd al met vers groen geassocieerd. Groene groei heeft inmiddels een ruimere betekenis, nu de OECD dit propageert als een soort New Deal om de economie weer uit het slop te krijgen.
AL vorig jaar verscheen OECD (2011) Food and Agriculture, OECD Green Growth Studies.
Dat gaat nog veel geciteerd worden in papers want het is een handig overzicht. Niet heel veel nieuws voor economen overigens, en zelf had ik wat meer aandacht besteed aan transities bij consumenten en de rol van ICT op nieuwe instituties.
Maar natuurlijk zinvolle beleidsaanbevelingen: meer innovatie, zorg voor goed functionerende markten (inclusief voor emissie en Pigovian taxes via het polluter pays principle, en zorg voor eigendomsrechten daar waar die zwak zijn).

zaterdag 11 augustus 2012

van alle markten thuis

Economie is handel. Handel die begon op markten waar aanbieders en vragers elkaar ontmoeten. Om de liquiditeit van de markt te bevorderen zoeken mensen elkaar op, hoe groter de markt hoe breder de keuze, hoe beter de prijzen. En er is ruimte voor collectieve functies zoals een waag. De markt is dus een groot publiek goed.
Dat handelaren bij elkaar klonteren is niet zo gek, je ziet het op veel markten en zelfs in winkelstraten. Wie textiel wil verkopen heeft twee strategien: ver weg van de andere verkopers gaan staan en hopen dat mensen geen zin hebben naar de anderen te lopen (met ijs en patat lukt dat nog wel eens), of bij de anderen gaan staan, omdat daar de mensen daar naar toekomen omdat ze weten dat er textiel verkocht wordt. Verkopers hebben vooral klanten nodig, en die krijgen ze graag van hun concurrenten.
Het aantal markten in Nederland is nog altijd groot. Ik kreeg het boek Markten in Nederland als verjaardagscadeau. Een plaatjesboek voor het dashboardkastje. Veel paardenmarkten (Zuidlaren: 800 jaar oud en still going strong, anderen claimen direct van de Romeinse markten af te stammen), kaasmarkten (alleen nog voor de show en de toeristen), jaarmarkten (voortgekomen uit veemarkten die inmiddels verboden zijn) en ook bijzondere: de hooimarkt, de meidenmarkt, diverse ossenmarkten, de siepelmarkt (voor uien), de lappendag (jaarmarkten in Noord-Holland), de bottermarkt (voor boter en botters), en nog veel meer waarin inmiddels de folklore en heemkunde de overhand lijkt te hebben. En dan natuurlijk nog de boerenmarkten, de zwarte markt en de boekenmarkt. Mocht je op die laatste (Deventer, Almelo, Dordrecht, Bredevoorde, to name a few) dit boek tegenkomen, doe er dan je voordeel mee voor een dagje uit:
Henk Povee en Rosa Vitalie: Markten in Nederland.. Uitgeverij Thoth

vrijdag 10 augustus 2012

Coevorden en de ganzen

De mogelijkheden van internationale handel en specialisatie zijn ondoorgrondelijk. Zo blijkt Coevorden eeuwenlang een handel in kerstganzen met Engeland te hebben gehad.
Onlangs was ik voor het eerst van mijn leven in Coevorden (foto) en stuitte in het centrum om een beeld en nog wat verwijzingen naar ganzen en de ganzenhoedster.
In het alleraardigste boek Markten van Henk Povee (waarover binnenkort meer) lees ik dat de streek van oudsher werd bewoond door keuterboeren die in het natte veengebied (Coevorden ligt met zijn kasteel op een strategische passage tussen twee van die grote veenvelden) weinig anders konden doen dan ganzen houden.
De vette ganzen werden in het najaar naar Coevorden gedreven. Handelaren verscheepten ze vervolgens via Rotterdam naar Engeland, waar ze op tijd arriveerden voor de kerstdagen. Die handel schijnt eeuwenlang te hebben bestaan, pas rond 1920 kwam de klad erin. De jaarmarkt is wel weer in ere hersteld, op folkloristische basis.

donderdag 9 augustus 2012

zakelijke dienstverlening is fors

Laat ik mijn (in eigen lezingen) veel gebruikte bollensheet maar eens publiceren.Hiernaast staat de toegevoegde waarde van het Nederlandse agro-complex voor 2008 zoals LEI en CBS die uitrekenen. Het laat zien dat de primaire landbouw daar maar een klein deel van uitmaakt, zo'n 7 miljard van de 50 miljard.
Inmiddels lees ik  in het LEB (zie de blog van gisteren) de cijfers voor 2010. Toen ging het om 52,5 miljard.
Daarvan komt ruim 10 miljard uit de binnenlandse toelevering.
Bijna iedereen zo vermoed ik (ook ik en daarom is het lezen van het LEB zo nuttig) denkt dan meteen aan een grote sector als de veevoerindustrie. Maar die is helemaal niet zo groot, wel in omzet maar niet in toegevoegde waarde: kleine marges, weinig arbeid. Uiteindelijk maar goed voor 4 miljoen.
De grootste post zijn de zakelijke dienstverleners: En dan hebben we het niet eens over banken of veeartsen (die hebben hun eigen categorietje in de statistiek) maar over de makelaars, voorlichters, accountants, journalisten, communicatiemedewerkers, marketeers, beursorganisatoren, notarissen, grond- en gewaslaboratoria, automatiseerders en wat je nog meer kunt bedenken. Lekker arbeidsintensief dus veel toegevoegde waarde in de omzet. In totaal voor 2,8 miljard, ofwel 40% van de primaire sector.

woensdag 8 augustus 2012

de consument en de crisis

Mijn blogpost over het feit dat de economische crisis ook de consumentenbestedingen aan voedsel beinvloed (met Britse ervaringen volgens the Economist) onder de titel yoghurtstaking, was hiernaast geruime tijd lijstaanvoerder bij de meest gelezen posts.
Vandaar dat ik er nog maar wat aan toevoeg, nu ik in de rustiger tijden tijd heb gevonden ons eigen LEB van voor naar achter te lezen. Doe dat ook.
Op pagina 61 lees ik dat GfK heeft geconstateerd dat we in Nederland veel meer dan in andere Europese landen bezuinigen op voedsel ten tijde van crisis. We gaan op zoek naar goedkopere winkels, en vooral speciaalzaken zien klanten vertrekken naar de supermarkt. En die moeten het steeds meer hebben van prijsacties. In 2010 haalden ze 16.5% van de omzet binnen via prijsacties. Twee jaar eerder, in 2008, was dat nog maar 11%.

In dat verband is ook interessant dat de horeca zich uit de markt prijst: daar stegen de prijzen in 10 jaar tijd met 25%, tegenover maar 2% in de supermarkt. Met als gevolg dat onze horeca tot de duurste in Europa behoort, en de supermarkten tot de goedkoopste. Het kleine cafe aan de haven doet te weinig aan vergroting van de arbeidsproductiviteit.

dinsdag 7 augustus 2012

Finse cooperaties

Finse oudheden
In het komkommerseizoen lezen we nog even door. Bij een eerder bezoek aan Finland kreeg ik een mooi boek over de geschiedenis van de Finse cooperaties. The Pellervo Story heeft het boek, de NCR van Finland is de Pellervo Society. Het woord Pellervo is afgeleid van het Finse woord voor Veld.
Deze gemeenschap werd in 1899 opgericht door intellectuelen om cooperaties te vormen. Wat me bijblijft is dat dit vooral een patriottische beweging was om een organisatievorm te hebben die het toenmalige groothertogdom sterker deed maken tegen de Russische invloed.
Finland is tot de dag van vandaag een zeer cooperatief land, ver van markten en in een sociaal-democratische, Scandinavische traditie. Met ook een grote cooperatie in de retail (Sokos). Mooi boek, met ook mooi foto-materiaal.

M. Kuisma, A. Henttinen, S. Karhu and M. Pohls: the Pellervo Story.

maandag 6 augustus 2012

Duurzaamheidsindcatoren voor SAI

Over het meten van duurzaamheid van landbouwproductie zijn we nog niet uitgepraat. Het SAI (Sustainable Agriculture Initiative) Platform van de voedingsmiddelen industrie liet het CLM een aardig boekje maken met de beschrijving van indicatoren op 7 thema's.
Elk hoofdstuk begint met een mooi schema dat overzicht biedt. In principe kunnen verkopers van software voor boeren hiermee indicatoren inbouwen en die data dan door laten leveren naar de Unilevers van deze wereld.
De auteurs nummeren hun rapport Version 1.0, wat aangeeft dat we er nog niet over uitgepraat zijn. Hoewel het een mooie inventarisatie is. Maar ongetwijfeld bedenkt er weer iemand een betere methodiek of een nieuwe thema.
Waar we ook verder over door moeten praten, want daar loopt iedereen met een boog omheen, is hoe je optimaal op bedrijfsniveau de vastlegging doet vanuit inkomende (elektronische) facturen (deels van diezelfde voedingsmiddelenindustrie) en hoe je inputs (of outputs) toewijst aan producten: vlees van een melkkoe is duurzamer dan van een vleeskoe (activity based costing).
Waarbij de accountancywereld en de informatie-analisten die bv. indertijd de informatiemodellen voor de landbouw hebben gemaakt, van stal gehaald zouden moeten worden. Want veel partijen stellen eisen aan data die boeren moeten aanleveren, maar maar weinigen maken zich zorgen over een optimale administratieve organisatie bij deze zwakke partij in de keten. Accoutants en informatie-analysten nog het meest.

E. Elferink, G. Kuneman, A. Visser and E. van der Wal: Sustainability Performance Assessment of Farming Practices - Guidelines for developers of quantitative monitoring tools version 1.0, CLM, April 2012.

zondag 5 augustus 2012

Lijstje: top25 van concurrernde regio's

Gisteren beloofde ik weer eens een lijstje. De top-25 van regio's die andere regio's als een belangrijke concurrent op het vlak van Landbouw beschouwen. Met maar liefst vier Nederlandse regio's in de top-10 van de Europese nuts-regio's. Op basis van data uit 2000, maar volgens samensteller PBL veranderen die lijstjes niet veel. Met de kanttekeningen van gisteren over de breedte van het begrip landbouw en de engheid van de Nutsdefinities in Nederland:

  1. Zuid-Holland
  2. Vest for Storebelt (Dk)
  3. Andalusie
  4. Noord-Brabant
  5. Regio Milaan
  6. Noord-Holland
  7. Gelderland
  8. Regio Parijs
  9. Aquitaine
  10. Catalonie
  11. Champagne
  12. Veneto
  13. Pay de la Loire
  14. Castilla y Leon
  15. Rhone Alpes
  16. Bretagne
  17. Limburg
  18. Emilia Romagna
  19. Overijssel
  20. Castilla la Manche
  21. Friesland
  22. South/East Ireland
  23. Piemonte
  24. Calais
  25. Provence Alpes
PBL: de Concurrentiepositie van Nederlandse regio's, 2012

zaterdag 4 augustus 2012

ruimtelijk economische trilogie

Komkommertijd en dus lezen we wat rapporten weg. Vandaag een trilogie, die zijn populair: een eerder dit jaar verschenen serie (deel 1 was van vorig jaar) van het PBL over de internationale positie van topsectoren en onze regio's. Vernieuwend werk uit de economische geografie (of zo je wil: ruimtelijke economie) dat tot de zinvolle aanbeveling komt om clusters / topsectoren ook op hun regionale aspect te bezien en te zorgen dat de concurrentievoorwaarden in de betrokken regio tiptop in orde zijn.
oude en nieuwe economie in Riyadh
De studies gebruiken een veelheid aan (nieuwe) data. Zo hier en daar schiet de data toch nog te kort. Zo moeten de auteurs het doen met de bekende Nuts-indeling van de Europese statistiek, maar soms is die nuts. Voor Nederland hanteert die de provincies. Dat leidt ertoe dat de Randstad geen eenheid is en dat de samenhang tussen de bloemen van Bleiswijk en Aalsmeer zonder voorkennis niet makkelijk te zien is. En voor je het weet concludeer je dat Zuid-Holland maar matige lucht-verbindingen heeft, terwijl mijn bezoekers in Den Haag zo roemen over het feit dat we maar een half uur van Schiphol liggen.
Ook het begrip Landbouw is natuurlijk erg breed. Onze aardappelen concurreren met die uit Belgie en Nord Pas de Calais, de tomaten met Vlaanderen en (in sommige weken) met Andalusie. Met die kanttekeningen toch van harte aanbevolen (en morgen een lijstje).

