Framcesco Parisi geeft een historisch overzicht van de veranderingen in systemen van eigendomsrechten. Bij de jagersvolken spelen eigendomsrechten geen grote rol. Je kunt de huid nu eenmaal niet verkopen voor de beer geschoten is. Op zijn best is er dus een recht op de stroom van opbrengsten. Bij de veehouders speelt eigendom een grotere rol, zo constateerde Adam Smith al. Daar is er bezit (van de kudde) en indringers worden van het erf geweerd. Het zijn vaak ook samenlevingen met nogal ongelijke inkomensverdelingen. Het eigendom is ook meer in handen van het gezin dan van de clan (die een grote rol speelt in jagers-samenlevingen)
absolute rechten zijn handig voor stadsontwikkeling |
En dan komen we bij de Romeinen die de laatste stap zetten in deze ontwikkeling. De eigenaar van een perceel is absoluut eigenaar. Met absolute rechten is veranderen makkelijker (sic!): als je een stuk land wilt bebouwen, hoef je maar met 1 eigenaar te praten en hem uit te kopen.
In het middeleeuwse feudale systeem bleef daar weinig van over. Dat was gebaseerd op gebruik / pacht en op persoonlijke relaties. Dat gebruik was steeds vaker partieel (voor een bepaald doel) en de persoonlijke relaties mondden uit in een feudale piramide.
Dat was te knellend voor de ontwikkeling en ging met de Franse Revolutie ten onder. Daarmee werd het absolute eigendomsrecht herstelt. De Amerikanen gingen meteen ver: je bent daar ook eigenaar van de mijnbouwschatten in en onder je grond. Geen wonder dat je dan positief over schaliegas denkt.
Het absolute is volgens de auteur Parisi hier en daar aan slijtage onderhevig. Dat zie je bij stadsplanning en ook bij open access van infrastructuur. Als je daar de facto monopolist van bent kun je iemand geen aansluiting weigeren.
Kortom: eigendomsrecht-systemen veranderen met de behoefte van de samenleving.
F. Parisi: The origins and evolution of property rights systems in: E. Colombatto (ed): The economics of property rights.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten