Nog een boekrecensie uit het blad Zeeland van het KZGW. Over travaljes. Dat zijn die houten stellages die je soms in een dorp nog ziet voor het pand van een oude smederij. Daarin werd een paard geparkeerd zodat de smid, tevens hoefsmid, de hoeven kon bepakken en nieuwe hoefijzers kon aanbrengen, zonder teveel gevaar te lopen dat het paard sloeg. Het nederlandse woord is overigens Hoefstal (nooit geweten), maar in het Zuidwesten heten ze travalje. Op Schouwen-Duiveland (o.a. Dreischor) staan er een paar die rijksmonument zijn.
De hoefstallen werden steeds zwaarder gebouwd na de komst van het Belgische trekpaard. Het steeds meer bestraten van wegen leidde ook tot sneller slijten van de hoefijzers. Ook opvallend feitje: voor de oorlog had Zeeland op elke 7 a 8 inwoners een paard.
Voor wie er in geintersserd is: Nel Prins-Senier, Dingeman de Feiter, Jan Zwemer m.m.v. John van Haver: Travaljes in Zeeland - Geschiedenis van een beeldbepalend erfgoed. Goes (Het Paard van Troje)., 2025
Geen opmerkingen:
Een reactie posten