donderdag 15 april 2010

lijstje: beleidsprocessen

Een lijstje beleidsprocessen, in volgorde van doorkomst:
  1. recognition of a problem
  2. investigating the nature of a problem and identifying conflicting assumptions with respect to the problem situation
  3. identification of possible solutions to allieavate, mitigate or resolve the problem
  4. analysis of policy proposals (ex ante)
  5. selection of a policy option
  6. implementation of the selected policy option
  7. evaluation of the selected and implemented policy option (ex post)
  8. discontinuation of poorly performing or unnecessary policy options
Voor een beschrijving, zie tabel 10.1 in: Marjan van Herwijnen en Wouter de Ridder: The selection of suitable tools for sustainability impact assessment. In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

woensdag 14 april 2010

CGE

CGE modellen zijn Computable General Equilibrium, ofwel Uitrekenbare Algemene Evenwichtsmodellen.  Ze worden veel gebruikt om handelsbeleid en andere economische beleidsinterventies door te rekeken. Je kunt dan bijvoorbeeld zien wat het effect is van het instellen van een hoge bioenergieprijs: boeren gaan het meer telen, grond wordt duurder, de winst wordt besteed aan tractoren en als winst uitbetaald en in de kledingwinkel gespendeerd, er worden minder aardappelen geteeld, die worden duurder, er wordt meer vlees geimporteerd en bos gekapt etc. Allemaal uit te rekenen met een CGE, als je de goede data er in stopt.
Serban Scrieciu vraagt zich af wat je met die modellen kunt in het kader van impact analyses van duurzame ontwikkeling. Een zeer nuttige vraag, die allereerst leidt tot het weer eens op een rijtje zetten van voor- en nadelen van CGE's. Een van de nadelen is dat ze relatief weinig aandacht besteden aan heterogeniteit (je kunt maar een beperkt aantal typen gewassen, typen consumenten, bedrijftypen in zo'n model kwijt). Daarmee doen ze ook weinig aan innovatie die vaak uit niches komt.
En dan is er natuurlijk het probleem van het kwantificeren van duurzame ontwikkeling. Bij biodiversiteit en landschap is dat lastig. Maar moeten we het wel proberen want je kunt je geld maar een keer uitgeven, of aan de blauwvinvis of aan de Amazone.
Conclusie van de auteur: However at the very least, the use of other techniques should be considered in conjunction or in parallel with CGE modelling tools, and the latter should not be seen as holding supremacy over other assessment methods, particularly when informing policy decision makers on the potential sustainability impacts.
Lijkt me een berekende en algemeen evenwichtige conclusie.

Serban Scrieciu: How useful are computable general equilibrium models for sustainable impact assessment?  In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

dinsdag 13 april 2010

regionale governance

Wie nog een definitie zoekt voor goed regionaal bestuur in het kader van duurzame ontwikkeling heeft misschien wat aan de volgende:
'Good regional governance' is the durable implementation of social institutions including all stakeholders of a pre-given territory in a common decision-making process to assure rational decisions for those opportunities that are [a] optimizing common goal-attainment; [b] minimizing negative side-effects; [c] perfectly reflecting all stakeholder interests and [d] implementable in the most effective and efficient way.
Alleen al deze beschrijving geeft aan dat het niet makkelijk is.

Uit: Wolfgang Meyer and Sebastian Elbe: Evaluation of regional network governance: capacity building for steering sustainable development in:In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

maandag 12 april 2010

Ria en Rio


De ideeen over het managen van duurzame ontwikkeling gaan terug op een conferentie in Rio de Janeiro, de VN Top over de Aarde, in 1992. In het boek over RIA (zie de blog van gisteren) beschrijft Martin Janicke dat het Rio model niet zozeer een machts-aanpak is, maar een vrijwillig proces van innovatie en leren in beleid op basis van een kennis-intensieve strategie. En dat dit komt omdat de conferentie werd gedomineerd door kleine landen als Nederland, Zweden en Denemarken, en niet de VS.
Hij beschrijft ook dat er een nadeel aan deze aanpak zit. Het is allemaal wel erg vrijwillig en gaat vaak fout in een succesvolle invoering omdat de institutionele krachten te weinig aandacht krijgen. De belangrijkste uitdaging blijft dan om met machtige (powerful) weerstand om te gaan.
Grappig, want dat constateerden we in het transitieonderzoek in Wageningen als ook in een NWO Energieprogramma ook al eens.