Planbureau voor de Leefomgeving:
 - De internationale concurrentiepositie van de topsectoren, 2012
 - De concurrentiepositie van de Nederlandse regio's, 2012
 - the European landscape of knowledge-intensive foreign-owned firms and the attractiveness of Dutch regions, 2011

vrijdag 3 augustus 2012

KPMG over cooperaties in NZ

Vakantietijd, en dus tijd om een stapel literatuur weg te lezen en op te ruimen. Komende weken wat aantekeningen, zodat we makkelijk terug kunnen zoeken.Allereerst de KPMG Agribusiness Agenda 2011 voor Nieuw Zeeland. Een verouderd rapportje dat ik onlangs in Ierland kreeg als reclame voor de accountantsfirma.
Riyadh

Het biedt toch veel inzicht in de issues in de Nieuw-Zeelandse landbouw. Ook het format is interessant: Sectoren en topics krijgen 1 a 2 pagina's en naast beschouwende teksten die ook in het LanbouwEconomsich Bericht van het LEI zouden passen, verwijzen de auteurs (niet met naam) naar zo'n 40 key persons in de bedrijfstak die zijn geinterviewd. En men concludeert af met een soort (research) agenda: welke onderwerpen staan komende jaren hoog op de agenda.

Ook in NZ discussie over cooperaties. KPMG stelt "Co-operatives work best when their members are locked in and the co-operative is viewed as an extension of own business. The member needs to understand the co-operative's strategy and align their strategy to that of the co-operative in order to create maximum value from the value chain. If a co-operative is not able to lock in the supply it requires to operate its business, questions should be asked as to whether it makes sense to the business to continue as a co-operative. In particular, given the constraints of the model such as restrictions on their ability to raise equity to invest in growth; challenges in retaining earnings in the business and difficulties getting a board with the right skills to lead the business in international markets."

donderdag 2 augustus 2012

de economie van de Edammer

De Vereniging Oud Edam heeft de geschiedenis van de Edammer kaas uit laten zoeken, zo las ik in de NRC (9 juli). Die begint rond 1400. De eerste vraag is dan: waarom in Edam en waarom deze bollekes?
Het eerste antwoord wordt gezocht in de veengebieden. Die leverde minder vette melk dan de klei in bijvoorbeeld Friesland, en dat gaf minder bederfelijke kaas, die beter was voor de export.
In de 19e eeuw zou de concurrentie op de klei de rood gekleurde Edammer met afgeroomde melk gaan namaken, met als gevolg klachten van klanten over de slechte kwaliteit van de Edammer. Zodat er in 1906 kaascontrolestations kwamen.
Overigens leverden de Purmer en Beemster (kleipolders) ook al Edammer. Het NRC verhaal vermeldt het niet maar we weten uit de geschiedenis van de fokkerij dat ook daar de melk wat minder vet was, vanwege de nadruk op consumptiemelk voor de steden. De vette melk was beter voor boter.
De vraag of de bolvorm is onbeantwoord gebleven, misschien was het om de concurrentie met de grote, platte Goudse aan te gaan via een handiger formaat. De rode buitenkant was een sterk afkooksel van spaanders van fernambukhout en wordt nu over de hele wereld industrieel geimiteerd in parafine-coating.

Marc Angelo: Hoe de Edammer de wereld veroverde, Uniepers

woensdag 1 augustus 2012

250 jaar Eendragtspolder

Hier weer eens een blog uit de woonomgeving van de moderator. De Eendragtspolder (ik woon erin) bestaat 250 jaar. Tegelijk wordt er een fors stuk onder water gezet, voor een nieuwe roeibaan, recreatie en waterberging. Het droogmalen en het onderwaterzetten hebben beiden als doel dat we droge voeten in het gebied houten, dus de bestuurders claimen historische continuiteit. Enfin er is nu een fraaie video op youtube hoe het er binnenkort uit gaat zien. Meer op de website van het project.