De auteur concludeert ook nog dat er een behoorlijk hoge (positieve) samenhang is tussen heldere, strenge milieuwetgeving en concurrentiekracht. Zodat het wel meevalt met een race to the bottom. En hij geeft een mooi figuurtje voor de beleidscyclus. Een van de betere papers dus in dit boek

Martin Janicke: Evaluation for Sustainable development: the Rio model of governance. In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

Lijstje: Functies van RIA

Impact Assessment heeft vier functies:
  1. Analyse functie: er komt informatie beschikbaar om een beslissing gefundeerd te nemen
  2. Transparantie functie: het besluitvormingsproces wordt transparanter
  3. Participatie functie: door consultatie, ook om informatie te vergaren, wordt participate van stakeholders ondersteund.
  4. Integratie functie: diverse doelen van beleid kunnen beter worden geintegreerd en afgewogen.
Klaus Jacob, Julia Hertin and Axel Volkery: Considering environmental aspects in integrated impact assessment: lessons learned and challenges ahead. In Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

zondag 11 april 2010

impact assessment

Het is verstandig om beslissingen af te wegen op hun gevolgen. Bij de overheid hoort men dat ook te doen, en dat heet dan 'impact assessment'. De vraag is dan hoe je zo'n effect-beoordeling doet vanuit het oogpunt van duurzame ontwikkeling.
Ik las er net een boek van Clive George en Colin Kirkpatrick over: Impact Assessment and Sustainable Development (Edgar Elgar, 2007). Het is een verzameling papers waar de gerenomeerde uitgever 70 engelse ponden voor vraagt, en eerlijk gezegd vond ik ex-post het dat niet helemaal waard. Sommige papers komen overduidelijk uit een project en ontstijgen niveau van een interessant project rapport niet erg. Zo worden we getracteerd op gevalsbeschrijvingen uit Nederland, Belgie, Frankrijk, Slowakije en Slovenie, zonder heel veel verantwoording waarom nu juist die landen interessant zijn.
Dat neemt niet weg dat er ook heel waardevol materiaal in het boek staat en ik er een paar inzichten aan over gehouden heb. Komende dagen lees je welke.

RIA
Om te beginnen een definitie van het doel van Regulatory Impact Assessment: 'to explain tge objectives of the regulatory proposal, the risks to be addressed and the options for delivering the objectives, In doing so it should make transparent the expected costs and benefits of the options for the differnt bodies involved, and how compliance with regulatory options would be secured and enforced". Het draagt daarmee bij aan de outcome en aan het process.
Er zijn een paar algemene principes:
  • het vraagt om vaardigheden bij de overheid
  • er moeten goede consultatieprocessen worden opgezet, ook om informatie van betrokkenen buiten de overheid te verkrijgen
  • het moet een expliciete doelstelling van goed overheidsbeleid zijn om RIA toe te passen, anders verzandt het. In de EU is dat overigens het geval.
Gebaseerd op Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development - an introduction in: Clive George and Colin Kirkpatrick: Impact assessment and sustainable development, Edgar Elgar, 2007

zaterdag 10 april 2010

CAP logs

De hervorming van het landbouwbeleid blijft aanzetten tot discussie. Zo is er nu ook vanuit de milieuhoek een website / weblog: CAP2020; ongetwijfeld met een wat minder liberale insteek dan degene die hiernaast al in een lijstje links staan.
Op CAPReform zwengelt de (mij) bekende Franse liberale landbouweconoom (ja die zijn er) Jean Christophe Bureau de discussie aan over de relatie tussen inkomenssteun en grondprijzen. Dit naar aanleiding van de recente Scenar2020 studie, die inschat dat de grondprijzen zo'n 30% hoger liggen dan in een geliberaliseerde situatie. De kritiek is dat dit in het model gestopt zou zijn en dat het effect minder is: er zijn weinig prijsverschillen tussen grond met en zonder steun en in vrijwel alle landen betalen boeren niet meer dan 2 a 3 keer de waarde van het recht. Maar eerder signaleerde de minstens zo bekende Vlaamse landbouweconoom Jo Swinnen wel effecten op grondprijzen, tot meer dan 60% in Zweden en Finland en bovenal op pachtprijzen.

vrijdag 9 april 2010

Geen geld op zijn Zwitsers

Wie een stukje van mijn hand wil lezen, klickt hier voor een column op Ziezo.biz over de verbouwing van het Zwitserse landbouwbeleid.

woensdag 7 april 2010

eat skippy

Less meat or less carbon (zie de blog eerder deze week) vraagt om innovatie. In Australie breekt het inzicht door dat je moet switchen naar kangeroevlees, zo meldt de NRC vanavond. Die hebben een heel andere spijsvertering en stoten geen methaan en nauwelijks andere gassen uit. Ze zijn ook anderszin minder milieu- en natuurvervuilend, o.a. qua waterverbruik en vertrappen van de natuur. Er kunnen er nog wel een paar miljoen bij, zeker als je de koeien in droogtegevoelige gebieden (dat lijkt me bijna het hele land) er uit gooit. Sommigen zien nog wel een dierwelzijnsprobleempje omdat ze moeten worden bejaagd, je kunt ze niet in een feedlot houden. Kortom: kies voor kangeroebiefstuk.

dinsdag 6 april 2010

het beste gaat de grens over

Het zijn vaak de beste product-kwaliteiten die geexporteerd worden. De mooiste bloemen krijgen het predicaat Exportkwaliteit. Dat lijkt misschien wel logisch: als bloemen of groenten onderweg in kwaliteit teruglopen (bederven), dan krijgt iedereen van Bleiswijk tot Berlijn dezelfde kwaliteit op tafel.
Het kan ook zijn dat de koopkracht in Muchen hoger is dan in Monster, en dat om die reden de beste kwaliteit de grens over gaat. Toch zijn dat maar matige verklaringen. Neem nu de uien-export. Ik weet niet of het nog zo is, maar vroeger sorteerden we die thuis in de klassen 1 en 2, die gingen voor export als ze van de keurmeester dat stempel kregen. En dan had je klasse 2 NL - voor de Nederlandse markt.
Economen noemen dat shipping the good apples out, ofwel het Alchian-Allen effect, dat de verklaring in de transportkosten zoekt. Het is evenduur een matige kg uien als een perfecte kg uien naar Munchen te verschepen. Dat betekent dat de prijsverhoudingen in de exportmarkt anders zijn dan bij de producent: als een goede kg uien hier bv. 2 keer zo veel kost dan een matige kg, is dat in Munchen bv. nog maar 1,5 keer zoveel. Waarmee er meer vraag is naar goede partijen en de matige zich als te duur uit de markt prijzen.

Vlees
In een paper in de ERAE halen enkele collega-economen dit effect van stal om zich te buigen over de export van vlees uit Zuid-Amerika naar Europa. Er wordt vooral  rundvlees van [zeer] goede kwaliteit geimporteerd, zoals je dus mag verwachten. Dat is des te meer logisch omdat 60% van het Europese aanbod bestaat uit bijproducten van de melkproductie, veelal dus niet de beste kwaliteiten. Maar deze situatie maakt het ook lastig voor zoogkoeienbedrijven en rundvleesproducenten om zich op kwaliteit te onderscheiden. En die bedrijven zitten nu net in de marginale gebieden van de EU, waar bebossing veelal het meest voor de hand liggende alternatief is.

Maria Priscilla Ramos, Jean-Christophe Bureau and Luca Salvatici: Trade composition effects of the EU tariff structure: beef imports from Mercosur in: ERAE 37-1, 2010

maandag 5 april 2010

Investeringsmodellen

Oost van de Elbe beginnen de Aziatische steppen, zo schijnt de Westduitse kanselier Konrad Adenauer ooit gezegd te hebben. Daar ging de suggestie vanuit dat het in het Oosten allemaal wat minder goed geregeld is.
In ieder geval klopt dat voor de kapitaalmarkt in de landbouw. In een paper in de laatste editie van de European Review of Agricultural Economics tonen enkele Duitse collega's met bedrijfsdata aan dat Oost-Duitse boeren duidelijk hogere transactiekosten in de kaptiaalmarkt hebben dan Wessies.
Het artikel is ook voor Nederlands beleid van groot belang. In hun model integreren de onderzoekers twee verschillende redenen waarom boeren minder investeren dan je uit hoofde van de winstgevendheid mag verwachten. De eerste is dat de kapitaalmarkt niet goed werkt: geldschieters hebben niet goed zicht op de rendementen van de boer in kwestie (een zgn. agency-probleem) en lenen gaat gepaard met meer transactiekosten dan interne financiering. Dit leidt tot minder beschikbare financieringsmiddelen dan optimaal, en tot een pikorde van financeringsbronnen (eerst uit de winst, dan pas van de bank).
De tweede is dat investeringen niet terug te draaien zijn. In een onzekere wereld betekent dit dat het zinvol kan zijn de investering een poosje uit te stellen tot de kosten en opbrengsten van de investering zekerder zijn. De optie om uit te stellen is geld waard, vandaar dat deze theorie de reele optietheorie wordt genoemd.
De auteurs tonen via het integreren van beide aspecten in 1 model aan dat beide effecten belangrijk zijn, en concluderen dat als je het tweede vergeet, je te gemakkelijk suggereert dat de kapitaalmarkt en het banksysteem voor verbetering vatbaar zijn. En dat kan dan weer veel te snel leiden tot het idee dat de overheid moet ingrijpen via investeringssubsidies, belastingfaciliteiten etc. Terwijl het verstandiger (en goedkoper) is om ondernemers duidelijkheid te geven rond toekomstig beleid.
Ook in Nederland wordt er veel gepraat over een 'valley of death' waarbij boeren niet investeren in nieuwe, meer duurzame stallen. Een van de suggesties in die discussie is dat er een gebrek is aan risico-kapitaal. Maar het zou dus voor veehouders ook wel eens rationeel kunnen zijn om even te wachten en te zien of het inderdaad zo'n slimme investering is. En het risico op een inkrimping van de veestapel of duurdere mestafzet of andere technologievoorschriftten is geweken. Dat los je op met duidelijkheid te geven.

Silke Huttel, Oliver Musshoff and Martin Odening: Investment reluctance: irreversibility or imperfect capital markets in: ERAE 37(1) 2010

zondag 4 april 2010

Less meat or less carbon?

In februari hield de OECD een vergadering onder bovenstaande kop, alsof het een absolute trade off is, vlees of emissie van CO2. Tilburgs hoogleraar Food, Farming en Agribusiness  Siem Korver doet er in de nieuwste uitgave van het blad Cooperatie verslag van.
Hij citeert een berekening dat bij ongewijzigde trends (overigens een zeldzaamheid in de samenleving), in 2050 de veehouderij verantwoordelijk is voor 50% van de CO2 uitstoot (en dan hebben we methaan nog).
Eerder deze week zaten we er beroepshalve met een groepje mensen over te praten en toen doemde het horrorscenario op dat zo'n situatie waarin de veehouderij voor een zeer groot deel van de klimaatgassen verantwoordelijk is, tot verkeerde ingrepen leidt. Bijvoorbeeld command-and-control regels die technieken voorschrijven of consumptie verbieden omdat miljoenen boeren lastig met economische instrumenten als cap-and-trade in CO2 emissierechten te reguleren zijn. Maar waarmee innovatie niet bevorderd wordt.
En nog erger: het idee dat kip en varken efficienter zijn en minder klimaatgassen uitstoten (wat waar is wat betreft de vleesproductie) en dat er daardoor prikkels ontstaan om de graslanden om te ploegen. Dat laatste is nu juist niet slim want dan komen er veel gassen uit de bodem vrij. Omploegen van de pampa's kan tot veel erosie en uitstoot leiden. Kengetallen moet je dus goed berekenen, inclusief ontbossing en omploegen. Zeker als je ze gebruikt in de politiek of in handelsystemen.

Siem Korver: Less meat or less carbon. In Cooperatie maart 2010

zaterdag 3 april 2010

laborantje

Laborantje.nl is een blog van een student chemie die schrijft over slimmer werken in wetenschappelijke communities en laboratoria. Ik kreeg de link via Yammer van een collega die een workshop verrijkte publicaties had bijgewoond, en geef het maar even door omdat het er interessant uitziet.
Blijft de vraag waarom het op stille zaterdag erg druk was met lezers op deze blog.

vrijdag 2 april 2010

duurzaam paaslam

Wel voor diervriendelijk produceren zijn, en toch in de supermarkt de kiloknaller vlees inslaan, is voor sommigen het symbool van onduurzaam gedrag. Aangezien de Engelse supermarkten als redelijk duurzaam bekend zijn kon ik het niet nalaten de Daily Mail van 1 april (geen grap) even te scannen op de paasaanbiedingen van de Engelse supermarkten. Hypothese: er wordt misschien met paaseitjes gestunt, maar niet met vlees. Zie hier de oogst:

ASDA: Fine wines for less this Easter (3 flessen goede wijn voor 15 pond) als ook bier in de aanbieding. En pudding. In alle drie gevallen een aparte pagina vol. Maar ook een hele pagina met varkensrollade voor de halve prijs. En kabeljauw.
Sainsbury's: goede wijnen, type chablis, voor de halve prijs (5 a 6 pond) en vis (zalm en garnalen) voor de halve prijs
Marks & Spencer: Beef, Lamb and Pork (outside bred, dat wel) half price (een pagina grote advertentie met een smakelijke roast op de foto)
Waistrose: paginagroot Delia's Roast Chicken, hele kip, halve prijs.
Lidl: naast andere producten ook lamsbout, gehakt, zalm en een kg kip.
Tesco: fijne vleeswaren schotel in de aanbieding
CrownCarveries: Roast beef
Aldi: nauwelijks vlees, maar wel een three bird roast aanbiedinkje.

Conclusie: vrijwel elke Engelse supermarkt stunt deze recessie Paasdagen met vlees, Sainsbury's uitgezonderd. Hypothese ontkracht. Nader onderzoek zou zich kunnen richten op de trends in de tijd (neemt stunten met vlees af, gemeten in percentage vierkante cm aandacht in advertenties of de mate van korting) en een vergelijking tussen landen. Dan weten we of Engeland niet duurzamer is dan wij, of dat ook in een wat duurzamere markt er met vlees wordt gestunt. Studenten die nog een scriptieonderwerp zoeken, kopen dus een set kranten op.

donderdag 1 april 2010

uniforme winkelstraten

Op weg naar Londen las ik de Volkskrant in vernieuwd tabloid formaat. Mijn oog werd niet zo zeer getrokken door het verhaal dat de fairtradehandel (zie blog van gisteren) niet onder de recessie lijdt, noch over de bio-hamburgers van de amsterdamse Burgemeester snackbars ('Patatje Bionaise'), maar door een verhaal over uniforme winkelcentra.
De winkelcentra van steden zijn niet meer te onderscheiden, overal dezelfde ketens en weinig zelfstandige winkeliers meer. Ook in vergelijking met het buitenland.
Corio, uitbater van winkelcentra, trekt aan de bel en geeft de Nederlandse wetgever de schuld: een van de functies van zo'n manager van een complex is om de waarde te optimaliseren door een aantrekkelijk aanbod. Dat kan o.a. door de huurprijzen te varieren en die laag te houden voor een uniek snoepwinkeltje. Daar heeft ook de naastgelegen C&A wat aan, want samen trek je meer klanten naar de shopping mall. En dus betaalt C&A net wat meer. Dat lukt in Nederland niet goed vanwege twee clausules in de huurwetgeving: de huurprijsherziening waarin winkels in hetzelfde gebied recht hebben op dezelfde huurprijs en de indeplaatsstelling die een huurder het recht geeft zijn huurcontract door te verkopen aan een opvolger zonder toestemming van de verhuurder. Als je dus een snoepwinkeltje een speciaal contract geeft met een lage huurprijs, staat de C&A ook voor de deur en de snoepwinkelier verkoopt naar verloop van tijd zijn huurrecht aan Jamin om zo te cashen. Veelal is het zijn pensioenvoorziening zodat de brancheorganisatie ook tegen verandering is.
In de NRC van gisteravond staat het verhaal ook, zelfs wat uitgebreider. Blijkbaar is er een persconferentie geweest. Daarin suggereert een vastgoedadvocaat een work-around: hanteer dezelfde huur maar geen de kleine winkel die je graag wil hebben dan een andere tegemoetkoming, bv. in verbouwingskosten. Afschaffen die huurwetgeving zou ik zeggen, een ondernemer heeft adviseurs en kan wel wat minder beschermt. En in de Volkskrant leggen een paar ondernemers uit dat ze nog zelfstandige zijn omdat ze hun eigen pand bezitten (ook als pensioenvoorziening) en de kosten daarvan niet rekenen.

Waarom dit zo'n interessante case is? Allereerst toegepaste institutionele economie: wetgeving en contracten hebben duidelijk effect op hoe de wereld eruit ziet. Ten tweede: we praten veel over kosten en opbrengsten, maar onroerendgoed- en kapitaalsontwikkeling zijn minstens zo belangrijk. Volgens mij onderschatten we dat ook in de landbouw, ik zou daar tal van voorbeelden van kunnen geven. En ten derde: niet alleen bij boeren maar ook bij zelfstandige winkeliers is gedrag te verklaren omdat ze de opportunity cost van hun pand niet hoeven te rekenen als ze dat als hun pensioenvoorziening zien.

De Volkskrant 1.4.2010: unieke winkeltjes verdwijnen uit de stad
NRC-Handelsblad 31.3.2001: zelfstandigen terug in winkelcentrum